Nasi, bami, saté of foe yong hai: bijna iedereen in Nederland heeft wel eens van de Aziatische keuken geproefd. De bakjes van de ‘afhaalchinees’ zijn dan ook een bekend fenomeen in Nederland, of dat waren ze in ieder geval. De laatste jaren lijken we steeds minder naar de Aziatische keuken te gaan voor ons Oosterse eten met een Hollands tintje, zo meldde de NOS in oktober 2019. Maar hoe zijn deze gerechten eigenlijk in de Nederlandse eetcultuur beland?
De Eerste Chinese Immigranten
De eerste Chinezen kwamen niet naar Nederland met het plan om restaurants te starten. Ze kwamen als stokers op de grote kolengestookte schepen van Nederlandse en Britse reders. In 1911 waren er in heel Europa zeeliedenstakingen. Ook in Amsterdam en Rotterdam trad er een arbeidsconflict op tussen de reders en de vakbondslieden. De reders hadden hierdoor moeite om personeel te vinden.
Als de Chineze scheepslieden niet werkten als stoker op de schepen, verbleven ze in de havensteden Amsterdam en Rotterdam waar ze leefden in boardinghouses. Ze wachten hier tot ze konden aanmonsteren voor een nieuwe reis. De boardinghouses waren gelegen in de Rotterdamse wijk Katendrecht en in Amsterdam in het gebied rond de Buiten Bantammerstraat. De Geldersekade in Amsterdam, het Chinatown van de stad.
Vanaf het einde van de negentiende eeuw kwamen er ook Chinezen rechtstreeks uit China naar Nederland. Voor de oorlog waren er in sommige Nederlandse steden al Chinese restaurants te vinden. Deze waren geopend door Chinese stoomvaart- en havenarbeiders. Zij waren hier vanaf het begin van de twintigste eeuw werkzaam in de koopvaardij.
De Opkomst van Chinese Restaurants
Na de crisis in 1929 ging het in Nederland slechter met de scheepvaart. Veel Chinezen raakten werkeloos. Als vreemdelingen van de Nederlandse staat konden ze niet rekenen op financiële hulp. Teruggaan was vaak geen optie, de kosten voor de terugreis werden niet vergoed door hun voormalige werkgevers. Daarom gingen sommige Chinezen zelfgebakken pindakoekjes verkopen op straat: zo ontstond de scheldnaam ‘pinda-Chinees’.
Om toch wat te verdienen, begonnen innovatieve Chinese oud-stokers met de verkoop van pindakoekjes. De Nederlanders waren er dol op. Het Chinese ondernemerschap uitte zich ook door de opkomst van Chinese restaurants in Rotterdam en Amsterdam. In 1920 in Rotterdam werd het allereerste Chinese restaurant geopend: ‘Cheung Kwok Low’. De jaren erna volgden er meer.
Het eerste Chinese eethuis ‘Cheung Kwok Low’ werd in 1920 in Rotterdam geopend in Katendrecht. Destijds werd het vooral bezocht door havenarbeiders uit China die in Nederland kwamen werken omdat Stoomvaart Maatschappij Nederland op zoek was naar goedkope arbeidskrachten. In de daaropvolgende jaren werden de eerste Chinese eethuizen opgezet, met als voornaamste doelgroep de Chinese gemeenschap zelf.
Aangezien de logementen en vaak bijbehorende Chinese eetgelegenheden minder inkomsten hadden, besloten de eigenaren een breder publiek aan te spreken. De deuren werden geopend voor niet-Chinese eters. Het Chinese restaurant ‘Kong Hing’ dat in 1928 in Amsterdam geopend werd, was het eerste Chinese restaurant waar ook Nederlandse klanten kwamen. Dit restaurant werd beroemd: de Amerikaanse zangeres Josephine Baker kwam er zelfs meerdere keren op bezoek.
Het eerste Chinese restaurant was Kong Hing op de Binnen Bantammerstraat. Rechts het in 1928 geopende Kong Hing-restaurant. Datum van de foto onbekend. Oprichter Ng Ho Yong had vóór de opening van het restaurant een ‘boarding house’: dit was een soort opvangplek waar Chinese scheepslieden konden verblijven terwijl zij wachtten tot ze weer aan boord konden. In het ‘boarding house’ kregen de mannen twee keer per dag een maaltijd.
De Invloed van de Indische Keuken
De hoogtijdagen van het Chinese restaurant kwamen pas echt met de komst van honderdduizenden Nederlandse Indiërs na de Tweede Wereldoorlog. De Indische Nederlanders verkozen het Indisch eten boven de Nederlandse aardappels. De al bestaande Chinese eethuizen speelden slim in op deze vraag. Geïnspireerd door de Indische keuken veranderden ze de menukaart, en ze schroomden niet om de gerechten aan te passen aan de Nederlandse smaak.
Om meer klanten te trekken, besloten veel Chinese restaurants Indische ‘kokkies’ aan te nemen die Indische gerechten als gado-gado konden bereiden. ‘Kokkies’ hadden in Nederlands-Indië voor Nederlandse gezinnen gekookt. Zij moesten voor het gezin recepten uit Nederland koken, maar konden dit uiteraard alleen maar met lokaal verkrijgbare ingrediënten. Hierdoor konden zij zowel Indonesische als Nederlandse recepten maken. De Chinese restaurants speelden hierop in door hun aanbod uit te breiden met het inhuren van Indonesische ‘kokkies’. Het Chinese restaurant veranderde in het Chinees-Indische restaurant, zoals we het nu kennen.
De gerechten werden minder pittig en er werden grotere porties geserveerd om de Nederlandse klanten tevreden te stellen. Zo werden de porties groter, goedkoper en minder pittig. Soms huurden deze restaurants zelfs ‘kokkies’ in. Dit waren veelal Indonesische vrouwen die in Indië voor Nederlandse gezinnen hadden gekookt.
In Nederlands-Indië ontstond een mengeling van lokale en Nederlandse recepten- en eetgewoontes. Zo was het voor Nederlanders in Indonesië gebruikelijk om tussen de middag een grote maaltijd te eten die bestond uit rijst met daarnaast veel verschillende bijgerechten. Voor de rest van de bevolking in Nederlands-Indië was dit niet de gewoonte: zij aten drie keer per dag kleinere rijstgerechten met veel minder bijgerechten dan de ‘rijsttafel’ van de Nederlandse bevolking.
Door de Indische invloed in Chinese restaurants ontstonden er overal ‘Chinees-Indische’ eethuizen. De restaurants werden met de jaren alleen maar populairder. Twee dames eten in Chinees restaurant ‘De Gouden Draak’ op de Gelderse Kade. Datum onbekend. Er werd later in de 20ste eeuw zelfs een politieke norm vastgesteld. Deze Chinees-Indische restaurants waren dus geen ‘echte’ Chinese restaurants meer, maar waren door de behoefte van de nieuwe stroom aan migranten veranderd.
Zo ontstond de ‘vernederlandste’ Oosterse keuken in Nederland. Eén van de toppunten (of dieptepunten, het is maar hoe je het bekijkt) van deze vernederlandsing is natuurlijk de creatie van de bami- en nasiballen. Door een mengeling van Chinese, Indonesische of Indische en Nederlandse eetgewoonten zijn in de Oosterse keuken of de 'afhaalchinees' in Nederland vaak recepten te vinden die het resultaat zijn van het jarenlang combineren en aanpassen van verschillende eetculturen.
De Chinees-Indische Restaurantcultuur
Kenmerkend aan de Chinees Indische Restaurantcultuur is het samenkomen van drie culturen: de Indische, de Chinese en de Nederlandse cultuur. Vanaf het moment dat men een Chinees Indisch restaurant binnenkomt gaat men min of meer op reis. Het is een plek overgoten met Chinoiserie, een vanuit de Westerse blik op Azië geïnspireerde omgeving.
De restauranteigenaar is altijd in de zaak aanwezig en bouwt vaak een band op met zijn/haar klanten. De eigenaar zorgt ervoor dat het restaurant op orde is en dat het, in veel gevallen, 7 dagen in de week geopend is. De chef komt meestal vroeg in de middag naar de zaak om het eten voor te bereiden voor de avond. Zodra er een bestelling wordt opgenomen gaat deze via het ‘luikje’ naar de keuken.
Bij de restaurantbezoekers en de afhalers gaat er voor de beslissing om ‘naar de Chinees te gaan’ vaak een specifieke gebeurtenis af. Dit varieert van verjaardagen, ‘even snel’ maar wel goed eten, van geen zin hebben om zelf te koken, een avondje uit, een verhuizing, klussen in huis of overwerken.
Het kenmerkende aan de menukaart is dat hij zowel specialiteiten van het huis bevat maar ook Chinese, Indische, Chinees-Indische en zelfs oer-Hollandse gerechten zoals frietjes voor de kinderen. Wat eveneens kenmerkend is dat het eten altijd vrij snel klaar is en dat je ‘veel voor weinig’ krijgt. Bij het afhalen wordt het eten ingepakt in grijs papier en vervolgens in een plastic tas gestopt.
Tegenwoordig zijn Chinese restaurants in dorpen en steden zo vanzelfsprekend, dat je je wenkbrauwen niet optrekt als je een Chinees-Indisch restaurant langs een provinciale weg, in een klein dorpje of midden in een historische binnenstad tegenkomt. De restaurants maken zo’n deel uit van de Nederlandse cultuur, dat er sinds 2010 een Chinees restaurant is ‘geopend’ in het Openluchtmuseum in Arnhem.
Neergang en Erkenning
Toch dreigen de restaurants uit ons Nederlandse straatbeeld te verdwijnen. De afgelopen 10 jaar verdween meer dan 20% van de restaurants. Daarom is de Chinees-Indische Restaurantcultuur sinds februari 2021 opgenomen op de lijst van Nederlands immaterieel erfgoed. Reden voor de Stichting Meer dan Babi Pangang om de Chinees-Indische restaurantcultuur in de Inventaris Immaterieel Erfgoed te laten bijschrijven. 1 juli 2020 is het gelukt.
De periode dat elk dorp een eigen afhaalchinees moet hebben is ondertussen voorbij. Het aantal restaurants neemt sinds 2000 alleen maar af, deels door de populariteit van andere Aziatische keukens. De laatste decennia neemt het aantal Chinees Indische restaurants, met name in de grote steden, af dit komt onder andere doordat het doorgaans vrij zware en vette eten dat niet aansluit bij de groeiende behoefte aan gezond en licht eten en door de opkomst van vele met name fastfood gerelateerde Aziatische concepten.
| Jaar | Aantal restaurants |
|---|---|
| 1960 | 17 (in Gelderland) |
| Jaren '80 | Een op de vier horecagelegenheden in Nederland was een Chinees restaurant |
| 2010-2020 | Meer dan 20% afname van het totaal aantal restaurants |
labels:
Zie ook:
- Chinees Gebak Den Haag: De Beste Adressen & Specialiteiten!
- Chinees recept met kip: Snel, makkelijk & authentiek!
- Gebakken Rijst met Ei Chinees: Authentiek Recept & Tips
- Zwarte Bonen Recept Chinees: Authentiek & Smaakvol!
- Ontdek Verrukkelijke Recepten met Varkenshaas en Spek die Je Moet Proberen!
- Ontdek de Ultieme Nespresso Koffie Mok Soorten voor het Perfecte Kopje Koffie!




