De geschiedenis van de Belgische kust vond haar oorsprong in Oostende aan het eind van de 18de eeuw. De Britse kolonie die daar toen huisde, voerde het heilzaam gewaande en overigens exclusieve zeebad, dat enkele decennia eerder in Groot-Brittannië in zwang was geraakt, ook op het continent in. Nog vóór het einde van de 18de eeuw verschenen de eerste badkoetsen op het Oostendse strand, en vanaf 1784 mocht de Brit William Hasketh er met toestemming van Jozef II, keizer van de Oostenrijkse Nederlanden, versnaperingen verkopen voor de badgasten. Het Oostendse badstrand lag in die tijd naast de havenmond, ter hoogte van het huidige Zeeheldenplein. Daar bevond zich immers de enige poort van de vestingsstad en haven, die uitgaf op het strand. Oostende werd als badplaats op de voet gevolgd door Blankenberge, waar de eerste badkoetsen in 1778 in gebruik werden genomen.
In tegenstelling tot Oostende was Blankenberge een vissersdorp en volgens Le Roy een Maritimum Flandriae Oppidulum. Wat zich op het strand van beide badplaatsen aan het einde van de 18de eeuw afspeelde, was echter in niets te vergelijken met het uitbundige strandleven van vandaag. Bij het baden stond het gezondheidsaspect centraal en men mocht er slechts onder bepaalde omstandigheden toe overgaan. Aanvankelijk grepen de badkwartieren dus architecturaal noch stedebouwkundig in op het dorp of de stad waarbij zij ontstonden; doch daar zou snel verandering in komen. In de loop van de 19de eeuw ontstonden immers permanente badvoorzieningen, zodat de badgast zich ook aan de gewenste geneugten kon overgeven zonder het vaak ruwe zeeklimaat te moeten trotseren. In het begin werden deze baden nog ondergebracht in bestaande huizen, maar al spoedig trok men er aparte gebouwen voor op, eveneens in navolging van Brighton waar in 1769 het eerste badhuis werd geopend. Om het verblijf van de meestal gefortuneerde gasten wat aangenamer te maken, werden de meeste badhuizen, naar het voorbeeld van de grote kuuroorden, in de 19de eeuw voorzien van een konversationshaus.
De Opkomst van Casino's en Promenades
Het konversationshaus of kurzaal was dé ontmoetingsplaats van het kuuroord. Langs de Belgische kust, waar in tegenstelling tot Nederland en vooral Duitsland het aspect gezondheid al snel moest wijken voor het vermaak, was het vooral de kurzaal - hier beter bekend als casino - die opgang maakte. Al gauw zou dit gebouw een centrale plaats innemen in de Belgische badplaatsen. Vaak zelfs markeerde de bouw van een casino, samen met de aanleg van een promenade langs de kust, het begin van een nieuwe badplaats. Het was alweer Oostende dat de spits afbeet. Al in 1851 beschikte het op de zeedijk over een houten en gietijzeren kurzaal in Moorse stijl, naar een ontwerp van architect Beyaert. Het gebruik van weinig duurzame materialen had te maken met de vestingsstatus van de stad. Gebouwen buiten de stadsmuren moesten bij een mogelijke oorlogsdreiging immers zo snel mogelijk kunnen worden afgebroken. Bij zijn ambtsaanvaarding in 1865 maakte Leopold II een einde aan deze toestand.
Dit besluit werd mede ingegeven door de plannen die de koning voor zijn geliefde badplaats had. Op de vestingsgronden langs de zeedijk, die eigendom waren van de Belgische staat, wilde hij immers een koninklijke villa en een nieuwe kurzaal bouwen, als aanzet tot de verdere uitbreiding van Oostende als badplaats. De koninklijke villa kwam er in 1874 en vier jaar later was ook het casino klaar. Blankenberge bleef echter ook nu niet achter. De volgende zet in de wedijver tussen beide badplaatsen, kwam dan weer van Oostende. Nog vóór de eeuwwisseling werd het bestaande casino daar door architect Chambon verbouwd tot het meest luxueuze aan de Noordzeekust. Een ronde feestzaal met terrassen die uitgaven op de zeedijk, bood plaats aan 6.000 man. Verder bevatte het gebouw een concertzaal, een biljart- en een speelzaal, een restaurant, een café, lees-, muziek- en conversatiesalons.
Het casino als ontmoetingsplaats van de gegoede burgerij moest immers kunnen wedijveren met zijn stedelijke tegenhangers: de concertzaal, het theater en de opera. Omdat het gedurende de Tweede Wereldoorlog zware schade had opgelopen, werd het Oostendse casino tussen 1946 en 1953 vervangen door het huidige. De architect was dit keer Leon Stijnen, die al in 1930 het casino van Knokke en in 1934 dat van Blankenberge had gebouwd. Het flaneren, het zien en tegelijk gezien worden, was immers - en is dat overigens nog steeds - een niet onbelangrijk tijdverdrijf in de badplaats. Al gauw veranderde de Oostendse dijk van 5 m breed en enkele honderden meters lang, in een ware boulevard van 10 m breed, die zich ten westen van de stad over een lengte van 1 km uitstrekte. De bouw van een zeedijk met promenade, daar waar voorheen niets anders dan een klein (vissers) dorp had bestaan, meestal beschut achter de duinenrij, gaf vaak de eerste aanzet tot het ontstaan van de badplaats.
De Opkomst van Nieuwe Badplaatsen en Particulier Initiatief
Het bouwen van een nieuwe badplaats op maagdelijke grond was overigens een praktijk die in België meer dan in onze buurlanden gebezigd werd. Op Oostende na had België in tegenstelling tot b.v. Nederland, nauwelijks of geen stedelijke agglomeraties aan zee. De beperkte oppervlakte van de kuststrook in vergelijking met het te bedienen achterland en de toename van het kusttoerisme in de 19de eeuw speelden een aantal handige promotoren in de kaart. Zij stichtten nieuwe en exclusief als badplaats bedoelde nederzettingen. In België lag daaraan ook vrijwel steeds particulier initiatief ten grondslag. Een verklaring voor dit fenomeen is te vinden in het feit dat heel wat duingebieden langs de kust privé-eigendom waren. Zo behoorden de gronden tussen het toenmalige dorp Knokke en de zee in de 19de eeuw toe aan de familie Lippens, en bezat baron Crombez het grootste deel van de kuststrook bij Nieuwpoort.
In 1864 al bestond er ten westen van de IJzermonding een badinrichting, uitgebaat door de Société Anonyme de Nieuport-Bains die was samengesteld uit o.a. de burgemeester, een schepen en een gemeenteraadslid van het landinwaarts gelegen stadje Nieuwpoort. Het lag in de bedoeling van deze N.V. Nieuwpoort-bad uit te bouwen tot een badplaats met allure, die zou kunnen wedijveren met het destijds prestigieuze en gerenommeerde Oostende. Vergelijkbare evoluties deden zich voor in Middelkerke en Westende. In 1876 werd in Brussel de Société des Bains et des Dunes de Middelkerke et de Westende opgericht, met de bedoeling de duingebieden ter hoogte van beide dorpen als bouwterrein te exploiteren. In datzelfde jaar nog werd Middelkerke-bad officieel ingewijd en twintig jaar later ook Westende-bad.
De Rol van De Haan en Het Zoute
Verstedelijking was echter niet overal het parool. In De Haan en het Knokse Zoute was zelfs het tegendeel het geval. Van De Haan een Eden, een paradijs maken, dat was de bedoeling van de Société Anonyme de Coq-sur-mer die in 1896 gesticht werd. Deze N.V. nam al dadelijk de concessie over van de te vroeg gestorven promotor die enkele jaren eerder 50 ha duingebied in De Haan in erfpacht had gekregen van de staat. Opnieuw was het de bedoeling een exclusieve badplaats te creëren. Daarom werd architecte-paysagiste Louis van der Swaelmen aangezocht een ontwerp te maken voor het geplande villapark. Van der Swaelmen tekende een infrastructuur uit met gebogen, natuurlijke wegen die rond en over de duinen liepen en waarlangs de villa's konden worden gebouwd.
De verlenging met anderhalve kilometer van de promenade van Knokke in de richting van het Zoute, dat al vanaf het begin een zeedijk had, betekende een beslissend moment in de groei van deze laatste plaats. Dit werk werd ondernomen onder auspiciën van de Compagnie Immobilière du Zoute, in 1908 opgericht door de eigenaars van het gehucht, de familie Lippens. Echter pas toen de Compagnie Immobilière opdook, raakte het initiatief uit de artistiekerige sfeer. Op de zeedijk bouwde hij het Grand Hôtel du Zoute, hij liet het bestaande golfterrein vergroten en nam de Duitse stedebouwkundige Stübben als adviseur in de arm. Deze adviseerde, evenals Van der Swaelmen voor De Haan, een net van gebogen, van bomen voorziene straten en aparte, door beplanting beschutte wandelwegen.
De Exclusiviteit van Het Zoute
Deze troeven, die Lippens omstreeks 1910 in een massale reclamecampagne uitspeelde, wierpen tenslotte hun vruchten af. Wat eens een onooglijk gehucht was, groeide vanaf de jaren dertig uit tot het wellicht meest exclusieve vakantieoord aan de Belgische kust. Tot op de dag van vandaag trouwens heeft het Zoute deze faam; ook het oorspronkelijke karakter bleef bewaard. Bijna overal kwam de eigenlijke badplaats immers langs de zeedijk tot ontwikkeling en keerde zij zich af van de bestaande nederzetting.
Overzicht van Belangrijke Jaartallen en Gebeurtenissen:
| Jaar | Gebeurtenis |
|---|---|
| Eind 18e eeuw | Eerste badkoetsen in Oostende en Blankenberge |
| 1784 | William Hasketh mag versnaperingen verkopen in Oostende |
| 1851 | Oostende krijgt een kurzaal in Moorse stijl |
| 1874 | Koninklijke villa in Oostende is klaar |
| 1878 | Casino in Oostende is klaar |
| 1896 | Société Anonyme de Coq-sur-mer gesticht voor De Haan |
| 1908 | Compagnie Immobilière du Zoute opgericht |
| 1930 | Leon Stijnen bouwt casino van Knokke |
| 1934 | Leon Stijnen bouwt casino van Blankenberge |
| 1946-1953 | Nieuwbouw casino Oostende door Leon Stijnen |
labels:
Zie ook:
- Salade met Zoute Haring: Recept voor een Hollandse Klassieker!
- Zoute Bonen met Worst: Een Heerlijk en Simpel Recept
- Zoute Koekjes Recept: Simpel, Snel & Heerlijk!
- Ontdek De Perfecte Camping Koffiebeker: Onmisbare Tips Voor Elke Kampeerder!
- KVV voor Katten: Ontdek de Onverwachte Voordelen en Schokkende Nadelen van Rauw Vlees!




