Het spreekwoord "De een zijn dood is de ander zijn brood" is een bekende uitdrukking in de Nederlandse taal. Het betekent dat de dood of het ongeluk van de één, een ander voordeel of bestaansmiddel kan opleveren. Het spreekwoord duidt erop dat men dikwijls voordeel trekt uit het nadeel van een ander.

De zegswijze dateert uit de 16e eeuw. Een variant hierop komen we op de beurs tegen. Stel een bedrijf gaat onderuit. Dan valt er een stuk productie stil en zullen de directe concurrenten hiervan profiteren. Het kan dus interessant zijn om deze concurrenten aan te kopen. Maar pas op.

In algemenere zin houdt het spreekwoord in dat het ongeluk van de ene persoon of partij, een voordeel kan zijn voor een andere. Dit kan zich voordoen in verschillende situaties, zoals:

  • Economie: Het faillissement van een bedrijf kan leiden tot een groter marktaandeel voor concurrenten.
  • Arbeidsmarkt: Het overlijden van een werknemer kan een vacature creëren die door een ander kan worden ingevuld.
  • Natuur: Het sterven van een dier kan voedsel opleveren voor andere dieren.

Oorsprong en Verwante Uitdrukkingen

De uitdrukking is niet uniek voor het Nederlands. Vergelijkbare spreekwoorden en gezegden komen voor in verschillende talen, waaronder:

  • Latijn: lucrum sine alterius damno fieri non potest.
  • Duits: Des einen Tod, des anderen Brot.
  • Engels: One man's breath, another's death.

Ook in andere culturen bestaan soortgelijke wijsheden die de paradoxale relatie tussen verlies en winst benadrukken. In het Spaans zegt men bijvoorbeeld: "cuando un fraile se muere, dicen los demás: un enemigo menos, y una ración más" (wanneer een monnik sterft, zeggen de anderen: een vijand minder en een portie meer).

Brood in Spreekwoorden en Uitdrukkingen

Brood is in onze windstreek het allerelementairste voedsel. Hoe belangrijk brood is voor onze dagelijkse voeding blijkt ook uit het grote aantal spreekwoorden en uitdrukkingen waarin het woord brood voorkomt.

Een blik in Van Dale onder dit trefwoord laat zien dat er zeer veel brood in ons idioom zit. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Het spreekwoord constateert een broodnuchter feit: iemand kiest partij voor degene van wie hij afhankelijk is voor zijn levensonderhoud, ongeacht of dat moreel juist is.

De Friezen zeggen het net iets mooier: men spreekt met de mond waarmee men het brood eet (men praat mei de mule, der't men brea mei yt). Het Franse spreekwoord laat het niet bij een constatering maar vindt blijkbaar ook dat het zo hóórt: lui louer devons de qui le pain mangeons, ‘wij moeten diegene prijzen wiens brood wij eten’.

Maar Duitsers en Engelsen brengen het er nauwelijks beter af. Zij worden door hun afhankelijkheid van de broodheer getransformeerd in regelrechte variété-artiesten: de Duitsers zingen liedjes, de Engelsen maken dansjes. Wes Brot ich esse, dessen Lied ich singe. Who finds my bread and cheese, it's to nis tune I dance. Ook in het Hindoestaanse idioom wordt er door de loonslaven lustig op los gedanst. De Russen eten niemands brood, maar zitten op iemands wagen.

labels: #Brood

Zie ook: