Doperwten zijn kleine, groene bolletjes die vaak op ons bord belanden en ze zijn meer dan alleen een smakelijke toevoeging aan uw maaltijd.

Doperwten en peulen behoren tot de vlinderbloemigen, net als bijvoorbeeld sperziebonen. Zoals ik me afvraag waarom courgettes zo duur zijn in de winkel (terwijl de opbrengst zo groot is), zo vraag ik me ook af waarom doperwten in de winkel juist vrij goedkoop zijn; het telen van doperwten en peultjes is veel werk (al wordt in de professionele teelt natuurlijk gebruik gemaakt van machines), en de opbrengst is relatief klein.

Er zijn rassen die vooral voor de teelt van peultjes zijn ontwikkeld, waarbij malsheid van de peul voorop staat, samen met draadloos, niet te snelle ontwikkeling van een erwtje, etc.). En er zijn rassen ontwikkeld voor de teelt van doperwten: voldoende erwten per peul, en kleine maar zoete doperwtjes (of juist grotere, zetmeelhoudende erwten voor bijvoorbeeld soeperwten).

Persoonlijk: we vinden peultjes lekker, maar de ’tussenvorm tussen doperwt en peul’, de sugarsnaps (foto hierboven van de sugarsnap Delikett, en ook nog even de tekst hieronder), heeft hier een streepje voor.

Erwten en peulen zijn eenjarig. Ze hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Niet alleen de peultjes en/of erwtjes zijn eetbaar, ook de jonge topjes en rankjes kun je oogsten (ze worden vaak erwtenscheuten genoemd, in het Engels pea shoots, mocht je recepten zoeken).

Zoals gezegd hebben rassen die specifiek voor de doperwt zijn gekweekt niet een bijzonder lekkere peul (hoewel er uitzonderingen zijn natuurlijk). De jonge felgroene erwtjes worden uit de peulen “gedopt” en gegeten. Ze hebben, afhankelijk van het ras, een bijzonder zoete smaak; zoeter maar vooral ook zachter en meer doperwtensmaak dan doperwten uit de diepvries (die we trouwens ook lekker vinden hoor).

Mooi; peul Shiraz (leuke naam ook!. Dit zijn dus de eigenlijke vruchten, hierin worden de zaden (doperwten) gemaakt. Het grote voordeel van peultjes is dat, wanneer je eens te laat bent met plukken en de peul niet meer op haar lekkerst is, je haar gewoon door kunt laten groeien waardoor je niet de peul oogst maar wacht tot ze doperwten geeft.

Bedenk daarbij wel dat dat niet de bedoeling was van de kweker; het zou kunnen dat de doperwten die uit dat soort peulen komen niet zo zoet zijn en meer zetmeel bevatten, dat hangt af van het ras dat is gebruikt. Deze zoete peultje/erwtjes zijn zeer dikwandig, en sappig, en knapperig, en zoet, met al in een jong stadium een net zo zoet doperwtje erin. Het zijn van de peulen onze favorieten, maar dat is voor iedereen anders; echte ouderwetse peultjes hebben een wat weeïge smaak die juist door veel mensen heel erg lekker wordt gevonden.

Er zijn lagere en hogere rassen, zowel bij de peulen als doperwten en sugarsnaps. De laatste 10 jaar zie ik dat er steeds minder hoge rassen zijn en de termen ‘stam’ en ‘rijs’ ook amper nog worden gebruikt. De steeds lagere rassen worden in de beschrijving nu gewoon in centimeters beschreven. Let bij de teelt dus vooral gewoon goed op de beschrijving van het ras en pas je steunmateriaal daar op aan.

Op de foto: tweeledige oplossing: een vrij laag rek van zo’n 100 centimeter hoog waar de doperwten Tristar met een hoogte van 60-70 centimeter aan zijn uitgeplant. Eromheen staan wat stokken waarover een blauw vogelnet is gedrapeerd en onderaan vastgezet met balkjes en stenen. Aan het rek kunnen de planten zich prima vasthouden als ze groeien, en het net eromheen beschermt de planten tegen vogelvraat. Als de planten zo’n 40 centimeter hoog zijn mag het net eraf, de stokken blijven staan.

De laagste rassen hebben officieel geen steun nodig. Maar de planten zijn vaak wel slungelachtig en kunnen omvallen/hangen. Dat is op zich niet zo’n probleem, zolang de bloemen maar bestoven kunnen worden en de peulen niet in de modder liggen. De lage rassen vragen daarentegen wel wat minder werk en de opbrengst valt wat eerder. En de tendens is, zoals al eerder genoemd, dat er steeds meer lagere rassen verschijnen en die flink worden doorontwikkeld.

Onze voorkeur ligt duidelijk bij die laatste groep, maar er zijn mensen die toch ook de karakteristieke erwtensmaak van de bovenste soort in bepaalde gerechten lekker vinden. Het is in ieder geval leuk en makkelijk wanneer je gaat zaaien: aan de zaden zie je wat je kunt verwachten in de smaak: hoe gekreukter de zaden, des te zoeter de smaak. Hoe ronder de zaden, des te meer zetmeel en minder suikers ze zullen bevatten.

En ook nog even: de kapucijner is in principe ook een erwt (beiden dragen dan ook dezelfde Latijnse naam Pisum sativum), en zou dus ook in dit hoofdstuk genoemd kunnen worden. Maar omdat we de kapucijner op een heel andere manier ook heel erg lekker vinden en ze toch ook wat andere teeltzorgen, rassen, etc.

De erwt/peul is een echte voorjaarsplant, ze groeit beter in het frisse voorjaar dan in de warme zomer. Erwten en peulen houden niet van teveel warmte, eigenlijk in alles het liefst gemiddeld: niet te nat, niet te droog, niet te koud, niet te warm, etc. Hier doet ze het, al zou je het niet zo snel verwachten, prima op zware grond. We kiezen wel vaak voor de hogere rassen zodat de wind wat kan helpen met opdrogen na regen. We spitten in de winter alleen wat rijpe compost onder.

Erwten en peulen houden van een zonnige standplaats in niet te natte grond. Om die reden telen we haar zelf in onze tuin met vette, natte klei de laatste jaren ook wel eens in een verhoogde bak. Na erwten en peulen kun je vaak nog wat anders telen want de oogst is natuurlijk relatief vroeg. Late koolsoorten volgen graag peulen/erwten op (laat dan vooral de wortels in de grond zitten zodat de kool kan profiteren van de stikstof die ze bevat en mest wel nog wat bij want koolgewassen zijn nogal slokoppen als het om voeding gaat).

Ook bijvoorbeeld sla en andijvie of late worteltjes, bietjes, etc. Erwten en peulen kiemen en groeien bij lage temperaturen. We zaaien ze zelf graag voor in februari, in de onverwarmde kas. Je kunt ze ook ter plaatse zaaien maar bescherm de zaden dan wel met een net of vliesdoek tegen vogelvraat en muizen. Je kunt erwten en peulen ook nog binnenshuis zaaien als je dat prettiger vindt, maar bedenk dat ze dus echt niet van warmte houden.

Daarnaast zijn de dagen in februari nog kort en in huis is minder licht en meer warmte; de kans op het lang en dun en zwak opgroeien van de zaailingen is groot. Wil je erwten- en peulenzaden binnen zaaien, zoek dan het koelste en tegelijkertijd lichtste plekje in huis. Zelf zaaien we in trays, in potgrond waar wat grof brekerzand doorheen is gemengd. De tray zetten we dan in een bak, en die bakken dekken we af met een plaatje glas of perspex.

Ook bij het uitplanten zul je de de jonge zaailingen de eerste weken nog moeten beschermen tegen vraat; met een net of vliesdoek. Als de zaailingen zo’n 30 centimeter hoog zijn en willen gaan klimmen, kun je het beschermmateriaal weghalen want dan zijn de planten niet interessant meer voor vogels.

Ik heb hier wel gezien dat duiven gewoon op het hekwerk zaten en zo makkelijk de peulen konden opeten. Maar het allerliefst eten ze de jonge toppen van de planten eten. Op onderstaand kort filmpje zie je een rek met doperwten in onze tuin in juni. Je kunt zo een klein beetje inschatten wat de oogst per plant of per rij is (wij planten doperwten aan beide kanten van het rek, de zaailingen ongeveer 5 centimeter van elkaar.

En je ziet er ook gelijk dat de bovenkant van de planten plukkerig en kaal zijn, opgevreten door de duiven, van de erwten zelf bleven ze gelukkig af. En pluk; in de oogstperiode kun je vaak wel om de dag een klein maaltje of een flinke hand plukken. Peultjes bloeien trouwens bijna altijd met fris witte bloemen (foto boven). Maar soms bloeien (zeker peultjes) ook wel in lila tot paarsrood. Voorbeelden daarvan zijn de Shiraz, Carouby de Maussane, en de gele peul Golden Sweet.

De stengels van deze planten breken gemakkelijk, terwijl de peulen zelf behoorlijk vast zitten. Jonge doperwten zijn ook zoeter en smakelijker dan te groot en melig geworden. Het is altijd in het begin even gokken wanneer je ze het beste plukt: wanneer ze nog te jong zijn is het zonde omdat de doperwten nog niet volgroeid zijn, als je te lang wacht kan de zoete smaak al minder worden en het gehalte zetmeel toenemen. Je plukt doperwten in principe wanneer de peul al mooi rond is maar nog wel veerkrachtig en groen.

Op deze foto zie je dat niet alle doperwten in één keer geoogst kunnen worden. Eet peultjes vooral dezelfde dag, dan zijn ze nog lekker knapperig, maar je kunt ze ook nog wel 2 of 3 dagen in de koelkast bewaren (zodat je oogst elke dag iets groter wordt en je na 3 dagen een heel maaltje bij elkaar hebt). Ook doperwten zijn vers geplukt natuurlijk het allerlekkerst.

Mocht je genoeg doperwten kunnen oogsten om ook nog flink wat over te houden; je kunt ze prima invriezen. Bovendien gaat de al eerder genoemde omzetting van suikers naar zetmeel in de doperwt gewoon door wanneer de doperwt eenmaal is geplukt. Ik vries doperwten rauw in.

Erwten en peulen zijn in principe zelfbestuivend, maar insecten kunnen wel kruisbestuiven, dus zorg wel voor voldoende afstand tussen 2 rassen voor zaadteelt. Om zaad te winnen teel je de peulen/erwten op de gewone manier maar je oogst ze pas als de peulen helemaal geel en hard zijn geworden. Knip dan de planten net boven de grond af en laat de peulen aan de planten nadrogen. Persoonlijk vind ik het prettig om ook de erwten voor zaadteelt 2 dagen in de vriezer te leggen, zodat er zeker geen ziekten/aantasting door larven komt (zie meer daarover bij de zaadteelt in het hoofdstuk Bonen).

Zijn doperwten gezond?

Doperwten zijn namelijk kleine krachtpatsers als het gaat om voedingswaarde. Ze zitten boordevol essentiële vitamines, mineralen en vezels die uw lichaam nodig heeft om optimaal te functioneren. Laten we eens dieper ingaan op wat deze groene vrienden zo gezond maakt. We kijken bijvoorbeeld naar de vezels in doperwten en de rol die ze spelen in uw spijsvertering.

Doperwten zijn een uitstekende bron van verschillende vitamines en mineralen die essentieel zijn voor uw gezondheid.

  • Vitamine K: Cruciaal voor bloedstolling en botgezondheid.
  • Vitamine C: Een sterke antioxidant die uw immuunsysteem versterkt en uw lichaam beschermt tegen schade door vrije radicalen.
  • Mangaan: Speelt een rol bij de stofwisseling en beschermt uw cellen tegen schade.
  • Foliumzuur (vitamine B11): Belangrijk voor de celgroei en -ontwikkeling, vooral tijdens de zwangerschap.

Deze combinatie van vitamines en mineralen maakt doperwten tot een waardevolle toevoeging aan uw dagelijkse voeding. Ze ondersteunen diverse lichaamsfuncties en dragen bij aan uw algehele welzijn.

Doperwten zijn een goede bron van voedingsvezels. Vezels zijn essentieel voor een gezonde spijsvertering en kunnen u helpen om een verzadigd gevoel te behouden, waardoor u minder snel overeet. De vezels in doperwten bevorderen een gezonde darmflora en kunnen helpen bij het voorkomen van constipatie. Bovendien kunnen ze bijdragen aan het verlagen van uw cholesterolgehalte en het stabiliseren van uw bloedsuikerspiegel.

Wist u dat doperwten ook een goede bron van plantaardige eiwitten zijn? Eiwitten zijn essentieel voor de opbouw en het herstel van uw spieren, en ze geven u een langdurig verzadigd gevoel. Dit maakt doperwten een uitstekende keuze voor vegetariërs en veganisten die hun eiwitinname willen verhogen.

U vraagt zich wellicht af welke vorm van doperwten het gezondst is. Verse doperwten zijn natuurlijk de ideale keuze, omdat ze direct van het land komen en hun maximale voedingswaarde behouden. Helaas zijn verse doperwten niet altijd beschikbaar. Diepvries doperwten zijn echter een uitstekend alternatief, omdat ze direct na de oogst worden ingevroren, waardoor de meeste vitamines en mineralen behouden blijven. Doperwten uit blik kunnen ook een optie zijn, maar ze bevatten vaak meer natrium en minder voedingsstoffen dan verse of diepvries doperwten.

Hoe doperwten te gebruiken?

Het integreren van doperwten in uw dieet is verrassend eenvoudig en veelzijdig.

  • Maak een doperwtenpuree: Een heerlijk en gezond alternatief voor aardappelpuree.
  • Gebruik doperwten in salades: Doperwten geven een frisse en knapperige textuur aan uw salades.
  • Roerbak doperwten met andere groenten: Een snelle en gemakkelijke manier om doperwten in uw maaltijd te verwerken.

Hoewel doperwten over het algemeen gezond zijn, zijn er enkele mogelijke nadelen waar u rekening mee moet houden. Sommige mensen ervaren bijvoorbeeld winderigheid of een opgeblazen gevoel na het eten van doperwten, vanwege de aanwezige vezels. Het is daarom aan te raden om doperwten in kleine porties te introduceren en uw lichaam eraan te laten wennen. Daarnaast bevatten doperwten fytaten, stoffen die de opname van bepaalde mineralen kunnen belemmeren. Dit is echter meestal geen probleem als u een gevarieerd dieet volgt.

Kan ik doperwten rauw eten?

Om maar gelijk te beginnen met het antwoord: JA! Het is veilig om vaak peulvruchten te eten. Rauw peulvruchten bevat de natuurlijke gifstof lectine. Peulvruchten uit pot, blik of diepvries daarentegen zijn al voldoende verhit, waardoor er geen schadelijke hoeveelheden lectine meer aanwezig is.

Peulvruchten zijn goed voor je gezondheid omdat ze het LDL-cholesterol verlagen. De teelt en productie van peulvruchten heeft een lage klimaatbelasting. Peulvruchten behoren tot de vlinderbloemige planten. De vruchten daarvan noemen we peulen, en peulvruchten zijn dus de peulen of de zaden daarin. Onder peulvruchten vallen bijvoorbeeld bruine, witte en zwarte bonen, kapucijners, kievitsbonen (borlotti), linzen en kikkererwten.

‘Groene’ peulvruchten zoals sperziebonen, snijbonen, doperwten, peultjes, sugarsnaps en kouseband worden gerekend tot de groente. Ook gekiemde peulvruchten, zoals taugé, worden tot de groente gerekend.

Doperwten zijn peulvruchten, maar worden meestal gezien als groente. Ze bevatten namelijk in tegenstelling tot andere peulvruchten vitamine C en worden ook als groente gebruikt. In veel peulvruchten de natuurlijke gifstof lectine voorkomt. Door het koken raakt de giftige stof uitgewerkt. Eet ze dus niet rauw.

Wanneer je peulvruchten introduceert in je eetpatroon kun je plotseling (veel) winderigheid ervaren. Wanneer je darmen eenmaal zijn gewend aan het vaak/vaker eten van peulvruchten zal dit weer verminderen. Ik raad je aan om niet van niets naar ineens heel veel peulvruchten te gaan.

Lectine wordt door verhitting onschadelijk gemaakt. Bij gedroogde peulvruchten maak je lectines onschadelijk door ze te weken in water en daarna minimaal 10 minuten te koken. De hoeveelheid lectine in verse sojabonen is lager dan in gedroogde peulvruchten, maar hoeveel lager weten we niet precies.

Hoewel peulvruchten hartstikke gezond zijn, kunnen ze schadelijk zijn wanneer je ze niet op de juiste manier bereidt. Dit komt door de giftige stof lectine. Een planteneiwit dat van nature in peulvruchten voorkomt. Wanneer je rauwe peulvruchten eet, kan lectine binnen enkele uren klachten zoals buikpijn, misselijkheid en diarree veroorzaken.

Het beste moet je oppassen met rauwe kidneybonen die hoge concentraties lectine bevatten. Maar geen zorgen! Als je peulvruchten op de juiste manier kookt, wordt lectine onschadelijk gemaakt en kun je ze veilig eten.

Uit pot of blik en uit de diepvries zijn ze al geblancheerd en dus direct te gebruiken.

labels:

Zie ook: