Laura Starink, slaviste en journaliste, schreef het boek Duitse wortels. Mijn familie, de oorlog en Silezië. In haar boek 'Duitse wortels. Mijn familie, de oorlog en Silezië' vertelt Laura Starink het aangrijpende verhaal van haar moeders Duitse familie tussen 1933 en 1950.
In een prettige stijl met hier en daar een kwinkslag doet de auteur verslag van wat ze hoort, ziet en leest. Ze bestudeert familiedocumenten, krantenartikelen, archiefstukken en het door haar herontdekte literaire werk van August Scholtis (1901-1969), een ver familielid, die het vroegere Silezië in zijn werk doet herleven. En ze verdiept zich opnieuw in de bandopnamen met de gesprekken, die zij tijdens hun Polenreis in 1994 met haar moeder voerde.
Een familiegeschiedenis in context
Tegelijk werpt zij licht op de roerige geschiedenis van Duitsers in Silezië, het gebied dat eeuwenlang heen en weer is geschoven tussen Pruisen, Rusland, Polen, Bohemen en Oostenrijk. Hier speelt de geschiedenis van haar katholieke Duitse voorouders zich af.
Het persoonlijke verhaal staat op de voorgrond. Het is juist fijn. Als je geïnteresseerd bent in wat de grote geschiedenis doet met de kleine mensen is een familiearchief heel handig. Details zijn altijd belangrijk in een boek, ze geven een twist aan het verhaal.
Elinor's jeugd in Silezië
Elinor Cibis, de moeder van Slaviste en journaliste Laura Starink (1954), werd in 1924 geboren in Mikultschütz, een klein stadje in Silezië in het verre Oosten van het toenmalige Duitsland. Hier had Elinor als oudste van een gezin met zes kinderen tot eind 1944 een onbezorgde kindertijd en jeugd. Elinors vader Georg was leraar op de Pestalozzi Schule, tijdens het nationaalsocialisme omgedoopt in ‘Adolf Hitler Schule’.
Pas vijftig jaar later zag Elinor de plaatsen van haar jeugd terug. Mikulczyce, zoals Klausberg nu heette, was een lelijk en vervallen mijnwerkersstadje in ‘de kolenpot van Kattowitz’, het Roergebied van Opper-Silezië in Polen. Weinig herinnerde aan het verzorgde Duitse stadje dat het ooit was.
Kort na Elinors vertrek was ook in Klausberg de ellende van de Tweede Wereldoorlog doorgedrongen - met fatale gevolgen voor het gezin Cibis. Zo lezen we hoe oma Martha in januari 1945 met haar jongste kinderen voor het Rode Leger naar het Reuzengebergte vlucht en aan de ontberingen overlijdt; hoe Elinors jongere zus Inge in Auschwitz een aantal maanden dwangarbeid voor de Russen moet verrichten en hoe opa Georg zich, ontdaan van al zijn bezit, met zijn jongste kinderen in het uiterst vijandige nieuwe Polen moet zien staande te houden.
De zoektocht naar antwoorden
Na haar moeders dood in 2008 zoekt Starink opnieuw antwoorden op de prangende vraag hoe de familie Cibis zich in nazi-Duitsland eigenlijk gedragen had. Is het ‘Wir haben es nicht gewusst’ ook op hen van toepassing? Was opa Georg Cibis een Hitleraanhanger? Wat wisten haar moeder en haar familie van de Jodenvervolging, de Cibissen woonden immers slechts zestig kilometer van Auschwitz? En was het niet raar dat haar moeder in 1944 op kosten van het Hitlerregime in het Zwitserse Davos een langdurige tuberculosekuur mocht ondergaan?
Daarover en over de oorlog in het algemeen was in huize Starink vroeger niet of nauwelijks gesproken. Starinks zoektocht levert een geslaagd boek op, dat haar familieverhaal in zijn historische context plaatst en nergens de verdenking van ‘slachtofferkitsch’ oproept. Persoonlijk betrokken maar met de kritische blik van de journalist (Starink schreef eerder twee boeken over Rusland en was jarenlang werkzaam bij NRC Handelsblad) bezoekt ze alle plekken van haar moeders jeugd, spreekt ze uitvoerig met Poolse historici en met een broer, zussen en tijd- en plaatsgenoten van haar moeder.
Alledaags leven in het Derde Rijk
Uit de naoorlogse verhalen van Elinor en de twee oudste zussen Inge (1926) en Lotte (1928) blijkt vooral hoe alledaags het leven in het Derde Rijk voor hen geweest moet zijn. Ze waren jong, levenslustig en kenden van kinds af aan niets anders dan die schreeuwerige nationaalsocialistische retoriek. Plichtmatig voegden ze zich in de heersende nazi-orde en probeerden er soms aan te ontkomen, dat wel.
Hoe schokkend moet na de oorlog de waarheid over de Holocaust voor de zusjes Cibis geweest zijn. De gruwelijke betekenis van zoiets als haar bijna volledig ingevulde en in 1943 met hakenkruis afgestempelde Ahnenpass (voorouderpaspoort), het bewijs van een zuivere Arische afstamming en tevens een beknopte weergave van de ook op haar school verplichte nationaalsocialistische rassenleer, zal na de oorlog ten volle tot Elinor zijn doorgedrongen - en haar hebben doen verstommen.
Over de oorlog werd in haar jeugd aan tafel nooit gesproken. ‘Dat kan ik niet uitleggen,’ zei haar moeder, geboren in Silezië aan de grens met Polen. Toen voor Europa de bevrijding kwam, begon voor de Duitsers daar de oorlog pas echt.
De vlucht en het verlies van de Heimat
Het vluchtverhaal van de Cibissen is exemplarisch voor dat van miljoenen andere Duitse Vertriebene, die tot 1950 ontredderd en ontheemd uit de Duitse Ostgebiete in de Bondsrepubliek terechtkwamen. Een treurzang wil de geschiedenis van de familie Cibis echter niet zijn. Haar familie klaagde nooit over het verlies van de Heimat.
Laura Starink reconstrueert het verhaal van een gewoon leraarsgezin aan de rand van het Derde Rijk. De kinderen gingen naar de Adolf Hitler Schule, de Hitlerjugend en de Arbeitsdienst, tot de Russen kwamen. ‘Nergens larmoyant.
labels:




