Voor veel liefhebbers is de kweek het mooiste onderdeel van hun hobby. Twee duiven bij elkaar zetten kan iedereen, maar de kweekperiode verloopt niet bij iedere liefhebber altijd even vlot. Zelf ben ik tevreden met 80-90 bevruchte eieren en dito zoveel gezonde jongen. Jonge duiven horen (mits genetische gebreken) niet uit te vallen in het nest. 1 sterfgeval of slecht groeiend jong kan toeval zijn, maar meerdere slecht groeiende en/of stervende jongen wijst op een ziekte of een tekort! Als u meerdere sterfgevallen bij nestjongen (of eieren die op uitkippen staan maar ineens donker kleuren) ziet is het dus tijd om uw duivenarts te kontakteren.
Mogelijke oorzaken van het niet uitkomen van duiveneieren
Normaal gesproken kun je 7 tot 10 dagen na het koppelen het eerste ei verwachten. Maar een enkele keer zien we dat eierleg achterwege blijft. Het achterhalen van de juiste oorzaak is niet altijd heel eenvoudig.
Niet-pathologische oorzaken
- Mislukte koppeling: Duivin en doffer zijn niet te koppelen, er wordt niet gepaard dus ook geen eieren gelegd. Als er geen paarvorming tot stand komt komen er ook geen eieren. Een dergelijk paar alleen apart in een hok zetten wil nog wel eens helpen om toch de paarvorming te laten slagen.
- Beperkt aantal eicellen: Een duivin heeft maar een beperkt aantal eicellen. Is het op, dan komen er geen eieren meer. Bij een geslaagde koppeling komt het dan ook niet meer tot eierleg door het simpele feit dat de eicellen van de duivin zijn verbruikt. Er worden dan geen eieren meer gelegd terwijl de duif verder gewoon gezond is. Het laatste eitje dat gelegd wordt is vaak een zeer klein eitje. Is het op, dan komen er geen eieren meer. Dit kan wel eens gebeuren bij oudere duivinnen boven de circa 5 jaar oud. Ervan uitgaande dat je de duivin voorheen niet om de tien dagen eieren hebt laten leggen.
- Winterkweek: Wordt er tijdens de winter gekweekt, is er door het aantal te weinig lichturen de prikkeling om eieren te leggen minder geworden. Verder zien we bij de zogenaamde winterkweek, waarbij het daglicht kunstmatig verlengd wordt, dat er bij zeer koud weer ook onvruchtbare, ook wel ‘klare eieren’ genoemd, worden geproduceerd. Om de productie van sperma op gang te brengen is een langere daglengte vereist dan in de winterperiode, dit wordt door gebruik te maken van kunstlicht geforceerd. Maar naast het kunstmatig verlengen van het daglicht blijkt toch ook de temperatuur een rol te spelen.
- Te jonge duivin: Een duivin is simpelweg te jong. Begin pas met kweken wanneer een duivin echt volwassen is. Bij (te) jonge duiven zien we bij het eerste legsel zo nu en dan ook onvruchtbaarheid. Het eerste ei van een jonge duivin is vaak aanzienlijk kleiner dan normaal. Een dergelijk klein eitje heeft soms alleen maar eiwit en geen eicel. Latere legsels zijn probleemloos hoewel in een enkel geval ook het tweede legsel nog problemen kan geven.
- Te vette duiven: Te vette duiven. Wat niet hoeft te betekenen dat ze te dik zijn maar met een te vet voer wordt gevoederd zonder de duiven regelmatig te laten vliegen. Vette duiven hebben meer moeite met treden (paren) en eieren leggen.
Pathologische/farmaceutische oorzaken
- Afwijkingen aan de eileider: Zo kunnen er afwijkingen zijn aan de eileider waar een Salmonella infectie (paratyfus) bijvoorbeeld voor verantwoordelijk is.
- Medicijngebruik: Maar ook behandelingen met medicamenten kunnen de oorzaak van onvruchtbaarheid zijn. Ook duiven die medicamenteus behandeld zijn, bijvoorbeeld met glucocorticoïden, kunnen verantwoordelijk zijn voor vruchtbaarheidsstoornissen. Ook kan het gebruik van medicamenten als benzimidazoles (in middelen tegen endoparasieten) de broedresultaten negatief beïnvloeden. Maar ook van middelen die veel meer gebruikt worden om trichomonase (’t Geel) te bestrijden is het niet zeker of ze geen invloed hebben op een succesvol broedproces. Zeker zogenaamde preventie kuren kunnen daarom tijdens de kweekperiode beter achterwege worden gelaten.
Andere oorzaken
- Embryonale sterfte: Verder kun je andere problemen tegen komen zoals een embryonale sterfte. Wat kan gebeuren bij het overleggen van eieren. Stel dat je de net gelegde eieren een aantal dagen moet bewaren voordat je ze kan overleggen. Een embryonale sterfte kan voorkomen wanneer je de eieren niet regelmatig keert maar ook een te lage temperatuur kan een oorzaak zijn. Ook als eieren bewaard worden om over te leggen kan er embryonale sterfte optreden. Het te lang of onder slechte condities bewaren (koelkast) van de eieren kan embryonale sterfte veroorzaken. Eieren moeten worden bewaard op kamertemperatuur.
- Tekort aan vitaminen en mineralen: Tekort aan vitamine en mineralen kan een oorzaak zijn voor onbevruchte eieren. Een zo gevarieerd mogelijk voer is belangrijk in de broed periode waarmee je al enkele weken voordat je gaat kweken mee begint. Ook een tekort aan vitaminen of mineralen kan leiden tot veel onbevruchte eieren. Het is daarom zaak om de (kweek)duiven gevarieerd voedsel te geven ruimschoots voor de koppeling, waarbij grit en mineralen niet mogen ontbreken.
- Ongelukken in het kweekhok: Ongelukjes doordat duiven los in het kweekhok vliegen leiden wel eens tot vechtpartijen en breuk van eieren. Om te voorkomen dat ze per ongeluk het verkeerde broedhok in gaan, kun je i.p.v nestmatjes tabakstelen gebruiken. Tabakstelen op de vloer leggen zodat de duiven zelf het nest moeten gaan bouwen. ‘Foutvliegen’ met als gevolg eieren die stuk gaan bij de gevechten of kuikens die gedood worden zijn sterk terug te dringen door niet met nestmatjes, maar met nestmateriaal te werken. Dit nestmateriaal wordt aangeboden op de bodem van het kweekhok. De duiven zullen zo veelvuldig met nestmateriaal hun broedbak in moeten vliegen waardoor ze hun bak goed leren kennen. Het ‘foutvliegen’ zal daardoor sterk afnemen en daarmee ook de gevechten in de bak als een doffer een foute bak invliegt.
Veelvoorkomende ziektes bij duiven
Om ellende tijdens de kweek te voorkomen is het raadzaam de duiven vóór aanvang van de kweek te laten controleren op de uitscheiding van onder andere de Salmonella-bacterie. Vaak wordt deze bacterie al lange tijd uitgescheiden vooraleer de eerste ziekteverschijnselen zich tonen. Als de duiven als gevolg van het koppelen onder stress komen te staan (drijven/ leggen etc.) gaat de uitscheiding vaak omhoog en steken ziektes vaak de kop op! Zolang de duiven een lichte infectie met haar- en of spoelwormen onder de leden hebben kan het lichaam van de duif daar redelijk tot goed mee omgaan. Maar zodra er meer van een duif gevraagd gaat worden dan alleen eten en slapen zullen de symptomen van een infectie met wormen snel duidelijk worden, zoals bijvoorbeeld tijdens het azen van de jongen. Dit zijn nu net niet de momenten om duiven te behandelen voor dit soort infecties!
Hieronder een overzicht van enkele veelvoorkomende ziektes bij duiven:
- Salmonella (paratyphus): Dit komt veelvuldig voor bij duiven. Preventie is mogelijk door vaccinatie. Bij een aangetoonde besmetting moeten de gehele koppel behandeld worden. (Kuur minimaal 10 dagen). Tijdens of na de kuur kunnen de duiven ook gevaccineerd worden. Verder is het aan te bevelen tijdens de kuur het hok schoon te maken en te ontsmetten (b.v. branden) om de kans op een nieuwe infectie te verkleinen. Het aantonen van een infectie kan d.m.v. mestonderzoek of d.m.v. kweek bij sectie van gestorven dieren.
- Adenovirus/E. Colicomplex: Van het adenovirus zijn tot nu toe 2 stammen bekend, die tot ziekte bij duiven kunnen leiden. Tegen deze vorm is momenteel geen vaccin en ook geen therapie beschikbaar. De tweede stam veroorzaakt ook een leverontsteking, maar deze verloopt milder. De duiven gaan niet acuut dood, maar zitten in elkaar, eten niet, drinken vaak veel, braken en hebben dunne, slijmige groene mest. Door verminderde weerstand krijgen de dieren vaak een (secundaire) E. Coli infectie. Bij oudere duiven komt adeno-coli individueel voor, bij jonge duiven raakt i.h.a. het hele hok besmet. In dit geval is er ook geen vaccin, maar is therapie gelukkig wel mogelijk. We zien uitbraken van adeno-coli vaak nadat de duiven aan stress zijn blootgesteld. Dit is niet vreemd, omdat stress i.h.a. weerstandsdaling geeft.
- Ornithosecomplex: Ornithose is nog steeds de grootste veroorzaker van verminderde vliegprestaties. De oorzaken van ornithose zijn verkeerde ventilatie, infecties met virussen (bijv. herpesvirus) of bacteriën (bijv. Chlamydia) en wisselende klimaatomstandigheden (vaak i.c.m. vrachtwagenvervoer!). Jonge duiven zijn erg gevoelig voor infecties die ornithose veroorzaken. Wel moet er voor gezorgd worden dat de duiven in een frisse ruimte zitten (een open ren, of een groot raam met windbreekgaas er in). Als oude duiven vaker per seizoen ornithose ontwikkele is dit een aanwijzing voor een slecht hokklimaat. Daarom moet naast een behandeling (met antibiotica) ook het hokklimaat geëvalueerd worden.
- Trichomoniasis / Hexamitiasis: dit zijn 2 verschillende eencellige parasieten uit dezelfde groep. Hexamiten vinden we in de darm van vooral jonge duiven en Trichomonaden komen in de krop voor, zowel bij jonge als bij oude duiven. De therapie bestaat uit een kuur van minimaal 5 dagen met ronidazole of dimetridazole.
- Wormen: Bij duiven komen we verschillende soorten wormen tegen. De meeste problemen ontstaan door spoelwormen en haarwormen, die in tegenstelling tot de spoelwormen vrijwel niet zichtbaar zijn met het blote oog. Infectie geschiedt, doordat duiven wormeieren via de mond binnen krijgen. Deze wormeieren ontwikkelen in de duif binnen een aantal weken tot volwassen wormen, die vervolgens weer eieren gaan produceren. Deze wormeieren worden dan weer met de mest uitgescheiden. De therapie bestaat uit een koppelbehandeling van het hele hok. Daarnaast moet de mest uit het hok verwijderd worden en het hok ontsmet worden d.m.v. uitbranden. Denk hierbij ook aan schoeisel.
- Coccidiose: Ook deze infectie wordt veroorzaakt door een ééncellige darmparasiet. Coccidiose komt bij vrijwel alle duiven voor maar kan bij de aanwezigheid van grote aantallen bloedarmoede en conditieverlies veroorzaken. Daarnaast kunnen andere ziektes als paratyphus en adeno-coli eerder aanslaan bij grote aantallen coccidiën. De behandeling van coccidiosis bestaat uit een koppelbehandeling, dan wel d.m.v. een individuele behandeling met tabletten.
Tips voor een succesvolle kweek
- Zorg voor de juiste voeding: Geef na “stress momenten” de duiven enkele dagen licht verteerbaar voer. Verstrek de duiven extra eiwitten over en/of door het voer gedurende het opgroeien van de jongen. Zo kweekt u vollere en zachtere jongen. Goede eiwitrijke aanvullingen zijn bijvoorbeeld eivoer, kuikenkorrel (opfokkorrel) of tovo. Een zo gevarieerd mogelijk voer is belangrijk in de broed periode waarmee je al enkele weken voordat je gaat kweken mee begint.
- Hokmanagement: 1. Allereerst zorgen voor een goed hokklimaat en een goede omgeving. Geen overbevolking, niet te veel jonge duiven van verschillende melkers bij elkaar zetten. Een andere zéér belangrijke factor die meespeelt bij luchtweginfecties is het hokklimaat! Een goed hok is droog en tochtvrij maar met toch voldoende aanvoer van verse lucht.
- Preventieve maatregelen: Om ellende tijdens de kweek te voorkomen is het raadzaam de duiven vóór aanvang van de kweek te laten controleren op de uitscheiding van onder andere de Salmonella-bacterie. 2. Met een goed vaccinatieschema: tijdig de jonge duiven enten voor Paramyxo, 2 x enten is ook aan te raden. 3. Tricho 40 of Tricho 50 wordt ook best gelijktijdig gegeven. Zorg ervoor dat vooral bij jonge duiven alvorens te gaan africhten vrij zijn van het ornithose -complex.
- Wees geduldig tijdens het uitkomen: Laat het ei gewoon liggen soms kan het 24 uur duren voordat het jong uit het ei is. Lukt hem dat niet zelf is dat een teken van gebrek aan vitaliteit.
- Gebruik van Recup-Quick: Wanneer de jonge duiven van pap naar hard voer over gaan zien we vaak overmatige vochtopname van de ouderduiven met nestspuiters als gevolg. Door de grote opname aan water raakt de stofwisseling van de oude duiven uit balans. Wij gebruiken ter preventie Recup-Quick (30 ml /Liter). Dit is een uitgebalanceerd middel op basis van essentiële aminozuren, elektrolyten en vitaminen die zowel de behoeften van de ouderduiven als die van de jongen op peil houdt tijdens het opgroeien van de jongen. Wij beginnen dit middel standaard te geven wanneer de oudste jongen 4 dagen oud zijn en stoppen ermee wanneer de jongste 10 dagen oud zijn. Dit middel is een zeer welkome aanvulling op het dieet van de duiven. Wanneer de nestspuiters zich al voordoen verstrekken wij de duiven Diarreemiddel voor nestspuiters totdat de mest beter wordt.
labels: #Ei




