Hoe gaaf zou het zijn om net als Danaerys uit Game of Thrones een eigen draak te hebben die al je vijanden verandert in smeulende hoopjes as?
Met de DracARys-app broed je op je smartphone een drakenei uit, waarna je een babydraak moet verzorgen, opvoeden en africhten. De nieuwe app van HBO heeft wat weg van de klassieke Tamagochi, het interactieve speeltje waarmee je moest zorgen voor een virtueel huisdier. Dit gaat met handgebaren en Valyrische woorden uit de wereld van Game of Thrones en de nieuwe prequelserie House of the Dragon.
Zodra je draak volwassen is kan hij rondvliegen en contact leggen met andere draken.
DracARys: Augmented Reality Drakenei Uitbroeden
De app maakt gebruik van augmented reality of AR, wat wil zeggen dat dankzij de camera van je smartphone beelden van je omgeving worden gecombineerd met een animatie van je draak. Je ziet hem dus 'net echt' op je bureau, en als hij wat ouder is vliegt hij door de lucht.
In de video die HBO Max presenteerde zie je hoe dat eruit ziet. De DracARys-app vind je op Google Play voor Android-toestellen. Apple-gebruikers kunnen terecht in de App Store.
Is zo'n virtueel huisdier niets voor jou? Dan weet je nu tenminste wat er aan de hand is als je over een poosje mensen om je heen enthousiast hun smartphone naar de hemel ziet richten.
Kijk je liever naar de serie, dan moet je nog een paar weken geduld hebben. Op 22 augustus gaat House of the Dragon van start op HBO Max.
De Symboliek van de Draak
Het fabeldier de draak vinden we al terug in de Oudheid. Het woord draak komt van het Latijn ‘draco’, wat grote slang betekent en dit komt weer van het Griekse drákōn. Dit zou ‘het scherpziende dier’ betekenen. Misschien heeft dit iets te maken met de vermeende hypnotische krachten van slangen en draken.
Klassieke schrijvers zoals Aristoteles en Plinius gebruiken slang en draak door elkaar voor hetzelfde wezen. De draak is dus in wezen een monsterachtig grote slang. Qua symboliek staan deze beide wezens ook in elkaars verlengde.
De oudste voorbeelden van draken zoals de Sumerische Tiamat, de Griekse Python, Hydra en Ladon, de Noordse Nidhoggr en Jörmungand en de Hebreeuwse Leviathan zijn allemaal grote slangen.
Vanaf de middeleeuwen verandert dit beeld van een draak als grote slang langzaam maar zeker naar een slangachtig, vuurspuwend monster met vleugels en/of poten. Zo wordt dit wezen eigenlijk een samenstelling van verschillende dieren.
(Daarmee is hij te vergelijken met andere fabelwezens zoals de basilisk, de chimaera en de griffioen.)
Qua uiterlijk is de Germaanse Lindorm of Lintworm de eerste uitbreiding van deze slang-draak. Hij wordt omschreven als een slang-achtige met twee poten.
Het woord lintworm is een tautologie, lint en worm betekenen namelijk beide slang. De volgende uitbreiding wordt de ‘wyvern’ genoemd, deze draak heeft naast twee poten ook twee vleugels.
De complete klassieke draak zoals we hem kennen uit de verhalen rondom koning Arthur en uit de legende van sint Joris heeft meer van een hagedis. Hij heeft vier poten, een geschubd lijf en vleugels.
De Kosmische Draak
De grootste slang-draak is direct ook de oudste, het is de Egyptische god Apep (of Apophis). Hij is de vijand van de zon en het licht en de heer van chaos. Hij zou geboren zijn uit de navelstreng van de zonnegod Ra.
Hij zit in de onderwereld in het uiterste westen, waar de zon ondergaat. Daar wacht hij Ra op om met hem te vechten. Hij weet zijn entourage met zijn magisch starende oog te hypnotiseren, maar toch wordt hij elke dag weer verslagen door Ra. Hij is zo groot dat hij de titel ‘wereldomcirkelaar’ draagt.
Wellicht is hij daarmee ook de kosmische slang die in zijn eigen staart bijt en daarmee alles omvat. Dit symbool vertegenwoordigt het begin en het einde van de tijd. Waarbij de tijd cyclisch is en chaos tot orde wordt en orde weer tot chaos vervalt. Het verbeeldt de grens tussen de vormeloze wanorde en de ordentelijke wereld die hij omringt.
Bij de Grieken wordt deze slang de Ouroboros genoemd. We vinden deze slang-draak vooral in de Griekse en de Noordse mythologie.
Wie de kosmische wateren bevaart zal volgens de IJslanders Jörmungand tegenkomen. Dit monster was door Odin in de oceaan gegooid die om de Midgaard - de mensenwereld - ligt.
Hij wordt daarom ook wel de Midgaardslang genoemd. Daar op de bodem van de oceaan groeide hij door, tot hij de aarde omcirkelde en in zijn eigen staart beet. Zo komt het dat elke dappere ontdekkingsreiziger die voorbij de bekende zeeën zeilt, Jörmungand zal ontmoeten. Zijn naam betekent mogelijk ‘machtige schim’.
(3) Dit is een toepasselijke naam voor de angst voor het onbekende. Een vergelijkbaar beeld vinden we terug bij de Griekse god Okeanos die ook rondom de wereld ligt. Hij is de verpersoonlijking van de oceaan in de vorm van een man met een slang-achtige vissenstaart.
Ook deze machtige figuur ligt volledig om de - voor ons bekende - wereld heen. (4) Je kan bij dit beeld ook denken aan de draken die werden getekend op middeleeuwse wereldkaarten op de ‘terra incognita’ gedeelten waar de kennis van de bekende wereld ophield.
Deze grens kan je ook zien als de limiet van het ego-bewustzijn. Op de grens van de bekende wereld bereidt men zich voor op het ergste. Ons ego zal het overschrijden van de grenzen van het gewone bewustzijn interpreteren als een vorm van doodgaan. Deze grootste angst is te omschrijven als de dood door het uiteenvallen van het individuele bewustzijn in een oorspronkelijke chaos. Op die plaats zal er altijd een draak opduiken van angst. Dit maakt deze slang de bewaker en de grens van onze perceptie.
Bij deze grens aangekomen zal een gewoon mens vluchten of verstarren. Alleen de helden durven verder te gaan. Bij de wereld die de slang omvat hoeven we niet alleen aan de fysieke aarde te denken. We kunnen ons hierbij ook de hele beleefbare en bewust te maken wereld voorstellen.
De Draak en de Kosmische Boom
Een ander machtig beeld is de draak of slang die aan de voeten van een kosmische boom ligt. Dit is een boom die hemel, aarde en onderwereld met elkaar verbindt. Aan de hemel is deze te zien als het sterrenbeeld Draco.
Dit is ook de draak Ladon die in het uiterste westen de boom met de appelen van de Hesperiden bewaakt. In de Sumerische mythologie vinden we deze wereldboom voor het eerst.
Het was een wilg met de naam Huluppu: toen Anu de hemelgod en Enlil de stormgod hemel en aarde van elkander scheidden, liet Enlil de kosmische boom omwaaien. Inanna, de godin van hemel en aarde vond hem terug aan de oevers van de Eufraat en plantte de boom in haar tuin.
In de wilg nestelden zich echter drie monsters: een slang genaamd ‘Kent geen bekoring’ woonde tussen de wortels, de duistere maagd Lilith in de vork van de stam en de stormvogel Anzu in de kruin. Alleen de held Gilgamesj wist de draak te doden en de andere monsters uit de boom te jagen.
Uit het hout van de wilg maakte hij voor Inanna een bed en een troon en voor zichzelf een trommel en een trommelstok. Mogelijk is hiermee de Huluppuboom tot een vervoermiddel gemaakt om naar de onderwereld te reizen, want de afdaling van Inanna naar de onderwereld is haar volgende avontuur.
In de Edda wordt verteld over de wereldboom Yggdrasil wiens takken zich spreiden over de hele wereld en reiken tot aan de hemel. Zij heeft drie enorme wortels. Eén komt uit bij de Asen, bij de bron van het lot waar de schikgodinnen het lot bepalen.
Eén andere wortel komt uit bij de reuzen. Daar is de bron van Mimir waarin wijsheid en kennis verborgen zijn. De derde wortel komt uit bij de onderwereld. Bovenop de boom zit een enorme arend.
Dit prachtige en uitgebreide beeld van een kosmische boom kan iets zeggen over het energetische systeem van de mens. Mensen lijken op de es Yggdrasil in de zin dat zij beiden als verbinders, boodschappers en transformatoren van energie tussen hemel, aarde en onderwereld kunnen dienen.
Vaak gaat dat echter fout: Ratatoskr de eekhoorn haast zich en springt van tak naar tak om boodschappen over te brengen van de draak naar de adelaar. Helaas veranderen deze boodschappen halverwege tot leugens en verwensingen.
De mannelijke pool van daadkrachtige energie uit de hemel begrijpt de vrouwelijke energie uit de aarde niet meer omdat deze zich voornamelijk uit in gevoel. De rationele mannelijke gedachten van boven mengen zich slecht met de vrouwelijke sensuele zintuiglijkheid van beneden.
De eekhoorn, die je kan zien als het bewustzijn, doet zijn best om de tegenpolen bij elkaar te brengen, maar moet twee werelden met verschillende talen verenigen en dat lukt hem maar zelden. De draak en de arend blijven vijanden. De energiestroom is hierdoor onderbroken en lekt weg.
De draak rondom de kosmische boom kan je zien als de verbindende energie tussen de hemel en de aarde of tussen mannelijke en vrouwelijke energie. Goden zoals Odin, Inanna en Hermes kunnen deze energie bewust sturen en begeleiden en kunnen op deze wijze de boom met de daaromheen kronkelende slangen gebruiken als rijdier in hun trance.
Dit proces wordt ook verbeeld door de staf van de goddelijke boodschapper Hermes; de caduceus. Rondom deze staf kronkelen twee slangen. Door middel van deze staf kan Hermes reizen langs de verschillende werelden.
Dit proces zorgt ook voor wijsheid, de Griekse ziener Teiresias laat twee slangen zijn staf beklimmen tot zij zijn oren schoon likken. Op deze wijze wordt hij helderhorend. In Duitse sagen wordt verteld van een jongen die met de midzomer het kroontje van de kop van de koning der slangen steelt. Daarna verstaat hij de taal der dieren.
Als de slangen in je energetische proces van boven naar beneden kunnen kronkelen dan ben je in staat om het energetische proces van binnenuit te bekijken, je kan in de geesteswereld zien!
Voor gewone mensen is de boom echter onbereikbaar door de angst voor de draak en de adelaar. Zij zijn tot monsters geworden, die er met de schat van levensenergie vandoor gaan. Zo is de weg van het astrale reizen naar de boven- en onderwereld voor de gewone mens afgesloten.
De Vechtende Draken
Het drama van de vijandschap tussen slang-draak en adelaar wordt ook verbeeld door middel van twee vechtende draken. Dit gebeurt o.a. in het Welshe verhaal ‘Lludd en Llevelys’: een rode en een witte draak bevechten elkaar op één mei of één november.
(Dit zijn de dagen tussen de twee jaarhelften.) Op het hoogtepunt van hun gevecht slaken ze een kreet. Het vee, de mens en zelfs de aarde raken hierdoor onvruchtbaar. De koning van het land weet het probleem op te lossen door eerst het middelpunt van het land te vinden en vervolgens daar een ketel gevuld met mede naartoe te brengen.
De draken vallen tijdens hun volgende gevecht in de ketel met mede en vallen in slaap. Eeuwen later probeert koning Vortigern op deze plek een toren te bouwen, maar deze stort telkens in elkaar.
De jonge tovenaar Merlijn toont hem dat er onder de toren een grot ligt met daarin een poel. Elke nacht kruipen de twee draken uit de poel en beginnen met elkaar te vechten. Dit veroorzaakt zulk een aardbeving dat de toren in elkaar stort.
Uiteindelijk bouwt de koning de toren op een andere plek, maar hij wordt omsingeld door zijn vijanden, de toren wordt in de brand gestoken en Vortigern verbrandt samen met zijn toren.
Dit beeld wordt een stuk duidelijker als we kijken naar het systeem van de kundalini-yoga, waarbij er twee energiestromen (Ida en Pingala) kronkelen om een centraal kanaal (Sushumna). Er wordt een toren van bewuste energie opgebouwd door de vrouwelijke en de mannelijke kant met elkaar te vermengen.
Als dit gebeurt in een diepe concentratie dan zullen de slangen de toren van energie beklimmen (of de toren zal groter worden). De twee draken dansen en beminnen elkaar zo intens dat ze het aardse verlaten en kunnen vliegen.
Een stevige toren verbindt de boven- en de onderwereld. De draken worden rijdieren om die werelden te bereiken. Dit is te zien als de vermenging van de rode stroom van de godin, met de witte stroom van de god. Het is de neergaande en opgaande, de ingaande en uitgaande energiestroom.
Je zou kunnen zeggen dat de draken en de toren staan voor het energiesysteem van de ‘sacrale’ koning Vortigern of Lludd. Als dit systeem harmonieus is dan is er een goede verbinding tussen het volk en het land.
Doordat de koning het centrum van het land terugvindt en daarmee ook zijn eigen centrum, kan de ketel met mede in dat centrum voor de verzoening van de draken zorgen. Zij veranderen in het verhaal in varkens. Varkens zijn een teken van de aarde en haar overvloed, dus waarschijnlijk is hiermee de vruchtbaarheid van het land hersteld. De rode en de witte energie verenigen zich en het innerlijk heilig huwelijk wordt zo toch nog bereikt!
Het verhaal van Vortigern laat de ondergang zien van een valse koning die niet in zijn centrum zit en wiens draken niet in balans zijn. In de beide verhalen zien we wat er gebeurt als de twee energiestromen antagonisten zijn geworden.
Als de draken elkaar bevechten en de concentratie verbroken wordt dan stort de toren in elkaar. Als er geen harmonie is, maar juist frictie tussen de twee energiestromen dan zal de kreet van het kosmisch orgasme veranderen in een alles verwoestende schreeuw die het land verandert in een woestenij.
De Draak als Verleider
De slang-draak kan niet alleen angst aanjagen, maar ook verleiden. Dit vinden we het meest duidelijk terug in het Bijbelse verhaal van de zondeval: een slang (geïdentificeerd als de duivel) zit in de boom van kennis van goed en kwaad (een vorm van de kosmische boom) en verleidt de mens met een appeltje.
De slang was listig en hypnotiseerde Eva met de sappige vrucht. Hij verleidde haar met het aanbieden van goddelijke kennis en keuzevrijheid, maar vertelde niet dat zij daardoor het Paradijs van onbewuste éénheid zou verliezen.
De appel staat voor dualiteit, de materiële wereld en seksualiteit. De mens had in een onbewust gelukzalige staat kunnen blijven, maar hij koos voor de keuzevrijheid om zelf een individu te worden. Door zijn ‘arrogantie’ zette hij zich apart van de andere dieren en zo kwam hij in een bewustzijnsstaat van afgescheiden individualiteit.
Anders gezegd: God verdreef de mens uit het paradijs. De mens is zijn rechtstreekse verbinding met de geestelijke wereld kwijt geraakt door in te gaan op deze eerste verleiding.
Sindsdien wordt er energie afgetapt van de hoofdstroom, deze lekt weg uit het energetische systeem van de mens. Vanuit het christendom was de draak synoniem met de duivel: een verpersoonlijking van het kwaad.
(Het is - mijns inziens - beter om de draak te zien als een verleiding die je - als je deze kan weerstaan - juist sterker maakt.)
Dit wordt o.a. weergegeven in de zevenkoppige draak die genoemd wordt in het Bijbelboek Openbaringen. (10) Deze draak staat voor de zeven hoofdzonden als zeven verleidingen die je uit je centrum halen en je verslaafd kunnen maken. Je energie stroomt niet meer heen en terug naar de bron, maar vertakt zich en wordt afgetapt door de vampiristische draak.
Dit is - naast het opwekken van angst - de belangrijkste tactiek van de draak als bewaker van het heiligdom om te voorkomen dat je een hogere staat van bewustzijn bereikt.
Er zijn dan ook verscheidene christelijke heiligen die de draak verslaan. Niet door hem te doden, maar door hem te onderwerpen. De beroemdste is sint Joris.
Bij het stadje Silenos ontmoet hij een prinses die geofferd zou worden aan een draak. Hij maakte het teken van het kruis en trok ten strijde. Hij verwonde de draak en gooide de gordel van het meisje om de nek van de draak.
Vervolgens kon zij het beest als een mak lammetje aan een touwtje meenemen naar de stad. Ook sint Martha en sint Margaretha temmen een draak. Sint Martha hoefde daarvoor alleen de draak te besprenkelen met wijwater.
Sint Margaretha werd opgeslokt door de draak, maar het kruisje dat ze bij zich droeg sne...
labels: #Ei




