De discussie over wat "gezond" eten nu eigenlijk inhoudt, is constant in beweging. Een recent artikel in het Algemeen Dagblad, getiteld "Hoogleraar: natuurlijk voedsel is ongezond", wakkerde deze discussie verder aan, met uiteenlopende meningen en argumenten tot gevolg. Zelfs RTL Late Night besteedde er aandacht aan, hoewel de focus meer lag op de meningen van gasten dan op de expertise van de aanwezige hoogleraar.
Het artikel in het Algemeen Dagblad ging eigenlijk over de misplaatste angst rondom bewerkte producten en E-nummers. Termen als "E-nummers", "kunstmatig" en "bewerkt" roepen vaak negatieve associaties op. Een simpele Google-zoekopdracht naar "E-nummers" suggereert al snel termen als "schadelijk" en "gevaarlijk". Dit is vreemd, aangezien veel E-nummers van natuurlijke oorsprong zijn. Vitamine C, vitamine E en lycopeen zijn daar goede voorbeelden van.
Zelfs de kunstmatige varianten van E-nummers zijn vaak de meest systematisch onderzochte stoffen in onze voeding. Het is echter waar dat bewerkte producten vaak ook andere toegevoegde stoffen bevatten, zoals suiker en zout. De WHO en de Gezondheidsraad adviseren om de inname van toegevoegde suikers en zout zoveel mogelijk te beperken. De toevoegingen, inclusief zout en suiker, dragen bij aan de smaak van het product. Als het niet lekker is, kopen we het niet. Dus in hoeverre is het de schuld van de producent?
Daarnaast is de verlenging van de houdbaarheid een andere belangrijke reden om stoffen toe te voegen. De houdbaarheid van producten verlengen is iets wat in de oudheid al gebeurde. Denk aan pekelen, drogen, inmaken. Tegenwoordig hebben we technieken - zoals het toevoegen van E-nummers - waardoor de kwaliteit en de voedingswaarde van producten behouden blijft. Bewerking zorgt voor verlenging van de houdbaarheid en tevens voor het behoud van de voedingswaarde.
De professor in het artikel probeerde aan te geven dat het lastig is voor de consument zelf om de kwaliteit en daarmee óók voedingswaarde te behouden van verse producten. Dat wil niet zeggen dat het niet kan maar dan zal je er niet aan ontkomen om bijna alles rechtstreeks bij de boer te halen én het meteen te bereiden. De gedachte van: als ik het maar vers koop (en ondertussen nog wel 3, 4 dagen in de koelkast bewaar) dan is dat per definitie beter dan wanneer het ‘bewerkt’ is gaat dus (vaak) niet op.
Het Belang van Zelf Koken
Michael Pollan, bekend van zijn boek "Een pleidooi voor echt eten", benadrukt het belang van zelf koken voor een duurzamer voedselsysteem. In Amerika gaat elke 90 cent van een dollar die je uitgeeft aan eten naar anderen dan de boer. De land- en tuinbouwsector heeft het moeilijk omdat ze gedwongen worden zo goedkoop mogelijk te produceren. Als we een nieuw soort landbouw willen, gebaseerd op diversiteit en duurzaamheid, moeten we boeren steunen.
Als je naar een boerenmarkt gaat, geef je 90 cent van je dollar aan de boer. De industrie koopt het liefst van grote boerenbedrijven. ‘Big buys from big’. Maar, als je jouw voedsel wel op een boerenmarkt koopt, dan koop je de rauwe ingrediënten. En daar kun je alleen mee uit de voeten als je ook weet hoe je daarmee kunt koken. Diversiteit is een heel belangrijk principe. Zowel in de ecologie en landbouw als in de economie. Je wilt niet al je eieren in één mandje leggen, zoals we dat in Amerika zeggen.
Als je zelf kookt beschik je over veel meer informatie dan mensen die verwerkt voedsel eten. Er is geen transparantie als je verwerkt voedsel koopt. Het voedsel verliest zijn identiteit naarmate het verder bewerkt wordt. Het wordt gaandeweg steeds meer een black box.
Reacties op Uitspraken over het Voedselsysteem
Pollan reageert op de stelling dat "Een pleidooi voor echt eten" niet passend is voor de Nederlandse situatie omdat vers booming is in Nederland. Hij zegt: "Vers is zeker een belangrijke factor. Ik heb voorbeelden gezien in Nederland waar vrij eenvoudige en natuurlijke ingrediënten worden gebruikt, bijna net zoals mensen thuis koken. Maar, in het algemeen zijn bedrijven geneigd meer suiker, zout en vet in hun producten en maaltijden te verwerken."
Hij vervolgt: "Maar, hoe dan ook heb je minder invloed op het voedselsysteem wanneer je verwerkte producten en kant-en-klaar maaltijden eet dan wanneer je zelf kookt. Weet je bijvoorbeeld of de ingrediënten die zijn gebruikt van biologische teelt zijn? Verse en gezonde kant-en-klaar-maaltijden zijn zeker een grote verbetering, maar ze omvatten niet alle voordelen van zelf koken. Ze kunnen de gezinsmaaltijd die zelf wordt bereidt niet vervangen."
Op de stelling dat diversiteit een prijs heeft in termen van duurzaamheid en dat een monocultuur het meest duurzame systeem zou zijn, antwoordt Pollan: "In de natuur zien we dat monoculturen tot grote risico’s lijden. Ziektes en plagen houden van monoculturen. Diversiteit is onze grootste wapen daartegen. Monoculturen zijn niet veerkrachtig en dat is wel waar we naar zouden moeten streven."
Hij voegt toe: "Waar hij het over lijkt te hebben is industriële efficiëntie. Door zoveel dieren bij elkaar te plaatsen, verander je wat iets dat ooit een zege was - mest - in een vervuilingsprobleem. Je creëert een vervuilingsprobleem in de fokkerij en een vruchtbaarheidsprobleem op de boerderij. Dat is in zijn diepste inefficiënt als je het ecologisch bekijkt."
De Opkomst van Nutritionisme
Michael Pollan beschrijft hoe in de jaren tachtig de focus verschoof van het eten van voedsel naar het consumeren van voedingsstoffen. Termen als "cholesterol", "vezel" en "verzadigd vet" werden belangrijker geacht dan het voedingsmiddel zelf. Het aan- of afwezig zijn van deze onzichtbare substanties werd veel belangrijker geacht dan het voedingsmiddel zelf, en er ontstond een algemeen geloof dat ze een heilzame uitwerking hadden op de gezondheid van degenen die ze consumeerden. De impliciete boodschap was dat voedingsmiddelen daarbij vergeleken inferieure, ouderwetse en onbetwistbaar onwetenschappelijke zaken waren - wie kon er nu zeggen wat er echt in zat? Maar voedingsstoffen - die chemische verbindingen en mineralen in voedingsmiddelen waarvan geleerden hebben vastgesteld dat ze van belang zijn voor onze gezondheid - boden de fonkelende belofte van wetenschappelijke zekerheid.
Er was niet één uitgesproken gebeurtenis die de verschuiving van het eten van voedsel naar het eten van voedingsstoffen markeerde, al lijkt achteraf bezien een weinig opgemerkte politieke rel uit 1977 in Washington eraan te hebben bijgedragen dat de Amerikaanse cultuur deze ongelukkige en vaag verlichte weg is ingeslagen. In reactie op rapporten over een alarmerende toename van chronische ziekten die verband hielden met het voedingspatroon hield de senaatscommissie voor Voeding en Menselijke Behoeften onder leiding van senator George McGovern van de staat South Dakota een aantal hoorzittingen over dit probleem.
De Rol van Variatie in het Voedingspatroon
Het is belangrijk om gevarieerd te eten, maar dan wel op de manier zoals die oorspronkelijk door voedingskundigen bedoeld is. De oorspronkelijke mens had naar schatting 80.000 eetbare producten op zijn repertoire, waarvan er 3.000 echt veel werden gegeten. Maar de gemiddelde Amerikaan leeft tegenwoordig op een armoedig dieet van tarwe, soja en mais. Michael Pollan berekende dit in zijn bestseller “Een pleidooi voor echt eten“.
Het gemiddelde Amerikaanse voedingspatroon bevat dagelijks 768 kilocalorieën uit tarwe, 554 kilocalorieën uit mais(stroop) en 257 kilocalorieën uit soja. Vooral omdat mensen dénken dat ze gevarieerder eten, maar dat ze in de praktijk kiezen voor industrieel bereide producten in de supermarkt, die hun voeding alleen maar eenzijdiger maken. Zo kan het dus gebeuren dat een veganist die kiest voor onbewerkte producten waarschijnlijk veel gevarieerder eet dan een westers etende omnivoor. In de praktijk leidt meer variatie dus vaak tot minder gezondheid.
De voedingsindustrie maakt ons ziek, de farmaceutische industrie geeft ons levenslang symptoombestrijders. Een onderzoeksrapport uit Minnesota verteld 85% ons overkomt aan ziek en zeer is voedsel gerelateerd. Voedselproducenten kunnen hier wat aan doen maar hebben de consumenten (zorg instellingen) daar bij nodig.
Koken als Protest
Michael Pollan moedigt aan om koken te zien als een vorm van protest tegen de voedingsmiddelenindustrie. Het gaat er heel anders aan toe dan je zelf zou doen. Pollan: ‘De industrie zegt: “Laat ons maar voor je koken, dat is veel beter voor je”, maar niets is minder waar. Maar waarom geven we een zo belangrijk element van onze cultuur uit handen en maken we ons afhankelijk van commerciële belangen? Kom in protest en klim achter de pannen, aldus Pollan.
Bovendien, zo ontdekte hij, je haalt er een hoop voldoening uit. Zijn advies: gewoon wat vaker doen, dan wordt het vanzelf makkelijker. ‘Weet je dat we gek genoeg meer tijd spenderen aan het kijken naar kookprogramma’s op tv dan aan koken zelf?’ Met deze documentaireserie bent u vier uur onder de pannen, u bent gewaarschuwd.
| Voedingsbestanddeel | Gemiddelde dagelijkse inname (Amerika) |
|---|---|
| Tarwe | 768 kcal |
| Mais(stroop) | 554 kcal |
| Soja | 257 kcal |
labels: #Ei
Zie ook:
- Recepten voor Taart: Bak de Heerlijkste Taarten Zelf!
- Gehaktballetjes Maken voor Soep: Makkelijk en Smaakvol!
- Hoe lang witlof koken voor in de oven? De ideale tijd!
- Heerlijke Recepten met Wortels: Van Soep tot Taart!
- Ontdek de Onweerstaanbare Sushi en Meer bij Jachthoorn in Hellevoetsluis – Echte Ervaringen!




