De uitdrukking "er niets van bakken" is een bekende Nederlandse zegswijze die gebruikt wordt om aan te duiden dat iemand ergens niet in slaagt, iets niet goed doet, of incompetent is in een bepaalde taak. Vaak staan beunhazen bekend als knoeiers, nietsnutten die er niet zoveel van bakken.

Oorsprong en Verwante Uitdrukkingen

De informele uitdrukking "er niets van bakken" bestond al in de jaren zestig, met de nog oudere variant ergens geen cake van kunnen bakken. Niettemin raakte ze pas in de jaren tachtig meer ingeburgerd.

Een vergelijkbare uitdrukking is ik kan er geen chocola van maken. Zelfs een bekwaam ‘minimal-director’ zou hier nog geen chocola van kunnen maken. De snelheid van de berichtgeving was zo overrompelend dat je er na een paar dagen geen chocola meer van kon maken. Zou er iemand ter wereld zijn die chocola kan maken van de teksten van R.E.M.? Minister Van Mierlo van buitenlandse zaken zei ‘geen chocola te kunnen maken’ van het betoog van Bolkestein.

Beunhaas

De uitdrukking ‘de beunhaas zijn’ is algemeen bekend. Het houdt in dat je als klusser allerlei zaakjes aanpakt, maar toch geen echte expert of professional bent.

Een beunhaas geldt als iemand die een baan heeft of een vak uitoefent zonder de vereiste opleiding te hebben voltooid. Ook wordt de term onbevoegden of knechten wel gebruikt als betekenis, omdat beunhazen niet gecertificeerd zijn voor hun vak. Beunhazen leveren dezelfde klussen als experts, maar zitten onder de standaardtarieven die officiële bedrijven vragen. Een beunhaas is dus niet per definitie iemand die zwartwerkt, maar wel iemand die anderen het werk ontneemt. Iemand die zijn vak niet verstaat, ofwel een ‘krabber’ (Vlaams) of knecht.

De term beunhaas is ontleend aan het Duitse woord böhnhase of bonehase, dat in de zestiende eeuw in de Duitse gebieden van het Heilige Roomse Rijk in gebruik was. Het sloeg aanvankelijk op kleermakers die geen lid waren van een gilde (ze waren ‘gezellen’ of knechten, in het Duits: hase, wat ‘kat’ of ‘haas’ betekent en een cynische bedoelde benaming was voor ‘knutselaars’) en op zolder (in het Duits: böhn/bone), dus in het verborgene, hun werk deden. Beunhazen waren geen lid van de gilden, een soort vakbonden die in de Middeleeuwen ontstonden als beroepsverenigingen die kwaliteit garandeerden.

Interessant is dat de term Bönehase ook een Duitse familienaam was, die al in de veertiende eeuw voorkwam. Aldus M. Deel geschiedenis.

Jij-bak en Whataboutisme

In het Nederlands Dagblad van 23 mei 2024 karakteriseerde journalist Gerard Beverdam het huidige extraparlementaire kabinet als een ‘jij-bak-coalitie’, vanwege de manier waarop de fractieleiders op kritische vragen van de Tweede Kamer reageren. En Sander Schimmelpenninck schrijft in De domheid regeert dat politici het debat saboteren door de jij-bak of de fophef.

Een jij-bak is een uiterst primitieve reactie: wie op het verwijt ‘je bent een ezel’ reageert met ‘je bent zelf een ezel’, of op ‘je bent lelijk’ antwoordt met ‘nee, jíj bent mooi’ kiest niet voor een inhoudelijke argumentatie maar speelt met een drogreden direct op de man. Zo iemand komt niet verder dan ‘wat je zegt, ben je zelf’ . Zo’n drogreden heet in de argumentatieleer een tu quoque of tu quoque-argument: tu quoque is Latijn voor ‘jij ook’.

Het tweede element bak lijkt minder toepasselijk, want een jij-bak is niet echt een mop of grap, maar waarschijnlijk verwijst bak naar het feit dat dit soort heen-en-weerverwijten op de lachspieren van de omstanders of toehoorders werken. Jij-bak is een typisch Nederlandse vorming die we niet in andere talen terugvinden. Het Duits heeft wel een mooie eigen vinding, namelijk Retourkutsche, in bijvoorbeeld: ‘Diese Retourkutsche war nicht nett von dir.’

Sinds 1978 is er ook een meer populaire term in gebruik geraakt, namelijk whataboutism. Dat is niet helemaal hetzelfde als een jij-bak, maar net als een jij-bak wordt de aandacht in dit argumentatietype afgeleid van de inhoud.

Volgens hem maakten voorstanders van het communistische regime in de Sovjet-Unie zich schuldig aan whataboutism doordat ze kritiek op de Sovjet-Unie pareerden met ‘Yes, but what about …’, en dan een (negatieve) situatie of gebeurtenis in het Westen noemden ter vergelijking. De Engelse term whataboutism is inmiddels door diverse talen overgenomen. Ook in het Nederlands gebruiken we sinds in ieder geval 2017 de vernederlandste vorm whataboutisme. De wereldwijde opkomst van de term whataboutism is direct gerelateerd aan de grootleveranciers Vladimir Poetin en Donald Trump.

De Zaak in de Doofpot Stoppen

Als je ‘een zaak in de doofpot stopt’, wordt er niet meer over een zaak gesproken. In figuurlijke zin stopt men onaangename gebeurtenissen in de doofpot om ze uit te doven.

‘Een zaak in de doofpot stoppen’ verwijst naar het verleden. Tot in de laat 18de eeuw was houtskool de enige brandstof die men gebruikte. Dit deed men bij het smelten van erts en het smeden van ijzer, maar houtskool hield ’s winters ook voeten, handen en het bed warm en zorgde er zomers voor dat eten gekookt kon worden. Houtskool kon je kopen of zelf maken. Men maakte houtskool door een bakoven warm te stoken en na het brood bakken de gloeiende kolen eruit te halen. Die werden vervolgens in een doofpot gegoten. De doofpot is een pot gemaakt van gebakken aarde, koper of ijzer. Het had een deksel zodat er geen lucht bij kon, zodat de kolen zouden doven.

Andere Spreekwoorden en Gezegden

Er zijn talloze andere spreekwoorden en gezegden in de Nederlandse taal die een rijke cultuur en geschiedenis weerspiegelen. Hieronder een aantal voorbeelden:

  • ‘Aan handen en voeten gebonden zijn’ - geen kant uitkunnen, je kunt niets verrichten want je wordt al volledig in beslag genomen.
  • ‘Aan de wilgen hangen’ - opgeven, ermee stoppen.
  • ‘Aan lager wal geraakt‘ - afgegleden zijn.
  • ‘Aan de grote klok hangen’ - iets rondbazuinen, verspreiden aan iedereen.
  • ‘Aan de haal gaan met … (iets)’ - een voorval of situatie ge(mis)bruiken, om er je eigen verhaal van te maken.
  • ‘Aanwaaien’ of ‘niet aankomen waaien’ - komt iets je aanwaaien, dan heb je er weinig moeite voor hoeven doen. Het tegenovergestelde is: ‘niet aankomen waaien’.
  • ‘Addertje onder het gras’ - een verborgen foefje, een verborgen truckje - wat niet direct - of duidelijk verteld wordt. Je komt er later pas achter, of je vermoed van te voren dat er iets niet klopt.
  • ‘Achter de ellenbogen hebben’ - vals gedrag, wat iemand meestal stiekem probeert te doen. Anderen voelen dit vaak wel aan, of merken het op den duur op.
  • ‘Abraham hebben gezien‘ - wanneer je als man 50 jaar bent geworden heb je Abraham gezien (bijbels figuur).
  • ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’ - men doet pas iets aan een gevaarlijke, of onwenselijke situatie, zodra het leed al geschied is.
  • ‘Als een rode lap op een stier’ - wanneer iets een hevige, kwade emotie oproept bij iemand. Zodra diegene het hoort of ziet wordt hij/zij heel fel, of kwaad.

Deze spreekwoorden en gezegden geven inzicht in de Nederlandse cultuur en de manier waarop mensen naar de wereld kijken.

"Dat komt voor de bakker"

'Dat komt voor de bakker' betekent: 'het komt in orde'. In het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) staat dat deze uitdrukking misschien herinnert aan vroeger tijden, toen men dikwijls zelf deeg kneedde en het naar de bakker bracht om het te laten bakken.

In 1930 speelde er een revue met de titel 't Is voor de bakker, waarin Fien de la Mar en Louis Davids een rol hadden. Marc De Coster vermeldt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) dat dieven 'De bakker!' riepen om elkaar te waarschuwen als de politie eraan kwam.

"De bakker die lieverkoekjes bakt, is dood"

Gezegd tot een kind dat niet tevreden is met hetgeen men geeft of niet wil doen wat men vraagt, maar zegt liever iets anders te willen hebben of doen; ook: de bakker die lieverkoekjes bakt, is dood, of de lieve koekebakker is dood. Dit lieverkoek of liefkoek herinnert aan het 16de-eeuwse lijfkoeck, liefkoeck, Mnl. lijfcouck en lijfcoucbackere, dat in Vlaamse stukken wordt aangetroffen. Ook kwam leefkoek voor. Thans kent men in Vlaanderen nog lijfkoek, d.i. peperkoek, in Brab. lieverkoek, en voor kort in Breda leefkoek. Ook in het Hd.

labels: #Bakken

Zie ook: