De Nederlandse woordenschat heeft zich in de loop van de tijd gestaag uitgebreid. Er werden nieuwe samenstellingen en afleidingen gemaakt van inheemse woorden, en er werden woorden geleend uit andere talen. Zo passeert zo'n tweeduizend jaar Nederlandse woordenschat in chronologische volgorde de revue.

Het feit dat de etymologische woordenboeken niet voorzien in het leggen van verbanden tussen woorden, heeft verschillende auteurs er de laatste decennia toe gebracht te schrijven over bepaalde categorieën woorden, zoals de leenwoorden in het Nederlands, eponiemen en geoniemen (woorden die afgeleid zijn van een eigennaam respectievelijk geografische naam), verwensingen en vloeken, scheldwoorden, borrelnamen, gevleugelde woorden en citaten.

Een andere manier om woorden te groeperen is naar hun betekenis (zoals gebeurt in zogenaamde thesauri als Het juiste woord van Brouwers), naar hun herkomst (zoals ik in het Leenwoordenboek heb gedaan) of naar hun ouderdom. Daarvoor is een representatief bestand van ruim achttienduizend merendeels ongelede trefwoorden in een database gezet. Van ieder trefwoord is de huidige betekenis opgenomen met de oudste datering hiervan (zoals momenteel bekend). In de database zijn dus de volgende gegevens opgenomen: trefwoord, datering, betekenis, thema, woordsoort en herkomst.

Een hoofdstuk waarin een groot aantal thema's of woordvelden dwars door de tijd heen bekeken wordt, zoals alle woorden voor beroepen, drugs, groenten, kleuren, muntnamen, muziekinstrumenten, sporten, transportmiddelen, wapens en zoogdieren. Ook functiewoorden komen hier ter sprake, zoals telwoorden, voegwoorden en voorzetsels. Achter in het boek worden alle woorden in chronologische volgorde opgesomd, van het oudste woord (wad ‘doorwaadbare plaats’ uit 107) tot het jongste woord (weblog uit 2000). Hieruit blijkt de aanwas van de woordenschat, die voor een deel een afspiegeling van maatschappelijke en culturele veranderingen is. Opvallend is bijvoorbeeld de groei en verandering van onze woordenschat in de zestiende en zeventiende eeuw, toen wij nieuwe continenten leerden kennen.

In verschillende talen (Engels, Frans, Duits, Zweeds) besteden etymologen al langere tijd aandacht aan het zoeken naar de oudste vindplaats van een woord. In de Nederlandse etymologische woordenboeken bestaat die aandacht pas sinds enkele decennia. Momenteel wordt echter nog geen aandacht besteed aan het inzicht dat dateringen kunnen bieden in de opbouw, groei, herkomst en verandering van de gehele woordenschat van een taal van de oudste overlevering tot op heden. Dateringen worden traditioneel slechts op woordniveau bekeken, en er worden geen onderlinge verbanden gelegd. Het doel van dit boek is met behulp van recente computertechnieken tot nieuwe inzichten te komen over de ontwikkeling van de woordenschat als geheel.

Tot voor kort werd maar weinig aandacht besteed aan de precieze datering van het eerste voorkomen van een woord in het Nederlands. vanwaar af de geschiedenis van een woord beschreven kan worden - alles wat daarvoor ligt, is prehistorie, en derhalve gereconstrueerd. Het oudste voorkomen van een woord is belangrijk omdat het houvast geeft bij de bepaling van de herkomst van het woord. Dat Nederlands kolder ‘onzin’ ontleend is aan Duits Koller ‘hersenziekte bij paarden, razernij’ en niet rechtstreeks aan middeleeuws Latijn c(h)olera, blijkt uit het feit dat de oudste Nederlandse vorm, uit 1763, koller was, met als betekenis ‘hersenziekte bij paarden’ (de d werd later ingevoegd).

Aan de datering van de betekenis(sen) is tot op heden veel minder aandacht besteed dan aan die van de woordvorm. Het eerste voorkomen van de huidige betekenis van een woord is even belangrijk voor de etymologische beschrijving als dat van de woordvorm. Wanneer bekend is wanneer een bepaalde betekenis opduikt, kan dat een indicatie geven van de herkomst van woord of betekenis. Met asfalt werd oorspronkelijk een bepaalde minerale hars bedoeld; toen deze hars vervolgens werd gebruikt om wegen mee te verharden, kreeg asfalt de betekenis ‘mengsel gebruikt voor plaveisel’. Beide betekenissen bestaan zowel in het Frans (de brontaal) als in het Nederlands (de ontlenende taal). onafhankelijk heeft plaatsgevonden. Het is belangrijk in het oog te houden dat het eerste optreden van de huidige betekenis niet behoeft samen te v...

Pieter Haijtema heeft een overheerlijk Hollands gerecht klaargemaakt: erwtensoep.