Voedings- en Vochtstatus bij Dementie in het Ziekenhuis
Deze module biedt een eenduidige werkwijze voor herkenning van problemen bij voedings- en vochtinname en geeft praktische adviezen in preventie of behandeling van ondervoeding en uitdroging die ziekenhuis breed toepasbaar is voor patiënten met dementie. Cognitieve achteruitgang kan gepaard gaan met problemen met eten en drinken, zoals een verminderd initiatief tot eten, weigering van voedsel en kauw- of slikproblemen. Dementie maakt patiënten kwetsbaar voor voedingsproblemen in het ziekenhuis.
Aanbevelingen voor Monitoring en Management
- Vraag bij opname de voedings- en vochtsituatie, de voorkeuren en gewoontes wat betreft voeding en vocht na bij naasten van de patiënt en probeer toepassing te realiseren.
- Draag zorg voor toezicht op adequate inname van vocht, voeding en medicatie, ook als er geen sprake is van ondervoeding of dehydratie. Betrek naasten van patiënt hierin indien mogelijk.
- Raadpleeg een logopedist bij een vermoeden op slikstoornissen.
Overwegingen
In 2009 is in het kader van het VMS Veiligheidsprogramma binnen het thema kwetsbare ouderen het onderwerp ondervoeding beschreven voor in het ziekenhuis opgenomen patiënten van 70 jaar en ouder. Als screeningsinstrument wordt de SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionnaire) of de MUST (Malnutrition Universal Screening Tool) geadviseerd. Het is aangetoond dat toepassing van deze instrumenten een toename in herkenning van ondervoeding van 50 naar 80% geeft en een behandeling eerder wordt ingezet. Omdat cognitieve achteruitgang gepaard kan gaan met verlies van het nemen van initiatief tot eten, drinken of innemen van medicijnen, dan wel het voortzetten van inname tot een adequate hoeveelheid is de werkgroep van mening, dat hierop toezicht geboden moet worden. Door gerichte observatie van inname van eten en drinken kunnen tevens problemen met inname (bijvoorbeeld apraxie of slikstoornis/aspiratie) of afweergedrag gesignaleerd worden, zodat hierop interventies ingezet kunnen worden.
Wanneer vermoed wordt dat een niet eerder gediagnosticeerde slikstoornis de oorzaak is van een voedingsprobleem, adviseert de werkgroep een logopedist in te schakelen voor een inventarisatie, inschatting van risico’s en advies voor interventies en eventueel aanvullend (para)medisch specialistisch onderzoek. Bij afweergedrag adviseert de werkgroep gebruik te maken van de richtlijn “Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie” (Groenewoud). Rekening houden met voorkeuren, eetgewoontes en ambiance maakt eten aantrekkelijker.
Onvoldoende inname van voeding en vocht leidt aantoonbaar tot complicaties (infecties, decubitus, vallen, vertraagde wondgenezing) en langzamer herstel bij ziekte en operaties. Deze situatie kan tot een negatieve gezondheidsspiraal leiden zoals langere opnameduur, verhoogd medicijngebruik, toename van de zorgcomplexiteit en afname van de kwaliteit van leven met uiteindelijk een toegenomen risico op overlijden.
Bewust Stoppen met Eten en Drinken (BSTED)
Het komt regelmatig voor dat patiënten het gesprek willen aangaan over de verschillende mogelijkheden rond het levenseinde. In zo’n geval is het jouw taak om het gesprek over het levenseinde te voeren en de hulpvraag te exploreren. Soms uiten patiënten een doodswens. In dat geval is het jouw taak om deze wens nader te onderzoeken, omdat er een verzoek om hulp achter schuil kan gaan of de wens kan voortkomen uit een psychische aandoening of existentiële nood. In dat geval kan het wenselijk zijn om te verwijzen naar de GGZ, een geestelijk verzorger of een andere vorm van hulpverlening.
De patiënt kan in een gesprek over het levenseinde zelf de mogelijkheid om bewust te stoppen met eten en drinken ter sprake brengen. In dat geval heb je de professionele plicht om het gesprek hierover aan te gaan. Je informeert de patiënt zo goed en objectief mogelijk over het te verwachten beloop en de voor- en nadelen van dit proces. Ook wijs je de patiënt op eventuele problemen die kunnen optreden. Zo stel je de patiënt in staat om een goed geïnformeerde beslissing te nemen. Als de patiënt de mogelijkheid van BSTED niet zelf ter sprake brengt, mag je de patiënt ook op deze mogelijkheid wijzen, uiteraard voor zover dat relevant is voor de patiënt. Het is immers jouw taak om de patiënt goed voor te lichten over de verschillende mogelijkheden rond het levenseinde.
Als de patiënt besluit tot BSTED, dan tref je voorbereidingen voor adequate begeleiding en zorg tijdens het proces. Het doel hiervan is om het eventuele lijden en de mogelijke complicaties die kunnen ontstaan als gevolg van het bewust stoppen met eten en drinken te verzachten. Deze zorg is een vorm van palliatieve zorg. Het proces van BSTED vraagt om goede voorbereiding, samenwerking en zorgvuldige communicatie tussen hulpverleners, patiënt en naasten, die in dit proces vaak een belangrijke rol vervullen. BSTED wordt beschouwd als een natuurlijke dood en hoeft niet te worden gemeld bij de gemeentelijk lijkschouwer.
Wettelijk Kader en Ondersteuning
Onze gezondheid versterken, behouden en herstellen is onlosmakelijk verbonden met eten en drinken. Uitgangspunt in de wijkverpleging is dat de interventies, die de zorgprofessional in samenspraak met de zorgvrager inzet, bijdragen aan behoud of herstel van de gezondheid (of aan ‘gecontroleerde achteruitgang’ in een terminale situatie). Bij het inzetten van maaltijdondersteuning spelen alle zorgproblemen, ondersteuningsbehoeften en het cliëntsysteem (de context; de woon- en leefomgeving) mee. Zo bepaal je vanuit welk wettelijk kader deze ondersteuning georganiseerd (en gefinancierd) dient te worden.
De Wet maatschappelijke Ondersteuning (Wmo 2015). De Zorgverzekeringswet (Zvw). De Wet langdurige zorg (Wlz).
Wanneer is maaltijdondersteuning Wmo of Zvw? De vraag onder welk wettelijk kader de maaltijdondersteuning in de thuissituatie valt, kan niet worden beantwoord zonder de zorgvrager eerst helemaal in beeld te krijgen. Van belang is dat de wijkverpleegkundige de reden weet waaróm de zorgvrager de maaltijdvoorziening niet zelf kan organiseren en uitvoeren. Nagegaan moet worden of er sprake is van geneeskundige zorg. Pas als alle gegevens verzameld zijn, is het mogelijk het gewenste resultaat te bepalen en te concluderen wat er nodig is als passende interventie. De wijkverpleegkundige stelt vervolgens vast wie de interventie(s) kan uitvoeren en onderbouwt dit.
In eerste instantie zal de wijkverpleegkundige (team wijkverpleging) de zorgvrager ondersteunen bij de maaltijdzorg en zo snel mogelijk verder onderzoek doen om meer gegevens te verzamelen en de context in kaart te brengen. Dat onderzoek is eveneens ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en daarmee Zvw. Indien er sprake is van een Wlz-indicatie in de thuissituatie is maaltijdondersteuning onderdeel van een ‘volledig pakket thuis’ (VPT). Bij een ‘modulair pakket thuis’ (MPT) en pgb is dit afhankelijk van de situatie en de keuzes die gemaakt worden.
Verstrekken van Eten en Drinken binnen de Wlz
Het verstrekken van eten en drinken hoort bij verblijf. Het is ook onderdeel van het volledig pakket thuis (vpt). Het modulair pakket thuis (mpt) en het persoonsgebonden budget (pgb) zijn exclusief eten en drinken. Alleen wanneer sprake is van maaltijden tijdens dagbesteding geldt dat de maaltijd onderdeel uitmaakt van dagbesteding.
Wat betekent 'verstrekken van eten en drinken'?
Het gaat om het beschikbaar stellen en organiseren van al het gebruikelijke eten en drinken. Naast de 3 maaltijden omvat het ook voldoende drinken, tussendoortjes, fruit, koffie, thee en dergelijke. Een verzekerde heeft bij bepaalde aandoeningen dieetpreparaten of dieetvoeding nodig. Voorgeschreven dieetpreparaten en dieetvoeding zijn alleen een Wlz-aanspraak bij behandeling door of namens de verblijfsinstelling. Als er geen sprake is van verblijf met behandeling, zoals bij een vpt of verblijf zonder behandeling, is de verzekerde voor dieetpreparaten en dieetvoeding aangewezen op de farmaceutische zorg van de Zvw.
Van verzekerden mag worden verwacht dat zij doen wat ze zelf kunnen. Verzekerden die daartoe in staat zijn, kunnen worden betrokken bij bijvoorbeeld boodschappen doen en de (brood)maaltijd verzorgen. De instelling biedt voor de boodschappen voldoende vergoeding.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Gezond Eten Zonder Koken: Snelle, Makkelijke & Voedzame Ideeën!
- Superlekker Bao Buns met Korean Fried Chicken: Het Ultieme Streetfood Recept!
- Snollebollekes in Hamburg: Bekijk de Leukste Filmpjes!




