Hooiwagens worden vaak aangezien voor spinnen, maar ze vormen een aparte orde binnen de spinachtigen (Arachnida). Hoewel ze op spinnen lijken, zijn er belangrijke verschillen. Hooiwagens hebben een compact lichaam en lange, dunne poten. Hun dieet is divers en hun rol in ecosystemen is significant.

Uiterlijke Kenmerken en Verschillen met Spinnen

Hooiwagens zijn te herkennen aan hun lange, dunne poten en compacte lichaam. Anders dan echte spinnen is hun kop en borststuk volledig vergroeid met het achterlijf, waardoor ze een bolvormige lichaamsstructuur hebben. Ze hebben slechts twee ogen, die op een verhoging op het lichaam staan. Bij spinnen kun je goed het verschil zien tussen zijn kop en het achterlijf, maar bij een hooiwagen bestaat het lijf uit één stuk.

Net als spinnen hebben hooiwagens acht poten. Alleen is hun lichaam niet ingesnoerd zoals bij spinnen. De twee lichaamsdelen zijn zo met elkaar vergroeid dat het een geheel lijkt. Bovendien kunnen ze geen spindraden maken, hebben ze doorgaans maar één paar ogen en hebben hooiwagens geen gifklieren. Een spin heeft acht ogen en een hooiwagen heeft maar twee ogen. Ook kunnen hooiwagens geen spindraden maken.

Leefomgeving en Gedrag

Hooiwagens komen wereldwijd voor, behalve in extreem koude regio’s zoals Antarctica. Ze worden vaak aangetroffen in vochtige gebieden zoals tuinen, bossen en graslanden. Overdag verbergen ze zich onder stenen, bladeren of in spleten, en ‘s nachts gaan ze op zoek naar voedsel.

De hooiwagen is halfblind en mist de voelsprieten, maar kan waarschijnlijk ruiken, horen en voelen met het tweede paar poten. Deze poten bewegen voortdurend in het rond, terwijl de andere zes poten op grond of blad staan. Men denkt zelfs dat hij met deze poten trillingen kan waarnemen, zodat het de functie lijkt te hebben om te jagen en te communiceren.

Wat Eten Hooiwagens? Een Divers Dieet

Hooiwagens zijn echte alleseters. Ze eten dus zowel plantaardig als dierlijk voedsel, hoewel er soorten zijn die alleen dierlijk voedsel nemen. Ze voeden zich met kleine insecten, plantenresten, schimmels en zelfs aas. De meeste soorten leven van kleinere diertjes zoals springstaarten met een aanvulling van dood plantaardig materiaal.

Hun voedsel verkleinen ze met de scharen die aan de cheliceren zitten. Vaak zijn deze cheliceren bij de mannetjes vergroot. Om zijn prooi te vangen rent hij er snel achteraan en grijpt hij de prooi. Als hij de prooi beet heeft laat hij een verteringssap uit zijn bek lopen waardoor de prooi vloeibaar wordt. Daarna kan de prooi opgezogen worden.

Andere soorten hooiwagens knippen stukjes van hun prooi af en spugen het onder. In die spuug zitten verteringssappen. Er is zelfs een soort hooiwagen die slakken eet, zogenaamde slakkenhooiwagens. Zij zijn gespecialiseerd om huisjesslakken te eten en komen sporadisch voor in het zuiden en oosten van Nederland.

De meeste soorten hooiwagens eten andere zachte prooien, zoals bladluizen, larven, mijten, muggen, pissebedden, rupsen, spinnen, springstaarten, vliegen en wormen. Ook als ze al dood zijn. Hooiwagens zijn niet in staat een web te maken en hebben ook geen gif.

Unieke Eigenschappen en Verdediging

Hooiwagens beschikken over opmerkelijke eigenschappen die bijdragen aan hun overleving. Als een hooiwagen wordt aangevallen, kan hij een of meerdere poten laten vallen om zo te ontkomen (autotomie). De afgevallen poot blijft nog wel een uur lang bewegen.

Bij gevaar scheiden ze een onaangename geur af via klieren aan de zijkant van hun lichaam. Sommige hooiwagens hebben een andere manier gevonden om aan een vijand te ontkomen; zij laten een melkachtig, onaangename, stinkende vloeistof achter, wat je wel kent van lieveheersbeestjes.

Voortplanting

De hooiwagen heeft een weinig ontwikkeld baltsgedrag. Bij de bevruchting vindt een directe zaadoverdracht plaats. De eitjes worden via een legboor in de vochtige aarde gelegd of bijvoorbeeld in zacht geworden rottend hout. De meeste soorten overwinteren als ei.

Rol in Ecosystemen

Hooiwagens spelen een belangrijke rol in ecosystemen door afvalstoffen en dode insecten op te ruimen. Hierdoor dragen ze bij aan de balans en gezondheid van hun leefomgeving.

Diversiteit aan Soorten

Over de onderlinge verwantschappen van de hooiwagen is nog niet alles bekend. Er zijn verschillende soorten hooiwagens waarvan over de verspreiding ook nog niet alles bekend is. In totaal zijn er meer dan 3000 soorten hooiwagens, waarvan er ongeveer 25 soorten in noordwestelijk Europa voorkomen.

In Nederland komen nu 33 soorten voor. De laatste jaren zijn er dus liefst 12 soorten bijgekomen. Hieronder een lijst van enkele soorten die recentelijk in Nederland zijn waargenomen:

  • 1993 Opilio canestrinii (van der Weele)
  • 1997 Nemastoma bimaculatum (Wijnhoven & Koomen)
  • 1998 Platybunus pinetorum (Wijnhoven)
  • 2002 Leiobunum sp. A (Wijnhoven et al.)
  • 2005 Nelima sempronii (Wijnhoven)
  • 2007 Nelima doriae (Wijnhoven)

Tabel: Kenmerken van Hooiwagens Samengevat

Kenmerk Beschrijving
Lichaamsbouw Kop en borststuk vergroeid met achterlijf
Aantal ogen Twee
Spinorganen Geen
Gifklieren Geen
Dieet Alleseter (insecten, plantenresten, aas)
Verdediging Geur afscheiden, poten afwerpen

Hoewel ze vaak over het hoofd worden gezien, zijn hooiwagens fascinerende dieren die meer aandacht verdienen in de studie van spinachtigen. Hun eenvoudige, maar efficiënte manier van leven maakt hen een essentieel onderdeel van veel ecosystemen.

labels:

Zie ook: