Soms blijft eten te lang in uw maag zitten. Dit heet een vertraagde maagontlediging. Dit betekent dat eten te lang in uw maag blijft zitten. Een vertraagde maagontlediging komt door een storing in de bewegingen van de maag. De maagspier trekt te weinig of te onregelmatig samen. Voedsel blijft daardoor langer in de maag dan normaal doordat de maag niet regelmatig wordt geleegd.

De Spijsvertering en de Maag

De spijsvertering begint in de mond. In de maag gaat de spijsvertering verder. De maagwand maakt maagsap aan. Hierin zitten maagzuur en spijsverteringsenzymen. Voedsel wordt eerst in het bovenste gedeelte van de maag opgeslagen. Vanuit daar gaat het naar het onderste gedeelte van de maag. Hier wordt het voedsel gekneed, verder fijngemalen en goed vermengd met het maagsap. De maag laat het voedsel beetje bij beetje door naar de dunne darm.

In de maag wordt het voedsel gekneed en gemengd met maagsap. De binnenkant van de maag is bekleed met een dikke laag slijmvlies. Zo wordt de maag beschermd tegen het zure maagsap. Maagsap bevat enzymen die voedsel afbreken en zoutzuur dat bacteriën doodt. De maag heeft een spierlaag die het voedsel fijnmaalt. Tussen de slokdarm en maag zit een sluitspier die opent voor het voedsel en daarna weer sluit om terugstromen te voorkomen.

Normaal gesproken blijft voedsel ongeveer 3 uur in de maag voordat het wordt afgegeven aan de dunne darm. Bij vet eten heeft de maag meer tijd nodig. Als je last hebt van een vertraagde maagontlediging, blijft voedsel vaak veel langer in je maag.

Oorzaken van een Vertraagde Maagontlediging

Bij veel mensen is de oorzaak niet bekend. Bij onderzoek zijn er dan geen afwijkingen aan de maag te zien. Bij veel mensen is de oorzaak van een vertraagde maagontlediging niet bekend. Bij onderzoek zijn er geen afwijkingen aan de maag te zien. Soms zit er een vernauwing in de buurt van de maaguitgang of het begin van de dunne darm waardoor de maag niet goed leegt.

  • Diabetes Mellitus.
  • Soms zit er een vernauwing in de buurt van de maaguitgang of het begin van de dunne darm waardoor de maag niet goed leegt.
  • Andere oorzaken.

Een vertraagde maagontlediging behoort tot de zogenaamde motoriekstoornissen van het maag-darmkanaal. Hierbij is sprake van een dysfunctie. Daarom spreekt men ook vaak van functionele buikklachten of functionele maagdarmklachten. Dat wil zeggen dat de klachten veroorzaakt worden door een verstoorde functie van de maag, maar dat er geen zichtbare afwijking te vinden is. Dit betekent niet dat er niets aan de hand is.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat functionele maagklachten te maken hebben met de samenwerking tussen de hersenen en de maag. Dit wordt de hersen-darm-as genoemd. Je hersenen en maag sturen constant signalen naar elkaar, bijvoorbeeld over honger of misselijkheid. Deze communicatie verloopt via de zenuwen in onze maag en darmen en in de hersenen (zenuwstelsel). Deze zenuwen kun je zelf niet sturen of beïnvloeden. Bij functionele klachten lijken dat signalen tussen de maag en darmen verstoord te zijn. Het lijkt erop dat te veel, te weinig of verkeerde signalen naar de hersenen vanuit de maag worden gestuurd en andersom. Dit kan de maagklachten verklaren. Het is belangrijk om te weten dat deze klachten niet ‘tussen je oren zitten’, zoals vroeger vaak gedacht werd. Ze hebben geen psychische oorzaak.

In zeldzame gevallen kan een vernauwing (stenose) in de buurt van de maaguitgang of in het begin van de twaalfvingerige darm, de oorzaak zijn van ernstige maagontledigingsklachten.

Symptomen van een Vertraagde Maagontlediging

Misselijkheid en soms braken na de maaltijd zijn veelvoorkomende klachten bij een vertraagde maagontlediging. Bij een ernstig vertraagde maagontlediging wordt het braaksel meestal met grote kracht uitgestoten.

Diagnose van een Vertraagde Maagontlediging

Een verstoorde beweging van de maag kan vastgesteld worden door een maagontledigingsonderzoek. Bij dit onderzoek eet je voorafgaand een testmaaltijd met een kleine hoeveelheid voor jouw niet schadelijke radioactieve stof. Daarna zit je één tot twee uur voor een camera. De camera volgt hoe en hoe snel te testmaaltijd door je maag gaat. In sommige ziekenhuizen wordt een ademtest gedaan. Hierbij eet je een maaltijd met een stabiele isotoop. Als dit stofje de maag verlaat, wordt het snel door de lever afgebroken en je ademt het uit.

Omdat de verstoorde signalen tussen maag en hersenen niet zichtbaar te maken zijn, is het niet nodig om een gastroscopie te ondergaan. Bij een gastroscopie wordt dan niets afwijkends gevonden. Een gastroscopie wordt door velen als vervelend ervaren, met een heel klein risico op schade aan je maag of slokdarm. Het kan dus beter niet uitgevoerd worden als het niet echt noodzakelijk is.

Behandeling van een Vertraagde Maagontlediging

De eerste stap in de behandeling van vertraagde maagontlediging is vaak het aanpassen van je voeding. Vertraagde maagontlediging kan behandeld worden met medicijnen. Deze medicijnen stimuleren de spieren in je maag, zodat het voedsel goed wordt gekneed en gemengd met maagsap voor een goede vertering. Deze medicijnen heten Prokinetica. Als voedingsadviezen en medicijnen niet genoeg helpen, kan sondevoeding een oplossing zijn.

Bij vertraagde maaglediging wordt de voeding te langzaam gekneed, onvoldoende vermengd met maagsap en niet goed voortbewogen richting de twaalfvingerige darm. Daarnaast is bekend dat de maag meer tijd nodig heeft om vette maaltijden te ‘verwerken’. Om klachten te verminderen is het dus in ieder geval belangrijk om vette voedingsmiddelen zoveel mogelijk te vermijden.

Voedingsadviezen

  • Eet rustig.
  • Blijf rechtop na het eten: Ga niet direct liggen na het eten.
  • Kies voor magere producten. Gebruik halfvolle magere melkproducten, mager vlees, 20+ of 30+ kaas.
  • Let op vezelrijke producten.
  • Vermijd sterk gekruid voedsel.
  • Vermijd rood, taai en draderig vlees.

Sommige voedingsmiddelen hebben (bijna) geen effect op de maagontlediging maar kunnen wel klachten geven. Vaste voedingsmiddelen blijven langer in de maag dan vloeibare voedingsmiddelen. Bij diabetes, te hoge bloedglucosewaarde (hyperglycemie) vertraagt de maaglediging. Voorkom verstopping. Verstopping kan maagklachten verergeren. Vezels helpen bij zachte ontlasting, overleg met je arts of diëtist of je meer of minder vezels moet eten. Ook al heb je minder trek, probeer regelmatig en gezond te eten. Bij gebrek aan eetlust, probeer niet tijdens het eten, te drinken. Een diëtist helpt je om je klachten beter in beeld te brengen en een gezond en volwaardig voedingspatroon samen te stellen. Vraag via je behandeld arts een verwijzing naar een diëtist.

Achalasie

Achalasie is een bewegingsstoornis van de slokdarm. Deze bewegingsstoornis wordt veroorzaakt door een verminderde zenuwvoorziening. De slokdarm krijgt dan minder prikkels die zorgen voor de beweging die de slokdarm maakt. Bij achalasie is de zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm verminderd. Er zijn in dat deel ook minder bewegingen van de spieren in de wand van de slokdarm. Dit heeft tot gevolg dat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag niet goed kan ontspannen.

Het sluitspiertje kan door deze verkramping niet goed meer openen. Daardoor kan voedsel niet weg uit de slokdarm. Het hoopt zich op boven het sluitspiertje waardoor de onderkant van de slokdarm uitzet. Achalasie ontstaat door een verminderde zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Het is mogelijk dat een virusinfectie een rol speelt bij het ontstaan van de klachten. Ook zijn er aanwijzingen dat achalasie een auto-immuunziekte is. Een auto-immuunziekte is een ziekte waarbij het afweersysteem cellen van het eigen lichaam aanvalt en vernietigt.

Niet goed zakken van eten is de meest voorkomende klacht bij achalasie. Mensen kunnen wel goed het voedsel uit de mond naar de slokdarm slikken, maar dan blijft het ergens achter het borstbeen steken. Opvallend bij achalasie is dat het gaat om zowel vaste als vloeibare kost. Dus: niet alleen het stuk vlees blijft steken, maar zelfs een slok water wil soms niet zakken. Vaak worden die klachten in de loop van de tijd heel langzaam erger. Pijnlijke kramp achter het borstbeen komt ook regelmatig voor. Dit drukkende gevoel op de borst wordt vaak eerst aangezien voor hartklachten.

De voornaamste klacht is dat voedsel blijft hangen in de slokdarm. We noemen dit ook wel passageklachten. Door de ophoping van voedsel in de slokdarm zakt na een tijdje vocht ook niet goed meer. Slikken wordt hierdoor steeds moeilijker. Veel mensen krijgen ook last van een slechte adem. pijn en/of krampen in de buurt van het borstbeen. het omhoog komen van doorgeslikt voedsel. Dit gebeurt vooral na de maaltijd of als je gaat liggen. Als dit 's nachts gebeurt, kan je je gemakkelijk verslikken. Etensresten kunnen dan in de luchtwegen terecht komen. minder zin in eten en daardoor afvallen.

Meestal zijn verschillende onderzoeken nodig voordat duidelijk is dat het om achalasie gaat. Als pijn op de borst de belangrijkste klacht is, is onderzoek nodig om hartklachten uit te sluiten. Vanwege de slikklachten en passageklachten zal de arts ook een gastroscopie voorstellen om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten. Een gastroscopie is een kijkonderzoek van de slokdarm en de maag. De arts kijkt met een flexibele slang via de mond in de slokdarm. Met dit onderzoek zijn eventuele afwijkingen van de slokdarm te zien. Tijdens dit onderzoek kan de arts zo nodig ook een weefselhapje (biopt) nemen. Dit weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht. Soms is tijdens de gastroscopie een uitgezette slokdarm zichtbaar.

De behandeling van achalasie is gericht op de werking van het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag. Als dit sluitspiertje weer goed kan openen, kan voedsel door de zwaartekracht beter door de slokdarm heen. De verkramping van het sluitspiertje moet dus behandeld worden. Dit wordt ook wel pneumodilatatie of ballondilatatie van de slokdarm genoemd. Met behulp van een flexibele slang (endoscoop) brengt de arts via de mond een ballonnetje in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt ter hoogte van de sluitspier opgeblazen gedurende een minuut. Hierdoor wordt het sluitspiertje opgerekt. Deze behandeling moet meestal zo’n 1-2 keer herhaald worden met steeds een iets grotere ballon. Ongeveer 75% van de patiënten is na de oprekkingen klachtenvrij. Bij veel patiënten moet de serie oprekkingen na enkele jaren wel herhaald worden.

Brandend Maagzuur (Reflux)

Bij reflux staat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag vaker open, waardoor de zure maaginhoud terugstroomt in de slokdarm. Dit geeft klachten. Andere termen voor reflux zijn brandend maagzuur en zuurbranden. Bijna iedereen heeft wel eens last van brandend maagzuur of een oprisping, bijvoorbeeld na een zware maaltijd. Dit is niet erg. Maar als u regelmatig ernstige last heeft van opkomend maagzuur is het raadzaam om naar de huisarts te gaan. Als er te vaak maagzuur vanuit de maag terug de slokdarm instroomt en dit wordt niet behandeld, dan kan een slokdarmontsteking ontstaan.

Mensen bij wie de slokdarm jarenlang (chronisch) teveel wordt blootgesteld aan zure reflux kunnen een Barret slokdarm ontwikkelen, waarbij de slokdarm deels is bekleed met ander weefsel. Dit geeft een licht verhoogde kans op slokdarmkanker. De meeste mensen met chronisch klachten van zuurbranden krijgen echter geen Barrett slokdarm. Wel kan de reflux hinderlijke klachten veroorzaken.

Oorzaken van Brandend Maagzuur

Er zijn verschillende oorzaken voor het vaak terugstromen van maagzuur in de slokdarm. De meest voorkomende zijn:

  • Overgewicht: hierdoor is de druk in de buik groter dan normaal. Het zuur stroomt dan makkelijk terug naar de slokdarm.
  • Een middenrifbreuk waardoor het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag niet goed meer werkt en open gaat staan.
  • Een zwangerschap. Als er door de groei van de baby minder ruimte in de buikholte komt voor de maag, neemt de druk op de maag toe. Hierdoor kan het sluitspiertje niet meer goed sluiten.
  • Een luie maag (vertraagde maagontlediging) zorg ervoor dat het voedsel langer dan normaal in de maag blijft. Hierdoor is de kans groot dat er teveel zure maaginhoud terug de slokdarm instroomt.
  • Ouderdom: hierdoor kan het sluitspiertje wat verslappen en minder goed sluiten.
  • Voedingsmiddelen, zoals chocola, pepermunt en alcohol kunnen ervoor zorgen dat het sluitspiertje verslapt en de maag niet meer goed afsluit.
  • Roken: nicotine heeft hetzelfde effect als chocola, pepermunt en alcohol.

Symptomen van Brandend Maagzuur

De klachten bij brandend maagzuur verschillen per persoon. Sommige mensen hebben last van zure oprispingen en proeven het zuur dat omhoog stroomt de slokdarm in. Ook zonder het zuur te proeven, kunt u last hebben van brandend maagzuur. Sommige mensen hebben vooral 's nachts (in liggende positie) last of bij het voorover buigen klachten. Dit heeft te maken met de positie van de maag en de slokdarm. Bij andere mensen ontstaan de klachten met name na de maaltijd. Dit komt omdat juist na de maaltijd de maag onder spanning staat waardoor het sluitspiertje zich spontaan opent, zodat lucht kan ontsnappen. Hierbij kan dan ook zure maaginhoud de slokdarm inlopen.

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Pijnlijk, branderig gevoel achter het borstbeen, vlak boven de maag. Sommige mensen voelen dit als een drukkende, knijpende pijn die nogal eens verward wordt met hartklachten. De pijn kan uitstralen naar de hals, de rug en tussen de schouderbladen;
  • Oprispingen waarbij een beetje maaginhoud terugvloeit tot in de mondholte;
  • Opboeren;
  • Geïrriteerde keel en hoestklachten. Dit komt voor als de maaginhoud regelmatig tot in de keelholte omhoog stroomt;
  • Het gevoel alsof er voortdurend een brok in de keel zit;
  • Slikklachten;
  • Heesheid;
  • Slecht gebit.

Wanneer naar de Huisarts?

Het is belangrijk om naar uw huisarts te gaan, als:

  • u voelt dat het voedsel niet wil zakken in de slokdarm.
  • u regelmatig moet overgeven.
  • u in korte tijd meer dan 5 kilo afvalt, zonder aanwijsbare oorzaak.

Behandelingen voor Brandend Maagzuur

Als de klachten niet zo ernstig zijn, krijgt u voedingsadviezen en leefregels om ze te verminderen. U kunt ook medicijnen voorgeschreven krijgen, meestal voor een periode van 4 tot 6 weken. In die tijd moeten uw klachten verminderen of verdwijnen. Is dit niet het geval, dan moet u de medicijnen langer gebruiken of krijgt u een hogere dosering. Het kan ook voorkomen dat u andere medicijnen krijgt voorgeschreven.

Er zijn diverse medicijnen met verschillende werkingen:

  • Medicijnen die een beschermende laag aanbrengen op de binnenkant van de slokdarm en de maag. Er is dan nog wel maagsap, maar veel minder of helemaal niet zuur meer.
  • Medicijnen die de werking van de slokdarm- en maagspieren bevorderen. Deze medicijnen zorgen voor een sneller transport van voeding door de slokdarm en de maag. Daardoor wordt de kans kleiner dat maagsap terug omhoog stroomt.

Als medicijnen, voedingsadviezen en leefregels niet helpen om de klachten te verminderen, kan een operatie uitkomst bieden, waarbij een zogenaamd 'maagmanchet' wordt aangelegd. Een 'maagmanchet' verstevigt de overgang tussen maag en slokdarm.

Tips & Adviezen

Met de volgende tips en (voedings)adviezen kunnen de klachten van brandend maagzuur verminderen:

  • Vermijd grote, zware maaltijden en erg vet eten. Neem liever kleine maaltijden verspreid over de dag.
  • Ga na het eten niet meteen liggen.
  • Wees voorzichtig met de volgende producten omdat die de klachten kunnen verergeren: alcohol, pepermunt, chocola, scherpe kruiden, koolzuurhoudende dranken en zuur vruchtensap van citrusfruit zoals citroen, grapefruit, mandarijn en sinaasappel.
  • Zorg voor een gezond lichaamsgewicht.
  • Draag geen knellende kleding ter hoogte van uw maag.
  • Buk niet voorover, maar zak met rechte rug door knieën.
  • Stop met roken.
  • Eet gezond, gevarieerd en vezelrijk.
  • Plaats het hoofdeinde van uw bed op klossen zodat het hoofdeinde 10 tot 15 centimeter hoger is dan het voeteneinde.
  • Het is verstandig om tenminste 3 uur voordat u gaat slapen niet meer te eten.

labels:

Zie ook: