Over de oudste menselijke bewoning in de omgeving van Amstelveen zijn we slecht geïnformeerd, omdat er niets schriftelijk werd vastgelegd. Wel zijn er bij archeologisch onderzoek enkele terpjes gevonden die wijzen op bewoning in een periode waarin nog niets werd gedaan aan de beheersing van de waterstanden. De eerste bewoning van deze streek valt rond het jaar 1000 te plaatsen.

De pioniers troffen een moerassig gebied aan met grillige waterlopen en soms extreem hoge waterstanden. Het ontginnen van het gebied vond plaats door middel van het verwijderen van struiken en bomen, het graven van sloten en greppels op regelmatige afstanden en het egaliseren van het terrein. Steeds werd er aan de achterzijde een stukje land aan het bezit toegevoegd. De ontginning van deze streek was dan ook een proces dat eeuwen duurde. Met het in cultuur brengen van het landschap was het treffen van waterstaatkundige voorzieningen ook een noodzaak.

Geleidelijk legde men kaden langs de rivieroevers die in de loop van de tijd uitgroeiden tot dijken. Die kaden en dijken kregen ook een verkeersfunctie. In 1525 kwam het Hoogheemraadschap van Amstelland tot stand. Dit waterschap had vooral tot taak een ring van dijken, dammen en sluizen rondom een flink gebied te controleren, teneinde te voorkomen dat er nog langer ‘vreemd’ water Amstelland binnenstroomde. In de loop der tijd was dit echter niet voldoende. In de loop van de 16de en 17de eeuw werd het gebruik van watermolens daarom steeds algemener.

Rondom het jaar 1300 is er voor het eerst sprake van Nieuwer-Amstel (tot 1964 heette Amstelveen Nieuwer-Amstel) en daaruit kunnen we afleiden dat er voldoende mensen woonden om er een afzonderlijk rechtsgebied van te maken met een eigen overheidsgezag. En waar mensen een woonplek hadden gevonden werd ook een kerkje gesticht. Waar de eerste kapel - een filiaal van de Urbanuskerk te Ouderkerk - werd gebouwd is niet helemaal zeker, maar vast staat wel dat de plek waar wij nu de Dorpskerk vinden heel oude papieren heeft.

In het begin was iedereen jager of visser van beroep, later kwamen daar beroepen bij als turfsteker, veehouder en overige agrarische beroepen. In het noorden van de gemeente waren meer stedelijk georiënteerde arbeiders gevestigd. Langs de doorgaande weg tussen Amsterdam en Leiden, op de plaats waar de kerk stond, kwamen een paar cafeetjes waar kleumende reizigers zich konden warmen en paarden gevoederd en gedrenkt werden. Voor een (hoef)smid en een tuig/zadelmakerij was er ook al gauw emplooi en geleidelijk ontstond er rondom de tegenwoordige dorpskern ook een boerenstand. Daarna ging het bijna als vanzelf, maar wel heel geleidelijk Een bakker en een slachter openden hun deuren en zo verschenen er meer ondernemende lieden die hier hun brood wilden verdienen. Velen hadden overigens een dubbel beroep; een cafeetje kon overdag door de vrouw beheerd worden en een boer was vaak ook jager of visser.

De grootscheepse turfwinning in Nieuwer-Amstel bracht geen welvaart - zelfs niet tijdelijk - want de exploitanten woonden meestal elders. Na 1770 werden verschillende waterplassen drooggelegd en dat gaf het Oude Dorp enkele impulsen. Er werden boerderijen en molens gebouwd en er vestigden zich mensen die zich voor verschillende behoeften op Amstelveen oriënteerden. Dat had een veelzijdiger middenstand tot gevolg: de korenmolenaar, de kuiper, de wagenmaker, de chirurgijn, de grutter en anderen kwamen er bij. Men kon ze allemaal vinden in het achttiende en negentiende eeuwse Amstelveen.

Vanaf omstreeks1600 stond de rechtkamer, later het rechthuis, tegenover de kerk. Daar woonde de schout. Op het dorpsplein stond lange tijd een galg als dreigend teken voor iedereen die verkeerd wilde. Naast de kerk stond het schooltje en zo kunnen we langzamerhand van een bescheiden dorpskern spreken.

Het Oude Dorp in de 20e Eeuw

Over Amstelveen in de twintigste eeuw valt veel te schrijven, want daarover is het nodige bekend. De gemeente heeft na 1930 een snelle ontwikkeling ondergaan, mede als gevolg van de nabijheid van Schiphol en Amsterdam. De voorloper van de A9, een eenbaansweg werd in 1936 aangelegd, de Burgemeester Van Sonweg. De weg werd in de jaren 30 aangelegd als een oost-westverbinding richting Schiphol, dat toen sterk in opkomst was. De start van de aanleg van de A9 volgde ruim 20 jaar later.

Het Oude Dorp is ontstaan in de middeleeuwen als agrarische nederzetting in het veenweidegebied ten westen van de Amstel, waar het Amstelland was opgedeeld in Ouder-Amstel (ten oosten van de Amstel) en Nieuwer-Amstel (merendeels ten westen van de rivier). In de loop der eeuwen werd de turfwinning een belangrijke bron van inkomsten. Het beeldje van ‘de Turftrapster’ herinnert in het dorp aan deze bedrijvigheid.

Het Oude Dorp met als hoofdstraten de Dorpsstraat en de Stationsstraat, kenmerkt zich door smalle straten en kleinschalige huizen met een mengeling van oude huisjes en nieuwbouw. Dat in tegenstelling tot de rest van de gemeente, dat tegenwoordig een grootstedelijke uitstraling heeft.

Nieuwer-Amstel en Amsterdam

Nieuwer-Amstel ontstond in 1278 en was daarvoor bekend onder de naam Aemstelle (ame + stelle = waterloop + hoge grond). Amsterdam kreeg in 1300 stadsrechten en scheidde zich zo af van het Amstelland. De eerste leenheer van Amstelland was Guy van Avesnes. Hij moest in 1307 zijn ambt aan Barend (Bernd) van Dorenweerde geven toen hij Bisschop van Utrecht werd. In 1342 kreeg Amsterdam voor het eerst een stuk van Nieuwer-Amstel, dat in 1387 werd uitgebreid.

Een plattelandsgemeente werd vroeger een ambacht genoemd. Nieuwer-Amstel had een ambachtsbestuur, bestaande uit schout en schepenen. Een schout was de benaming die men nu gebruikt voor burgemeester en een schepen voor wethouder. Het ambacht van Amstelveen werd in 1399 door Hertog Albrecht verkocht aan zijn neef Koen Cuser van Oosterwijk. De kerk bleef tot 1334 ondergeschikt aan een geestelijke in Ouderkerk. In 1447 mocht een pastoor een stukje Schiphol verkopen om een kerk op de plek van de huidige Dorpskerk te bouwen. (De huidige Dorpskerk is pas in 1866 gebouwd).

Als er een kerk gesticht mocht worden, betekende dit dat in de wijde omtrek van de kerk de bevolking toenam. In 1580 werd deze eerste kerk als protestants aangemerkt. De katholieken gingen naar twee andere kerkjes, de bovenkerk en de benedenkerk. In 1489 werd het gebied van Amsterdam uitgebreid en gemarkeerd met limietpalen en banpalen.

Limietpalen dienden om de grenzen van de jurisdictie van het ambacht aan te geven. De stadsvrijheid was de jurisdictie die de stad bezat over het gebied dat zich uitstrekte over een afstand van 100 roeden buiten de stad. De banpalen markeerden de grenzen van het zogenaamde ban- en vangrecht. Dit recht strekte zich uit 1000 roeden buiten de genoemde 100 roeden. De banpalen werden zonder toestemming op het grondgebied van Nieuwer-Amstel geplaatst. Amsterdam probeerde steeds de ambachtsheerlijkheid Nieuwer-Amstel over te nemen.

Het ging zo ver dat Amsterdam banpalen met het gemeentewapen ging plaatsen. Reinoud van Brederode was ambachtsheer en voerde lange processen tegen Amsterdam. Na vele jaren van procederen verkoopt van Brederode in 1529 opeens zijn ambachtsheerlijkheden Nieuwer-Amstel, Sloten, Sloterdijk en Oostdorp (Osdorp). Het verhaal gaat dat hij ze verdobbeld zou hebben. Hij kreeg er wel veel geld voor, maar zijn zoon en opvolger, Hendrik, kwam toch in geldproblemen. Hendrik probeerde in een proces zijn vaders ambachtsheerlijkheden terug te krijgen, maar verloor het proces.

Amsterdam was machtig en kon veel stukken land kopen. In 1658 stopte Amsterdam voorlopig met annexeren. In 1795 werd Nieuwer-Amstel een gemeente. Amsterdam wilde weer gaan annexeren, en de inwoners van Nieuwer-Amstel protesteerden tot bij de koning. Dit baatte niet, want in 1895 werd een wetsvoorstel aangenomen dat op 1 januari 1896 het rijkste en grootste deel van Nieuwer-Amstel bij Amsterdam kwam. De bevolking daalde van 35.000 tot 5.500.

Er kwamen dure gebouwen bij Amsterdam, onder andere het Concertgebouw en het huidige Gemeentearchief van Amsterdam. In 1920 werd opnieuw en voor het laatst Amsterdam uitgebreid tot aan de Kalfjeslaan. Na de tweede wereldoorlog ving Nieuwer-Amstel een deel van de Amsterdamse woningnood op en werd tevens officieel één van de woongemeenten van Schiphol.

Van Nieuwer-Amstel naar Amstelveen

In 1964 werd Nieuwer-Amstel genoemd naar de belangrijkste bewoningskern, Amstelveen. In 1995 is Amstelveen opgenomen in het Regionaal Opbouworgaan Amsterdam, voor een beter samenwerking binnen ‘groot-Amsterdam’. De woonkern Amstelveen heeft zich ontwikkeld van "Dorpje aan de Poel" tot "Stad in het Groen".

Bij het begin van de 20e eeuw was Amstelveen een eenvoudig landelijk dorp waar de de tijd stilstond. De turf-industrie was in elkaar gezakt, dus de inkomsten daarvan waren verdwenen. Het dorp was enigermate afgelegen, omdat het geen enkele belangrijke spoorweg- of waterverbinding had. De verveningen liepen ten einde.

In 1852 werd de Haarlemmermeerpolder drooggemalen en is het 'Fort aan het Schiphol' aangelegd als verdedigingswerk voor de hoofdstad Amsterdam. Forten werden in die tijd vaker naar waters genoemd. Fort aan het Schiphol was de 'scheisloot' tussen Rietwijkeroord en Aalsmeer en weer vernoemd naar een stuk grond dat vanuit Amstelveen-dorp aan de overkant van de Poel ligt. Bij Fort Schiphol, zoals het later werd genoemd, werd in 1916 een militair vliegveld gesticht, Schiphol, dat vier jaar later een burgerluchthaven werd.

Fort Schiphol werd in 1934 gesloopt, de ligging is nog zichtbaar in de wijde kom van de Ringvaart onder het viaduct van de A-9. De ontwikkeling van Schiphol trok veel mensen, waarvan velen zich vestigden in Amstelveen. Ook het hoofdkantoor van de KLM werd hier gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog ving Amstelveen een deel van de Amsterdamse woningnood op en werd tevens officieel één van de woongemeenten van Schiphol. Planologisch werd het ingevoegd in het agglomeratiegebied Amsterdam, met zijn stedelijke en groene zones.

Amstelveen bleef als gemeente echter zelfstandig en voerde een zelfbewust beleid dat onder meer tot uiting kwam in de voor die tijd zeer fraaie nieuwe woonwijken. Het oude dorp kon niet langer als kern dienen voor de moderne plaats. Men ontwikkelde een nieuw krachtig, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum. In 1964 veranderde de naam van Nieuwer-Amstel, vanwege de dominante positie van Amstelveen binnen de gemeente, in Amstelveen.

Behalve woningen werden de laatste decennia ook veel kantoren; met name voor het handels-, bank- en verzekeringswezen gebouwd. Het telt grote computercentra en hoofdkantoren voor nationale en internationale instellingen. Hier wonen velen die werkzaam zijn op de luchthaven Schiphol.

Amstelveen Vandaag

Amstelveen heeft een eeuwenoude geschiedenis, die zelfs ouder is dan Amsterdam. Dat is bij weinig mensen bekend. Het ambacht Nieuwer-Amstel besloeg de hele westzijde van de Amstel, waarvan het dorp Amstelveen het bestuurlijke centrum vormde. In de twintigste eeuw ontwikkelde het zich van agrarische gemeente tot forensenstad. Dat was een bewuste keuze om de middenklasse uit Amsterdam aan te trekken. Een treinspoor zorgde vanaf 1915 voor een goede verbinding met de stad. In de jaren ‘30 werden de wijken Randwijck, Elsrijk en Keizer Karelpark gebouwd in een monumentale bouwstijl. Daar tussen kwamen grote parken, waaronder de eerste heemparken van Nederland.

Lang was Amstelveen een dorp van turfstekers en agrariërs, met hier en daar een uitspanning voor dorstige reizigers. In de 20e eeuw kende Nieuwer-Amstel (zoals Amstelveen tot 1964 heette) een stormachtige ontwikkeling. Met het ontstaan van Schiphol en de komst van nieuwe bedrijven in en rond Amstelveen brak er een nieuw tijdperk aan voor het dorp.

Verspreid door de stad zijn routes uitgezet om de geschiedenis van Amstelveen zichtbaar te maken. De rijke historie is nog overal te zien. Informatiepanelen langs de route wijzen op de bezienswaardigheid van die plek. De unieke ontstaansgeschiedenis, bijzondere bewoners en opmerkelijke gebouwen. Amstelveen telt 38 rijksmonumenten en meer dan 100 gemeentelijke monumenten.

Het Amstelland was in de middeleeuwen opgedeeld in Ouder-Amstel, het stuk ten oosten van de rivier de Amstel, en Nieuwer-Amstel dat grotendeels ten westen van de Amstel lag. Om annexaties van Amsterdam te voorkomen bouwde Nieuwer-Amstel in 1892 een groot raadhuis tegen de grens van Amsterdam aan. Het Oude Dorp Amstelveen en een landelijk gebied met een paar kleine dorpen bleef over.

Een klein pand met een bewogen geschiedenis. Het karakteristieke en kleine houten gebouw is een ontwerp uit 1930 van architect Philip Warners. In 1938 nam de Joodse gemeenschap het in gebruik ais synagoge. Na een bewonersinitiatief werd ‘de Kleine Sjoel’ in 2018 gered van de sloop en kreeg het de monumentenstatus. Ver. Deze vereniging houdt de geschiedenis van de stad levend.

Er op uit in Amstelveen? Verspreid door de stad zijn routes uitgezet om de geschiedenis van Amstelveen zichtbaar te maken. De rijke historie is nog overal te zien. De unieke ontstaansgeschiedenis, bijzondere bewoners en opmerkelijke gebouwen. Iedere route heeft een eigen thema: van de oorsprong als eeuwenoud boerendorp tot de Tweede Wereldoorlog. Verken de geschiedenis van de Amstelveense polders tijdens deze fietstocht. Verken Bovenkerk en Westwijk, waar oude normen en nieuwe waarden samenkomen. Elke route verbindt twee of meer buurten, waardoor overeenkomsten en verschillen zichtbaar worden. Je kunt de routes geheel lopen of fietsen.

labels:

Zie ook: