Paarden hebben zich door de evolutie heen aangepast aan veeleisende klimatologische omstandigheden, zoals die in steppen, halfwoestijnen en toendra’s. In deze landschappen ervaren ze aanzienlijke temperatuurschommelingen, variërend van intense hitte tot ijzige kou. De temperatuurbereiken in deze gebieden kunnen meestal variëren van ongeveer -15°C tot +25°C.
Paarden gebruiken voedingsvezels, met name cellulose en hemicellulose, als hun primaire energiebron. Wanneer de energiebehoefte toeneemt, verhoogt het paard de energieopbrengst van zijn ruwvoer door de benutting ervan in de dikke darm te verbeteren. Bovendien hebben paarden in de wintermaanden de neiging om meer hooi te eten vanwege de lagere temperaturen, waardoor ze soms 20-25 kg per dag nodig hebben om aan hun energiebehoefte te voldoen.
Als de energie uit voedingsvezels onvoldoende is, gaan paarden over op vertakte aminozuren, de fundamentele bouwstenen van eiwitten, als extra energiebron. Energie uit vetten wordt alleen als laatste redmiddel gebruikt als er geen andere energiebronnen beschikbaar zijn. Het voeren van oliën aan paarden kan problematisch zijn omdat ze slecht worden verteerd in de dunne darm en de darmflora kunnen verstoren als ze in de dikke darm terechtkomen. Het toevoegen van oliën aan het voer geeft het paard geen extra energie.
Dieren zoals mensen, primaten en cavia’s hebben een specifieke behoefte aan vitamine C in hun dieet. Paarden vallen niet in deze categorie, aangezien ze in staat zijn om vitamine C zelf te produceren uit aanwezige suikers, die ruimschoots aanwezig zijn in hun voeding. Daarom is het overbodig om paarden vitamine C-rijke voedingsmiddelen zoals sinaasappels, mandarijnen, kiwi’s of andere vruchten te geven. In feite kunnen deze vruchten het evenwicht in de dikke darm aanzienlijk verstoren, wat meer nadelen dan voordelen oplevert.
Net zoals oud brood, worden ook appels vaak aan paarden gevoerd. Paarden houden van de zoete smaak van fruit en zullen niet snel een aangeboden appel of peer weigeren. Echter, een enkel appeltje kan meestal geen kwaad, maar het voeren van grote hoeveelheden fruit kan echter leiden tot grote gezondheidsproblemen. Te veel appels of fruit kunnen koliek veroorzaken. Ook ernstige problemen zoals maagzweren kunnen worden veroorzaakt door het eten van veel fruit. Pas extra op wanneer je paard gevoelig is voor hoefbevangenheid: de vele fruitsuikers kunnen tot deze zeer pijnlijke hoefontsteking leiden.
Weet je niet zeker of jouw paard er goed tegen kan? Staan er in of naast de weide van jouw paard fruitbomen? Vallend fruit heeft een enorme aantrekkingskracht op paarden. Zelf heb je niet snel in de gaten hoeveel rijp fruit er in de herfst van de bomen in de wei valt - je paard ruimt het immers direct netjes op.
Alternatieven voor Appels
Het is dus raadzaam om voorzichtig te zijn bij het aanbieden van fruit en groenten aan paarden, omdat ze vergelijkbaar kunnen zijn met het geven van chocoladerepen aan hen. In plaats daarvan, zorg voor:
- Voldoende hoogwaardig hooi als energiebron om ervoor te zorgen dat je paard voldoende warmte kan genereren en comfortabel blijft in koude weersomstandigheden.
- Aanbieden van geweekte hooi cobs of esparcette cobs is essentieel om ervoor te zorgen dat deze oudere paarden voldoende calorieën en vezels binnenkrijgen om hun lichaamstemperatuur te reguleren tijdens de winter.
Hoewel de analogie van een hamburger met friet versus een bedorven appel vaak wordt gebruikt, is het belangrijk op te merken dat een ongezond voedsel zoals kuil niet per definitie een gezondere optie wordt alleen omdat beschimmeld hooi wordt vermeden. Kuil en andere gefermenteerde voeders zijn doorgaans niet geschikt voor paarden vanwege het inkuilproces. Tijdens dit proces worden melkzuurbacteriën, die van nature niet in de darmflora voorkomen, in grote hoeveelheden in de darmen geïntroduceerd.
Op de lange termijn kunnen deze voeders leiden tot gezondheidsproblemen bij paarden, zoals cryptopyrrolurie, zomereczeem, mok, rasp, hoefbevangenheid, lymfestuwing en verschillende andere stofwisselingsproblemen. Bovendien hebben met name droge kuilballen vaak last van schimmelproblemen tijdens de opslagperiode, omdat ze niet in staat zijn om een pH-waarde onder de 5 te bereiken en de noodzakelijke “rust” in het fermentatieproces te bereiken.
Als je blijft twijfelen over de kwaliteit van het hooi, is het verstandig om in februari een monster te nemen en dit te laten testen op microbiologische besmetting. Het komt vaak voor dat de resultaten van zogenaamd “goed” kuil verrassend slecht zijn, wat de vraag doet rijzen of beschimmeld hooi misschien toch het “gezondere” alternatief was.
Fructanen en Weidegang in de Winter
Op dit moment is er onder paardeneigenaren een bezorgdheid over fructanen en een kritische houding ten opzichte van weidegang in de winter en overgangsperiode. Het is opvallend dat wilde paarden gedurende het hele jaar grazen op gras zonder voortdurend last te hebben van fructaan-geïnduceerde hoefbevangenheid. Hoe is dat mogelijk?
Het verschil tussen wilde paarden en gedomesticeerde paarden heeft vooral te maken met twee belangrijke factoren: de samenstelling van het grasland en de darmflora. In de afgelopen decennia is de vegetatie op onze weiden aanzienlijk veranderd, van extensieve en minder voedzame grassen naar stressbestendige, high-performance grassen die beter bestand zijn tegen vertrappen.
Deze high-performance grassen zijn niet alleen geïntroduceerd via nieuwe zaadmengsels op weiden, maar ook door het gebruik van high-performance grassen op omliggende weilanden. Dit wordt bevorderd door stikstofbemesting en overbegrazing, waarbij te veel paarden op een te kleine oppervlakte worden gehouden. Deze grassen bevatten aanzienlijk meer fructaan dan de extensieve grassen die eigenlijk geschikter zijn voor paardenweiden.
Fructaan is een opslagkoolhydraat in planten dat, in tegenstelling tot zetmeel, niet verteerd kan worden in de dunne darm van paarden. In de dikke darm kan fructaan verteerd worden door melkzuurbacteriën, wat resulteert in melkzuur als afvalproduct, wat de darm kan verzuren. Dit is zeer problematisch voor de darmflora.
Voor wilde paarden is dit ongevaarlijk omdat hun darmen praktisch geen melkzuurbacteriën hebben. Maar als je paard al een verstoorde darmflora heeft, wordt dit een probleem. Melkzuurbacteriën zijn overvloedig aanwezig in de dikke darm van paarden die kuilvoer of krachtvoer hebben gekregen of krijgen. Dit komt onder andere doordat krachtvoer leidt tot een overmatige vermenigvuldiging van melkzuurbacteriën, die zich van nature in het voorste deel van de maag bevinden. Vervolgens worden ze met de voedselbrij meegevoerd naar de dikke darm.
Als een paard met een verstoorde darmflora in de late herfst of winter mag grazen op high-performance grassen wanneer het fructaangehalte hoog is, kunnen deze ziekteverwekkers zich buitensporig vermenigvuldigen. Dit resulteert in een plotselinge daling van de pH-waarde, wat leidt tot een massale afsterven van de natuurlijke darmflora. De endotoxines die hierdoor vrijkomen, kunnen vervolgens “fructaan-hoefbevangenheid” veroorzaken.
Daarom is voorzichtigheid geboden wanneer je veel gedomesticeerde paarden toegang geeft tot de “winterweide”. Dit is echter vooral een probleem dat wordt veroorzaakt door de eigenaar, als gevolg van een verstoorde homeostase van de darmen in combinatie met een te intensief gebruik van de weidegronden.
Het Belang van Natuurlijke Voeding
De meest effectieve preventieve maatregel is om je paard te houden en voeren op een manier die overeenkomt met zijn natuurlijke behoeften en om geschikte therapeutische interventies uit te voeren om de darmbalans te herstellen als er in het verleden problemen zijn geweest met het dieet. Met oervoeding bedoel ik bijvoorbeeld de mixen uit onze Pure Horse boxen. Deze voeding wordt niet op smaak gebracht met suikers (let op dit kunnen ook natuurlijke suikers uit fruit zijn), granen en andere geur- en smaakstoffen. Maar ook de smaak van de mineralenmixen wordt niet verdoezeld door dragers als luzerne. Dit is met een reden. Zo heb je de toevoegingen (bijvoorbeeld eiwitbronnen als luzerne of zetmeelbronnen als graan) zelf in de hand en kan je die zelf weglaten of hoger of lager doseren.
In feite kan dus ieder paard deze kennis aanboren (mits de omgeving dit faciliteert). Echter is het wel zo dat heel veel gedomesticeerde paarden stofwisselingsgestoord zijn (ook al vertonen ze soms nog geen klachten die jij kan waarnemen) en dan is het nog maar de vraag of ze, terwijl ze uit balans zijn, ook nog goed weten wat wel en niet goed voor ze is. Daarnaast heeft het brein een voorkeur voor suiker (of met andere woorden: energierijke voeding) en in zekere mate ook voor proteïne, vet en zout.
De meeste paarden hebben in hun leven niet geleerd wat je allemaal wel en niet kan eten qua diversiteit in de voedingssoorten en hun structuur. Die krijgen gras met misschien een paar andere soort plantjes, hooi, muesli of brok en een liksteen. En dat was het dan wel zo’n beetje voor het gemiddelde paard. Terwijl, in het wild eten ze zo veel meer dingen! Takken, bloemknoppen, steeltjes, wortelen, mos, paddenstoelen en weet ik niet wat.
Onze paarden kunnen weinig zelf kiezen (al is er gelukkig een “wave” aan mensen aan het ontstaan die steeds meer diversiteit aanbieden). Dat maakt dat ze minder kunnen oefenen in divers eten. Al deze factoren of een combinatie ervan kunnen een reden zijn waarom jouw paard gezonde voeding met lange tanden eet (of zelfs geheel weigert).
Wat Te Doen Als Je Paard Moeite Heeft Met Nieuwe Voeding
Het kan zijn dat het lijf uit balans is waardoor het instinct onjuist wordt beïnvloed. Het kan zijn dat je paard uit balans is qua suikerbehoefte, vaak zijn dit de paarden die een voorgeschiedenis aan suikerrijk ruwvoer of krachtvoer hebben gehad. Het kan ook zijn dat je paard de structuur niet herkent. En het kan zijn dat je paard specifiek even geen behoefte heeft aan de kruiden of balancer. Dat is niet zo spannend en dan kan je het over een tijdje opnieuw aanbieden.
Paarden met een niet ontdekte maagzweer (en het komt vaker voor dan je denkt), hebben vaak moeite met nieuwe voeding. Ze zijn in wezen argwanend wat het zal doen met de pijn in de maag als ze iets nieuws eten. Dit is het type paard wat eigenlijk altijd met alle voedingswisselingen moeite heeft. Ze eten vaak ook wat trager, kunnen een eeuwigheid doen over hun prakkie opeten, gaan na het eten van de bijvoeding dingen aflikken of eten hapjes hooi gecombineerd met hapjes bijvoeding. Soms gaan ze ook soppen met hooi in water. Soms willen ze niet aangeraakt worden rondom de maag/buik, kunnen singelnijd hebben, gapen vaak meer dan normaal en sommige paarden gaan luchtzuigen.
Als een paard geen goede darmgezondheid heeft, kan dat buikpijn geven. Er zijn vrij veel paarden die rondlopen met darmproblemen. Soms vallen de klachten weinig op, paarden leren er vaak mee leven (tot op bepaalde hoogte). En in sommige gevallen geeft dat een constante druk op de buik, waardoor bijvoeding eten niet altijd lekker wordt gevonden. Beeld maar in, als je zelf milde buikpijn hebt, dan heb je ook niet altijd zin in alles. Het is een klein beetje hetzelfde als bij een maagzweer, het paard is dan een beetje huiverig over wat de bijvoeding doet met de buikpijn.
Problemen aan het gebit kunnen het eten flink in de weg staan.
De kernboodschap is dus, mengen mag! Met hooi- of grasbrok, timothee, esparcette, luzerne of groene haver kan je het voor altijd blijven mengen. Als je bent uitgeweken naar een granenvrije (en sojavrije) muesli of brok kan dit ook voor onbepaalde tijd, mits het passend is bij de gezondheidstoestand van je paard.
Uitzonderlijke Situaties en Supplementen
Nee hoor, geen probleem. Soms ontstaat er een bepaalde situatie in het leven (van jou of je paard) waardoor je even niet kan bijvoeren. Met even bedoel ik dan één dag tot een paar weken. Maandenlang zou wel van een andere orde zijn. Wel is het belangrijk dat je alle gezondheidsproblemen hebt uitgesloten (zodat er bijvoorbeeld geen sprake is van een acute maagzweer o.i.d.) als je paard zelf beslist even niet te willen eten.
Supplementen voeren is van andere orde dan de basis bijvoeding. Supplementen zijn vaak poedertjes met een specifieke smaak. Daarom wordt er door de supplementenmarkt ook vaak suiker toegevoegd aan de producten. Want ik weet niet of je wel eens een puur supplement hebt geproefd?
Je moet altijd als eerste uitvinden wat je paard specifiek niet lekker vindt. Om uit te vinden welk supplement niet zo lekker gevonden wordt ga je terug naar een mengeling van dingen waarvan je zeker weet dat je paard ze lekker vindt. Dat geef je op dag 1. Daarna ga je in de volgende dagen 1 voor 1 supplementen bijvoegen. Zodra je weet wat het “probleem” is kan je afhankelijk van het supplement of de bijvoedingssoort verschillende dingen doen. Bij voorkeur is dat hooibrok omdat dit het meeste lijkt op hooi/gras en dus het beste past bij de spijsvertering.
Je kunt het gene wat je paard niet lekker vindt weglaten voor enkele dagen en dan in minimale dosis weer toevoegen en dat heeeel langzaam ophogen. Je kunt kijken of je de bijvoeding of het supplement kan vervangen voor iets anders wat vergelijkbaar is en wel lekker gevonden wordt. Je kunt kijken of het helpt om iets meer van de basisvoeding te geven zodat de smaak van het “bah” wat wegvalt. Je kunt kijken of het helpt om een andere soort basisvoeding bij te mengen. Luzerne heeft bijvoorbeeld een zeer aangename smaak, aangenamer dan esparcette. Soms is goed experimenteren met de basissmaken echt goed om te doen. En voor sommige paarden helpt het als je blijft wisselen met deze soort smaken.
Voeg iets toe waardoor je paard het prakje toch graag eet. Sommige paarden doen een halve moord voor gekookt lijnzaad. Niet alle paarden, er zijn er ook die het zo smerig vinden dat ze nog liever hun dekje op eten. Maar als je paard er “zo eentje” is die gekookt lijnzaad om te smullen vindt, dan kan je daar gebruik van maken. Dan geef je voor 2 tot 4 weken lang elke dag je prakje, met daar bovenop een beetje gekookt lijnzaad.
Andere Voedingsmiddelen om Te Vermijden
Naast appels zijn er nog andere voedingsmiddelen die je beter niet aan je paard kunt voeren:
- Vers gemaaid (gazon)gras: Dit kan gassen en koliek veroorzaken.
- Snoeiafval van tuinplanten: Veel planten zijn giftig voor paarden.
- Hooi van slechte kwaliteit: Dit kan leiden tot ademhalingsproblemen en een tekort aan voedingsstoffen.
- Veevoer: Het verteringsstelsel van paarden en koeien zit heel anders in elkaar.
Essentiële Componenten van Paardenvoer
Paardenvoer is een essentieel onderdeel van de dagelijkse zorg voor paarden. Het is belangrijk om het juiste type voer te selecteren om ervoor te zorgen dat het paard de nodige voedingsstoffen krijgt om gezond te blijven. Er zijn verschillende soorten paardenvoer beschikbaar, elk met hun eigen voedingswaarde en doel:
- Hooi: Een basisvoer dat vezels bevat die goed zijn voor de spijsvertering.
- Gras: Een natuurlijke bron van voeding voor paarden, vaak gebruikt als weidegang.
- Krachtvoer: Ontworpen om extra voedingsstoffen te bieden die niet in hooi of gras voorkomen.
- Supplementen: Gebruikt om tekorten aan voedingsstoffen aan te vullen.
Er is geen “beste” voer voor paarden, omdat de voedingsbehoeften van paarden afhankelijk zijn van verschillende factoren, zoals hun leeftijd, gewicht, activiteitsniveau, gezondheidstoestand en het type werk dat ze doen. Over het algemeen hebben paarden een dieet nodig dat voldoende ruwe vezels, eiwitten, koolhydraten, vitaminen en mineralen bevat. Een basisvoer voor paarden bestaat meestal uit hooi of gras, omdat deze vezelrijk zijn en de spijsvertering van het paard ondersteunen.
De hoeveelheid hooi die een paard per dag nodig heeft, varieert afhankelijk van het gewicht, de leeftijd, het activiteitsniveau en de gezondheidstoestand van het paard. Als algemene richtlijn wordt aanbevolen dat een paard 1,5% tot 2,5% van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag moet eten, waarbij hooi de belangrijkste bron van ruwvoer is. Dus als we bijvoorbeeld uitgaan van een paard van 500 kilogram, zou deze tussen de 7,5 en 12,5 kilogram hooi per dag moeten eten.
Ruwvoer en Kauwbehoefte
Het rantsoen dat het paard voldoende kauwbewegingen geeft om aan de kauwbehoefte te voldoen moet ook nog alle voedingsstoffen leveren. Dat maakt het samenstellen van een goed rantsoen een aardige puzzel. Als het nodig is om het ruwvoer te beperken, rijst de vraag, tot hoever? Bereken je dat puur en alleen op basis van de energiebehoefte, dan kan de vezelhoeveelheid die het paard krijgt vrij laag worden.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat voor een goede doorstroming in de darmen minimaal 1 kg droge stof voer per 100 kilogram lichaamsgewicht per dag nodig is. Ander onderzoek laat zien dat paarden die langer dan 6 uur geen eten hebben een groter risico lopen maagzweren te ontwikkelen. Veel beweging kan een afleiding zijn voor vervelingstijd op stal. Maar voldoende kauwen is een hele belangrijke factor in de gezondheid van het paard.
De huidige ondergrens voor de minimale hoeveelheid ruwvoer is 1,25 kg droge stof ruwvoer per 100 kilogram lichaamsgewicht per dag. Omgerekend in hooi met een droog stofgehalte van 85%, is dit 1,5 kg vers hooi per 100 kilogram lichaamsgewicht per dag. Voor een paard van 600 kg minimaal 9 kilogram hooi per dag en een pony van 400 kg minimaal 6 kg hooi.
Granen: Voor- en Nadelen
Je hebt het vast wel eens gehoord, paarden die beslist geen granen meer mogen eten omdat de eigenaar er van overtuigd is dat hun paard er ziek van wordt. Toch is het wel de tendens die ik zie. De markt speelt er slim op in. Er zijn de laatste tijd enorm veel graanvrije voeders ontwikkeld. Zijn we niet, net zoals enkele jaren geleden, met de angst voor eiwitten, een beetje aan het doorslaan?
Kortom, wat is verstandig? Een lichaam heeft voedingsstoffen; brandstoffen en bouwstoffen nodig. Deze zijn grof onder te verdelen in eiwitten (aminozuren), vetten, suikers, vitamine en mineralen. De granen vallen met name onder het kopje suiker. Graan bestaat namelijk voor een groot gedeelte uit zetmeel en zetmeel is een complex koolhydraat.
De hoeveelheid glucose in het bloed bepaald de bloedsuikerspiegel. De bloedsuikerspiegel kan schommelen en heeft bepaalde onder- en bovenwaarden. Na het eten van koolhydraten/suiker begint het gehalte bloedsuiker in het bloed te stijgen en dat is voor de alvleesklier een teken om het hormoon insuline aan te maken. De insuline zorgt er voor dat de glucose die niet direct word gebruikt in verbranding wordt omgezet in glycogeen en word opgenomen in de cellen.
Samenvattend heeft het lichaam dus een ingenieus mechaniek om zichzelf zoveel mogelijk in balans te houden. Maar als het lichaam keer op keer (te veel) glucose moet verwerken, kan dit het hele systeem ontregelen en kan er insuline resistentie, leververvetting of schade aan de nieren ontstaan. In het wild werd dit mechaniek niet vaak tot extreme schommelingen gebracht. Wellicht een enkele keer in de zomer als de kudde het geluk had een boom vol appels te vinden. Maar nu, in de huidige tijd, is het eigenlijk voor heel veel paarden eeuwig zomer.
In je voerbeleid moet je rekening houden wanneer, welke en hoeveel suikers er worden aangeboden op een dag. Dit kunnen geraffineerde suikers zijn, maar het kan ook in de vorm van granen zijn die later worden omgezet in bloedsuiker. Een hulpje hiervoor kan de glycemische index zijn. Dit is een maat die aangeeft hoe snel koolhydraten worden omgezet naar glucose (monosacharide).
De basisregel voor gezondheid is gelijkmatigheid. Het is belangrijk dat de suikerspiegel in het bloed zo min mogelijk fluctueert. Hoe minder een paard fysiek uitgedaagd word, hoe belangrijker het is dat er relatief weinig suikers aangeboden worden. Maar levert jou paard veel meer arbeid, dan kan het lichaam ook veel meer suikers verbruiken. Sterker nog, in meer of mindere mate is het essentieel om suikers (geen geraffineerde, maar bevoordeeld graan of suikerrijker hooi) te gaan voeren om top prestaties te kunnen neerzetten.
TE VEEL zetmeel inname in een keer geeft namelijk een probleem. Namelijk; het lijf is maar in staat om maar bepaalde hoeveelheden aan zetmeel te verwerken. Het kan niet meer dan een bepaalde hoeveelheid enzymen aanmaken die het zetmeel in de dunne darm verwerken (opknippen). En dat geeft verderop in de dikke darm problemen.
Granen: Anti-Nutriënten en Variatie in Voeding
Alle graansoorten zijn de zaden van gewassen uit de grassen familie. Wat je hedendaags ziet, is als paarden op een weiland staan waar grassoorten in bloei staan ze heel selectief de topjes van de grassen (daar waar de zaadkorrel zit) eten.
Er zitten ook zogenoemde anti-nutriënten in graan. Fytinezuur zit in het kaf en voorkomt vroegtijdige ontkieming. De stof bindt een aantal mineralen (met name calcium, ijzer, zink) waardoor deze minder goed worden opgenomen in het lichaam. Bekijk fytinezuur dus in het juiste perspectief en overdrijf de effecten er van niet. Het is gemakkelijk deze stof aan te dragen als “nadelig” voor het lichaam en zou er een overschot zijn is dat zeker waar. Maar het gaat om het totaalbeeld (en de inname hoeveelheid) en dan blijkt dat deze stof, wel met mate, zelfs positieve eigenschappen heeft voor het lichaam.
Als graan in kaf (op de juiste wijze verbouwd) aan het dieet word toegevoegd kan dat voor sommige paarden zoals eerder gezegd een goede energie leverancier zijn. Dat is heel belangrijk, want paarden hebben hedendaags nog maar weinig variatie in de voeding. Het grasland en het hooi bestaat nog maar uit enkele gras soorten. Andere planten soorten, boomschorsen en zaden worden niet meer standaard aangeboden.
Voer naar behoefte en levensstijl van je paard. De Bio-Ron biologische granen, zijn niet te vergelijken met normale (meng)voeders waar graan in verwerkt zit. Granen uit gangbare voeding zijn vaak bewerkt, (gepoft, geplet, getoast, ect) onder de noemer “dan zijn ze beter verteerbaar”. Maar juist deze bewerking haalt de levenskracht er uit. Je breekt immers het kaf, die er is om het graan te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Kortom, kwaliteit is essentieel!
Wat ik soms zie is dat granen onterecht de schuld krijgen van allerlei gezondheidskwalen terwijl het in feite word veroorzaakt door slechte kwaliteit ruwvoer (voordroog, kuil of belabberd hooi). Het ruwvoer betreft het grootste gedeelte van het rantsoen, als dit een beetje (tot heel erg) slecht is, kan dat in de jaren dat het gevoerd word langzaam opbouwen naar een steeds grotere disbalans.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Gezond Eten Zonder Koken: Snelle, Makkelijke & Voedzame Ideeën!
- Hevige Buikpijn en Diarree na Eten? Ontdek de Verborgen Oorzaken en Effectieve Oplossingen!
- Salade Niçoise met Verse Tonijn: Een klassieker met een twist




