Het wordt hoog tijd dat we die vermaledijde Japanse duizendknoop en zevenblad op ons nationale menu zetten. Het onlangs verschenen Het Grote Wildplukboek van Edwin Florès kan daarbij helpen. Dit boek laat u kennismaken met een redelijk aantal vruchten van de natuur, wat u ermee kunt doen en wat de heilzame werking is. Er is zoveel meer eetbaars tussen hemel en aarde te vinden dan in het groentenschap bij de supermarkt.

Het motto van de auteur is: iedereen is wildplukker. Wildplukken schijnt namelijk in onze genen te zitten. Ook de bezoekers aan de markt zijn goed beschouwd wildplukkers: zie ze snuffelen, kijken en turen, knijpen in de vruchten om te voelen of ze rijp zijn. In heel Europa trekken elk jaar drommen mensen de natuur in om bessen, paddenstoelen en andere lekkernijen te verzamelen. En dit boek leert je op een verstandige en goede manier te plukken.

Wat biedt het boek?

Het Grote Wildplukboek is een kloek en fraai vormgegeven boek dat alle facetten van wildplukken behandelt. Het zet natuurlijk in met de basiskennis. Wat neem je mee als je gaat wildplukken, welke kleding draag je en het advies om veldgidsen mee te nemen. Zeker voor paddenstoelen let het nauw. Je moet de eetbare van de niet-eetbare en zelfs ronduit giftige paddenstoelen natuurlijk wel weten te onderscheiden.

Wildplukken is echter ook een kwestie van goed het landschap ‘lezen’. Lamsoor en zeekraal zoek je niet in een veengebied, maar op zilte gronden langs de kust. En hazelnoten zoek je in een park of aan de rand van een bos. En dan zijn er natuurlijk nog de spelregels. Want wildplukkers hebben lang niet altijd een goed imago. Het ronduit leegroven van de natuur is gedrag dat afgekeurd moet worden.

In Nederland staan daar overigens ook torenhoge boetes op, maar vaak geldt: hoe hoog is de pakkans eigenlijk? Lees de spelregels allemaal, ze komen ook ten goede aan je gezondheid, want er wordt ook verwezen naar apps die je helpen om giftige planten te herkennen.

Over giftige planten gesproken: daar wordt ook de nodige aandacht aan geschonken. Niet alleen kunnen planten giftig zijn, ze kunnen ook dragers zijn van precies de verkeerde ingrediënten. Teken bijvoorbeeld. Wie in de natuur is geweest, doet er goed aan zich nadien te controleren op de aanwezigheid van deze vaak miniscule beestjes. De vossenlintworm wordt via eitjes op bosvruchten overgebracht. Die eitjes kun je maar beter niet eten, want na consumptie komen ze in je ingewanden uit en vormen zich cystes in je lever. De leverbot, een beruchte platworm, heeft het ook al voorzien op je lever. En dan moesten we nog spreken over de pesticiden en uitlaatgassen waarmee wij mensen de natuur en alles wat daarin aanwezig is, vervuilen. Middelen waar insecten en planten van dood gaan, zijn zelden goed voor ons mensen. Een goede reden om het gebruik van gif af te zweren!

Gelukkig, planten hebben soms ook een medicinale werking. Die wordt ook benoemd in Het grote wildplukboek, zonder dat de schrijver pretendeert dat zijn boek leidraad is voor homeopathie of zelfgenezing.

De seizoenen worden onder de loep genomen. Wat kun je in welk seizoen oogsten? Oogsten kun je al in het voorjaar wanneer de sapstroom op gang komt en jonge scheutjes uit de bodem ontspruiten. Het voorjaar is een van de beste perioden om frisse salades te creëren, lees ik. In de zomer pluk je de eerste vruchten, en in de herfst gaat het natuurlijk helemaal los met het oogsten van bessen en vruchten. Zelfs in de winter kun je oogsten, judasoren blijken eetbaar te zijn, zeewier groeit altijd en waterkers blijkt zijn eigen antivries te bevatten.

Na al deze inleidende hoofdstukken volgen de beschrijvingen van talloze eetbare planten, bessen, vruchten, noten, zeewieren, naaldbomen en paddenstoelen. Elke soort wordt paginagroot beschreven (en de pagina’s zijn groot kan ik je vertellen). De kenmerken worden beschreven. Ook waar je de betreffende plant kunt vinden, in welk seizoen en hoe je hem gebruikt. Leuk vind ik ook dat Edwin Florès de heilzame werking van de soort beschrijft.

Compleetheid en Critiek

De titel Het Grote Wildplukboek suggereert compleetheid, zowel in de breedte als in de diepte. En dat biedt het niet. Er mist het een en ander: veel foto's zijn ongeschikt voor een goede plantherkenning en een index (ook op Latijnse namen) ontbreekt. Over de heilzame werking van planten wordt beknopt geschreven, maar niets over de stoffen die een plant bevat.

Voor in het boek staan tips over het plukken van wilde gewassen, bloemen, bessen en noten. Negentien spelregels, waaronder: (1) vraag toestemming van de terreineigenaar via (15) neem gezellig een kan koffie en broodjes mee tot en met (19) download de app van de Gifwijzer. Er wordt enige aandacht besteed aan gevaren en vergiftiging. Laat iedereen Edwin's spelregels volledig ter harte nemen, want groot is de neiging om direct naar de pagina's met plantbeschrijvingen te gaan.

Regel (4) geeft aan dat u altijd een of twee veldgidsen moet meenemen om planten en paddenstoelen te kunnen determineren. Dus dit boek dient daar niet toe. (Nou ja, het is ook te groot om in de binnenzak mee te nemen.) Regel (5) ligt voor de hand: Ga op pad met mensen die al wildplukken of volg een cursus. En regel (18) is erg leuk: "De paddestoelen-app van Casa Foresta is heel goed.

Er is veel meer eetbaars te vinden in de Nederlandse natuur. Zo missen we bijvoorbeeld de weegbree. Zowel de smalle (plantago lanceolata) als de grote (p. major). Die planten zijn toch behoorlijk algemeen en zowel in de keuken goed te gebruiken als bijzonder heilzaam - sinds de oudheid een van de meest gebruikte planten. Maar gelukkig wel hondsdraf, vogelmuur, zevenblad, Japanse duizendknoop. Ook zijn cultuurplanten zoals magnolia, valse acacia, fluweelboom, walnoot, e.d. opgenomen.

Om drie redenen gaat iemand uit het wild eten: omdat het goedkoop is, omdat het leuk en spannend is of omdat het heel gezond is. Het ontbreken van de voedingswaarde bij de plantbeschrijvingen vormt een gemis. Regelmatig komt in het nieuws dat groenten uit de intensieve teelt essentiële stoffen missen.

Twee voorbeelden: De eerder genoemde berenklauw bevat 10% suiker, linolzuur, provitamine A, eiwit, ijzer, kalium en meer. Zes maal meer magnesium en acht maal meer calcium en iets van twintig maal meer vitamine C dan in botersla (de klassieke kropsla). Of neem vogelmuur: Twee maal zoveel calcium, drie maal zo veel kalium en magnesium, zeven maal meer ijzer, twee tot acht maal meer vitamine A en C dan in sla.

De schrijver-plukker tart de Rode Lijst met vijfhonderd beschermde planten. Bij klein hoefblad staat in het kader: "We eten meer wilde kruiden dan we denken. Ze zitten bijvoorbeeld verstopt in snoepjes voor het hoesten - zo ook klein hoefblad. Hij staat op de lijst van verboden planten en toch wordt hij in van alles verwerkt…. Hoe dat kan is ook mij een raadsel." Wilde, beschermde planten worden ook geteeld, maar dan zijn ze niet meer wild.

Net als met de planten op de Rode Lijst lijkt de schrijver de spanning op te zoeken. De lezer wordt misschien uitgedaagd dat ook te doen. Er is namelijk een aantal giftige planten opgenomen die volgens Florès niet zo gevaarlijk zijn als wordt beweerd. Het roept de vraag op waarom ze in een boek worden opgenomen dat in principe wordt gekocht door mensen die nog weinig weten en kunnen.

Waarom de taxusbes? Taxus is in alle opzichten levensgevaarlijk; de bes is eetbaar als je het velletje eraf werkt. Alleen het vruchtvlees dus. En het zijn al van die piezemieterig kleine dingen. Het ware beter geweest als ze niet waren genoemd of in een in hoofdstuk 'zeer giftig' geplaatst.

Ook duidelijk proberen te voorkomen van verwarring tussen op elkaar lijkende goede planten en kwalijke planten had beter gekund. Wel Roomse kervel noemen, maar niet de dolle kervel, die enigermate giftig is en makkelijk te verwarren. Op pagina 24 over giftige planten en paddenstoelen staat: "Pluk verder nooit de volgende planten:" en dan wordt lelietje-van-dalen genoemd. Maar woorden zijn onvoldoende voor de herkenning.

Neem hier de daslook bij. Die lijkt voor de leek, en zeker in het voorjaar, op lelietje-van-dalen en herfsttijloos. (Deze laatste staat niet in het boek maar komt wel veel voor.) De laatste twee zou ik niet willen eten. Bij daslook staat: "Kneus daarom altijd eerst het blad: het moet echt sterk naar look ruiken. Zo niet, blijf er dan af." Als vindplaats staat o.a. ook Amsterdamse parken en heemtuinen.

Als het om wild plukken gaat is Nederland eigenlijk wel behoorlijk achterlijk. Daar brengt Het Grote Wildplukboek zeker verandering in. In Duitsland, Zwitserland, Italië en Frankrijk is eten uit het wild vrij normaal.

Het grote wildplukboek is al een paar jaar oud, bleek toen ik het deze de week in handen kreeg. Van 2013 al. De titel is al zes keer bijgedrukt. En het zal me niet verbazen als de persen nog een paar keer weer aan moeten. Want eten uit de natuur wordt al maar populairder.

Conclusie

Het Grote Wildplukboek van Edwin Florès mag er zijn. Het is een van de meest complete boeken voor wildplukkers die ik ken. Zeer informatief en bovendien enthousiastmerend. Het is nog mooier vormgegeven dan de vorige editie, vind ik, compleet met leeslint zelfs.

Voor me ligt weer een kloek boek dat je gerust mag beschouwen als hét standaardwerk voor wildplukkers: Het grote wildplukboek van Edwin Florès.

Handig is de maandlijst die dan volgt met per maand de soorten die je dan kunt oogsten.

Het wildplukboek is op alle fronten behulpzaam in jouw ontdekkingstocht. Het begint met wat je wel en niet kunt maken als je op pad gaat: geschreven en ongeschreven regels. Met die basis leer je wat er allemaal te eten valt en hoe dat er uit ziet. Tot slot leer je hoe je daar heerlijke gerechten van maakt.

Leermeester is Jonnie Boer, ja Jonnie Boer, de man van De Librije in Zwolle. De drie sterren van Michelin verdient hij ondermeer omdat hij vaak voor dag en dauw al op pad gaat om te wildplukken wat er ’s avonds in het restaurant geserveerd wordt.

In deze geheel herziene editie zijn de recepten komen te vervallen. Wel ik de topkok nog aanwezig op de achterkant van het boek waar hij dit boek aanbeveelt. Ben je op zoek naar authentieke wildplukrecepten, dan ik Het wildpluk kookboek van dezelfde Edwin Florès een uitstekende aanvulling.

labels:

Zie ook: