Slikklachten zijn klachten die tijdens het slikken ontstaan. Op deze pagina vindt u algemene informatie over slikklachten en de daarbij behorende klachten. Als u recent voor een klacht bij een keel-neus-oorarts (KNO-arts) bent geweest, dan kunt u er hier meer over lezen.

Het kan zijn dat het eten en drinken niet goed zakt (passageklachten). Ook hebben mensen soms last van verslikken. Hierbij zakt het eten en/of drinken niet goed vanuit de mondholte richting de maag. De passageklachten kunnen zich op verscheidene niveaus bevinden. Dit kan bij de tong, in de mondholte, in de neusholte (nasofarynx), keelholte (orofarynx) of in het strottenhoofd zijn. Een voorbeeld van een probleem met slikken in de mondholte, is een niet goed passende gebitsprothese.

Eten en drinken geeft plezier in het leven. We kunnen vaak genieten van het eten en drinken. Op het moment dat we slikklachten ervaren kan het plezier in eten afnemen. Mensen kunnen soms zelfs angstig zijn om te slikken.

Het slikken begint in de mond waar het voedsel tot een bolus wordt gevormd. Deze bolus wordt zacht gemaakt met speeksel, met de kiezen, de tong en de spieren in de wang. Daarna wordt de bolus vanuit de mond met behulp van de tong en de spieren in de wang naar de keelholte verplaatst. Dat doen deze spieren door de bolus naar de achterzijde van de tong te verplaatsen.

Het zachte gehemelte wordt opgetrokken om de neusholte af te sluiten. Het tongbeen en het strottenhoofd worden naar voren en naar boven getrokken, hierdoor wordt het strottenklepje gekanteld en dicht het de luchtweg af. De spieren in de keelholte persen de bolus vervolgens richting de slokdarm waardoor de bovenste kringspier van de slokdarm zich opent en de bolus door de spieren in de wand van de slokdarm richting de maag wordt geperst.

Figuur 1. Hierbij gaat het eten en/of drinken richting de luchtweg in plaats van richting de slokdarm waardoor er een hoestprikkel kan ontstaan. De hoestprikkel is een beschermingsmechanisme van het lichaam om te voorkomen dat er eten of drinken in de longen terecht komt. Indien dit toch gebeurt, kan een longontsteking ontstaan.

Diagnose en Behandeling

Dit onderzoek vindt plaat op de afdeling radiologie. Tijdens dit onderzoek krijgt u contrastmiddel te drinken of iets te eten wat in contrastmiddel is gedoopt. Dit onderzoek vindt plaats door een KNO-arts en/of logopedist. Tijdens dit onderzoek wordt met een slangetje met camera via de neus uw keelholte beoordeeld.

Bij slikklachten is er een belangrijke rol weggelegd voor de logopedist om het slikken te verbeteren. De logopedist kan u tips/oefeningen geven om het slikken krachtiger te laten verlopen of om te voorkomen dat u zich verslikt. Soms wordt geadviseerd om dranken in te dikken met speciaal verdikkingspoeder van de apotheek, omdat dikkere vloeistoffen/dranken minder snel aanleiding geven tot verslikken.

Indien er twijfel is of iemand met slikklachten nog voldoende voedingsstoffen en vitamines binnenkrijgt, kan een diëtiste worden geraadpleegd om ervoor te zorgen dat u zo gezond mogelijk kunt blijven eten en bijvoorbeeld niet verder afvalt. Soms worden voedingsdrankjes met extra vitamines en veel eiwit geadviseerd en, een enkele keer bij ernstige slikklachten, sondevoeding.

Indien iemand niet veilig kan slikken of onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt kan overwogen worden een sonde via de neus naar de maag in te brengen. Indien de verwachting is dat iemand langdurig behoefte heeft aan sondevoeding dan kan in plaats van een neusmaagsonde, een PEG of PRG sonde geplaatst worden. Dit is een sonde die rechtstreeks via de buikwand in de maag zit.

Cola mythe ontkracht

Soms kan een voedselbrok na het doorslikken blijven steken in de slokdarm. Dan ontstaat er een pijnlijk drukkend gevoel en kunnen mensen soms zelfs geen speeksel meer wegslikken. Meestal blijft de voedselbrok hangen door een vernauwing van de slokdarm. Dat kan komen van een litteken van een eerdere ontsteking of door een tumor.

"Vastzittend voedsel kan echt gevaarlijk zijn, dus het is belangrijk dat mensen de juiste behandeling krijgen. Daarom wilden we weten of cola werkt", legt Bredenoord uit. Het nut en de veiligheid van cola voor het oplossen van vastzittende voedselbrokken in de slokdarm werd in dit onderzoek onderzocht.

Als er inderdaad een verdenking is dat de voedselbrok nog in de slokdarm zit, volgt er een spoed-endoscopie. Dan krijgt de patiënt via de mond een camera ingebracht tot in de slokdarm en met een netje of een grijpertje wordt het vastzittende voedsel verwijderd. "Er was geen verbetering bij het gebruik van cola om vastzittend voedsel in de slokdarm los te maken. Vaak kwam het voedsel na een tijdje vanzelf los en anders voerden we een endoscopie uit. Hopelijk komt na onze conclusie een einde aan deze mythe", zegt Bredenoord.

51 patiënten met een vastzittende voedselbrok deden mee aan het onderzoek: de helft kreeg slokjes cola op de spoedeisende hulp, de andere helft wachtte af. Indien men het speeksel niet kwijt kon, werd een spoed-endoscopie gedaan om de brok te verwijderen. De resultaten tonen dat cola niet hielp. Zowel bij de patiënten die cola kregen als bij degenen die afwachtten zonder cola was er een verbetering in 61% van de gevallen. Er waren geen bijwerkingen of complicaties bij het gebruik van cola.

Achalasie

Achalasie is een bewegingsstoornis van de slokdarm. Deze bewegingsstoornis wordt veroorzaakt door een verminderde zenuwvoorziening. De slokdarm krijgt dan minder prikkels die zorgen voor de beweging die de slokdarm maakt. Bij achalasie is de zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm verminderd.

De slokdarm is een gespierde buis van ongeveer 25 cm lang. Zodra we eten doorslikken, komt het in de slokdarm terecht. De slokdarm vervoert het voedsel richting de maag. Dit is een actief proces waarbij de spieren in de slokdarmwand op een georganiseerde manier samentrekken. Deze samentrekkingen worden peristaltische bewegingen genoemd. Tussen de slokdarm en de maag zit een sluitspiertje (sfincter).

Er zijn in dat deel ook minder bewegingen van de spieren in de wand van de slokdarm. Dit heeft tot gevolg dat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag niet goed kan ontspannen. Het sluitspiertje kan door deze verkramping niet goed meer openen. Daardoor kan voedsel niet weg uit de slokdarm. Het hoopt zich op boven het sluitspiertje waardoor de onderkant van de slokdarm uitzet. Achalasie is een vrij zeldzame aandoening.

Achalasie ontstaat door een verminderde zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Het is mogelijk dat een virusinfectie een rol speelt bij het ontstaan van de klachten. Ook zijn er aanwijzingen dat achalasie een auto-immuunziekte is. Een auto-immuunziekte is een ziekte waarbij het afweersysteem cellen van het eigen lichaam aanvalt en vernietigt.

Symptomen van Achalasie

  • De voornaamste klacht is dat voedsel blijft hangen in de slokdarm. We noemen dit ook wel passageklachten.
  • Door de ophoping van voedsel in de slokdarm zakt na een tijdje vocht ook niet goed meer. Slikken wordt hierdoor steeds moeilijker.
  • Veel mensen krijgen ook last van een slechte adem.
  • pijn en/of krampen in de buurt van het borstbeen.
  • het omhoog komen van doorgeslikt voedsel. Dit gebeurt vooral na de maaltijd of als je gaat liggen. Als dit 's nachts gebeurt, kan je je gemakkelijk verslikken. Etensresten kunnen dan in de luchtwegen terecht komen.
  • minder zin in eten en daardoor afvallen.

In sommige gevallen verminderen de klachten na verloop van tijd. Dit komt doordat de slokdarm steeds verder uitzet en er meer voedsel in kan blijven staan.

Diagnose van Achalasie

Meestal zijn verschillende onderzoeken nodig voordat duidelijk is dat het om achalasie gaat. Als pijn op de borst de belangrijkste klacht is, is onderzoek nodig om hartklachten uit te sluiten. Vanwege de slikklachten en passageklachten zal de arts ook een gastroscopie voorstellen om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten.

Een gastroscopie is een kijkonderzoek van de slokdarm en de maag. De arts kijkt met een flexibele slang via de mond in de slokdarm. Met dit onderzoek zijn eventuele afwijkingen van de slokdarm te zien. Tijdens dit onderzoek kan de arts zo nodig ook een weefselhapje (biopt) nemen. Dit weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht. Soms is tijdens de gastroscopie een uitgezette slokdarm zichtbaar.

Je krijgt bij dit onderzoek een contrastmiddel te drinken, meestal bariumpap. Vervolgens worden röntgenfoto’s gemaakt waarop de bewegingen van de slokdarm te zien zijn. Dit is een drukmeting van de slokdarm. De arts schuift een slangetje via je neus in de slokdarm. Aan dit slangetje zit een instrument dat de druk kan meten.

Behandeling van Achalasie

De behandeling van achalasie is gericht op de werking van het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag. Als dit sluitspiertje weer goed kan openen, kan voedsel door de zwaartekracht beter door de slokdarm heen. De verkramping van het sluitspiertje moet dus behandeld worden.

Dit wordt ook wel pneumodilatatie of ballondilatatie van de slokdarm genoemd. Met behulp van een flexibele slang (endoscoop) brengt de arts via de mond een ballonnetje in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt ter hoogte van de sluitspier opgeblazen gedurende een minuut. Hierdoor wordt het sluitspiertje opgerekt. Deze behandeling moet meestal zo’n 1-2 keer herhaald worden met steeds een iets grotere ballon. Ongeveer 75% van de patiënten is na de oprekkingen klachtenvrij. Bij veel patiënten moet de serie oprekkingen na enkele jaren wel herhaald worden.

Dit wordt ook wel de myotomie volgens Heller genoemd. Tijdens de (kleine) operatie snijdt de chirurg het sluitspiertje een klein stukje in. Hierdoor neemt de knijpkracht, en daarmee de verkramping, af. Deze operatie kan ook via een kijkoperatie (laparoscopie) gedaan worden. Een nadeel van de ingreep is dat je last kunt krijgen van brandend maagzuur (reflux).

Dit wordt ook wel per-orale endoscopisch myotomie (POEM) genoemd. Met behulp van een flexibele slang (endoscoop) wordt het sluitspiertje bereikt via de mond, langs de slokdarm, door een ’tunneltje’ te graven tot aan het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag. Deze kringspier kan dan worden doorgesneden, waarna het tunneltje weer wordt gesloten.

Botox (botuline toxine) is een stofje dat geproduceerd wordt door bacteriën. Botox werkt spierontspannend. Het wordt geïnjecteerd in de spieren in de slokdarmwand. Bij zo’n 90% van de patiënten is het een effectief middel tegen de klachten. Het effect is helaas maar tijdelijk. Deze behandeling lijkt het minst effectief te zijn. Bovendien hebben veel mensen last van bijwerkingen van medicijnen.

Tips bij Achalasie

Bij achalasie kunnen allerlei klachten optreden. Veelvoorkomend zijn problemen bij het slikken, het omhoog komen van doorgeslikt voedsel en gewichtsverlies. Hieronder staan tips die je kunnen helpen de klachten te verminderen. Dit zijn algemene adviezen en werken daarom niet voor iedereen.

  • Snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg.
  • Drink iets bij iedere hap.
  • Vermijd vezelig vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken. Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van staafmixer of keukenmachine.
  • Ook groenten kan je pureren of fijn snijden. Gaargekookte groente zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd. Je kan de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree.
  • Eet rustig en kauw goed.
  • Drink voldoende tijdens en na de maaltijd.
  • Vermijd hele grote maaltijden.

Als je last hebt van een verminderde eetlust en gewichtsverlies, vraag dan advies bij een diëtist.

Wat als eten blijft hangen in de keel?

We begrijpen hoe frustrerend en soms zelfs beangstigend het kan zijn als eten telkens blijft steken in de keel. Een simpel eetmoment wordt dan ineens een bron van ongemak of zorgen. Precies daarom is het zó belangrijk dat voeding niet alleen lekker is, maar ook veilig.

Als je eten of drinken niet goed kunt doorslikken, noemen we dat slikproblemen. Er zijn 2 soorten problemen met slikken:

  • Verslikken. Het eten of drinken komt in de luchtpijp.
  • Het eten blijft steken in je mond, keel of slokdarm.

Als je moeite hebt met slikken, heb je steeds 1 of meer van deze klachten:

  • Je moet hoesten tijdens het eten.
  • Je moet kokhalzen: je hebt het gevoel dat je moet overgeven.
  • Je eten of drinken komt weer omhoog nadat je geslikt hebt.
  • Je eten of drinken komt door je neus naar buiten.
  • Je voelt een brok in je keel.
  • Je knoeit tijdens het eten.
  • Je verliest speeksel.
  • Je hebt een slechte adem.
  • Je bent bang om te stikken.
  • Je stem klinkt anders na het eten.
  • Je kunt het eten niet doorslikken. Het blijft in je mond zitten.

Deze klachten maken eten en drinken vervelend. Je wilt misschien liever niet meer eten of drinken. Of je doet dat liever niet meer samen met anderen.

Bij slikproblemen gaat er iets niet goed in je mond of keel. Bijvoorbeeld:

  • 1 of meer spieren werken niet goed.
  • De spieren werken niet goed samen.
  • 1 of meer zenuwen werken niet goed.
  • De hersenen sturen geen goede signalen naar de spieren en zenuwen.

Dat er iets niet goed gaat met de spieren of zenuwen in je mond of keel, kan hierdoor komen:

  • Je hebt een keelontsteking door een virus, bacterie of schimmel.
  • Je wordt ouder.
  • Je gebruikt bepaalde medicijnen. Bijvoorbeeld medicijnen waardoor je spieren of zenuwen minder goed werken. Of medicijnen waar je een droge mond van krijgt, zoals plastabletten.
  • Je hebt een ziekte, zoals een zenuwziekte of spierziekte, de ziekte van Parkinson, kanker, schade aan de hersenen of een afwijking aan je slokdarm.
  • De mond of keel is veranderd door een behandeling voor kanker.
  • Je hebt een verstandelijke beperking.

Problemen met slikken kunnen vanzelf weer overgaan.Ben je verkouden of heb je griep en heb je hierdoor moeite met slikken? Dan kun je meestal weer goed slikken als je verkoudheid of griep over is.

Heb je problemen met slikken, maar ben je niet verkouden en heb je geen griep? Dan stuurt de huisarts je door naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis onderzoeken artsen waar de problemen met slikken door komen.

Eosinofiele Oesofagitis (EoE)

Eosinofiele oesofagitis (EoE) is een chronische ontsteking van de slokdarm. Kenmerkend voor deze aandoening is dat er eosinofielen (een soort afweercellen) aanwezig zijn op de plek van de ontsteking. Ook zorgt deze ontsteking voor blijvende veranderingen van de slokdarm in de vorm van littekenweefsel. Eosinofiele oesofagitis komt de afgelopen jaren vaker voor.

De slokdarm is een gespierde buis van ongeveer 30 cm lang. Zodra we eten doorslikken, komt het in de slokdarm. De slokdarm is in feite een soort transportkanaal. Het eten wordt door de spieren in de slokdarmwand naar de maag geduwd. Op de overgang van slokdarm naar maag zit een sluitspiertje. Het gaat open als er voedsel vanuit de slokdarm naar de maag gaat. Daarna gaat het weer dicht.

Door een langdurige ontsteking van de slokdarm kan littekenweefsel ontstaan. Dit noemen we fibrostenosis van de slokdarm. Door dit littekenweefsel wordt de slokdarm stugger en nauwer. Hierdoor krijg je het gevoel dat je eten niet goed zakt. in ernstige gevallen zit een voedselbrok vast in de slokdarm, dit noemen we voedsel impactie. Speeksel en eten kan dan niet meer langs de voedselbrok. Hierdoor kan je je verslikken.

Eosinofiele oesofagitis komt door een chronische ontsteking van de slokdarm. Deze ontsteking kan veroorzaakt worden door bepaalde voedingsmiddelen maar ook door bepaalde stoffen die in de lucht zitten. Er kan dan een allergische reactie ontstaan tegen deze stoffen, ook wel triggers genoemd. Door de reacties van ons afweersysteem en deze triggers op elkaar, ontstaat er een chronische ontsteking. De ontsteking zorgt ervoor dat ons afweersysteem uit balans raakt , waardoor de slokdarm delen van zijn functie verliest. Hierdoor wordt de slokdarm gevoeliger voor triggers.

Veel mensen met eosinofiele oesofagitis hebben ook last van hooikoorts, eczeem, een voedselallergie of astma.

Diagnose en Behandeling van EoE

Eosinofiele oesofagitis kan vastgesteld worden met een gastroscopie van de slokdarm. Dit is een kijkonderzoek van de slokdarm. De arts kijkt met een flexibele slang met daarop een kleine camera, via je mond in je slokdarm. Met de camera ziet de arts een slokdarmontsteking of verandering van het weefsel. Tijdens het onderzoek neemt de arts kleine hapjes weefsel (biopten) weg. Deze biopten worden vervolgens onderzocht onder de microscoop.

Eosinofiele oesofagitis is niet te genezen, maar wel te behandelen. Het verschilt per persoon welke behandeling aanslaat en welke niet. De arts zal in eerste instantie medicijnen voorschrijven die het maagzuur minder zuur maken. Maagzuur komt soms omhoog in de slokdarm en kan op die manier de slokdarm irriteren. De arts kan je daarnaast ook medicijnen voorschrijven die de allergische reactie en de ontstekingsreactie verminderen.

De meeste mensen met eosinofiele oesofagitis reageren goed op een behandeling met medicijnen. Maar als er ondanks eerdere behandelingen nog steeds veel klachten zijn, kan de arts een biological voorschrijven. Dit is een biologisch geneesmiddel dat in levende cellen wordt gemaakt.

Helpen bovenstaande behandelingen niet voldoende en is er sprake van een vernauwing? Dan kan de arts de klachten verminderen door de slokdarm op te rekken. De arts brengt dan een flexibele slang (endoscoop) met een ballonnetje via de mond in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt een minuut lang opgeblazen waardoor de slokdarm wordt opgerekt. Meestal zijn er drie tot vier oprekkingen nodig, verspreid over een aantal dagen.

Algemene Voedingsadviezen

  • Broodmaaltijd: snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg. Drink iets bij iedere hap.
  • Tijdens alle maaltijden: eet rustig en kauw goed.
  • Vlees: vermijd ‘vezelig’ vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken. Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van een staafmixer of keukenmachine.
  • Groente: ook groenten kan je pureren of fijnsnijden. Gaargekookte groenten zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Aardappelen: je kan de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree. Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd.

labels:

Zie ook: