Je hebt er vast wel eens van gehoord: het voltooid deelwoord. Je komt het voltooid deelwoord tegen bij werkwoordspelling en ontleden. De term ‘voltooid deelwoord’ bestaat uit twee delen: ‘voltooid’ en ‘deelwoord’. De betekenis van het eerste deel is het belangrijkste. Dat voetballen gebeurde vorige week. In het verleden dus. Het voetballen is intussen voltooid. Het is afgerond en dus voorbij. ‘Deelwoord’ wil zeggen dat deze woordsoort kenmerken heeft van verschillende woordsoorten.
Hoe herken je een voltooid deelwoord?
Hoe je een voltooid deelwoord herkent, is WEL heel belangrijk. Als je hem herkent, kun je hem namelijk ook goed schrijven. Bij de spelling van het voltooid deelwoord komen namelijk wat regeltjes kijken. Een voltooid deelwoord kun je op verschillende manieren herkennen. Het voltooid deelwoord heeft niet altijd alle kenmerken. Soms staat een voltooid deelwoord niet helemaal achteraan. Hoe zit dat nou precies?
Als er een voltooid deelwoord in de zin staat, is er altijd nog minimaal één ander werkwoord aanwezig. Die extra werkwoorden worden hulpwerkwoorden genoemd en ze staan vaak op de plaats van de persoonsvorm. Het woord ‘heeft’ komt van ‘hebben’. Het woordje ‘is’ is een vorm van ‘zijn’. Het woord ‘wordt’ is een vorm van ‘worden’. ‘Geholpen’ is het voltooid deelwoord.
Zwakke werkwoorden eindigen altijd op een -d of een -t. Weet je het nog? We vertellen je later wanneer je een voltooid deelwoord met een -d schrijft en wanneer met een -t. Sterke werkwoorden eindigen heel vaak op -en.
Wanneer schrijf je een voltooid deelwoord met een -d of -t?
Zoals beloofd leggen we je nu uit wanneer je een voltooid deelwoord met een -d schrijft en wanneer met een -t. Daar kun je heel makkelijk achter komen. Maak het voltooid deelwoord langer. Als je ‘gemaakt’ langer maakt, krijg je ‘gemaakte’. Als je ‘gegroeid’ langer maakt, krijg je ‘gegroeide’. Dit is de simpelste manier om te weten of je een voltooid deelwoord met een -d of met een -t schrijft.
Dat er een verschil is, heeft te maken met de ex-kofschipregel. Misschien heb je wel eens van ’t ex-kofschip gehoord. Of van ’t ex-fokschaap. Welke van de twee je gebruikt, maakt niet uit. Als je ’t ex-kofschip wilt gebruiken, kijk je alleen naar de medeklinkers van dat woord. Dus t, x, k, f, s, ch en p. De klinkers doen niet mee.
De Kofschipregel in Detail
Als je deze regel wilt gebruiken voor het voltooid deelwoord, moet je eerst weten wat de stam van het werkwoord is. De laatste letter van de stam van ‘werken’ is een k. De k is één van de medeklinkers van ’t ex-kofschip. Bij het laatste voorbeeld zie je dat de stam niet altijd hetzelfde is als de ik-vorm van het werkwoord. De laatste letter van de stam van ‘branden’ is een d. Die zit niet in ’t ex-kofschip. Ook staat die d er al. De laatste letter van de echte stam van ‘beloven’ is een v. Die zit niet in ’t ex-kofschip. Je schrijft dus een -d achter beloof. Ook al zit de -f wel in ’t ex-kofschip.
Vind je het moeilijk om te onthouden wanneer je bij de kofschipregel een -d krijgt en wanneer een -t? Gebruik dan dit ezelsbruggetje: ’t ex-kofschip begint zelf ook met een t. Je krijgt dan een d, omdat de klinkers van ’t ex-kofschip niet meetellen. Eindigt de stam op een Engelse sis‒klank zoals in ʻfinishʼ of op een j zoals in ʻroetsj?
Vind je de kofschipregel nog moeilijk? Blijf hem dan wel oefenen. Daarnaast maak je dan het voltooid deelwoord langer.
Oefenen met het Voltooid Deelwoord
Het is tijd om te gaan oefenen:
- Hij heeft daarmee een mooie beker _______________ (winnen).
- Die beker heeft hij op zijn kamer ______________ (zetten).
- Ook heeft hij zijn kamer meteen ______________ (opruimen).
- Zijn moeder had hem dat namelijk al _______________ (vragen).
- Om de overwinning te vieren, hebben ze een ijsje ____________ (eten).
- Dat had de moeder van Fatih ______________ (beloven).
D of T? Extra Uitleg
Hier leer je of je werkwoorden met een D of T moet schrijven. Je begint met het herkennen van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: "houdt hij" of "houd jij?" Voor werkwoorden in de verleden tijd en voltooid deelwoorden gebruik je de regel van 't kofschip. In de leermodule leer je stap voor stap alle regels met veel oefeningen. In de leermodule D of T vind je alle uitleg en handige tips. Eerst herkennen van persoonsvorm tegenwoordige tijd. Welke regel? (houdt hij, houd jij) Voor de pv verl. tijd en het volt. dw gebruik je de regel van 't kofschip.
Gebruik ons handige stappenplan! Volg het plan en ontdek snel of je een d, t, of dt moet gebruiken. Lees meer in ons artikel: "Wanneer D of T?"
De Gebiedende Wijs
Gebieden betekent dat je iets MOET doen. Je vraagt het dus niet vriendelijk. Bij de gebiedende wijs komt er bijna nooit een t achter. Geef die jas! Loop door! Je beheerst nu de gebiedende wijs. Onthoud: Gebiedende wijs: geen t behalve bij " ... u zich".
Voltooid Deelwoord: Eindigt het op -n, -d of -t?
Hier gaan we het voltooid deelwoord leren. Sommige voltooide deelwoorden eindigen op een n. (Ik heb een vis gevangen.) Andere op een d of t. (Ik heb het gehaald./gemaakt.) Wanneer een d? Jan veegt het bord. Jan heeft het bord geveegd. Amerika. Columbus heeft Amerika ontdekt. Een voltooid deelwoord kan eindigen op een n (gelezen), d (gebouwd) of een t (geklapt).
Je schrijft geveegd en niet geveegt. Je schrijft gepakt en niet gepakd. Dat is gemakkelijk. Dat kun je toch horen als je het woord langer maakt? geveegd wordt geveegde. gepakt wordt gepakte. Maar als je dit moeilijk vindt of als je niet in Nederland geboren bent, is het moeilijk om het horen. Dan klinkt alles vreemd. Maar gelukkig ... er is een trucje dat altijd werkt.
Onthoud weer het woord: 'T K o F S CH i PHet gaat om de letters t k f s c h p. De letters o en i doen niet mee.
Het Bijvoeglijk Naamwoord en het Voltooid Deelwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Zelfstandige naamwoorden zijn woorden waar je (bijna altijd) een lidwoord voor kunt zetten. Lidwoorden staan vóór het zelfstandig naamwoord. Er zijn er drie: de, het ('t) en een ('n). Bij zelfstandige naamwoorden gaat het om mensen, dieren, dingen, planten, begrippen en (eigen)namen.
Voorbeelden:
- het kind
- de tafel
- een boek
Wat voor boek heb je? Ik heb:
- een mooi boek
- een spannend boek
- een gekocht boek
- een blauw boek
Je hebt er dus iets bijgevoegd. Soms staan er meerdere bijvoeglijke naamwoorden vlak voor het zelfstandig naamwoord, gescheiden door een komma. Dat mooie, grote, houten huis.
Soms eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een -e, soms op -en. Dit heeft niets te maken met enkelvoud of meervoud. Als het bijvoeglijk naamwoord te maken heeft met de stof waarvan iets gemaakt is, schrijf je vaak -en. Sommige stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen niet zo. Dat zijn vooral namen voor vrij nieuwe stoffen die we uit een andere taal hebben overgenomen.
Voorbeelden:
- een katoenen hemd
- een gouden ring
- een plastic bekertje
- een bamboe stoel
Er zijn ook bijvoeglijke naamwoorden die van een werkwoord afgeleid zijn: het voltooid deelwoord (soms ook het onvoltooid deelwoord) wordt dan gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeelden:
- uitdeuken → uitgedeukt (volt. deelw.) → De uitgedeukte auto.
- verven → geverfd (volt. deelw.) → Een geverfde fiets.
- verbreden → verbreed (volt. deelw.) → De verbrede weg.
- glimmen → glimmend (onv. deelw.) → De glimmende beker.
- stromen → stromend (onv.
Een bijvoeglijk naamwoord kan eindigen op -e, maar ook op -en.
Voorbeelden:
- breken → gebroken (volt. deelw.) → De gebroken vaas
- bakken → gebakken (volt. deelw.) → De gebakken broden
- verzenden → verzonden (volt.
Bij sommige werkwoorden zie je een groot verschil tussen de persoonsvorm en het bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord is geen werkwoord. De regels voor het werkwoord pas je hier dus niet toe. Je schrijft het als een gewoon woord. Wat is een bijvoeglijk naamwoord? Het woord zegt het al: het voegt ergens iets bij. Waar voegt het iets bij? Het vertelt iets van een zelfstandig naamwoord.
Ik heb een fiets gekregen. Wat voor fiets? Een stevige, nieuwe, blauwe fiets. Nu weet je iets meer van die fiets. Er is iets bijgevoegd. Soms eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een t-klank. Schrijf je dan een d of een t aan het eind? Heel simpel: Maak het woord gewoon langer en je kunt het horen. Ik woon in een huis. Wat voor huis? Een schitterend, gerenoveerd, oud, wit huis. Een d of t aan het eind?
Het Onvoltooid Deelwoord
Wat is een onvoltooid deelwoord? We hebben geleerd over het voltooid deelwoord. Waarom eindigt het onvoltooid deelwoord altijd op de d? Maak het woord maar langer ... Een lachend kind. Maar wat voor woord het ook is ... Je kunt nu het onvoltooid deelwoord goed schrijven. Vergeet niet alles nog wel goed te oefenen! Niet te gauw denken dat je alles al beheerst. Je bent klaar met deze les.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Heldere soep als voorgerecht: Recepten & tips voor een smakelijk begin
- Bakkerij 't Harde: Ambachtelijk Brood & Gebak in de Regio




