De maag is een essentieel onderdeel van het spijsverteringskanaal, waar tijdelijke opslag en voorvertering van voedsel plaatsvindt. In de maag wordt het voedsel gekneed, vermengd met het maagsap en daarna langzaam afgegeven aan de dunne darm.
Bij een totale maagresectie wordt de gehele maag verwijderd, inclusief de kringspier aan de onderzijde, de pylorus. Na een totale maagresectie kan er geen voeding meer worden opgeslagen. Met het verwijderen van de maag worden ook de bovenste en de onderste sluitspier van de maag weggenomen.
Een belangrijk onderdeel van de behandeling bij niet-uitgezaaide slokdarm- of maagkanker bestaat uit een operatieve verwijdering van de tumor. Na de operatie worden patiënten met tal van klachten geconfronteerd: vermoeidheid, buikpijn, misselijkheid, braken, kramp, diarree, moeite met het opnemen van voedsel, oprispingen en snel ‘vol zitten’.
Voedingsproblemen en aanpassingen
De operatie en het weghalen van de maag kunnen de eetlust en smaak beïnvloeden, wat de voedselinname bemoeilijkt. Daardoor ontstaan vaak voedingsproblemen zoals snel een vol gevoel, geen hongergevoel en ‘dumpingklachten’. Het kost tijd om te wennen aan uw veranderde maag-darmkanaal. Dit proces duurt vaak langer dan de meeste patiënten denken.
Veel mensen kunnen na een totale maagresectie minder eten en drinken per keer/maaltijd en hebben sneller een vol gevoel. Eet met de klok; let er op dat u elke 1½ - 2 uur iets eet of drinkt. Uw lichaam waarschuwt u niet dat het tijd is om te eten!
De meeste mensen hebben na een totale maagresectie geen of een sterk verminderd hongergevoel. Eet rustig en kauw goed. Het gebruik van 250-300 ml voeding en/of drinken per keer geeft meestal geen problemen.
Ondervoeding en gewichtsverlies
Ondervoeding bij ziekte is een tekort voor het lichaam aan eiwitten, energie of eventuele andere voedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen. Toch is het beter om tot enkele maanden na de operatie niet af te vallen.
Gewichtsverlies is de eerste maanden na de operatie ongewenst. Verlies van lichaamsgewicht tijdens de herstelfase betekent namelijk niet alleen verlies van vet, maar vooral afname van lichaamsweefsel zoals spieren en een verminderde functie van organen. Dit gaat onder andere samen met een slechtere wondgenezing en meer infecties.
Na de operatie is het belangrijk om, naast voldoende energie-inname, ook ruim eiwitten te gebruiken. Eiwitten zijn de bouwstoffen voor lichaamscellen. Dierlijke producten zoals vlees, vis, kip, gevogelte, melk, karnemelk, yoghurt, vla, pap, kwark, (smeer)kaas en ei zijn rijk aan eiwitten. U gebruikt in overleg met uw diëtist meer eiwit en energie totdat uw gewenste of streefgewicht is bereikt.
Indien u afvalt, kunt u (tijdelijk) proberen de voeding energierijker te maken. Kies voor energierijke dranken. Soms is het na een totale maagresectie moeilijk om met alleen “gewone” voedingsmiddelen het gewicht op peil te houden of alle noodzakelijke voedingsstoffen binnen te krijgen.
Het is aan te raden om tenminste 3 maanden na de operatie extra eiwitrijke producten te gebruiken om het herstel van de wond en uw lichaam zo goed mogelijk te laten verlopen. Na deze periode kunt u ook de extra inname aan eiwitrijke producten verminderen. In beide gevallen kan het daarom nodig zijn de voeding aan te (blijven) vullen met drinkvoeding.
Drinken en hydratatie
Het is belangrijk om voldoende te drinken. Vocht geeft snel een vol gevoel waardoor voldoende inname aan drinkvocht in het gedrang kan komen. Streef naar tenminste 1½ - 2 liter (12-16 kopjes) drinkvocht goed verspreid over de dag. Aan de hand van de urine kunt u controleren of u voldoende drinkt.
Vitamines en mineralen
Na een totale maagresectie wordt geen intrinsic factor meer gevormd en kan vitamine B12 niet worden opgenomen in het lichaam. Vitamine B12 uit de voeding wordt in de dunne darm opgenomen na binding met een in de maag aangemaakte stof (intrinsic factor). Op termijn zal daardoor een vitamine B12 tekort ontstaan.
Vitamine B12 tekort kan op den duur leiden tot bijvoorbeeld bloedarmoede en stoornissen in de zenuwen van bijvoorbeeld de benen. Na een totale maagresectie krijgt u 1 x per 2 maanden vitamine B12 voorgeschreven via injectie in een spier. Vitamine B12 injecties zijn nodig zijn om een tekort aan te vullen en/of te voorkomen.
Na een totale maagresectie kan er een tekort aan ijzer in het lichaam ontstaan. Door andere voedingsgewoonten na de operatie kan de voeding onvoldoende vitamines, mineralen en spoorelementen bevatten. Wanneer u geen gebruik meer maakt van sondevoeding of drinkvoeding is het aan te raden gebruik te maken van een (oplosbaar) multivitaminen- en mineralen preparaat om tekorten te voorkomen. De overige vitamines, mineralen en sporenelementen kunnen meestal wel goed worden opgenomen in het lichaam.
Beweging en herstel
Om uw spieren zoveel mogelijk te behouden of te laten toenemen is het goed om elke dag te bewegen zodra de buikwond goed genezen is en u dit lichamelijk weer kunt. Een goede voeding alleen kan het lichaam niet herstellen. Ook voldoende beweging is daarbij belangrijk.
De eerste weken na de operatie kunt u hinder ondervinden wanneer de voeding langs de nieuwe verbinding tussen de slokdarm en de dunne darm passeert. Dit verbetert over het algemeen in de loop van de tijd. Het kan ook zijn dat door littekenweefsel de aanhechting van de slokdarm op de darm te nauw wordt. Niet bewegen zorgt ervoor dat de spieren in het lichaam in omvang afnemen.
Dumping syndroom
Het eten en drinken kunnen sneller en in grotere hoeveelheden dan normaal in de dunne darm terecht komen. Dit wordt dumping genoemd. Doordat de maag is verwijderd komt uw eten soms te snel in een grote hoeveelheid in de dunne darm terecht: dumping. Hierbij ontstaan schommelingen in de vocht- en suikerhuishouding.
We spreken van vroege dumping als de klachten binnen een ½ uur na de maaltijd optreden. De verschijnselen ontstaan doordat voeding veel vocht in de darm aantrekt. Dit vocht komt niet uit de darm maar wordt aan de bloedbaan onttrokken en voegt zich bij de voedselbrij in de dunne darm. Omdat er minder vocht in de bloedvaten circuleert, geeft dit een daling van de bloeddruk.
Het hart probeert vervolgens met minder druk het bloed toch rond te pompen waardoor de pols sneller wordt en hartkloppingen, duizeligheid, zwaktegevoel en sufheid kunnen optreden. Om deze klachten tegen te gaan kan het prettig zijn even te gaan liggen. Vroeg dumping: Ontstaat <1/2 uur na het eten.
Wanneer vergelijkbare klachten zo'n 1½ - 2 uur na de maaltijd optreden, is er sprake van "late dumping¬klachten". Het voedsel kan door de operatie niet meer worden opgeslagen in de maag. Hierdoor verloopt de vertering van het voedsel in de dunne darm sneller en maakt de alvleesklier meer insuline in kortere tijd. Late dumping: Ontstaat 1,5 tot 2 uur na de maaltijd.
Gebruik soep een uur voor de maaltijd en het nagerecht een uur na de maaltijd. Drink weinig bij de maaltijden, anders spoelt het voedsel te snel naar de dunne darm. Dumpingklachten kunnen ook optreden na gebruik van te veel 'snel opneembare' suikers zoals 'gewone' suiker en vruchtensuiker.
Melk bevat melksuiker (lactose), ook dit is een snel opneembare suiker. Gebruik van grote hoeveelheden melkproducten kan eveneens dumpingklachten veroorzaken. Suiker wordt ook verwerkt in voedingsmiddelen als cake, ontbijtkoek, gebak, koekjes en zoet beleg.
Per dag wordt aanbevolen 2-3 (300-450 ml) melkproducten te gebruiken. Gebruikt u meer melkproducten en heeft u klachten, verminder de hoeveelheid melkproducten dan tot de aanbevolen hoeveelheden. Houden de klachten dan nog aan, probeer dan eens (deels) zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt. Deze worden meestal beter verdragen omdat ze minder lactose bevatten.
Diarree en vetdiarree (steatorroe)
Als u ondanks de aanpassingen in uw voedingspatroon diarree blijft houden, bespreek dit dan met uw arts. Diarree kan ontstaan als gevolg van dumping, maar kan ook andere oorzaken hebben. Vette ontlasting of vette diarree (steatorroe): als er een te snelle passage is door het maagdarmkanaal kan ook de alvleesklier te laat zijn met het produceren van verteringsenzymen.
Als gevolg van de operatie maakt de alvleesklier soms minder spijsverteringsenzymen (pancreasenzymen) aan dan nodig. Na een totale maagresectie kan vetdiarree (steatorroe) ontstaan. Wanneer er te weinig spijsverteringsenzymen beschikbaar zijn, wordt het eten niet goed verteerd. Hierdoor kan het lichaam de voedingsstoffen, vooral de vetten, niet goed opnemen.
De ontlasting is daardoor dun, vettig en plakkerig en ruikt onaangenaam. Daarnaast kunt u ook last hebben van winderigheid, darmkrampen en buikpijn. Wanneer u deze klachten herkent kan uw arts u pancreasenzymsupplementen voorschrijven. De diëtist kan u helpen bij het instellen van de dosering van de enzymen.
Reflux
Galsap en/of voeding vanuit de darm kan makkelijk terugstromen in de slokdarm. Het klepmechanisme tussen de slokdarm en de maag is niet meer aanwezig na een totale maagresectie. Bij een totale maag verwijdering wordt ook de sluitspier tussen de slokdarm en de maag verwijderd. Hierdoor kan de inhoud van de dunne darm terugstromen richting de mond. Dit heet reflux.
Verhoog het hoofdeinde van uw bed. Het terugvloeien van voedsel of drinken wordt ook uitgelokt door direct na een maaltijd of snack voorover te buigen of te bukken. Om dit te voorkomen is het aan te bevelen een half uurtje na een maaltijd te wachten met het uitvoeren van klusjes in en om het huis zoals tuinieren of sporten zoals fietsen en zwemmen.
Zak zonodig door uw knieën in plaats van te buigen bij bijvoorbeeld het vastmaken van de schoenveters. Wanneer u regelmatig last heeft van het terugvloeien/oprispen van galsap is het wenselijk dit met uw chirurg te bespreken. Zonodig zal gestart (weer) gestart worden met medicijnen die de gal binden en de wand van de slokdarm beschermen tegen het galsap.
Aanvullende Onderzoeken
Controles op de polikliniek door de chirurg en verpleegkundig specialist. Aanvullend onderzoek (zoals o.a. Jaarlijks bloedonderzoek (hemoglobine, ijzer en vitamines D).
Ondanks een geslaagde operatie waarbij de tumor in zijn geheel is verwijderd kan de ziekte tot 5 jaar na de operatie terugkeren. Vanaf drie tot twaalf maanden na de operatie (mede afhankelijk van leeftijd en conditie voorafgaand aan operatie) bent u conditioneel weer hersteld en is de kwaliteit van leven (bij de meeste patiënten) beter ten opzichte van het moment dat u begon aan de behandeling. U bent dan ook gewend aan de nieuwe situatie in uw lichaam. Bepaalde klachten kunnen blijven bestaan.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Gezond Eten Zonder Koken: Snelle, Makkelijke & Voedzame Ideeën!
- Slokdarm Verbrand door Hete Soep: Wat Nu? Symptomen & Advies
- Ontdek de Beste Methodes om Koffievlekken van je Bank te Verwijderen als een Pro!




