Een gezellige snackbar/lunchroom op de markt in Sint Maartensdijk! Een goedlachse en joviale eigenaar met een prima service.
Op aanraden van onze buren de huisgemaakte sate geprobeerd bij cafetaria T 'hoekske. In 1 woord super. Ontzettende aardige eigenaar!
Cafetaria T 'Hoekske: Een Aanrader
We kwamen om 23 uur vragen, terwijl Mike de uitbater aan het sluiten was, of hij nog wat te eten had. En ja hoor! Super gegeten, zelfs verrassend lekkere wijn, en Mike de uitbater heel sympathiek en onderhoudzaam.
Op het terras in de zon heerlijk gegeten. Bijzonder vriendelijk met veel humor. Eten was zeker snackbar +++.
Na een middagje winkelen in Poortvliet, smaakte de huisgemaakte saté en stoofvlees extra lekker; een gezellige huiselijke sfeer, die je in een "gewone" cafétaria niet zo snel verwacht. Een snackbar/lunchroom met de uitstraling van een gezellig restaurant; niet heel groot, maar erg knus. We hebben er met ons gezin heerlijk gegeten. Bijzonder in de smaak viel de sate, huisgemaakt en verrukkelijk!
Andere Eetgelegenheden in de Regio
Prachtige lunchroom, waar je heerlijk kan eten. Hangt een hele prettige sfeer, heel ongedwongen. Goeie sfeer en betaalbaar.
Bij Cafetaria 't Kraaienhoekje voel je jezelf meteen thuis. Het is een plek voor jong én oud!
Na wat opstart "problemen" is het tot op heden helemaal goed gekomen en zijn de "problemen" perfect opgelost. We hebben al een aantal keren ons avond eten er gehaald. Ook hebben we er al eens aan tafel gegeten.
Ik zou zeggen... maar je komt er natuurlijk om te eten wat mij tot 3 keer toe vies is tegen gevallen: friet is vaak slap en zit geen smaak aan. Ik kreeg een kipcorn die veel te lang heeft gebakken en kei hard was, vitrine die er niet echt fris uit zag, dat zijn dan de punten die ik echt jammer vind.
De Geschiedenis van Friet
Het verhaal der frieten, patates frites, patat ofwel frites (ja, ja, allemaal Nederlandse synoniemen voor de gefrituurde aardappelstaaf) is een schoolvoorbeeld van het klassieke Nederlandse gezegde: twee honden vechten om een been en de derde loopt er mee heen.
Fransen maar vooral Belgen blaffen nog altijd om het hardst dat frites hun vinding is. Hoewel wij Nederlanders onze zuiderburen best het voordeel van de twijfel zouden gunnen, is een oer-Hollandse oplossing volgens het Poldermodel (de overlegcultuur waarbij nimmer iemand het Grote Gelijk aan zijn zijde krijgt, zelfs niet op grond van wetenschappelijk bewezen feiten) de beste optie om tot een vergelijk te komen.
Op grond van steeds meer historisch materiaal, gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat met een wetenschappelijke zekerheid aan vermoeden in Frankrijk de eerste aardappel aan staafjes werd gesneden, om ze vervolgens in kolkend vet af te bakken tot frites (al dan niet na een voorbakfase).
Belgische deskundigen wringen zich in allerlei bochten om aantoonbaar te maken dat het hun natie was die zich de geestelijk vader mag noemen van s werelds meest internationale gefrituurde aardappelgerecht. Zij gaan erg ver om hun gelijk kracht bij te zetten, zo ver namelijk dat ze zich als Vlaming zelfs bereid tonen de eer aan Waalse landgenoten te gunnen.
Frites zou een Waalse (en dus Belgische) origine hebben en het wordt derhalve de hoogste tijd - menen enkele Belgen - de VN in New York ter vergadering bijeen te halen om met name president George W. Bush op het matje te roepen. Op straffe van een handelsembargo door de voltallige EG, dient terstond de term French Fries te worden geschrapt uit de Amerikaanse woordenboeken ten gunste van Belgian Fries.
Menigeen verkeert in de veronderstelling dat deze naam voor frites in de omloop is gekomen na de Eerste Wereldoorlog. Wat dit woorddispuut betrof, kon de Nederlandse culinaire deskundige Johannes van Dam de Belgen al uit de brand helpen. Ook als ooit nog zou blijken dat frites inderdaad 100 procent zeker geen oorspronkelijk Frans gerecht is, kan de term French Fries rustig voortbestaan, oordeelde hij.
Op grondige Nederlandse wijze is nu bepaald dat frites in oorsprong Frans zijn en de benaming French Fries niet langer enige belemmering behoeft te vormen. Deze feiten kunnen en mogen niet in de doofpot worden gestopt, ook nu het vet al lang niet meer heet is.
Maar het Nederlandse Poldermodel - dat elke opspattende vlam onder de kookpot dooft - wordt geen recht gedaan als het gelijk wordt toegekend aan slechts één partij. Dus krijgen ook de Belgen de helft van het bot, omdat anders immers het Poldermodel incompleet zou zijn.
De Belgen krijgen de volle eer voor het tot stand brengen van een folklore die zijn weerga en gelijke niet kent. Op de basis van slechts een gefrituurde aardappelstaaf, wisten de Belgen een geheel eigen cultuur te grondvesten, compleet met een hoogwaardige infrastructuur die zich kenmerkt door een bonte mengeling van architectonische hoogstandjes.
De zeer gewaardeerde Paul Ilegems, met wie ik een passie deel voor frituurcultuur, maakte in zijn boeken meer dan eens gewag van de Friet Frustratie der Belgen en hij heeft het gelijk volkomen aan zijn zijde met zijn veelvuldige pleidooien voor de Friet Fierheid der Belgen. De Frituur Cultuur dient met hoofdletters te worden bijgeschreven op de Werelderfgoedlijst van de Verenigde Naties, want veel van de frietkotten zijn van een adembenemende schoonheid.
Nu deze oordelen conform het Nederlandse Poldermodel zijn geveld, dient nog slechts één vraag afdoende te worden beantwoord. Dat is deze: als hond numero 1 (Frankrijk) en hond numero 2 (Belgie) vechten om een been, wie is dan derde hond die het bot voor hun neuzen wegkaapte? Een goed verstaander kan begrijpen dat met numero 3 in dit geval Nederland wordt bedoeld.
De Opkomst van Friet in Nederland
Het is lastig vast te stellen wanneer in Nederland de eerste frites werd bereid of gegeten. We mogen met een gerust hart aannemen dat dit ergens aan het begin van de twintigste eeuw moet zijn geweest.
In de laatste decennia van de negentiende eeuw was de basis van de Belgische frituurcultuur immers reeds gelegd, het recept voor de bereiding van reepjes aardappelen in een pan met vet was al aan te treffen in een Belgisch kookboek uit 1887. Dergelijke zaken kunnen haast niet volledig onopgemerkt aan Zuid-Nederland zijn voorbijgegaan.
Omdat dit schrijven is gedateerd in 2005, leggen we de kiem van Nederlandse fritescultuur eigenhandig in 1905, zodat we kunnen spreken van Honderd Jaar Frites in Nederland. We houden het er verder op, dat in het gekozen jaar de plek van officiële consumptie - vanuit een kraam dus - Bergen op Zoom moet zijn geweest.
Dit feit kan niet wetenschappelijk worden onderbouwd, maar is evenmin volstrekt willekeurig. Tijdens onderzoek voor twee boeken over de snackcultuur in Nederland, kwam contact tot stand met een archiefmedewerker van de gemeente Bergen op Zoom. Zijn moeder - zo vertelde hij - zag op de kermis van Bergen op Zoom aan het begin van de twintigste eeuw voor het eerst een mobiele frituur waar frites werd verkocht.
De bewuste archivaris poogde bewijzen te vinden in het gemeentelijk archief, maar slaagde hierin niet. De kans is gering dat er ooit honderd procent zekerheid kan worden gegeven over de eerste friteskraam in Nederland.
De Eerste Wereldoorlog speelde een voorname rol in de verspreiding van de frites. Militairen uit een veelheid aan landen maakten aan het verwoestende front in België kennis met de frites via de aanwezige legerfrituren. Nederlandse soldaten waren daar niet bij, want Nederland keek neutraal toe. Maar ondanks deze neutraliteit, zorgde de Eerste Wereldoorlog er zeker voor dat een groot aantal Nederlanders voor het eerst kennis maakte met de gefrituurde aardappelbalkjes.
Honderdduizenden Belgische vluchtelingen overspoelden namelijk de Noordelijke Nederlanden (en werden door het intolerante Holland ook spoedig weer huiswaarts gezonden, trouwens). Illustratief is het volgende verhaal: vrijetijdsdichter Louis Michiels uit het dorp Erps-Kwerps ten oosten van Brussel (Brussel was de stad waar volgens boze tongen in 1850 de eerste frites door Franse ballingen zou zijn voor- en afgebakken).
Michiels’ moeder had in Erps-Kwerps een frituur. Zoon Louis kwam in de Eerste Wereldoorlog terecht bij een Nederlands gezin in Sint Maartensdijk op Tholen. Louis dook de keuken van de Tholense familie in en kwam op de proppen met gefrituurde aardappelstangen. De Nederlandse familie, zo meldde Michiels nadien in zijn memoires, was verrukt van zijn friet.
Zoals in Tholen zal het toegegaan zijn in veel Nederlandse keukens, vooral in Zuid-Nederland - want daar zaten veruit de meeste vluchtelingen. Maar zelfs in Groningen en Friesland kwam oorlogsslachtoffers uit België terecht.
In de 1920s en 1930s werden de frietjes in grote delen van Nederland nog aangeduid als aardappelstokjes of aardappelstaafjes, terwijl vanuit het zuiden des lands langzaam maar zeker de term patates frites oprukte.
In oktober 1929 stortte de financiële wereld in - de Beurskrach op Wallstreet - en de Westerse wereld was aan het begin van de 1930s gedompeld in een diepe economische crisis. De werkloosheid was enorm, velen sleten hun dagen in bittere armoede.
Gefrituurde aardappelstangen kwamen in Nederland in de eerste decennia van de twintigste eeuw alleen voor in kookboeken voor welgestelde keukenprinsessen (aldus culinair deskundige Johannes van Dam). Het recept voor frites verscheen in de 1930s in de kookboeken voor de volkse huishoudscholen.
In Zuid-Nederland waren dus her en der in het straatbeeld de eerste frituurkramen verschenen, in de 1930s openden op meer omvangrijke schaal de eerste inpandige frituren hun deuren, zoals Patates Friteshuis annex Eetsalon Van Dam in Eindhoven. De familie had eerder in een Duitse stad een bedrijfskantine voor Belgische arbeiders beheerd en was dus zeer bekend met het frituurverlangen van de Vlamingen en Walen.
Wellicht was de gedachte dat in een industriestad als Eindhoven een frituur een succes zou kunnen worden. Dit was zeker het geval, want ‘Van Dam’ bleef gedurende vele tientallen jaren een begrip in de Lichtstad.
In andere steden in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland waren de soortgelijke voorbeelden talrijk. Zo werd in 1936 in Breda snackbar De Toren als automatiek geopend. In de loop der jaren beleefde De Toren een aantal ingrijpende verbouwingen.
In 1999 deed de zoon van de oprichter de zaak uiteindelijk over aan twee Chinese ondernemers (Nederland telt anno 2005 vele honderden frituristen van Chinese herkomst), nadat De Toren zich inmiddels had aangesloten bij de fastfood-keten Come Back.
Groot was in het Nederland van de twintiger en dertiger jaren bovendien de invloed van de cafetaria’s van Heck’s (later Rutecks genaamd). Door deze restaurantketen - er kwamen vanaf de 1920s vestigingen in de meeste grote steden in Nederland - kreeg het eten buiten de deur een extra impuls. Er waren vestigingen met automatieken en zaken waar je staande aan de toog voor weinig geld kleine spijzen kon eten.
Toch duurde het nog de nodige jaren voordat de frituur in de rest van Nederland net zo’n bekend fenomeen werd als in de zuidelijke provincies. Niet zelden ontstonden de frituurbedrijven uit banketbakkerijen (waar tevens ijs werd bereid) en ijssalons.
IJssalons verkochten alleen in de zomer. Dit seizoenskarakter was een gegeven, maar de lage bestedingen van de 1930s dwongen ertoe om te zien naar alternatieve inkomsten. Steeds meer ijsbereiders gingen er toe over in de wintermaanden frites te verkopen om in hun nering te voorzien.
De Tweede Wereldoorlog en de Verdere Groei
De Tweede Wereldoorlog zorgde er uiteindelijk voor dat frites en de frituurcultuur zich voorgoed grondvestten op Neerlands bodem. Dit effect deed zich pas na de bevrijding echt goed gelden, maar ook onder de Duitse bezetting kwam de loop naar cafetaria-achtige bedrijven goed op gang.
Toen de honger knaagde aan de inwoners van met name West-Nederland, raakten bedrijven met kleine spijzen steeds meer in trek. Cafetaria’s in Amsterdam serveerden alternatieve snacks als paddenstoelen van de Veluwe, mosselen (tot dan toe zeker niet populair) en garnalen uit de Waddenzee.
Veel gefrituurd werd er niet, omdat vet mondjesmaat voorradig was en dus op de bon werd gedistribueerd. Hoewel bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam ongeveer twee handenvol frituurbedrijven waren, werd volgens de Rotterdamse friturist Piet Spiering tussen 1940 en 1947 in Rotterdam niet of nauwelijks patat afgebakken.
De hausse aan cafetaria’s, snackbars en frituren kwam in Nederland dadelijk na afloop van de Tweede Wereldoorlog opzetten. Na de oorlog deed de schaarste zich nog volop gelden. De rijksoverheid deed een klemmend beroep op de restaurantbedrijven om hen ertoe te bewegen de bevolking te voeden.
Traditioneel waren de restaurants gericht op de bovenlaag van de Nederlandse bevolking, de elite die beschikte over een dikke portemonnee. Verder was Nederland niet bijzonder gericht op het eten buiten de deur.
In de naoorlogse jaren werd geprobeerd de restaurateurs ertoe aan te zetten de beschikbare grondstoffen zo te verdelen, dat ook minder goed gesitueerden in de restaurants terecht konden voor relatief goedkope spijzen. Het Directoraat-Generaal van de Prijzen wees de restauranthouders op hun verplichting ‘een maaltijd tegen een bescheiden prijs verkrijgbaar te stellen’.
De restaurants gaven hieraan maar mondjesmaat gehoor. Omdat de restaurants het lieten afweten, zagen andere ondernemers hun kans schoon. Op grote schaal kwamen er horecabedrijven die kleine spijzen verstrekten. Tussen 1945 en 1950 rezen kleine lunchrooms en broodjeszaken als paddenstoelen uit de grond.
Ze voorzagen duidelijk in een behoefte, maar men had desondanks een vergunning nodig van het (door Duitsers opgerichte) bedrijfschap Bedrijfshoreca om te kunnen starten. In 1946 werden 605 aanvragen ingediend voor het starten van een zogenaamd ‘klein-horeca bedrijf’ (waaronder patates frites bedrijven vielen) en hiervan wees Bedrijfshoreca meer dan de helft af.
Deze regulering had veel te maken met het feit dat bakvet op de bon was. De distributie was in handen van het Bedrijfschap Margarine, Vetten en Oliën in Den Haag en aan deze gecontroleerde distributie kwam pas in 1949 een einde.
Frituristen kregen het hele jaar 1946 nog niet of nauwelijks vet toegewezen. In een vaktijdschrift van oktober 1946 stond te lezen: ‘Het Rijksbureau Voedselvoorziening deelt ons mede, dat de vetpositie nog niet toelaat aan patates frites- of vischbakkers toewijzingen te verstrekken voor olie.
Natuurlijk betekende dit niet dat er in Nederland in het geheel geen frites werd gegeten, want vanzelfsprekend was er ook sprake van een clandestiene markt. Toen de vetdistributie eindelijk tot een einde was gekomen, vestigde de frites zich voorgoed in heel Nederland.
Na de oorlog gestichte spijsverstrekkende bedrijven gingen alsnog frituren en de toevloed aan nieuwe bedrijven bleef aanhouden. Bedrijfshoreca tekende aldus in zijn verslag over het jaar 1949 op: ‘Trof men zogenaamde frituurrestaurants practisch alleen in het zuiden des lands aan, thans worden bedoelde restaurants, alsmede patates frites-bakkerijen ook in de overige provincies veelvuldig aangetroffen.
Veel ijssalons trachten des winters middels de verkoop van patates frites hun bedrijven van seizoenexploitaties in jaarexploitaties om te zetten’. (Overigens zijn vooral deze ijssalons verantwoordelijk voor de oudste snacks in de cafetaria, de kroketten en bitterballen.
1949 was niet alleen door de toevloed van frituren een cruciaal jaar, maar vormde ook op een andere manier een keerpunt in de Nederlandse eetcultuur. Het was het jaar dat honderdduizend militairen uit het verloren Nederlands-Indië naar Nederland togen, later gevolgd door nog eens ongeveer honderdduizend ‘Indiërs’.
De voormalige kolonie had een grote invloed op de smaak in Nederland. De Indische smaak kreeg bovendien invloed op de wijze waarop frites in Nederland wordt geserveerd. Met de Nederlandse-Indiërs kwam namelijk ook de satésaus het land in.
De saus deed er lang over om helemaal ingeburgerd te raken (waarbij de Chinees-Indische restaurants na 1950 een flink handje hielpen). In de tweede helft van de 1960s prezen steeds meer fabriekjes via advertenties in vakbladen kant-en-klare satésaus aan en na verloop van tijd ontbrak deze smaak in geen enkele cafetaria meer.
Pizza Ali: Een andere favoriet
Prima eten daar !! Ali heeft heerlijke pizza's, supervriendelijk personeel en bezorgt op de afgesproken tijd. Het eten is heel erg lekker en het personeel is zeer vriendelijk. Inmiddels een aantal keer wat besteld, o.a pizza & schotels. Heerlijke pizza's, schotels en broodjes! Goede service van de eigenaar en medewerkers!
Wij gaan regelmatig bij Ali eten en het eten is ALTIJD goed. Waar er gewerkt word is alles altijd mooi schoon en opgeruimd! De eigenaar is een leuke vent en altijd in is voor een praatje!
Na de verbouwing ziet het er echt super uit! Ook Laten we ons eten soms bezorgen en ook dat is prima geregeld! Wij bestellen regelmatig bij Ali. Meestal neem ik een Donner schotel, de prijs / kwaliteitverhouding is prima, 9 van de 10 keer krijg ik de schotel niet helemaal op omdat het bakje goed gevuld is. Verder smaakt het toppie en de service is uitstekend.
Iedere woensdag is het een vaste prik om lekker eten te bestelen bij Ali, gisteren hebben ik en mijn vent weer heerlijk gegeten. Toen kwam ik op deze site terecht en er mag dan ook gezegt worden dat het gewoon altijd uitstend is!
Pizza was overheerlijk :-p en ook de Ali mixed grill is een absolute aanrader... alleen moet je wel een ontzettende honger hebben... want je krijgt een gigantische berg döner, shoarma, kip en hamburger gepresenteerd! En over de schotels is mijn familie ook te spreken, voor de prijs hoef je het niet te laten.
Overige restaurants in de regio
- De Schuur van Poortvliet: Een gezellig aangeklede schuur met een bijzonder terras.
- Restaurant Zeelandia te Roosendaal: Gerechten worden met uiterste zorg vers bereid door de chef.
- Klok'uus: Gekroond tot 'Leukste uitje van Zeeland 2021'.
- Elsje Fiederelsje Pannenkoekenhuis: Geniet van het uitzicht over de jachthaven en vissershaven.
Heeft u een actiecode of kortingscode? Op stap 2 van het bestelproces, waar u uw bezorggegevens invult, klikt u op "Actiecode invoeren". Met iDEAL kunt u vertrouwd, veilig en gemakkelijk uw bestelling online afrekenen. Als internetbankierder kunt u direct gebruik maken van iDEAL. Wij proberen altijd uw bestelling zo snel mogelijk af te leveren. Op zon- en feestdagen kan dit vanwege drukte wat langer duren. Wij horen graag wat u van onze producten en dienstverlening vindt om u de volgende keer beter van dienst te zijn.
labels:




