De Nederlandse snackcultuur is rijk en gevarieerd, met een lange geschiedenis en vele lokale specialiteiten. Van de benamingen voor een bezoek aan de snackbar tot de verschillende soorten patat en de verwarring rond frikandel en frikadel, er is altijd wel iets nieuws te ontdekken.
Synoniemen en Eigennamen in de Snackwereld
Vooral studenten zijn meesters in het bedenken van synoniemen voor alles wat met hun gang naar de snackbar te maken heeft. Vetput is in menige studentikoze kring de aanduiding voor een cafetaria, en het bezoek aan deze vetput omschrijven ze met ‘even een vette bek halen’. In regio's waar vestigingen van de automatiekketen Febo te vinden zijn, spreekt men ook wel van ‘even feboën’. En ‘uit de muur eten’ is een algemeen aanvaard synoniem voor ‘een bezoek aan een automatiek brengen’. En wat trekt de student vervolgens uit het warmhoudloketje? Een ‘berenlul’ (frikandel) of een ‘neukpatroon’ (ei). Weet u trouwens wat een ‘Jos Brink’ is? Een frikandel met satésaus. Kent u meer van zulke volkse hoogstandjes aangaande de Nederlandse snackcultuur?
Cafetariaondernemers blijken een grote voorkeur te hebben voor namen waarin afgeleiden van smikkelen en smullen voorkomen. Afgeleid van smullen waren: de Smulhoek, 't Smulhoekje, Smulhuske, Smulpaleis, 't Smulleke, Smulhuis, Smulhoes, 't Smulpunt, Smulderij, 't Smulerf, de Smulboei, Smultent, de Smulmuis, de Smulsmurf, Smulroom, Smultaria, de Smulpaap en de Smulrol. Ook bij nieuwe ketens en samenwerkingsverbanden in de snacksector heeft men een voorliefde voor namen als Smullen Geblazen! Cafetaria-achtige bedrijven dragen ook vaak namen die iets zeggen over de vestigingsplaats: de Tunnel, de Tram-/Bushalte, Noordplein en de Brink. Naast de Drie- en de Viersprong kwamen ook nog de Vijfsprong en de Zevensprong voor, evenals de Rotonde. ‘Hoeken’ zijn ook gewild, want behalve allerlei hoeken in het een of andere dialect of gewoon in het Nederlands, waren er ook hoeken in de Engelse taal - ‘corners’ dus. Natuurlijk noemen ook veel ondernemers de zaak naar zichzelf. Dat kunnen achter- of voornamen zijn, maar ook duonamen als Annie & Manuela en Wim & Gusta.
Variaties op de Friet
Er zijn heel wat variaties op het bakje/zakje/bordje frites. Deze vraag kwam voor op vragenlijst 46 van het Meertens Instituut, die in 1971 uitging. Boerenfriet - spekjes, uitjes, champignons, erwten en jachtsaus; in verschillende delen van het land in verschillende variaties aanwezig. Snackbar Royal Friet van Piet in Groningen claimt in 1978 met de naam boerenfriet op de proppen te zijn gekomen.
Friet Zuurvlees
Friet zuurvlees - een typisch Limburgse specialiteit en dus veelal aangeduid als ‘frietje zoervleis’, maar in de volksmond ook wel gewoon als ‘frietje saus’. Recepten voor zuurvlees kunnen van straat tot straat, van snackbar tot snackbar en van familie tot familie verschillen. Het gaat soms om recepten die al generaties lang in de familie circuleren. Friet zoervleis behoort in frituurs en snackbars ten zuiden van Roermond doorgaans tot de vijf best verkochte producten. Zuurvlees is rund- of varkensvlees, aangemaakt met azijn, suiker, zout, peper, appelsiroop en laurierblad, waaraan ook nog gesnipperde ui wordt toegevoegd. In het algemeen komt het zuurvlees met de saus over de frites en komt daarbovenop een toef mayonaise. Het geheel wordt geserveerd in een grote frietbak, het zogenoemde A13- of A14-formaat.
Patatje Oorlog: Een Beladen Naam
De term 'patatje oorlog' is dermate ingeburgerd dat de FNV hem eens leende voor een actie voor haar leden in de horeca: patatje oorlog. Toch is die aanduiding nog niet zo heel erg lang gemeengoed in ons land. Pas halverwege de jaren tachtig raakte patatje oorlog landelijk ingeburgerd. De herkomst ervan is onduidelijk. Het zit er dik in dat een cafetariaklant hem bedacht heeft, want zo gaat het wel vaker met namen van snackgerechten. In de meeste cafetaria's is een patatje oorlog een portie frites met pinda- en fritessaus. Maar er zijn variaties mogelijk. In sommige delen van het land biedt het patatje oorlog een nog luguberder aanblik. Veel cafetariahouders ergerden zich aan patatje oorlog. Zo sprak een cafetariahouder in Zwolle er al in 1987 schande van. Hij vond de aanduiding kwetsend voor mensen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, en kondigde aan haar niet te gebruiken. Maar anno 1999 bleek hij dat toch te doen. Hij kon er nu eenmaal niet omheen, verklaarde hij.
Frietje Feest als Alternatief
Na het uitbreken van de oorlog in Kosovo in 1999 weigerde kwalitaria ‘Annie van’ in Millingen aan de Rijn dit snackgerecht nog langer te verkopen; als alternatief verzon men frietje feest. Enkele jaren eerder was er al een snackbar in Alkmaar op de proppen gekomen met frietje vrede, maar dat was een frites-variatie met vruchten erbij. Bij ‘Annie van’ dienden klanten die het waagden een patatje oorlog te bestellen, vijfentwintig gulden te doneren aan een fonds voor vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië. De actie van ‘Annie van’ kreeg navolging van enkele honderden collega's, die hiertoe werden aangezet door een actie van het vakblad Snackkoerier.
Snackbar Annie in Gelderland begon, zij doopten de friet om tot ‘patatje feest’. Iedereen die toch aan de toonbank om een patatje oorlog vroeg, moest 25 euro overmaken naar een stichting die vluchtelingen uit Joegoslavië helpt. Honderd snackbars deden mee, maar het patatje oorlog bleef.
De Frikandel: Een Gehaktbal of Worst?
In de laatste, dertiende editie van Van Dale vinden we bij frikandel: ‘(spreekt.) frikadel (zie ald.).’ Er is echter vrijwel geen Nederlander die het waagt in een snackbar om een frikadel te vragen. Iedereen spreekt van ‘frikandel’. En dat is ook de juiste schrijfwijze van dit veelgenuttigde worstvormige vleesproduct. Een frikandel is namelijk iets heel anders dan een frikadel of fricadel. Van oorsprong - en in sommige landen is dat nog steeds zo - is een frikadel een soort gehaktbal of -schijf. Dat was in ons land ooit niet anders.
De benaming die De Vries eind jaren vijftig verzon, was frikandel. Deze benaming, met n, nam fabrikant Beckers over toen hij uit de ruwe worst de hedendaagse gladde versie ontwikkelde.
Regionale en Moderne Variaties
Sommige van die varianten zijn landelijk ingeburgerd, hoewel de samenstelling dan nog kan verschillen. Naast landelijk, regionaal of plaatselijk is een indeling in klassiek en modern ook mogelijk, of klassiek en internationaal. De meest klassieke zijn waarschijnlijk patatje oorlog, patat speciaal en de ‘patat met …’ varianten met mayonaise, ketchup of pindasaus.
- Patat met - Oorspronkelijk met mayonaise.
- Patat speciaal - De meest bestelde variant, ontstaan rond 1975, verschilt per regio.
- Patat oorlog - Ontstaan medio jaren ’80 in snackbar Constantijn in Amsterdam.
- Patat pindasaus - De saus heeft zijn oorsprong in de Indonesische keuken.
- Patat waterfiets - ook wel friet catamaran.
- Patat kapsalon - Patat met döner of shoarma, kaas, knoflooksaus en sambal, uit de oven.
- Patatje rotzooi - Lijkt op patatje oorlog. Het is patat met een bizarre mix van verschillende sauzen en toppings.
- Patatje Smos - Friet met mayo, ham, kaas, ei en groenten.
- Friet stoofvlees - Friet met stoofvlees is een klassieker in België. Vaak met bier gestoofd.
- Friet Poutine - Friet met stukjes kaas en jus. Ontstaan kort na de Tweede Wereldoorlog in Quebec.
- Friet Chili cheese - Friet met gesmolten kaas en chilisaus. De variant ontstond waarschijnlijk in Texas.
Voedingswaarden van Sauzen
De meeste mensen eten patat enkel met mayonaise of ketchup. De vraag welke van de twee gezonder is beantwoorden de damesbladen met ketchup. Die kijken echter alleen naar de calorieën. Alsof dat bepalend is voor gezond. Bijvoorbeeld naar koolhydraten, suikers en zout. Ketchup bevat 6x meer koolhydraten dan mayonaise. Uiteindelijk gaat het echter om smaak. En daarover valt niet te twisten.
| Saus | KCal | Koolhydraten (gr) | Suiker (gr) | Vet (gr) | Eiwit (gr) | Zout (gr) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mayonaise | 665 | 3,5 | 3,5 | 0,75 | ||
| Ketchup | 76 | 17,5 | 14 | 1,5 | ||
| Pindasaus | 256 | 23 | 19 | 14 | 7,5 | 1,4 |
Patat Friet: Een Taalstrijd
In mijn jeugd heette een zak gefrituurde aardappelreepjes nog voluit patat friet. Zo noemde grote delen van Nederland het. Patat was enigszins bekend als ander woord voor aardappel. En friet stond voor gefrituurd. Met de tijd begon de naamgeving te veranderen. In Noord-Nederland raakte ‘patat’ meer in zwang, terwijl in Zuid-Nederland ‘friet’ of ‘frites’ de voorkeur kreeg. Geleidelijk koos bijna heel Nederland dus voor één woord. Mijn wandelvrienden gebruiken friet, terwijl ik bij bestellen nog altijd patat zeg. We zijn alle vier geboren en getogen in Utrecht. De vrienden na 1954 in Zuilen, ik in de binnenstad. Een dialectoloog zou eens kunnen kijken naar het verschil in woordgebruik.
Het was Jan Stroop, zo’n wetenschapper met interesse in dialecten, die het in 1972 als eerste onderzocht. Hij ging uit van ‘patat frites’ wat toen de algemeen gebruikte benaming was. Daarna bekeek hij hoe het benoemen van patat friet was veranderd en ontdekte het verschil tussen Noord- en Zuid-Nederland. Jan Stroop schreef meerdere artikelen over de geschiedenis van patat friet, de verspreiding van de woorden patat, friet en frites, en meer. In een van die artikelen behandelt hij in 2019 de vraag of patat friet pas na de Tweede Wereldoorlog populair werd in Nederland. Zijn verhaal is interessant.
labels:




