Zo direct na de Tweede Wereldoorlog heeft menigeen de verschrikkingen van de hongerwinter van 1944-1945 nog vers in het geheugen zitten. In het Kempische Westerhoven is dat uiteraard ook het geval. Dus aardappels telen is in die tijd nog een bijzonder en uitermate arbeidsintensief werk. Maar, de landbouwmechanisatie staat nog in de kinderschoenen.
De aardappeloogst: een arbeidsintensief proces
Als de akker geploegd en geëgd is, worden met een aardappelsteker eerst de plantgaten gemaakt. Daarin verdwijnt dan een pootaardappel. Vervolgens maakt nummer drie het plantgat weer dicht. Zodra de eerste kiembladeren boven de grond uitkomen, begint de verzorging.
Phytophthora is een gevreesde aardappelziekte, maar ook de coloradokever moet worden bestreden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt DDT intensief gebruikt voor desinfectie en andere ontsmettende methodes. Maar al snel blijkt, dat het voor mens en dier een dodelijk goedje is. Dus de coloradokever moet handmatig worden bestreden. Lopend tussen de rijen planten worden die nauwkeurig geïnspecteerd.
Als de zomer zijn best heeft gedaan, worden in de herfstvakantie de aardappelen geoogst. Deze vakantie is daarvoor speciaal ingesteld. De boeren trekken zich niets aan van de leerplicht en houden hun jongens gewoon thuis. Eten is belangrijker dan kennis. Met de riek wordt de plant uitgestoken en de aardappelen verzameld. Zorgvuldig wordt gecontroleerd of er niets in de grond is blijven zitten. Door de "rapers" wordt de oogst in een opengevlochten ijzeren "erpelmand" gedaan.
Is de mand vol, dan wordt die op een centrale plek op de akker leeggekieperd. Later op de dag komt de boer met zijn paard en platte wagen de kostbare oogst opladen. Inmiddels is er op het erf al een kuil gegraven en ingedekt met stro. Daar worden alle aardappelen heel zorgvuldig "ingekuild".
Samen met mijn twee broertjes hebben we bij Jan Goossens in "de Haai" de hele herfstvakantie hard gewerkt om zijn aardappeloogst mee binnen te halen. Ook al zijn we pas tien jaar, het werk is er niet minder zwaar door. Slechts onderbroken door een voedzaam middagmaal, is het van 's-morgensvroeg tot 's-avonds laat hard werken op een soms snoeihete akker. Het vooruitzicht op een flinke beloning motiveert ons om niet bij de pakken neer te zitten.
De verdienste en de strategie
's-Zondags na de hoogmis komt Jan Goossens, waar we zo voor gezwoegd hebben, achterom binnen. Neen, hij komt niet alleen koffiedrinken. Hij komt ons ook uitbetalen. Op de vraag van mijn moeder wat haar jongens die week verdiend hebben is het antwoord kort en duidelijk. "Die drie samen? Tachtig gulden." Nou, dat is niet mis. Enne, "hoe duur zijn de erpels eigenlijk"? Op de veiling is de meest gangbare prijs per kilo vijftien cent, maar bij grotere hoeveelheden is dat maar een dubbeltje.
Mijn moeder reageert alert met een opdracht die geen tegenspraak duldt: "Nou dan breng mij maar achthonderd kilo". We staan aan de grond genageld. Al onze visioenen over de pas verworven rijkdom spatten als zeepbellen uiteen. 's-Anderdaags komt dus Jan, met paard en wagen, zijn "bestelling" afleveren. Zestien zakken van vijftig kilo worden behoedzaam leeggeschud in de aardappelbakken in onze kelder. Zorgvuldig worden ze ook nog bepoederd om uitschieten zoveel mogelijk te voorkomen.
Maar ons moeder kan het natuurlijk niet over haar hart verkrijgen, dat we op die manier helemaal niets verdiend zouden hebben. Als compensatie krijgen we ieder alsnog een blinkende rijksdaalder. Later, als we volwassen en ook wat wijzer geworden zijn, begrijpen we haar strategie heel goed. Immers in de tweede helft van de vorige eeuw is de zorg voor een traditioneel groot en katholiek Brabants gezin van dertien personen geen eenvoudige opgave. Maar moeder kent uiteraard haar pappenheimers.
De opkomst van de friet
"Woensdagmiddag bak ik friet". Als we dat vol trots op school vertellen, heeft dat natuurlijk tot gevolg dat die middag de hele keuken vol zit met ook nog hongerige buurtkinderen. Friet is in die tijd nog een beetje een bijzondere lekkernij, die niet vaak op de Kempische keukentafels verschijnt. Maar de smaak van friet, blijft op onze papillen plakken.
Gelukkig is daar "Jaon Buts"! Hoe hij werkelijk heet, dat weten we niet. Wel dat hij uit Bergeijk komt en zijn bijnaam dankt aan zijn hobby: voetbalscheidsrechter. Vaak past hij de spelregels verkeerd toe of beoordeelt de spelsituatie foutief. Hij laat dan het spel weer hervatten met een scheidsrechtersbal, een butsbal. Tegenover de benzinepomp van Wil Teut (Neutkens) en voor het huis van dokter van Hal, ligt een klein plantsoentje. Centraal daarin staat een enorm beeld van Christus Koning.
Enkele jaren later zal dit beeld zijn definitieve plek krijgen op het plein van de Westerhovense parochiekerk. Maar ook op dat plantsoentje staat "het frietkot van Joan Buts". Daar spenderen we vaak ons zondagse tractement. Een portie friet kost een kwartje. Wil je daar een eetlepel mayonaise op, dan moet er nog een stuiver bijgelegd worden. Een uitgebreide prijslijst hangt er niet. Behalve friet zijn er ook bami- en nasiballen in het aanbod. Een aantal jaren bedient Joan - alleen in de weekenden - zijn Westerhovense cliëntele. Concurrentie is er niet.
Dat verandert in 1972. Het merendeel van mijn broers en zussen is inmiddels getrouwd en heeft het ouderlijk huis verlaten. Zodoende wordt voor mijn moeder het huis veel te groot. Het wordt verkocht aan "Jan Pek" uit de buurgemeente Riethoven. Die geeft aan het pand een driedubbele bestemming. Naast woonhuis, wordt aan de ene kant een bar geopend en aan de andere kant, jawel: een frietkot! Als specialiteit verkoopt men steeds vers gesneden frieten. Uiteraard zijn daarvoor steeds verse aardappelen nodig.
De winkel van Funs Hermans in Meterik
Meterik telde en telt veel bedrijven, maar het aantal winkels is drastisch gedaald. Funs trouwde in 1929 met Aldegonda Baltussen. Hier hadden Funs en zijn vrouw Gon in 1929 een woning met een winkel gebouwd. Wat in de winkel verkocht werd was heel divers: huishoudelijke artikelen, emmers, kookpannen, bezems en bezemstelen, spades, harken, rieken, stelen voor de spade (de zogenaamde ‘schuppestelen’) en stelen voor ander handgereedschap evenals gloeilampen.
Er was in die tijd veel vraag naar gloeilampen. In de jaren 1920-1930 waren bijna alle woningen in Limburg aangesloten op het elektriciteitsnet. De gloeilampen van toen hadden nog geen lange levensduur en moesten geregeld worden vervangen doordat ze weer stuk waren. Schroeven en spijkers werden ook verkocht, dit ging per gewicht. Ze verkochten ook fietsen en men kon er een tandem huren; in die tijd kon niet iedereen fietsen en zo kon men toch samen op pad. Funs was een man met veel vaardigheden, naast het werk in de winkel repareerde hij fietsen, reed hij taxi (in een zwarte Ford) en had hij een transportbedrijf.
Na de oorlog kon Funs een oude militaire vrachtauto aanschaffen, een Dodge, deze was legergroen. Op het laatst van de 2e wereldoorlog kwam het centrum van Meterik zwaar onder vuur te liggen en moesten de inwoners evacueren. Na de evacuatie konden ze zodoende niet terug naar hun huis maar kregen ze zolang onderdak in een huis op de Meteriksebaan totdat hun huis weer bewoonbaar was.
Funs heeft ook nog een gedeelte van de winkel verhuurd aan zijn neef Jac Hermans die kapper was. Jac had er een kapsalon ingericht en hier knipte en schoor hij zijn klanten. Zijn andere dochter Mia was intussen ook getrouwd en woonde met haar gezin in Maasbree. Zij hadden hier een kruidenierswinkel en een frietzaak. Funs heeft hier veel meegeholpen. Hier maakte hij zich verdienstelijk door de aardappelen voor de friet te schillen, nadat hij ze geschild had sneed hij er frites van.
labels:
Zie ook:
- Stoofvlees met Friet: Het Ultieme Comfort Food Recept
- Friet Frituren: De Perfecte Tijd voor Knapperige Frietjes!
- Zoete Aardappel Friet Frituren: Krokant en Lekker!
- Ontdek Het Ultieme Nasi Bami Recept met Hamlappen – Snel, Simpel en Overheerlijk!
- Ontdek Waarom Friet van Piet in Chersonissos Onweerstaanbaar Is!




