In de Surinaamse keuken maken wij gebruik van allerlei vruchtsoorten. Er zijn allerlei gerechten, waarin wij ook vruchten verwerken. Zoals dat ook het geval is met Surinaamse groenten en pepers. De gerechten uit onze gepassioneerde familiekeuken zijn simpel te maken met onze easy-to-use gerechten. Wil je weten welke Surinaamse vruchtensoorten er zijn?

Suriname heeft een grote rijkdom aan tropische vruchten. Sommige daarvan komen oorspronkelijk uit Suriname en andere zijn geïmporteerd. Suriname heeft een tropisch klimaat waardoor alle tropische vruchten er goed groeien. Doordat er vele plantages zijn geweest zijn diverse vruchten geïntroduceerd en daarnaast hebben de verschillende bevolkingsgroepen zoals de Hindoestanen, Javanen en Chinezen hun eigen vruchten mee genomen. Op deze manier is er veel variëteit in vruchten ontstaan in Suriname.

Hieronder volgt een overzicht van enkele bekende en minder bekende fruitsoorten die in Suriname te vinden zijn:

Populaire Surinaamse Fruitsoorten

1. Mopé

Mopé is een oranjekleurige zoete vrucht die op de markt en op straat verkocht wordt. Er zit een grote pit in. In Nederland wordt het de mombinpruim genoemd. De smaak lijkt op die van pruimen. Er wordt eveneens een sap van gemaakt die je in diverse eet- en drinkgelegenheden kunt kopen. Daarnaast wordt er jam van gemaakt. Mopé is een echte Surinaamse vrucht; hij komt van oorsprong uit Suriname. Zijn verspreidingsgebied is van Mexico tot Brazilië. Soms zie je in de rivieren gevallen mopés drijven. In Suriname wordt het gezegde gebruikt: wie een mopé heeft gegeten zal terugkeren naar Suriname.

2. Zuurzak

Een zuurzak is een vrucht met kleine stekeltjes die door Surinamers en Nederlanders soms foutief durian wordt genoemd. Durians of doerians hebben grote harde stekels. De doerian zul je niet aantreffen in Suriname; dat is een Indonesische vrucht. Zuurzak komt van oorsprong uit Midden Amerika en de Caraïbische eilanden. Zuurzak heeft wit vruchtvlees wat een beetje naar custard smaakt. Hij is familie van de custard-apple. Wanneer je de vrucht doormidden snijdt kun je het zo met een lepel opeten als toetje of voedzame en dorstlessende snack.

3. Mini Bacove of Mini Banaan

De banaan is tropisch, gezond en lekker fruit. Bacove is het Surinaams-Nederlandse woord voor banaan. De kleine mini-banaan wordt door Nederlandse indo´s pisang mas genoemd; dat is namelijk de Indonesische naam. Deze mini-banaan heeft iets donkergeler vruchtvlees dan de commerciële banaan die in de Nederlandse supermarkten ligt. Hij is wat smaakvoller. De banaantjes hebben de grootte van een flinke duim. De banaan is voor het eerst gecultiveerd in Nieuw Guinea. Behalve de mini-banaan zijn er uiteraard vele andere soorten te koop waaronder de melige bakbanaan en de meer standaard banaan zoals westerlingen die kennen. Deze populaire vrucht is van daaruit inmiddels door heel de tropen verspreid en in de westerse wereld omarmt als dagelijkse snack.

4. Acerola of West Indische Kers

Acerola of West-Indische kers is een supergezonde vrucht. Hij bevat veel meer vitamine C dan een sinaasappel. Hij is zo gezond dat er een natuurlijk vitamine C-supplement van wordt gemaakt. De acerola smaakt zurig; hoe rijper hij wordt hoe minder zuur hij smaakt. De zurigheid is niet zo pregnant als die van een citroen. Veel Surinamers eten een paar Acerola´s per dag om gewoon in gezonde conditie te blijven. Acerola of West-Indische kers komt, zoals de naam reeds doet vermoeden, van origine uit Suriname.

5. Mango

Mango wordt in Suriname manja genoemd. Er zijn verschillende soorten maar de meeste Surinamers zijn het erover eens dat manja golek de lekkerste mangosoort is. Deze komt uit Indonesië. Het vruchtvlees is oranjegeel van kleur en hij is iets spitser dan de plompe mango´s die op de Europese markt liggen. Daarnaast is de manja golek niet zo vezelig en supersappig. Oorspronkelijk groeiden er geen mango´s in Zuid-Amerika. De mango komt van oorsprong uit Azië.

6. Ananas

De ananas is een heerlijke vrucht die zeer groot kan worden in Suriname. De soort die ze hier hebben heeft een lichter tint geel dan de Europese ananas; eigenlijk is hij pastelgeel van kleur. De ananas zul je regelmatig aantreffen bij het ontbijt als je in een hotel in Suriname vertoeft. Hij wordt als schijfje op een fruitbord met banaan, pompelmoes en papaya opgediend. Het woord ‘ananas’ is afgeleid van de naam die de Tupi-indianen de vrucht gaven, nl. Verse ananas bevat een enzym dat proteïne afbreekt. Het enzym is niet actief meer bij ingeblikt ananas, omdat deze al is gekookt. Bevat veel vitamine A en C.

7. Pompelmoes

In Europa worden vrijwel alle citrusvruchten verkocht behalve pompelmoes; deze zie je vrijwel nooit. Dat is onterecht want de pompelmoes is een superlekkere vrucht. Wat in eerste instantie opvalt is zijn grootte; een flinke pompelmoes is net zo groot als een voetbal. Er worden eveneens kleinere pompelmoezen verkocht. Deze zijn nog altijd een stuk groter dan de grootste grapefruit die in Nederland te koop is. Qua grootte heeft hij iets van een pomelo, behalve dat zijn schil van normale dikte is en niet zo absurd dik als die van een pomelo. Een pompelmoes smaakt zeer lekker; het is een verfijnde mix van licht bitter, licht zoet en zeer sappig. Het vruchtvlees is rozerood. In het gebruiksvoorschrift van verschillende medicijnen wordt combinatie met pompelmoes afgeraden, aangezien die de werking van het medicijn versterkt. Dit is onder andere het geval met sommige bloeddruk- en cholesterolverlagers. Dit komt door de aanwezigheid van furocoumarinen.

8. Rambutan

De rambutan zie je overal op de markten van Suriname. Het is een vrucht met een oorspronkelijke Indonesische naam; rambut betekent ´haar´ in het Maleis. De vrucht is dan ook zeer harig qua schil. Als je hem openmaakt lijkt het ineens op een lychee, behalve dat het vruchtvlees niet zo makkelijk van de pit afgaat. Een rambutan is een lekkere en gezonde dorstlesser in de tropen. Rambutans groeien in bosjes aan de boom. Op de markt worden ze vaak met tak en al samengebundeld verkocht maar je kunt ze los kopen. Je vindt het meest rode rambutans maar er worden ook gele verkocht.

9. Broodvrucht

De broodvrucht is een vrucht met geschiedenis. De boom groeide oorspronkelijk alleen in Frans Polynesië en andere eilandjes in de Stille Oceaan of Pacifische Oceaan. De vrucht kan zeer groot worden en werd door de Polynesiërs graag gekookt, geroosterd, gebakken of gefrituurd. Europese handelaars dachten slim te zijn door de broodvrucht naar Zuid-Amerika en de Caraïben te exporteren zodat de slaven makkelijk te eten hadden. Een broodvrucht is namelijk zeer groot; je kunt er meerdere monden mee vullen. Maar de slaven hielden helemaal niet van broodvrucht. Uiteindelijk is de broodvrucht steeds meer gewaardeerd geworden en zie je hem nu op de markten in Suriname liggen.

10. Passievrucht

De passievrucht wordt ook markusa, markoeza, markoesa of markieza genoemd. Passievruchten zijn in Suriname groot en hebben een groene kleur. Er zit meer vruchtvlees in dan de passievruchten die in Nederland verkocht worden. Het vruchtvlees is oranje en smaakt zoet-zurig. De pitjes kun je gewoon opeten. Er wordt veel sap gemaakt van de passievrucht. Als je in Suriname bent kun je passievruchten veel goedkoper kopen dan in Nederland. Het is een ideale vrucht voor als je ´s morgens wakker wordt of als verfrissend tussendoortje op een hete dag. Wie in Suriname woont, doet er goed aan om de klimplant waaraan passiebloemen en -vruchten groeien in zijn tuin te planten. Passievrucht groeit in het wild in Suriname. De wilde vruchtjes zijn klein maar de inhoud is lekker zoet, vaak zoeter dan een grote passievrucht. Weetje: Gezegd wordt dat markoesa een rustgevend effect heeft.

11. Pommerak

Pommerak is een zurige rood beschilde vrucht met spierwit vruchtvlees. Hij heeft de vorm van een peer maar hij komt voor de rest niet overeen met een peer. Zijn zuurheid is anders dan die van een citroen; het is in de tropen een zeer verfrissende vrucht. In het oogstseizoen ligt de pommerak voor een habbekrats op de markten van Suriname. Er wordt een sap van gemaakt die het hele jaar door verkrijgbaar is. In Indonesië wordt deze vrucht ´jambu bol´ genoemd.

12. Awarra

Awarra is een bosvrucht. Wanneer mensen in het bos honger hebben kunnen ze altijd grijpen naar de awarra. De awarra is een lekkere vrucht maar het is niet bijzonder praktisch om te eten. Er kan een heerlijke sap mee worden bereid. Wanneer je aan de SMS-pier in Paramaribo bent dan is het een goed idee om bij het restauramt Liba Massanga op de eerste etage, waar je het mooiste uitzicht van Paramaribo over de Surinamerivier vindt, een vers gemaakte awarrasap te drinken. Awarra komt uit de Amazone en is een vrucht van een palmsoort die tot wel vijftien meter hoog groeit. De vrucht is drie tot zes centimeter lang en is geel/oranje van kleur. Awarra zit vol met vitamine A.

Andere Surinaamse Vruchten

Behalve deze twaalf vruchten zijn er nog tig andere vruchten te koop zoals de birambi, kedongdong en guave.

  • Amandel: Bij amandel denk je aan een nootje, maar het is een zaad van de amandelboom.
  • Avocado: Avocado is een peervormige vrucht met eiwitrijk vruchtvlees. Avocado is in allerlei gerechten te verwerken.
  • Babydruif: Een babydruif is een ronde druif en is een besvrucht die afkomstig is van de wijnstokfamilie.
  • Bakba of bacove: Bakba of bacove is een banaan die je als fruit opeet nadat je de schil hebt verwijderd.
  • Bakbanaan of kookbanaan: Bakbanaan of kookbanaan is een fruitsoort die geschikt is om te bakken of om te koken. Maak het recept bakbanaan met kabeljauw maar eens. De bladeren zijn eveneens te gebruiken om bijvoorbeeld een gerecht mee in te pakken.
  • Birambie: Birambie is een groene vrucht die in verschillende soorten vormen voorkomt, zoals stervormig en rond. De ronde birambie is een van de birambiesoorten en heet ook wel gooseberry. De schil is groen en heeft dikke ribben. In het midden zit een harde pit en de vrucht heeft een diameter tot twee centimeter. Het vruchtvlees is zuurzoet en heeft een stevige bite.
  • Carambola (Franse birambi): Carammbola ofwel de Franse birambi is geel en is herkenbaar aan vijf ribbels en een lengte van ongeveer 12 centimeter. Fransman birambi (Carambola) is ongeveer 12 cm. lang en heeft 5 ribbels. Bevat vitamine C en B. In de 18e eeuw is birambie gebracht van Timor naar Jamaica.
  • Cashew: Cashew behoort tot de zaden en de vrucht is geelrood die onder de cashewappel hangt. Deze heeft een bijzondere vorm en lijkt wel wat op een paprika. Het zoete vlees bevat vitamine C.
  • Citroen: Citroen is een gele vrucht van de citroenboom en het vruchtvlees heeft een zure smaak. Dat is ook een reden dat citroen niet zo gegeten wordt, naar in gerechten wordt verwerkt om deze een frisse smaak te geven.
  • Curaçaose appel: De Curaçaose appel komt oorspronkelijk uit India. De schil lichtrozig en de vrucht is sappig.
  • Djamoen: Djamoen is een donkerpaarse tot zelfs zwarte vrucht die direct is op te eten. De vrucht is eveneens geschikt om wijn van te maken.
  • Granaatappel: Granaatappels hebben de grote van een sinaasappel en zijn rond en rood. De schil is glad en dik en als de vrucht rijp is, krijgt deze een roodbruine kleur.
  • Grapefruit: Grapefruit is een mix tussen sinaasappel en pompelmoes. De vrucht is geel/oranje en heeft een diameter van 10 tot 15 centimeter. Grapefruit is een kruising van o.a. Echter het sap geeft gerechten, dranken en sauzen een frisse smaak.
  • Guave: Guave is een groen/gele vrucht die aan de guaveboom bloeit. De vorm is te vergelijken met een peer en het vruchtvlees is wit, roze of geel. De guave kan zowel groen als rijp worden gegeten. De guaveboom bloeit met kleine witte bloemen, voordat deze vruchten geeft. De vrucht heeft een groene of gele kleur en kan rond of peervormig zijn. Het vlees van de guave kan wit, geel of roze zijn, afhankelijk van de soort. De guave kan zowel groen als rijp worden gegeten.
  • Inginoto: Inginoto is een vrucht die eenzelfde grootte heeft als een kokosnoot. Er zitten vier noten in die de vorm van een niertje hebben. De schil moet je kraken om de noot te eten die veel smaak heeft.
  • Jackfruit of nangka: De jackfruit of nangka is een zeer grote vrucht die vers kan worden gegeten. In Indonesië wordt hij eveneens gekookt om als groente te dienen. Jackfruit is een zeer grote vrucht die aan een boom groeit. Het is de grootste vrucht ter wereld. De jackfruit is een zeer lekkere vrucht die je zekere eens gegeten moet hebben. In Europa wordt deze vrucht vrijwel niet verkocht.
  • Jambu air: Jambu air is de Indonesische naam voor deze vrucht. Het is een kleine vrucht met wit-roze kleur die zeer sappig is. Het is net een heel klein peertje qua vorm, behalve dat het niet groen is. Het vruchtvlees wordt eveneens gebruikt om een sapje van te maken.
  • Kasjoema: Kasjoema heeft verschillende namen, zoals kaneelappel net als suikerappel en schubappel. Het vruchtvlees heeft een vaste structuur en is roomwit van kleur. KasjoemaKasjoema, Schubappel, Suikerappel of Kaneelappel. De vruchten zijn hartvormig. Het vruchtvlees is roomwit en vast van structuur. De vrucht is familie van de Cherimoya en Zuurzak.
  • Katahar: Katahar is een vrucht die een harde schil heeft met knobbelige stekels.
  • Kers of acerola: De kers ofwel acerola is donkerrood van kleur en het vruchtvlees is geeloranje. De smaak varieert van zurig zot zoet. De pitjes zijn lichtgeel en zacht.
  • Knippa of guinep: Knippa ofwel guinep is een vrucht met een dunne schil die leerachtig aanvoelt. Je maakt deze met de nagel open of je gebruikt je tanden. Het geel/roze vruchtvlees is stevig aan de pit gehecht. Dat maakt het lastig om te eten.
  • Koemboe: Koemboe is een palmsoort die in de Amazone groeit en de donkerrode tot paarse vruchten hebben de vorm van een kogeltje. Er is drank van te maken door de vrucht te koken en de schil te verwijderen.
  • Kronto of kokosnoot: Kronto ofwel de kokosnoot is een steenvrucht en geen noot. Het vruchtvlees van de kronto is vezelig en het kiemwit in het zaad is zo uit de hand te eten. Daar wordt ook wel kokosmelk van gemaakt net als kokosolie. Het reservevoedsel in het zaad bestaat uit kiemwit. Dit kiemwit kan uit de hand gegeten worden.
  • Limoen: Limoen heet ook wel lemmetje in de Surinaamse keuken en is een kleinere vrucht dan een citroen. De kleur is ook anders, want die is groen en het vruchtvlees is net even wat sappiger en aromatischer. Het sap van de limoen geeft gerechten, dranken en sauzen een frisse smaak.
  • Mangistan: Mangistan is een bes met een taaie schil en een glad oppervlak. De diameter varieert van 3 tot 8 centimeter.
  • Mango: Mango is een vrucht die verschillende kleuren kan hebben, zoals geel, rood of groen. Een combinatie hiervan komt eveneens voor.
  • Maripa: Maripa is een vrucht van een palmsoort en heeft een bruine schil die hard is. Die bijt je er met je tanden af om bij het witte tot lichtbruine vruchtvlees te komen. Maripa is een bosvrucht die mensen in noodgevallen in het bos eten maar hij wordt ook verkocht op de markten. Er zit weinig vruchtvlees aan een vrucht; de noot is zeer groot. Het is daarom niet handig als tussendoortje; het is veel werk om te schillen. Het is een fruitsoort voor de liefhebber of voor diegenen die eens wat anders willen proberen.
  • Montji Montji: Montji Montji is een Surinaamse kers en bestaat uit mootjes. Daar is de naam ook aan te danken. De vrucht heeft dikke ribben en is ongeveer 3 centimeter groot. Het vitamine C gehalte is groot en de pit is hard. De smaak van het vruchtvlees is zoetzuur of zoet.
  • Mope: Mope behoort tot de Pomme de cythere familie en is een oranje vrucht met een zoete smaak.
  • Noni vrucht of Indische moerbei: Noni is een plant die van oorsprong in tropische kustgebieden voorkomt van India, Sri Lanka en Zuidwest Azië. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de zaden meegenomen naar Suriname door Hindoestaanse contractarbeiders. De vruchten van deze plant worden ingezet bij allerhande ontstekingen maar is ook helend bij spijsverteringsproblemen en heeft een positieve werking op enkele huidziekten. Noni vruchten worden al eeuwen lang gebruikt als natuurgeneesmiddel en wint nu ook aan populariteit in de westerse wereld door de multi-inzetbaarheid als medicinale superfood.
  • Obe: Obe is een vrucht die aan trossen groeit en geschikt is om olie van te maken.
  • Olijf: Olijf groeit aan een olijfboom en heeft een groene schil. Het vruchtvlees is groen met een knapperige structuur. De smaak varieert van zoet tot zuur.
  • Papaja: Papaja is een vrucht die als deze rijp is direct van de boom gegeten kan worden. De papajaboom kan een hoogte van wel zes meter bereiken en komt van origine uit Mexico. De schil van de vrucht is glad en de vorm is ovaal. Het vruchtvlees van een rijpe papaja is oranje en de smaak is zoet. De papajaboom komt oorspronkelijk uit Mexico. De boom kan tot zes meter hoog worden. De stam is hol, de bladeren zijn groot en vingervormig. De vruchten kunnen zo gegeten worden, maar worden ook verwerkt tot bijv.
  • Paranoto of Brazil nut: Paranoto ofwel Brazil nut komt van een boom die tot wel 50 meter hoog kan groeien. De stam kan wel twee meter dik worden en de spanwijdte is 25 tot 30 meter. De harde vrucht is kegelvormig en er zitten tussen de 10 en 25 noten in.
  • Pikinmisfinga (sukru bakba): Pikinmisfinga (letterlijk klein meisjes vinger) of sukru bakba (zoete-/suikerbanaan) is de bekende ‘lady finger’.
  • Podosiri: Podosiri is een bes van de pinapalm en is op verschillende manieren te eten. In Brazilië maakt men er pulp van.
  • Pomme de cythere: Pomme de cythere is groen en heeft een gladde schil. De vrucht lijkt qua vorm op een eitje en het witte tot geelgroene vruchtvlees is sappig en zoetzuur met een stevige structuur. Pomme de cythere heet ook wel ambarella of Tahiti-appel. Kedongdong is de naam waaronder Indo´s deze vrucht kennen. Het is een vrucht met stekelige noot die op zich niet heel bijzonder smaakt maar je kunt er wel lekkere sap van maken.
  • Pommerak: Pommerak is een vrucht met een rode schil en de vorm van een peer. Het witte vruchtvlees is zoetzuur tot zoet van smaak.
  • Pompelmoes: Pompelmoes behoort tot de citrusvruchten en heeft wel wat weg van een grapefruit. De vrucht kan een diameter hebben van 30 centimeter en de dikke schil voelt sponzig aan.
  • Ramboetan: Ramboetan is een vrucht die afstamt van de lychee familie. De vrucht groeit in de boom in trossen met een rode schil die stekeltjes heeft. De zaadmantel is wit en sappig.
  • Sapotille: Sapotille is een vrucht die je zo van de boom kan eten.
  • Schusterduif: Schusterduif is een vrucht die direct te eten is. Je kneedt de vrucht met zachte hand om daarna het vruchtvlees eruit te zuigen. Schusterduif is een vrucht die direct te eten is. Je kneedt de vrucht met zachte hand om daarna het vruchtvlees eruit te zuigen.
  • Sterappel: Sterappel komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en is een paarse vrucht die zoet smaakt. Tegenwoordig komt sterappel overal in de tropen voor. De vorm is rond of ovaal en de vrucht is ongeveer 10 cm groot. Sterappel is van oorsprong uit Midden Amerika en wordt nu overal in de tropen gekweekt. De balderen zijn aan de onderkant goudbruin. De vrucht is paars en bevat zoet vruchtvlees met zwarte pitjes. De besvruchten zijn rond of ovaal en tot 10 cm groot.
  • Suikerriet: Suikerriet is een gewas dat onderdeel is van de grassenfamilie. Het is mogelijk om suikerriet zo te eten of om er sap van te maken door het gewas te persen. Suikerriet heeft melasse als bijproduct dat stroopachtig is.
  • Switbonki: Switbonki is een boon die over een groene schil beschikt en zoet vruchtvlees bevat net als een zwarte pit. Switbonki is een grote boon met harde groene buitenschil en binnen katoenachtig, licht zoet vruchtvlees en zwarte gladde pit.
  • Tamarinde: Tamarinde behoort tot de familie van peulvruchten en bevat aromatisch vruchtvlees met een zurige smaak. De pulp van de vrucht is geschikt om tamarindesiroop van te maken. Uit de pulp van de vruchten wordt tamarindesiroop bereid. Uit de siroop wordt frisdrank gemaakt. Vruchten, schors en bladeren worden vaak medicinaal gebruikt.
  • Watermeloen: Watermeloen heeft rood vruchtvlees met kleine zwarte pitjes. De vrucht bevat veel sap en is ideaal om de dorst te lessen, omdat de vrucht voor 95% uit water bestaat.
  • Zapotia: Zapotia is een kleine ronde gelige vrucht die je moet eten als hij overrijp is. Er zitten drie of vier pitten in. De vrucht is niet bijzonder zoet maar heeft een eigenaardige hartige bijsmaak. Als geheel is het zeker geen verkeerde vrucht; hij is lekker. Jongeren in Suriname eten deze vrucht steeds minder vaak.
  • Zuurzak of guanabana: Zuurzak ofwel guanabana is een vrucht met een groene schil die harde stekeltjes heeft. Het witte vruchtvlees is sappig en vezelig met een zoetzure smaak. Het vruchtvlees is wit en als rijp papperig, vezelig, sappig.

Voedingswaarde van Paranoten

Paranoten zijn niet alleen lekker, maar ook voedzaam. Hieronder een overzicht van de belangrijkste voedingswaarden:

Voedingsstof Waarde
Vet 65%
Eiwit 17%
Koolhydraten 9%
Antioxidanten Seleen en vitamine E

labels:

Zie ook: