In de wijk Kamperpoort in Zwolle, aan de Hoogstraat 77, bevond zich een van de oudste bruine kroegen van de stad: Café De Kip, van de familie Meijberg. In de volksmond ook wel De Kippe of Kippe Meijberg genoemd. Het was een echte bruine, maar ook speciale kroeg, waar niet of nauwelijks bier uit de tap werd genuttigd. Bestelde je een biertje, dan kreeg je een flesje zonder glas. Het was hier gewoon om het flesje simpelweg aan de mond te zetten.

De Sfeer en Inrichting

Bij binnenkomst kloste je over de planken vloer naar de bar, de stamtafel of een van de bruine tafeltjes in het café. Echte oude donkerbruine caféstoelen en bijpassende tafels, waarop bierviltjes waren uitgespreid en waar de schone asbak stond te wachten op de volgende klant. De wanden van het café waren overvloedig behangen met alles wat een herinnering op kon roepen. Er hingen veel foto's en er stonden of hingen bijzondere attributen aan en tegen de wanden. Boven de bar was een afdakje aangebracht. Hierop hingen bijvoorbeeld een trommel, accordeon en, wat later in de tijd, het bij alle bezoekers van het café bekende pannetje van Henkie.

De genoemde inrichting stamt nog uit een tijdperk waarin een van de weinige uitjes - een drankje doen in het stamcafé - bij veel hoofden van het gezin een normaal gegeven was. Zeker in de volkswijken was het, bij het wekelijks uitbetalen van het loon, schering en inslag dat de baas des huizes hier nog weleens misbruik van maakte. Het gezin moest dan, door vaders hobby, een deel van het loon missen en maar zien hoe de huur betaald moest worden en of er die week genoeg eten op tafel kwam. Wie kent het niet?

De Familie Meijberg

Een paar jaar voor de Tweede Wereldoorlog, in 1937, is de naam Meijberg met het café verbonden. Wat bij veel ondernemers in die tijd normaal was (wonen achter of boven het eigen bedrijf), werd ook bij het echtpaar Meijberg realiteit. In de beginperiode woonden zij in het kleine achterhuis van het café. Hier werd hun eerste kind geboren. Het was een jongen en hij kreeg de roepnaam Gé. Gé bracht zijn jeugd door in de Kamperpoort, in de woning achter de kroeg van zijn ouders.

Op een zeker moment kreeg het leven van Gé een bijzondere, doch biologisch gezien, natuurlijk verantwoorde wending. Hij ontmoette Antonia Lenderink, roepnaam Tonnie, een rustige, stoere, frisse meid geboren op 25 september 1941 in het Overijsselse Olst, en zij trouwden in 1957. Beide trokken na het huwelijk bij de ouders van Gé in en met z'n vieren verbleven zij nog een viertal jaren in het achterhuis. Onderwijl tikte niet lang na het huwelijk, de eerste uitbreiding van het jonge gezin, zoon Henk, genoemd naar de vader van Gé, aan de deur. Voor twee gezinnen bleek dit achterhuis echter te klein en het duurde dan ook niet lang voordat Gé met zijn jonge vrouw Tonnie en hun zoon Henk vertrokken naar hun eigen stekkie aan de Philosofenallee. Met z'n viertjes verhuisden zij naar de Kleine Baan nr 1. Van hieruit was het ook prettiger c.q. Het bloed bleek te kruipen waar het niet gaan kan. Gé was en bleef een Kamperpoorter.

Toen vader Henk in november 1974 overleed, was het niet zo vreemd dat Gé en Tonnie samen Café De Kip overnamen. Op zondag 5 juli 1987 sloeg het verdrietige bericht dat Gé Meijberg plotseling aan een hersenvliesontsteking was overleden, in als een bom in de wijk Kamperpoort. Een nog jonge vent die zo uit zijn drukke leven was weggerukt, was voor velen niet te begrijpen. Zeker niet voor Tonnie en de kinderen, maar ook voor de vele stamgasten van het café was dit onwerkelijk.

Tante Tonnie: Het Hart van De Kip

Tonnie, door velen in de loop der tijd Tante Tonnie genoemd, besloot Café De Kip voort te zetten. Zij hoorde ook in het café. Zij was het sociaal-maatschappelijk luisterend oor, een vraagbaak voor heel veel van haar gasten. Hoe rustig en gemoedelijk Tonnie ook overkwam, zij wist wat ze deed, zij had haar regels en kon voor een vervelende gast deze gemoedelijkheid ook snel doorbreken als het haar niet aanstond. Tonnie kende de normen en waarden van het leven. Daarbij was ze consequent en stond ze haar mannetje. Durfde iemand een grote mond tegen Tante Tonnie op te zetten, dan kreeg hij tevens de volle laag van alle aanwezige gasten.

Na het nuttigen van enkele biertjes of een andere alcoholische versnapering door haar vaste gasten, was zij, zoals het in de bruine cafés wel vaker voorkwam, gauw genegen het te betalen bedrag op te schrijven voor betaling achteraf. Een historisch gegroeide gewoonte die je niet gauw meer tegenkomt in de huidige horeca. Tonnie had geen enkele moeite met het eventueel later betalen. Mocht echter blijken dat misbruik van haar geboden service werd gemaakt, dan kon zij ook onverbiddelijk zijn en haar, voor de betreffende gast, vervelende maatregelen treffen.

De gastvrouw had altijd haar eigen fauteuil in een hoekje van het café, naast de bar. Dat was haar stekkie. Jaren werd zij op deze plek vergezeld door haar hond, Gabber, een bruine labrador. Een goeie sul, een goedzak, haar grote vriend! Van hieruit kon ze alles overzien en alles horen. Na haar overlijden was het een stille afspraak dat niemand meer in haar fauteuil zou gaan zitten. Zou je dat wel doen, dan zou dat voor veel stamgasten een grote belediging zijn geweest. Zo zou dat ervaren worden.

De Pärremetôsie en de Kippedonkers

Café De Kip, een volkscafé pur sang, had iets wat een ander café in de stad niet kende. Voor veel gasten was het hun huiskamer. Deze gave werd mede onderkend door de Zwolse Vriendengroep Pärremetôsie die vanaf 1988 tijdens het Zwolse carnaval jaren een grote rol speelde. Met het zoeken van oefenruimte kwam de groep in contact met een Kippedonker, lid van de Carnavalsvereniging De Kippedonkers, die Café De Kip als basis hadden. Deze Kippedonker wees hen op het zaaltje dat Café De Kip naast het café kende. Bij navraag werd de groep meer dan van harte welkom geheten door Tante Tonnie.

Vanaf dat moment, in 1990, was het iedere zaterdagmiddag om half vijf verzamelen in het café, waarna rond een uur of vijf de krachten werden gebundeld en de repetitieruimte werd overladen met goede en valse interpretatie van de bladmuziek. Een en ander onder de bezielende leiding van de muzikale leider van het gezelschap, Gait van der Horst. Twee tot drie keer per jaar werd er door de Pärremetôsie in het café een activiteit georganiseerd, waaronder het bekende Kribje Kraken, het Kerstfeest c.q.

Door de innige samenwerking van de Pärremetôsie met de Carnavalsvereniging van Café De Kip, de Kippedonkers, is eigenlijk het Carnavalsontbijt ontstaan. Op de vrijdagavond startte het carnaval met de Indrinkavond in Café De Kip. Op de zaterdagmorgen vond het ontbijt in het zaaltje van het café plaats. In eerste instantie lag de organisatie van het ontbijt gezamenlijk bij de Kippedonkers en de Pärremetôsie. Eigenlijk werd er nooit iemand uitgenodigd voor het ontbijt, met uitzondering van een paar stamgasten van het café, toch was de zaal altijd gevuld. De bezoekers kwamen binnenlopen en aten gewoon gezellig mee.

Iedere zaterdagochtend van het carnaval werd het gehele ontbijt door Tante Tonnie verzorgd. Op een aantal lange tafels in het zaaltje van Café De Kip werd dan uitbundig uitgepakt. Aangezien het een niet al te grote zaal was, werden maximaal 40 à 50 personen toegelaten. Een heilig gegeven was de kippesoep van Tante Tonnie. Steevast werd hier het ontbijt mee geopend, laten we zeggen dat het in de loop der jaren traditie was geworden om op deze wijze een begin te maken aan het carnavalsontbijt.

Tijdens en na het ontbijt deden de buutreedners een royale duit in het zakje. Bekende namen uit het Zwolse carnaval, zoals Ruud en Han Stiekema, Peter Steggink, Paul Benning en Sander Dol (niet te vergeten), die tijdens het Concours 'd Ouwehoer hun buut ten gehore brachten, kregen in Café de Kip hun vuurdoop.

Het Einde van een Tijdperk

Meer dan dertig jaar heeft Tonnie het café gerund. Het was haar kindje. Helaas heeft zij hier niet haar verdiende pensioen mogen halen. Nadat Tonnie was geopereerd, openbaarde zich een longembolie, waardoor zij nogmaals op de operatietafel werd verwacht. Deze laatste operatie was voor haar teveel van het goede. Veel belangstellenden hebben in Café De Kip afscheid van Tonnie kunnen nemen. De stamtafel waar de stamgasten zich jarenlang dagelijks mee onderhielden, was nu het middelpunt van andere emoties. Enkele dagen na haar overlijden heeft Tante Tonnie haar laatste rustplaats op Begraafplaats Bergklooster gevonden.

Café De Kip was, na het overlijden van de moeder en het oor van de wijk, eigenaresse Tonnie Meijberg, niet meer het café dat het ooit is geweest. Daarvoor heeft het, ondanks de liefdevolle pogingen er weer de sfeer van toen in te blazen, een aantal jaren een wankelend bestaan gekend. Na haar overlijden was er niet direct een opvolger voor het instandhouden van het café gevonden.

Het Café De Kip heeft na het overlijden van Tante Tonnie nog een tijdje doorgedraaid, o.a. met hulp van leden van de Pärremetôsie. Het heeft echter niet lang geduurd voordat Woningbouwvereniging Delta Wonen het café van de erven Meijberg aankocht. Zij hadden het plan om in het kader van de renovatie van de Hoogstraat, het café om te bouwen tot een appartementencomplex.

Gurbe Helbig, toenmalig directeur van Delta Wonen, en Hans Bink, oud-directeur van de Woningcorporatie SAVO en lid van de Pärremetôsie, hebben in die tijd Joop Overweg, ook lid van Pärremetôsie met een arbeidsverleden op facilitair gebied bij de SAVO, benaderd met de vraag of zij, Pärremetôsie, het café draaiende zouden willen houden. Dit zou moeten gebeuren totdat er verbouwd zou gaan worden. En zo geschiedde.

Er werd een stichting in het leven geroepen, waarin drie personen (Hans Bink, Joop Overweg en Paul Benning) het stichtingswerk verrichtten, maar niet zelf het café runden. Dit laatste, zeker niet het minst belangrijke deel, werd door Joke, vriendin en vaak in drukke tijden hulpje van Tante Tonnie, ingevuld. In de loop der tijd bleek het te druk voor één persoon en kostte het zoveel tijd, dat daar Jannie, zij woonde boven het café, bij werd gevraagd. Samen runden zij het café.

De Kippedonkers als carnavalsvereniging waren gestopt. Tante Tonnie, de bindende factor in het geheel, was overleden. De openingstijden van het café werden teruggedraaid. Stuk voor stuk feiten die mee geholpen hebben bij de keuze tot sluiting van de huiskamer van de Kamperpoort. Ook het feit dat buren klaagden over overlast en hier een rechtszaak over is geweest, waarin tevens duidelijk werd dat er geen vergunning was voor verjaardagsfeestjes en partijtjes in het zaaltje, was het doorzetten van de exploitatie van Café De Kip voor de stichting geen haalbare kaart meer.

Het was Martin Ekkel die naderhand het café, onder de voorwaarde dat het zaaltje voor bruiloften en partijen open mocht blijven, tot de renovatie voor de nieuwe bestemming, heeft overgenomen. Een en ander in overleg met Delta Wonen.

De Kamperpoort is sterk veranderd, de oude bebouwing heeft grotendeels het loodje gelegd. De nieuwbouw is al zover gevorderd dat er mensen zijn die niet meer weten hoe de oude Kamperpoort eruit heeft gezien. In die oude Kamperpoort speelde Café Meijberg een grote sociale en maatschappelijke rol, en dan met name Tante Tonnie, de moeder van de wijk.

Herinneringen aan Tante Tonnie

Na overleg en toestemming van de kinderen zijn een aantal mensen in de wijk, die hier een rol in zouden kunnen spelen, hierover ingelicht. Zij konden een object in de buurt gaan zoeken dat in aanmerking zou...

Bruine Kroeg Tradities

De bruine kroeg is net zo Nederlands als snert op een winterse dag. De bruine kroeg ontstond rond 1800 toen mensen hun woonkamer inrichtten tot een plek waar anderen iets konden drinken. In deze mini-huiskamertjes schonk de vrouw des huizes verschillende dranken om wat extra geld in het laatje te brengen. Regels waren er niet, tot in 1881 de “Wet tot regulering van de handel in sterken drank en van de beteugeling van openbare dronkenschap” ingevoerd werd. Schonk je drank in je huis voor de verkoop? Dan had je een vergunning nodig waarvoor je flink moest betalen.

Naast de dranken werden de uitbaters steeds creatiever in het verkopen van snacks, want drinken maakt hongerig. Een kopstootje - of pikketanussie zoals ze in Amsterdam zeggen - is een typisch Nederlandse borrel die je in een bruine kroeg vindt. Het bestaat uit een biertje en (jonge) jenever die naast elkaar worden geserveerd. De geschiedenis van het kopstootje gaat terug tot ver in de 17e eeuw. Jenever was destijds een standaarddrankje. Dat betekent dat het net zo vaak werd gedronken als thee of bier. Het borrelglas van de jenever werd precies zo vol geschonken dat er een bolling boven het glas ontstond. Je moest voor het eerste slokje voorover buigen zodat er niets van de jenever verloren zou gaan.

Het gekookte ei aan de bar was een culinaire traditie die bijna uitgestorven was. Maar de typische barsnack is bezig met een ware revival. Waar dit fenomeen precies vandaan komt, is onbekend. Er doen verschillende verhalen de ronde, zo zou het gekookte ei geïntroduceerd zijn toen er sprake was van een eieroverschot. Daarnaast bleek het ook een goede manier om verschillende regels te omzeilen. Je mocht in die tijd namelijk geen alcohol schenken zonder iets te eten aan te bieden en een ei koken, kan iedereen wel.

Aan een handje nootjes zou niet zoveel geschiedenis zitten, zou je denken. Toch is de geschiedenis van de (dop)pinda een stuk meer gelaagd dan je denkt.Toch heeft de introductie van de noot in een café een andere achtergrond dan de gasten alleen maar dorstig maken. Vroeger lagen er namelijk vrijwel overal houten vloeren in de bruine kroegen. Om goedkoper uit te zijn, bedacht een onbekende kroeguitbater daar een slimme truc voor: pindadoppen. In de pindadoppen zitten namelijk een heleboel natuurlijke oliën.

Ossenworst is een échte Amsterdamse specialiteit. Het bestaat sinds de zeventiende eeuw en werd vooral populair gemaakt door de Joodse gemeenschap die geen varkensvlees eet. De worst wordt - in tegenstelling tot veel andere worsten - niet gemaakt van varkensvlees, maar van rundvlees. Van origine is de ossenworst gemaakt van - je raadt het al - de os.

Een kopje koffie zonder koekje vinden wij een beetje karig. Dat vonden ze in het Amsterdam van de jaren ’30 ook. En dus werd er een wedstrijd uitgeschreven voor een nieuw Amsterdams koekje. De winnaar werd het Koggetje: een dun koekje met stukjes karamel en noga. Buiten Amsterdam is het koekje beter bekend als nougatine. De koek was een regelrechte hit en vind je tot op de dag van vandaag op veel plekken terug naast je koffiekopje.

labels: #Kip

Zie ook: