Yum, koekjes! Of het nu stroopwafels, bastognekoeken of lange vingers zijn, een goede koek gaat er altijd wel in. Een koekje bij de koffie is in onze tijd hartstikke normaal, maar dat is natuurlijk niet altijd zo geweest. Vroeger waren sommige ingrediënten simpelweg niet beschikbaar, laat staan dat mensen de luxe hadden om die te eten voor hun genot. Benieuwd wanneer mensen deze lekkernijen wél zijn gaan eten?

De Oorsprong van Enkele Bekende Koekjes

Je kent ongetwijfeld de typisch Italiaanse amandelkoekjes, ook wel cantuccini genoemd. Maar wist je dat deze koekjes al sinds de eerste eeuw na Christus (!) bestaan? Het woord biscotti heeft dan ook een Latijnse oorsprong: bis betekent ’twee keer’, coctum betekent ‘gebakken’. Ook lange vingers bestaan al sinds de 11e eeuw.

Lange Vingers: Van Savoye tot de Benelux

In het Engels worden ze ladyfingers genoemd, en die naam past eigenlijk veel beter de doeleinden waarvoor de koekjes gebruikt werden. In het Franse hertogdom Savoye werden de koekjes namelijk geserveerd als de Franse koning langskwam. Aan het eind van de 14e eeuw kregen de hertog Amadeus VI en zijn vrouw, Bonne de Bourbon, bezoek van haar zus en zwager. Die zwager was Karel V, koning van Frankrijk. Ze vroeg de kok een speciaal dessert te bedenken voor de lunch. Hij maakte een koekje, dat Amadeus daarna als officieel dessert erkende en ‘Savoiardi’ noemde. Bezoekers kregen het voortaan aangeboden als symbool van de lokale keuken van Savoye.

Een belangrijke langevingerproducent was koekjesfabriek Meursing in Amersfoort. Daar begon bakker Karel Jeurgens in 1921 met de lange vinger als belangrijkste product. Inmiddels is Jeurgens de enige producent van lange vingers in de Benelux. Als herinnering aan de afkomst staat nog steeds het woord ‘boudoir’ in de niet-besuikerde onderkant van elk koekje gedrukt.

Gingerbread en Lebkuchen

In het Engeland van de Middeleeuwen kenden ze de term ‘gingerbread’ wel, maar dat was geen koekje: het betekende gewoon ingemaakte gember. Gingerbread cookies komen daarentegen uit Duitsland, waar ze Lebkuchen heten. De Duitse stad Nuremberg is dé stad van de Lebkuchen: elke bakkerij heeft een geheim recept en vroeger werden de koekjes zelfs als betaalmiddel gebruikt!

Meringues en Speculaas

De herkomst van meringues is niet precies bekend, maar de schuimkoekjes komen waarschijnlijk uit Frankrijk - daar stonden ze in 1692 in ieder geval voor het eerst in een kookboek. Ook speculaas komt uit de 17e eeuw, onze Gouden Eeuw. Toen werden specerijen ineens een stuk goedkoper, waardoor bakkers gingen experimenteren met speculaaskruiden.

Gelukskoekjes: Een Verrassende Geschiedenis

Gelukskoekjes zijn wel een stukje jonger: die werden in de 19e eeuw voor het eerst gebakken. Dat gebeurde in Japan, waar de koekjes net iets groter en donkerder zijn en gemaakt worden met miso en sesam. De gelukskoekjes zoals wij ze nu kennen, werden gek genoeg voor het eerst in de Verenigde Staten geserveerd (wel door Aziatische immigranten). Er klopt dan ook niets van dat gelukskoekjes Chinees zouden zijn; daar werden ze lange tijd juist niet gegeten omdat ze ’te Amerikaans’ zouden zijn.

Specifieke Koekjes Uitgelicht

Jodenkoeken: Een Naam met Geschiedenis

De Jodenkoeken zijn niet weg te denken uit de supermarkt. Tussen de speculaasjes, bokkenpoten en mergpijpjes liggen meestal ook wel enkele bussen Jodenkoeken. Waar komen die koeken vandaan? Meest waarschijnlijk is dat het recept voor de platte koeken van zandgebak zijn bedacht door Joodse bakkers. Volgens sommige verhalen zou een Joodse bakker uit Amsterdam het recept van de koek zoals we die vandaag de dag kennen in de jaren twintig van de vorige eeuw hebben verkocht.

In zijn rubriek Woordhoek wijst taalhistoricus Ewoud Sanders op veel oudere vermeldingen van het woord Jodenkoek. In een receptenboek uit 1790 trof hij bijvoorbeeld “klyne koekjes” aan die ook wel bekend stonden als “joodekoekjes”. Ook in een receptenboek uit 1797 trof hij de benaming aan.

Er is ook wel eens beweerd dat de koeken hun naam danken aan het feit dat ze ooit op de markt gebracht werden door een bakker met de naam De Joode. Een andere suggestie is dat de koeken hun naam danken aan hun vorm en dunheid. Arme Joden zouden uit noodzaak hun koeken erg dun gebakken hebben. Als men het deeg goed indrukte werd de koek breder en leek het allemaal nog wat. Harde bronnen voor dergelijke verhalen ontbreken echter.

Duidelijk is dat in 1883 aan De Houttil 36 in Alkmaar een bakker genaamd Stam naam maakte met zijn Jodenkoeken. Zijn bakkerij werd later overgenomen door bakker Albert Govers. Die verkocht de koeken in blikken bussen, waarvoor hij ook statiegeld vroeg zodat ze opnieuw konden worden gebruikt. Govers hield zijn zijn bakkerij tot 1924 draaiende. Daarna verkocht hij zijn zaak aan Dirk Davelaar.

In de periode hierna wist deze oorspronkelijk uit Zaandam afkomstige bakker en zakenman de Jodenkoeken nog populairder te maken. Ook buiten Alkmaar werden de koeken hierdoor een begrip. Davelaar plaatste advertenties in allerlei kranten. De koeken van Davelaar worden nog steeds verkocht, soms in echte blikken maar meestal in plastic varianten.

In 2021 veranderde de bakkerij de naam van de beroemde koeken. De Jodenkoeken gaan voortaan door het leven als Odekoeken. Het bedrijf vond de oude naam niet meer passen in de tijdsgeest. We leven in een tijd waarin gelijkheid en inclusiviteit belangrijke waarden zijn. Dit begrip, inclusiviteit, benadrukt niet zoals diversiteit de verschillen tussen mensen. Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid. Een inclusieve organisatie is een samenhangend geheel van mensen die zich tot elkaar verhouden en zich met elkaar identificeren.

Stroopwafels: Made in Gouda

Wafels worden al heel lang gebakken: er zijn wafelijzers uit de zevende eeuw gevonden. Of ze toen al een kleverige siroop of stroop (het laatste is dikker) tussen twee wafels deden, weten we niet. Dat gebeurde in elk geval wel in het Gouda van de negentiende eeuw. Wie daar in welk jaar precies de eerste stroopwafel bakte is onduidelijk. Het kan bakker Pieter Willem Kamphuisen zijn geweest. Maar ook een andere bakker, Adriaan de Groot, wordt genoemd. Feit is dat er tientallen stroopwafelbakkerijen in Gouda kwamen te staan. De naam Kamphuisen bestaat nog steeds. Vorig jaar opende een nieuwe siroopwafelfabriek onder die naam.

Speculaas: De Koek Met Het Figuurtje

Iets wat op speculaas lijkt was er al voordat we specerijen als kaneel en nootmuskaat uit ‘de Oost’ haalden. In noordwestelijk Europa werd al door de oude Germanen koek gemaakt met toegevoegde smaken, zoals anijs. Ook koek met figuren erin gedrukt was er al. Vaak werden dieren afgebeeld op de koeken, die dan werden geofferd aan de goden. Er waren ook bakkers die taferelen uit het dagelijks leven afbeeldden, zoals ambachten en carnaval.

Tegenwoordig worden speculaasjes meestal gebakken in de vorm van molentjes. Dat heeft een eenvoudige maar wel wat spijtige reden: minder variatie in de gebruikte vormpjes is goedkoper.

Bastognekoeken: Geïnspireerd Door De Ardennen

In 1890 nam de Belgische graanhandelaar Eduard Parein een noodlijdende koekjesfabriek in Antwerpen over. Vijf jaar later kregen de koekjes zijn eigen naam: Biscuit Parein. Begin jaren vijftig maakte Parein zijn fameuze kandijkoek, die harder was dan de gangbare koeken. Na een bezoek aan het rots- en heuvelachtige Bastogne in de Ardennen wist Parein ineens een prima naam voor zijn koekjeslijn. Inmiddels worden Bastognekoeken gemaakt en verkocht door de Franse producent LU (Lefèvre-Utile). Een bastognekoek is gemaakt van zelfrijzend bakmeel, kandijstroop, eidooier, suiker, boter en verschillende specerijen, voornamelijk kaneel en kruidnagel. De specerijen zorgen voor de unieke smaak van de koek.

Digestive Koekjes: Goed Voor De Spijsvertering

Digestive koekjes, je hebt ze vast weleens voorbij zien komen. Die lekkere brosse volkorenkoekjes. Heerlijk voor bij de thee, maar ook vaak gebruikt in de bakwereld. Denk hierbij aan verkruimeld met gesmolten boter. De oorsprong van het digestive koekje ligt in Schotland en gaat terug naar 1839. Het waren toen dat 2 doctoren het digestive koekje maakte om de spijsvertering te bevorderen. De term “digestive” is afgeleid van het feit dat de koekjes een maagzuur remmende werking hebben.

Chocolade Chip Koekjes (Cookies)

De chocolade chip cookie is een simpel koekje met chocolade stukjes erin. Het is een chewy en is verkrijgbaar in verschillende smaken zoals de beroemde triple chocolate cookie en de red velvet cookie. In het jaar 1938 in de Verenigde Staten had Ruth Graves Wakefield, eigenaar van het restaurant Toll House een Nestle’s chocolade reep is stukjes gesneden en door normale koekjes deeg heen gedaan. Toen het recept gemaakt werd, had Ruth Graves Wakefield verwacht dat de stukjes chocolade zouden smelten en dat het een chocolade koekje werd. Maar dit was niet het geval, de stukjes chocolade zijn niet volledig gesmolten. En zo had ze een nieuw recept gevonden. Ze serveerde de koekjes met kleine stukjes Nestle’s chocolade reep erdoorheen. Ruth Graves Wakefield heeft het recept aan Nestle’s gegeven waarvoor ze een levenslange voorraad aan Nestle chocolade voor terugkreeg. De koekjes kregen toen de tijd de naam ‘Crunch cookies’.

Brownies

De brownie is een zeer geliefd Amerikaanse dessert en valt tegenwoordig niet meer weg te denken, maar hoe is het ontstaan? Je ziet het steeds vaker voorkomen in verschillende smaken zoals met witte chocolade of cheescake, ook in restaurants zie je het dessert voorkomen, vaak met een bolletje ijs ernaast. Brownies verschenen voor het eerst in 1893 op de World’s Columbian Exposition. Een kok in het Palmer House Hotel ontwikkelde de brownies nadat Bertha Palmer hem had gevraagd een dessert te creëren voor de dames die de expositie bezochten. De dames stelden de volgende eisen. Het toetje moest kleiner zijn dan een stuk cake en het moest uit de hand gegeten kunnen worden.

Mergpijp

Het typische Nederlandse/Belgische koekje met cake vulling de mergpijp. Wanneer de mergpijp bedacht en uitgebracht was is niet duidelijk, maar ergens rond de eerste helft van de 20e eeuw. Het is bedacht in een tijd waar banketbakkers aan het experimenteren waren met verschillende vormen van cake en vullingen. Zo kwamen ze bij het idee om marsepein te gebruiken en het past bij de zoete luxe koekjes/gebakjes van Nederland.

Chouquettes

Chouquettes is een Frans ‘’ gebak’’ gemaakt van soesdeeg of ook wel pâte à choux deeg genoemd, dit deeg werd voor het gemaakt in de 16e eeuw door de Italiaanse chef-kok Panterelli ook heeft Popelini bijgedragen van het maken van pâte à choux. Pantarelli werkte voor Catharina de’ Medici die van Italië naar Frankrijk is verhuisd om met Hendrik II (koning van Frankrijk) te trouwen.

Fryske Dúmkes

Fryske dúmkes of ook wel ‘Friese duimpjes’ genoemd komen uit de provincie Friesland. De koekjes hebben een grootte geschiedenis ondanks ze nog niet heel oud zijn. Wanneer de Fryske dúmkes zijn bedacht is lastig achter te komen maar, wat wel zeker is dat ze rond de 18e eeuw bedacht zijn en al gebakken werden maar, nog niet uitgebreid verkocht. In de 19e eeuw werden de Fryske dúmkes meer gemaakt in bakkerijen en verkocht. Mensen buiten Friesland begonnen ze ook te kennen. Het is een koekje in de vorm van een duim. Vroeger drukte de bakker ook nog wel eens zijn duim in het koekje waardoor de vinger afdruk in het koekje kwam. Wat het koekje bijzonder maakt, is de lekkere mix van specerijen zoals anijs en gember. Sommige bakkers doen er soms amandelen of hazelnoten erdoorheen, zo zijn er verschillende varianten.

labels:

Zie ook: