Een oven komt met een flinke collectie aan symbolen. Elk symbool staat voor een andere ovenfunctie. Elke ovenfunctie gebruikt weer een andere techniek, waardoor gerechten met de beste kooktechniek bereid kunnen worden. Geen idee wat alle symbolen op je oven precies betekenen? En als je al die symbolen dan in je geheugen hebt gegrift, kun je aan de slag met het maken van heerlijke ovengerechten.

Moderne ovens hebben steeds meer verschillende functies. Deze functies worden meestal weergegeven als symbolen, hetgeen het er niet duidelijker opmaakt. Kortom, een goed inzicht in de verschillende mogelijkheden is dus belangrijk om te bepalen of het fornuis of oven aan uw wensen voldoet.

De Meest Voorkomende Oven Symbolen

Hieronder vind je de meest voorkomende oven tekens. Het uiterlijk van de symbolen verschilt iets per merk, maar ze zien er grotendeels hetzelfde uit. Staat het symbool waar je naar op zoek bent er niet tussen, dan is het waarschijnlijk een merkspecifiek programma.

Een streep staat dus voor het verwarmingselement, de ventilator is hetelucht, en de kartel-streep staat voor de grillfunctie.

1. Heteluchtfunctie (Ventilator Symbool)

Zie je het symbool op de oven met deze ventilator? Mooi, dan weet je dat je te maken hebt met een heteluchtoven. Het ventilator symbool staat voor de heteluchtfunctie. Op deze stand gebruikt de oven een ventilator om de warmte gelijkmatig te verdelen door de gehele oven. Het voordeel hiervan is dat je relatief snel én op meerdere niveaus kan bakken. Op deze stand gebruikt de heteluchtoven een ventilator en wordt de warmte gelijkmatig door de ovenruimte verdeeld. Hierdoor kan je op meerdere niveaus bakken én is je gerecht snel gaar. Gebruik deze ovenstand voor het bereiden van ovenschotels of een lekkere lasagne. Voor het bakken van brownies of een taart is deze stand minder geschikt.

2. Onderwarmte (Streep aan de Onderkant)

Het meest simpele symbool op de oven: onderwarmte. Dit is de ovenstand voor alle bakkers onder ons. Bij de onderwarmte stand komt de warmte van verwarmingselement onder in de oven. Schakel je deze stand in, dan wordt alleen het verwarmingselement aan de onderzijde van de oven gebruikt. Je gebruikt deze stand voor au bain-marie of om een gerecht na te bakken. Deze stand is ook handig wanneer je op een hoge temperatuur bakt, zoals bij een pizza of taart. Door onderwarmte in te schakelen wordt de onderkant ook goed warm, zonder dat de bovenkant te snel verbrandt. Bij het bakken van een ovenschotel, quiche of taart gaart op deze manier de onderkant goed, maar verbrandt de bovenkant niet. Op deze stand gebruik je bij voorkeur maar 1 bakplaat of rooster.

3. Bovenwarmte (Streep aan de Bovenkant)

Een streep aan de bovenkant is het symbool voor bovenwarmte. Bij deze functie wordt alleen het verwarmingselement aan de bovenzijde van de ovenruimte ingeschakeld. Nou bijvoorbeeld wanneer je een taart wilt bakken waarvan de onderkant al is afgebakken. Bij bovenwarmte schakelt je oven alleen het bovenste verwarmingselement in. Deze functie gebruik je voor het bakken van taarten waarbij de bodem al afgebakken is. Zo voorkom je dat je appeltaart een zwarte bodem krijgt.

4. Boven- en Onderwarmte (Twee Strepen)

Door onder- en bovenwarmte te gebruiken komt er van twee kanten hitte op het gerecht. Je kunt boven- en onderwarmte ook tegelijk gebruiken. Dit bereidingssysteem stel je in met het symbool de twee platte strepen, boven en onder. Kies je voor boven- en onderwarmte, dan komt de warmte van onder en van boven tegelijk. Deze stand gebruik je bij het bakken van ovenschotels, vlees en taarten. Ook bij deegwaren die rijzen, zoals brood, gebruik je deze stand. Door de luchtstroom van de ventilator van een heteluchtoven loop je het risico dat je rijzende gebak in elkaar zakt. Ook bij deze stand gebruik je 1 bakplaat of rooster. Je gerecht verwarmt dan boven én van onder.

5. Grillstand (Gegolfde Lijn)

Het ovensymbool met de tandjes aan de bovenkant staat voor de grillstand. Deze stand gebruik je bij het gratineren van een gerecht, of om ingrediënten onder hoge hitte te garen. De grillfunctie wordt vooral gebruikt bij het gratineren van gerechten, bijvoorbeeld wanneer een krokant laagje kaas gewenst is. Ook voor het garen van kleine stukken vlees, vis en groente, is de grill perfect. Met de grill gratineer je een gerecht of geef je een stuk kip of vis een knapperig korstje. Ook maak je groenten als paprika, courgette of aubergine smakelijk klaar. Door het grillen krijgt het een typische, zoete grilsmaak. Voor het bereiden van dikke stukken vlees is de grill niet geschikt.

6. Circulatiegrill (Ventilator met Gegolfde Lijn)

Een variant op de normale grillstand: de geventileerde grill. De circulatiegril is een combinatie van hetelucht en de grote grill. Je herkent deze dan ook aan het symbool met de ventilator in het midden en het gegolfde lijntje erboven. Hiermee zorg je ervoor dat de warme lucht goed wordt verspreid door de oven, terwijl de bovenkant gratineert. Wanneer je kiest voor de circulatiegrill stand schakelt je oven afwisselend de grill en ventilator in. Op deze manier blaast de oven om de zoveel tijd hete lucht rond je gerecht. Je vergelijkt het met het bereiden van een stuk vlees aan een draaispit. Hierdoor garen grote stukken varkensfilet, karbonade of rosbief beter.

7. Kleine en Grote Grill

Sommige ovens hebben twee grillfuncties, namelijk klein en groot. Bij een aantal ovens gebruik je gemakkelijk maar een deel van de grill. Kijk wel goed om welk gedeelte van de grill het gaat, zodat je het gerecht er goed onder plaatst. Meestal gaat het om het middelste gedeelte van de grill.

8. Pizzastand (Ventilator met Streep eronder)

Sommige ovens en combi-magnetrons beschikken over een speciale Pizza-stand. Het symbool hiervoor is de ventilator met een platte streep eronder. De pizzastand is vaak een combinatie van de heteluchtstand en het verwarmingselement onder in de oven. De extra hitte vanaf de onderkant geeft je pizza een krokante bodem.

9. Stoomstand (Drie Wolkjes)

De drie wolkjes op de oven staan symbool voor de stoomstand. Met de stoomfunctie stoom je niet alleen groenten en aardappels, maar ook rijst, vlees, vis en gevogelte. Door een gerecht te stomen, blijven de smaak en voedingsstoffen beter bewaard dan bij andere bereidingswijzen. Je gebruikt stoom daarnaast voor het opwarmen van restjes. Ideaal voor het stomen van bijvoorbeeld groenten, aardappelen en vis, maar je kunt er ook rijst mee bereiden.

10. Magnetronstand (Golfjes)

Een belangrijk ovensymbool om te onthouden: deze golfjes symboliseren geen oven, maar staan voor de magnetronstand. Wil je de magnetron gebruiken om snel restjes op te warmen of ontdooien? Kies dan het symbool met de 3 liggende golfjes in het midden. Met de magnetronstand ontdooi je etenswaren of warm je restjes van gisteren op. Daarnaast is deze stand zeer geschikt om broccoli, boontjes of aardappels te koken. Met de magnetronstand heb je minder water nodig dan wanneer je groente kookt in een pan.

11. Ontdooifunctie (Sterretjes met Druppel)

Wist je dat je in de oven ook prima je gerechten kunt ontdooien? De ontdooifunctie van een oven schakel je in met het symbool met 1 of 2 sterretjes met onder elke ster een druppel. Deze functie komt voor op combi-ovens en wordt gebruikt voor het ontdooien van producten die nog bevroren zijn. Handig voor brood, of een kliekje van vorige week. Hiermee kun je gemakkelijk producten ontdooien zonder dat deze te verhitten. Let wel op het verschil tussen ontdooifuncties bij een magnetron en oven of combi-magnetron. Bij magnetrons selecteer je het gewicht en de magnetron zal de juiste ontdooitijd en wattage instellen.

12. Crispfunctie

Een crispfunctie zit alleen op een combimagnetron. Op combimagnetrons vind je de zogeheten Crispfunctie. Met deze functie bak je krokante ovenfriet, geef je jouw pizza een knapperige bodem of maak je kip met een krokant velletje. De crispfunctie werkt alleen in combinatie met een crispplaat of crispschaal. De extra hete schaal verwarmt de onderkant, terwijl de grill zich richt op de bovenkant van je maaltijd.

Overzicht van Ovenfuncties en Hun Gebruik

Onderstaand een overzicht van de verschillende ovenfuncties met daarbij een korte uitleg:

Functie Beschrijving Geschikt voor
ECO Combinatie van hitte elementen voor kleine grillades met laag energieverbruik. Kleine grillades
Pizza functie (hetelucht-circulatie) Warmte van onder- en bovenelement gecirculeerd door ventilator. Ovenschotels, taarten, koekjes, pizza
Conventioneel (onder/bovenwarmte) Onder- en bovenelement verwarmen tegelijk. Ovenschotels, vlees, gevogelte, brood, taarten
Onderwarmte Uitsluitend verhit door het onderelement. Deeggerechten die moeten rijzen, gevulde taarten
Bovenwarmte Uitsluitend verhit door het bovenelement. Lasagne, ovengerechten met aardappelen of kaas aan de bovenzijde
Grote vlak-grill Warmte van grill- en bovenelement over het volledige oppervlak. Vleesgerechten, vleespennen, vis, groenten, gratineren
Kleine vlak-grill Warmte alleen van het grill-element over een kleiner oppervlak. Kleinere hoeveelheden gerechten
Hetelucht-circulatie (met grote vlak-grill) Warmte van de grill wordt gecirculeerd door de ventilator. Grote vleesgerechten, vis, gevogelte, gratineer-schotels, ovenschotels
Ontdooistand Ventilator circuleert de lucht op kamertemperatuur. Alle soorten voedsel
Pyrolyse Reinigingssysteem bij 500C°. Reinigen van de oven

Nu je weet wat de symbolen op een oven betekenen kun je elk gerecht tot in perfectie bereiden. Ga je een nieuwe oven, combi-magnetron of magnetron kopen? Houd dan ook rekening met de bereidingssystemen die jij vaak gebruikt. Kies dus voor een model dat jouw favoriete ovenstanden heeft.

labels: #Oven

Zie ook: