In vervolg op het algemene hoofdstuk over het tuinieren in potten en bakken hoop ik in dit hoofdstuk wat meer specifieke tips met betrekking tot groenten in potten te geven. Er zijn nog 3 andere hoofdstukken, een algemeen hoofdstuk over het tuinieren in potten, en dan nog 2 hoofdstukken over respectievelijk fruit en kruiden in potten en over bloemen in potten.

Dat betekent dus helemaal niet dat je moet kiezen, juist het tuinieren in potten maakt dat je elke pot zo aan kunt passen dat vrijwel alles erin kan groeien. En dus kun je een groentepottentuin maken, of een bloemenpottentuin, maar waarom niet van alles wat? En bedenk dat groenten ook mooi kunnen zijn.

Daarbij kun je denken aan de bijzondere vormen en kleuren zoals paarse boerenkool, geelgestreepte tomaatjes, snijbiet in kleurtjes, vrolijk gekleurde pepers, etc.. Maar soms zijn de ´gewone’ soorten ook al heel decoratief, zeker in combinatie met bepaalde bloemen of kruiden. Ik hoop dat je er wat handige informatie vindt, en misschien wat inspiratie opdoet om zelf eens wat in een pot te telen.

Tot slot nog even belangrijk om te melden: er wordt steeds vaker gemoestuinierd (is blijkbaar geen Nederlands woord maar je begrijpt wat ik bedoel) in verhoogde bakken. En een verhoogde bak kun je eigenlijk wel enigszins vergelijken met een pot: je kunt in de bak de grond gebruiken die je wilt, het is hoger en daardoor droger, warmer, en heeft een beperkte ruimte.

Specifieke groenten voor potten

Bedenk dat groenten soms eenjarig, en soms tweejarig zijn. Sommige zijn groot, sommige klein, sommigen geven een grote opbrengst en sommige soorten maar een heel kleine opbrengst. Dat kost je dus veel moeite, water geven, verzorging, tijd, etc. voor een minieme oogst.

Andijvie

Een voorbeeld daarvan is sla en andijvie. Heeft een korte groeitijd en kan dus meerdere keren geteeld worden. Heeft wel een vrij grote pot nodig, iets groter dan de grootte van een krop. Leuk is ook om bijvoorbeeld een grote pot te gebruiken en dan bijvoorbeeld 3 of 4 kroppen tegelijk te telen. Of 2 andijvie en 2 sla (sla heeft ook een korte groeitijd).

Andijvie is er ook in een decoratieve en smakelijke gekroesde vorm (krulandijvie). En bedenk dat er ook herfst- en winterandijvie is, deze rassen kun je in bijvoorbeeld een leegkomende pot planten in augustus-september waardoor je in de late herfst nog wat groens in de potten hebt en nog wat kunt oogsten.

Andijvie heeft een stevige basisbemesting nodig en houdt van wat extra stikstof (de N in NPK). En ook belangrijk om nog even te vermelden: in de vroege zomermaanden (en dan vooral juni) is andijvie wel erg gevoelig voor doorschieten. Zorg voor voldoende (en vooral regelmatig) water geven en in juni/juli een niet te zonnige standplaats, daarmee verklein je de kans op doorschieten wel wat.

Sla

Sla is ook decoratief; er zijn rode, groene, gespikkelde variëteiten, eikenbladsla, krulsla, ijsberg, lollo rosso en noem maar op. Er zijn ook winterslasoorten als Arctic King en Frisby, die nog lang in de herfst in potten goed kunnen blijven.

Er zijn ook kleine variëteiten (onder namen als Kaboutersla, Little Gem, etc.), die nemen minder plaats in en passen ook tussen andere groenten in. Sla heeft een gemiddelde bemesting nodig en een klein beetje extra stikstof. Net als bij andijvie is het wel belangrijk om haar in de vroege zomer een niet te zonnige standplaats te geven en heel regelmatig water te geven, want als is ook gevoelig voor doorschieten (in de volle grond, dus zeker ook in de beperkte, extra warme en droge ruimte van een pot).

Witlof

Is een wat lastige teelt in potten omdat het lang duurt en de opbrengst niet zo groot is. Bedenk dat er loftypes zijn (zoals witlof) en bladtypes (ook wel slatypes genoemd). De bladtypes kunnen prima in een pot omdat ze er tot in de herfst of tot de oogst in kunnen blijven staan.

De loftypes zijn vooral bedoeld om er in de zomer een wortel van te kweken die je later moet laten drogen en oppotten om er de knapperige kropjes van te kunnen kweeken. Ze zijn wel erg mooi, de loftypes zijn er in rood, wit, geelgroen of een combinatie van die kleuren. En je kunt natuurlijk ook eens proberen om een loftype te laten staan; het kropje zal niet zo mooi worden als een witlofkropje, maar wel mooi van kleur en sterk van smaak.

Slatypes zijn er in groen maar ook rood en soms ook gespikkelde vormen. Ze hebben wat extra stikstof nodig en maken grote kroppen, hebben ongeveer evenveel ruimte nodig als een flinke krop sla.

Postelein

Deze groente heeft veel ruimte nodig maar dat mogen dan wel ondiepe potten zijn (want postelein is een laag plantje dat ondiep wortelt en dat je breedwerpig zaait, je hebt er dus vooral in de breedte veel ruimte voor nodig).

Het leuke van Postelein is dat ze enorm snel kiemt en groeit; je kunt haar dus zaaien, en binnen 4 tot 5 weken al eten en daarna nogmaals zaaien of er iets ander in zetten. Ze heeft niet veel voeding nodig, de algemene basisvoeding is voldoende, maar bedenk wel dat je heel regelmatig water moet geven om de korte worteltjes te voorzien van voldoende vocht om te groeien. Bij uitdrogen van de grond verpieteren de plantjes heel snel.

Postelein wil graag een zonnige plekje.

Prei

Er is zomerprei en winterprei, en beiden hebben een heel lang seizoen nodig om volwassen preien te geven. Zet er vooral meer in een grote pot, op een afstand van zo’n 12 centimeter van elkaar.

Prei heeft vrij veel voeding (en dan vooral stikstof) nodig en een losse grond waarin je mooie lang witte schachten krijgt. Zomerprei kun je de hele herfst oogsten, winterprei kun je tot na de winter laten staan en dat kan leuk zijn voor potten want dan heb je ook in de winter nog iets groens in de potten, en iets te oogsten. Kijk voor de algemene teeltwijzen even bij Prei.

Persoonlijk vind ik prei in potten wel wat lastig (sterker nog, ik vind ze in de volle grond al lastig), omdat ze veel voeding, vocht en tijd nodig hebben.

Snijbiet

Omdat je snijbiet niet in de winkel kunt kopen is ze vrij onbekend. Ze smaakt ergens tussen spinazie en andijvie in. En ze is zeer geschikt voor potten want zolang je het hart intact laat kun je bladeren blijven plukken, van het late voorjaar tot in de herfst. 1 snijbietplant wordt wel vrij groot, probeer er 4 in een flink formaat pot (40-50 cm doorsneden) te zetten en je kunt er met een gezin dus meerdere keren van eten.

Als je snijbiet voor het blad teelt (je kunt ook de dikke bladribben eten) kies dan rassen die veel blad maken, zelf vinden we Lucullus erg lekker; weinig ribben en extra groot en veel mals blad, geelgroen van kleur. Er zijn ook rassen met gekleurde bladribben (rood, roze, geel), die zijn extra decoratief, het blad daarvan is iets stugger maar de kleur maakt dat ruimschoots goed.

Snijbiet mag ook in de halfschaduw staan en heeft een flinke bemesting nodig (met wat extra N = stikstof in de NPK), en ook zeer regelmatig flink wat water (een tekort aan water kan voor doorschieten zorgen).

Spinazie

Spinazie blijft heel lastig, zowel in de volle grond maar dus ook in pot en verhoogde bak. Bedenk dat de opbrengst klein is in pot want in tegenstelling tot de snijbiet hierboven kun je er maar 1 keer van oogsten, of hooguit nog een kleine tweede oogst. De andere kant is dan wel dat de teelt kort duurt, je kunt dus meerdere keren zaaien.

Spinazie staat graag in de halfschaduw en bedenk dat het doorschieten wordt bevorderd door temperatuurwisselingen en afwisselend droogte en natte grond. Oftewel; een zo gelijkmatig mogelijk verlopende teelt is zeer belangrijk en dat is in potten en bakken wat lastiger; ze mag niet uitdrogen maar ze mag ook niet kletsnat staan. Vaak en regelmatig matig water geven dus.

Er bestaan 2 soorten zaden: scherpzaad voor de winter-/voorjaarsteelt en rondzaad voor de zomer-/herfstteelt. Spinazie wil een uitgebalanceerde voeding; niet te weinig maar zeker niet teveel (en dan zeker niet teveel stikstof). Te veel stikstof zorgt bij spinazie voor nitraatvorming, zeker wanneer de dagen kort zijn.

Veldsla

Veldsla is een wintergroente, je teelt haar vanaf de vroege herfst tot ver in de winter. Ze blijft klein en wortelt ondiep dus ze past in elke lagere pot/bak. Je moet er wel flink wat van plukken voor een maaltijd, het is handig om haar breedwerpig in een bak met een groot oppervlak te zaaien.

Ze gebruikt niet veel voeding, de algemene basisbemesting is voldoende, maar bedenk wel dat je in de winter misschien wel eens vergeet water te geven en daar moet je dus wel voor oppassen. Veldsla is niet alleen redelijk winterhard maar dus ook wintergroen en dat is dan leuk in potten, wat kleur en oogst in de winter. Zorg wel voor een plekje in de zon voor het beste resultaat.

Koolsoorten in potten

Bedenk dat het telen van koolgewassen in de volle grond al niet altijd even gemakkelijk is, en dat het telen in pot nog lastiger is: veeleisend en dan ook nog niet een heel grote opbrengst want elke koolplant geeft dus maar 1 kool. Aan de andere kant wel erg leuk in combinatie met andere planten, decoratief, soms winterhard en wintergroen.

Bloemkool

Bloemkool is wel echt heel lastig, gelukkig zijn er wel verschillende teelten; de zomerbloemkool is veruit de moeilijkste, de winterbloemkool is de makkelijkste. Bloemkool heeft een lang groeiseizoen nodig, maakt een grote plant en geeft 1 bloemkool als opbrengst. Zelf zou ik niet snel voor bloemkool in pot kiezen, maar wie ben ik…… 🙂 .

Bedenk dat bloemkool een goede voeding nodig heeft, net wat meer van alles. Een flinke pot (minimaal een 15 liter-pot per plant). En alle kolen hebben voldoende water nodig, niet kletsnat maar uitdrogen zorgt voor groeistoornissen, doorschieten. Zorg dus dat je, zeker in de zomer, elke dag voldoende water geeft.

Als er eenmaal een kooltje in het hart zit, kun je de bladeren knakken en over de bloemkool vouwen zodat ze mooi wit blijft. Kijk vooral voor alle informatie m.b.t. zomerteelt, herfstteelt, zaaien, bemesting, etc.

Boerenkool

Boerenkool heeft wat minder voeding nodig dan bloemkool, heeft mooi gekroesd blad en is wintergroen. Dat zorgt bij mij al gelijk voor wat meer optimisme voor de potteelt 🙂 . Zorg voor een goede pot (minimaal 10 liter inhoud per plant).

En zorg voor wat extra voeding, bijvoorbeeld in de vorm van een samengestelde (NPK) organische mest die volgens aanwijzingen op de verpakking moet worden gegeven. Boerenkool heeft graag voldoende vocht, maar schiet niet zo snel door als sommige andere koolsoorten (wel elke dag water geven in de zomer!).

Je zaait boerenkool tussen mei en juli en dan kan ze tot maart in het volgende jaar decoratief zijn (en dus ook oogstbaar). Er zijn wat lagere en hogere soorten en extra leuk is de Redbor F1, een ras met donkerpaarse bladeren (die overigens groen worden als je ze kookt).

Zowel de donkergroene als de donkerpaarse vorm zijn erg leuk in een extra grote pot met bijvoorbeeld gele Tagetes (afrikaantjes) of oranje Calendula (goudsbloemen) erbij.

Boerenkool Redbor: Hoe later het in het seizoen wordt, des te paarser wordt ze, tot ze in de winter echt egaal diepdonkerpaars is.

Chinese kool

Chinese kool is een groente die sneller groeit dan andere kolen en ook niet zo veeleisend is qua voeding. Chinese kool heeft maar 1 nadeel en dat is dat ze snel doorschiet. Daarom wordt ze zelden of nooit tijdens de warme zomerdagen gezaaid. Maar als er potten leeg komen in augustus zou je daar prima Chinese kool in kunnen telen. Er bestaan trouwens wel wat hybriderassen die minder gevoelig zijn voor doorschieten.

Zorg dat Chinese kool zo min mogelijk groeistoornissen ondervindt (de reden om sneller door te schieten); dus zorg voor elke dag wat water want droogte veroorzaakt zo’n groeistoornis. Geef ook gelijkmatig mest maar dat hoeft niet veel te zijn, de basisbemesting van een samengestelde meststof die je eens per week of per 2 weken geeft (houd je aan de aanbevolen hoeveelheden op de verpakking) is voldoende.

Als het niet hard vriest kan Chinese kool in de late herfst zelfs nog wel een een paar weken langer in de pot blijven staan. Ze groeit meer omhoog dan zijwaarts en dus kun je er wat meer van in een pot kwijt dan van breeduitgroeiende koolsoorten zoals bloemkool en savooikool. In een pot van 40 centimeter breedte kun je er wellicht wel 3 kwijt, misschien leuk om ze ook eens in een rij naast elkaar te zetten in een langwerpige geraniumbak.

Koolrabi

Bij de teelt van koolrabi oogst je uiteindelijk een groente van zo’n kleine tennisbal grootte. Aan 1 koolrabi voor een gezin heb je dus niet genoeg en je zult dus meerdere koolrabi’s moeten telen om er een maal voor een gezin van te kunnen oogsten. Dan lijkt het niet erg lucratief (want je zult tussen de koolrabi’s ook nog wel een plantafstand van zo’n 15 centimeter moeten houden).

Je hebt dan grote potten nodig - of meerdere kleine potten - en de opbrengst is niet heel groot). Maar gelukkig bestaan er dan wel witte en paarse rassen, en dat maakt het dan wel weer decoratief, is ook wat waard. Misschien leuk om een langwerpige bak te vullen met de witte en paarse rassen. Of een paars ras en dan knaloranje goudsbloemen erbij bijvoorbeeld.

En er is ook nog de Superschmelz, een wit ras dat wat beter bestand is tegen de zomer, niet snel doorschiet, niet snel houtig wordt en een soort reuzekoolrabi maakt, hier wordt ze in de volle grond wel ruim 20 centimeter doorsnede, de kool en dus de opbrengst een stuk groter.

Koolrabi heeft niet zoveel voeding nodig, een algemene meststof is prima, wel een zonnige standplaats en zorg dat de grond niet uitdroogt want dat zorgt voor groeistoornissen.

Paksoi

Paksoi is een groente die het graag koud heeft. In de zomer schiet Paksoi snel door al komen er wel steeds meer hybriderassen op de markt die wat minder snel doorschieten. Dat neemt niet wel dat je Paksoi het best in het vroege voorjaar en in het najaar kunt telen.

En dat is handig voor potten, want je kunt dus al in februari wat zaailingen in potten zetten, ze zullen dan rond mei oogstklaar zijn (en dan kun je de potten weer gebruiken voor andere groenten of zomerbloeiers, etc. En als de eerste potten leeg komen in augustus kunnen daar juist ook weer paksoizaailingen in, voor de oogst in de herfst.

Paksoi groeit best snel, ze staat graag in zon of halfschaduw en zorg dat ze altijd in goed vochtige grond staat, vooral niet uit laten drogen. Geef een gemiddelde hoeveelheid voeding, volg de aanwijzingen op de verpakking. Paksoi kan ook in wat lagere potten omdat ze niet zo diep wortelt; juist daarom moet je dus wel extra letten op de vochttoestand want ze kan zelf met haar wortels niet heel ver naar water zoeken, droogte bevordert ook het doorschieten.

Ook leuk: baby choi, een soort kleine variant van paksoi, voor een wat kleinere pot of meerdere planten in een grote pot.

Rode kool

Niet direct lastig in pot hoor, maar bedenk wel dat 1 plant groot wordt en dat ze maar 1 rode kool geeft. Je kunt wel voor een vroeg ras kiezen (zoals Langedijker Vroege), als je die eind februari zaait kun je de kool zo rond juli oogsten (en heb je dus weer een pot vrij voor nog iets anders).

Een soort als Langedijker Bewaar kun je vaak pas in de herfst oogsten en heeft dus ook een langer seizoen nodig (al mag je haar ook...

Moestuinieren in een verhoogde bak

Een verhoogde moestuinbak biedt heel veel voordelen en zeker voor mensen met rugproblemen. Werken op stahoogte vergemakkelijkt het zaaien, aanplanten, wieden en oogsten want je hoeft je niet meer te bukken! Het zorgt ook voor een zekere bescherming tegen ongedierte zoals woelmuizen en slakken. De kans dat ze de gewassen aantasten wordt aanzienlijk kleiner. Nog een groot voordeel is dat je de bak ook op een balkon of terras kunt plaatsen. Met een moestuinbak kan je namelijk overal moestuinieren!

Je kan er zelf eentje knutselen of een verhoogde kweekbak kiezen uit ons assortiment.Omdat verhoogde kweekbakken doorgaans worden gebruikt voor het telen van kruiden, aardbeien, salade en andere kleine en makkelijk te kweken gewassen, worden ze bij voorkeur op een plek in de zon tot halfschaduw geplaatst. Planten genieten altijd van zon en licht. Plaats de bak ook uit de wind om de jonge zaailingen te beschermen. Een goede standplaats zal de beste oogstresultaten opleveren.

Moestuinbak vullen

Is jouw moestuinbak standaard niet uitgerust met een worteldoek? Voorzie dan zelf een antiworteldoek. Je kan deze in verschillende afmetingen kopen, ook per lopende meter. Snijd het doek op maat volgens de afmeting van jouw bak en maak hem stevig vast. Een worteldoek zorgt ervoor dat de aarde netjes in de bak blijft maar dat het overtollige water er toch nog uit kan. Het maakt het vervangen van de aarde na 2 jaar ook een stuk makkelijker.

Heb je een lage bak van ongeveer 25 cm, dan kan je deze volledig vullen met moestuingrond of een mengeling van universele aarde met bodemverbeteraar. Een voedingsrijke samenstelling is de ideale basis voor het starten met een moestuin. Bij een diepere moestuinbak zoals die van Vegtrug ga je best anders te werk:

  1. Vul de bak onderaan met een laag van ongeveer 25 cm met grof organisch materiaal zoals houtsnippers, snoeimateriaal,.... Op die manier voorkom je dat de aarde gaat dichtslippen en het water zich opstapelt. Bij zeer diepe bakken kan je ook gebruik maken van grind of hydrokorrels.
  2. Als tweede laag kan je compost gebruiken om het actieve bodemleven te stimuleren. Gebruik goede compost die geen ziekteverwekkers bevat. Zelfgemaakte compost van goede kwaliteit ruikt naar bosgrond en kan je los uitspreiden op het bed. Je kan eventueel ook compost kopen.
  3. Als derde laag gebruik je grond van hoogwaardige kwaliteit. We adviseren BIO moestuingrond omdat deze de juiste samenstelling heeft voor de teelt van groenten en kruiden. Het bevat organische meststoffen in plaats van kunstmeststof. Afhankelijk van de hoogte van je bak mag deze laag 25 tot 35 cm hoog zijn.
  4. Als laatste kan je een laag zaai- en stekgrond aanbrengen. Dit ondersteunt de begingroei dankzij een goede inworteling. Het zorgt voor een gelijkmatige opkomst van jonge zaailingen.

Zaaien of planten in een moestuinbak

Wil je all the way gaan? Zaai dan jouw favoriete groenten en kruiden zelf. Het assortiment aan zaden is immens, zowel gangbare als biologische. Voor biologische zaden worden doorgaans andere rassen gebruikt, soorten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen. Traditionele zaden worden omhuld met een pesticidelaagje, bio zaden zijn vrij van chemische middelen en kunstmest. Wil je ecologisch tuinieren, kies dan voor biologische rassen! Het enige nadeel is dat de opbrengst iets lager kan liggen. Maar kwaliteit gaat altijd boven kwantiteit!

Wil je sneller resultaat dan kan je ook kiezen voor plantgoed. Vanaf mei zijn veel plantjes te verkrijgen in de handel. Start je nog maar net, kies dan geen al te moeilijke gewassen maar ga voor pluksla, radijzen, snijbiet, plant knoflook, aardappelen,... Laagblijvende, compacte of overhangende soorten zijn ideaal voor bakken. Ook kruiden zoals basilicum, peterselie, komkommerkruid en eetbare bloemen zoals Oost-Indische kers, Tagetes en Viola zijn uitstekend hiervoor.

Combineer je verschillende planten kijk dan ook hoe hoog ze worden zodat ze elkaar niet overschaduwen en plaats gewassen met dezelfde waterbehoefte en bodemeisen bij elkaar.

De meeste rassen kunnen reeds in april gezaaid worden maar met bepaalde gewassen zoals radijzen, sla en spinazie kan je al eerder aan de slag gaan. Ook tomaten kan je binnenshuis voorzaaien in zaaitrays. Eens gezaaid of geplant is het belangrijk om de kweekbak goed te onderhouden. Zorg dat de plantjes niet uitdrogen maar geef water met mate zodat de grond niet te nat wordt.

labels: #Bakken

Zie ook: