Wij kunnen tegenwoordig genieten van een enorme verscheidenheid aan hoenders in grootte, kleuren, bevedering etc. De rassen die wij nu kennen, zijn vrijwel zeker allemaal nazaten van het Bankivahoen. De domesticatie van het Bankivahoen begon vermoedelijk ongeveer 6000 jaar geleden in de Indusvallei (India/Pakistan). Door selectie en kruisingen ontstonden rassen of werden rassen gecreëerd die zich aanpasten aan het klimaat van de streek en/of aan de wensen van de mensen uit zo’n streek.

De echte domesticatie is pas begonnen toen kippen sierkippen werden en later ook echte nutrassen. Aan het einde van de 19e eeuw was er een landbouwcrisis. Veel West Europese boeren schakelde toen over op de pluimveehouderij die daardoor in een stroomversnelling kwam. Tussen 1850 en 1925 ontstond het merendeel van de nut- en sierrassen die wij nu kennen.

Nederland kent ruim vijfentachtig hoenderrassen en even zoveel dwerghoenderrassen. Biodiversiteit is de som van genetische varianten en is sinds de milieuconferentie van de VN in 1992 in Rio de Janeiro een begrip. Ook onze kippen en krielkippen zijn een erfgoed uit een ver verleden en maken een belangrijk deel uit van deze biodiversiteit en moeten daarom gekoesterd worden.

Al onze kippen zijn vrijwel zeker nazaten van het Rode Boshoen (of Bankivahoen). De domesticatie begon ongeveer 6000 jaar geleden in de Indusvallei. Door selectie en kruisingen ontstonden rassen of werden rassen gecreëerd die aangepast waren aan eigenschappen van de streek en/of aan de wensen van de mens.

Liefhebbers en fokkers zorgen er voor dat ook nu nog die prachtige sierrassen en oorspronkelijke nutrassen behouden blijven.

Uiterlijke Kenmerken van de Groninger Meeuw

De Groninger meeuw is een tamelijk krachtig en fors landhoen. De brede borst wordt enigszins opgericht gedragen. De rug en het zadel zijn breed en middellang. De staart is behoorlijk ontwikkeld, er wordt ook wel gesproken over een “rijke” staart, en deze wordt enigszins gespreid gedragen.

De staart mag zeker niet hoog gedragen worden: er is een hoek van ongeveer 135 graden tussen de rug en de staart. De staartdracht van de haan is trouwens doorgaans iets hoger dan die van de hen. Als één van de meest opvallende kenmerken bij de haan geldt een zwart randje aan de onderste rij veren van de vleugelband. Het zadelbehang is bij de haan duidelijk aanwezig.

Het dient in ieder geval zo rijk te zijn dat de vleugelputen er onder schuil kunnen gaan. De vleugels moeten goed worden aangetrokken, dus praktisch horizontaal gedragen worden. Het achterlijf is, zeker bij de hen, goed ontwikkeld. De Groninger meeuw heeft een enkele kam die helder rood van kleur moet zijn. Het liefst zien we 5 of 6 regelmatig gevormde kamtanden.

De grootte van de kam dient in verhouding te zijn met de grootte van de kop: dus niet te klein. De KLN standaard geeft aan dat de kam middelgroot moet zijn. Bij de haan staat de kam keurig rechtop en loopt de kamhiel vrijwel recht naar achteren. Bij de hen mag deze aan het achtereinde iets omvallen. De kinlellen zijn verhoudingsgewijs niet groot, zeker bij de hen.

In ieder geval dienen ze goed afgerond te zijn. Er behoren beslist geen vouwen of plooien in te zitten. De oorlellen zijn ovaal van vorm, wit van kleur en bij de hen vrij klein. Overigens is bij de goudpel Groninger meeuw het oor wat witter van kleur dan bij de zilverpel. Het lijkt haast alsof er bij de zilverpel iets blauw doorheen schijnt. De ogen zijn donkerbruin van kleur. Een oranje-kleurig oog is beslist een grote fout!!

Te donker is ook niet goed. Er moet wel een kontrast waarneembaar blijven tussen regenboogvlies (iris) en de pupil (kijkgat). De loopbenen en de tenen zijn leiblauw van kleur en onbevederd.

Kenmerken Groninger Meeuw:

  • Donker bruine ogen
  • Zware en krachtige bouw
  • Witte oorlellen
  • De staart wordt middelhoog en gespreid gedragen
  • De poten zijn leiblauw van kleur
  • Bij leggende hennen val het achterste gedeelte van de kam om

Kleurslagen:

De kleuren goudpel en zilverpel zijn erkend. Er wordt gewerkt aan een derde kleurslag, namelijk citroenpel. Bij de krielen wordt deze kleurslag ook al erkend.

De Groninger meeuw kreeg de naam pas in het begin van de 20e eeuw. Een Groningse fokker bracht toen Friese hoenders naar een tentoonstelling, die opvielen omdat ze een groter en zwaarder waren dan het oorspronkelijke Fries hoen. Door selectie is hier de Groninger meeuw ontstaan. Daarna is het ras een beetje vergeten. Pas in de jaren 70 en '80 zijn enkele fokkers het ras opnieuw op gaan bouwen.

Eigenschappen van de Groninger Meeuw

Deze kippen zijn vitaal en actief, maar vaak wat afstandelijk naar hun verzorger(s). Een goede en rustige verzorger die de tijd neemt kan deze kippen wel goed tam krijgen. De kippen zijn zowel voor een ruime ren als loslopend op het erg geschikt.

De Groninger meeuwen behoren tot de landhoenderrassen en zijn levendig van aard. Ze scharrelen graag ondernemend hun kostje bij elkaar en met een beetje aandacht is de Groninger meeuw ook tam te maken. Vanaf vijf maanden kunnen hennen al eieren gaan leggen, wel zijn ze het eerste jaar niet altijd even broeds, daarentegen, als ze broeds zijn dan komen de zwart gevlekte kuikens niks te kort.

Vanaf het tweede jaar blinken de hennen met name uit als legkip, met grote witte eieren.

De Groninger meeuw staat bekend om de mooie peltekeningen, dat wil zeggen dat het merendeel van de rompveren bij de hennen aan weerszijden van de veerschacht enkele paren zwarte vlekken of doppen hebben, dit zijn de pellen. Deze pellen bevinden zich op een zilverwitte, goudbruine of een citroenkleurige grondkleur en afhankelijk daarvan noemt men de kleurslag zilver-, goudpel of citroenpel.

De Groninger meeuw heeft een grote- en een krielvorm in alle drie de kleurslagen en ze hebben een paar donkerbruine ogen.

De Groninger meeuw is een hoenderras, dat rond het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw vrij veel voorkwam op de boerenerven in Groningen. Nadat er in 1975 nog maar zelden Groninger meeuwen in ons land te vinden waren heeft Stichting Zeldzame Huisdierrassen het ras in 1978 tot uiterst zeldzaam te verklaard.

Kenmerken:

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby en landbouw
  • Kan gehouden worden in een erf met veel grond, grote tuin en kleine tuin
  • Oorsprong van dierenras ligt in Groningen
  • Status: Risico: Bedreigd
  • Aantal hennen: 300
  • Trend laatste 15 jaar: stabiel

labels: #Kip

Zie ook: