Het zouden weleens de oudste koekjes uit ons land kunnen zijn: de krakeling (‘crakelinc’). Er gaan talloze verhalen achter dit knapperige banket schuil. De krakelingen die ik heb gemaakt, stammen van flink wat later: van 1745. Een eerder recept heb ik niet kunnen vinden, maar als iemand er wel een weet: laat me weten! Het komt uit De Volmaakte Hollandse Keuken-Meid, een van de meest succesvolle receptenboeken ooit (meer dan een eeuw lang herdrukt). Het recept is eenvoudig en lijkt erg op de krakelingkoekjes die we nu kennen en die je bij de bakker kunt kopen. Wij thuis vonden ze erg lekker.
Het Gulden Krakeling Koekjes Recept
Hieronder vind je een recept om zelf krakelingkoekjes te maken:
- Kneed alles tot een soepel deeg. Wees niet zuinig met de koriander, dat geeft een extra lekkere smaak.
- Rol het deeg uit tot potlooddun en vorm er krakelingen van.
- De eerste keer lukte bij mij niet, de krakelingen liepen uit en de vorm ging volledig verloren. Het beste is om het deeg van tevoren nog even in de koelkast te leggen, dan blijft de vorm tijdens het bakken wat steviger.
- Ook werkt bakpapier beter dan een beboterde bakvorm. En - erg belangrijk - niet te lang bakken.
1 lepel rozenwater (gebruik evt.
De Geschiedenis Achter de Krakeling
Sowieso zijn er rond die tijd flink wat krakelingen geschilderd, zowel zoete als zoute. De opsommingen nog niet beu? Sorry, maar hier toch nog even een laatste opmerkelijke traditie die echt niet ongenoemd kan blijven: het krakelingenfeest in Geraardsbergen.
Het Krakelingenfeest in Geraardsbergen
Want wat hebben die gekke Vlamingen daar bedacht: het krakelingenwerpen. In een lange stoet lopen de verklede dorpsbewoners vanaf de kerk naar de top van een heuvel, vergezeld van brood, wijn, vis en vuur. Daar drinken geestelijken en bestuur eerst samen wijn uit een vierhonderd jaar oude zilveren beker met daarin een kleine levende (!) vis. Om vervolgens zo’n 10.000 krakelingen naar de menigte te gooien.
Dat het hier om een heel oude traditie gaat, blijkt wel uit een oud stadsrekening van 1393, waarin de onkosten voor het feest werd vermeld. Want ook in de stadsrekening werd dit vuurfeest toen al - in 1393, mind you! - een eeuwenoud gebruik genoemd. Misschien wel stammend van de oude Kelten. Het feest prijkt inmiddels ook de op de lijst met cultureel erfgoed van Unesco.
Ook meemaken? Elk jaar wordt het op het einde van de winter gevierd: tot 1960 de eerste zondag van de vasten, nu de op één na laatste zondag vóór de eerste maandag van maart.
Krakelingen in de Kunst
Zoals hier. Die van Clara zien er nogal stijf en statisch uit. Nee, dan de krakelingen van de Leidse kunstenaar Gabriel Metzu (ernstig onderschat!). Die waren wel weer lekker rond. Overigens ontdekte ik in mijn zoektocht naar de vroegere krakeling dat de Haarlemse Job Adriaenszoon Berckheyde zo’n twintig jaar later een bijna identiek schilderij fabriceerde, met dezelfde naam. Een bakker die op zijn hoort blaast.
En let trouwens eens op het ingenieuze hangsysteem. Ook bij Jan Steen vind je hem terug (zie onder). En bij nog een schilderij van Job Adriaenszoon Berckheyde. En dan de krakelingen van Jan van Bijlert…
Zijn doek van rond diezelfde tijd (1660-1670) heet Het trekken aan de krakeling, wat verwijst naar een bekend spel dat men speelde rond de vastentijd. Twee mensen staken elk een vinger door een gat en trokken eraan. Als het koekje brak, mocht je je eigen stukje opeten. De diepere gedachte erachter? Men denkt wel dat de broosheid van het koekje verwijst naar de kwetsbaarheid van het bestaan.
labels:




