De correcte spelling van werkwoorden in de tegenwoordige tijd kan soms lastig zijn. Een veelvoorkomende vraag is of het "hij is bereid" of "hij is bereidt" moet zijn. Dit artikel geeft helderheid over de juiste spelling en het correcte gebruik van deze vormen.

Werkwoordspelling in de Tegenwoordige Tijd

In de tegenwoordige tijd wordt er nooit een 'd' aan de stam van een werkwoord toegevoegd bij de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het). Zinnen als ‘Zij wijzigd straks de tarieven’ en ‘Hij veranderd morgen de code’ zijn dus altijd fout. Het moet zijn: ‘Zij wijzigt straks de tarieven’ en ‘Hij verandert morgen de code’ (weer: stam + t).

Let niet op de verleden tijd van wijzigen en veranderen! De d in de verledentijdsvormen wijzigde en veranderde heeft namelijk geen enkele invloed op de tegenwoordige tijd. Aan het ezelsbruggetje van ’t kofschip heb je dus ook niets als het gaat om de tegenwoordige tijd.

Soms heeft een zin op het eerste gezicht geen onderwerp, maar is tóch stam plus t juist.

"Bereid" vs. "Bereidt"

De persoonsvorm van de tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd ('je') eindigt altijd op een 't', behalve bij uitzonderingen. Een uitzondering is bijvoorbeeld 'Je mag'. Ook als het onderwerp achter de persoonsvorm staat, komt er geen 't'. Voorbeeld: 'Bereid je je voor?'

'Bereid' in 'Bereid u voor' is een gebiedende wijs.

Vervoegingen van "Bereiden"

Hieronder een overzicht van de vervoegingen van het werkwoord "bereiden":

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (OTT)

  • Ik bereid
  • Jij bereidt
  • Hij bereidt
  • Wij bereiden
  • Jullie bereiden
  • Zij bereiden

Voltooid Deelwoord

Bereid

Bij oma bereidde een verse maaltijd voor ons wordt bereidde gebruikt als persoonsvorm. Het is het hoofdwerkwoord in de zin. Dit betekent dat je uitgaat van de stam van het werkwoord en daar -te of -de achter plaatst. De regel in deze gevallen is eigenlijk heel simpel: maak de gebruikte werkwoordsvorm zo kort mogelijk als het bijvoeglijk wordt gebruikt. Bij bereiden betekent dit dat de extra d komt te vervallen. Bij andere werkwoorden kun je zelfs een klinker weglaten.

Voorbeelden van Correct Gebruik

Hieronder enkele voorbeelden van zinnen met "bereid" en "bereidt":

  • Bereid bajonetten!
  • Bereid lancering voor!
  • Bereid jezelf voor.
  • Bereid de schotels.
  • Ben je bereid toe te zien hoe planeten en beschavingen worden weggevaagd?
  • Zij bereidt het eten voor.
  • Hij bereidt zich voor op de wedstrijd.

Twijfelgevallen en Hulpmiddelen

Twijfel je over de functie van de werkwoordsvorm en weet je daardoor niet of je eventuele klinkers, t’s of d’s kunt weglaten? De Schrijfdokter gaat uit van de regels, richtlijnen en adviezen van het Genootschap Onze Taal in Den Haag.

De Taal*maat D, t of dt? is een stroomdiagram waarmee je kunt bepalen of stam + t goed is of niet.

Tabellen van vervoegingen

De volgende tabellen laten de vervoegingen van de woorden zien in verschillende tijden.

Bereiden

Tijd Vervoeging
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik bereid, jij bereidt, hij bereidt, wij bereiden, jullie bereiden, zij bereiden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) ik heb bereid, jij hebt bereid, hij heeft bereid, wij hebben bereid, jullie hebben bereid, zij hebben bereid
Onvoltooid verleden tijd (ovt) ik bereidde, jij bereidde, hij bereidde, wij bereidden, jullie bereidden, zij bereidden
Voltooid verleden tijd (vvt) ik had bereid, jij had bereid, hij had bereid, wij hadden bereid, jullie hadden bereid, zij hadden bereid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) ik zal bereiden, jij zult bereiden, hij zal bereiden, wij zullen bereiden, jullie zullen bereiden, zij zullen bereiden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) ik zal bereid hebben, jij zult bereid hebben, hij zal bereid hebben, wij zullen bereid hebben, jullie zullen bereid hebben, zij zullen bereid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) ik zou bereiden, jij zou bereiden, hij zou bereiden, wij zouden bereiden, jullie zouden bereiden, zij zouden bereiden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) ik zou bereid hebben, jij zou bereid hebben, hij zou bereid hebben, wij zouden bereid hebben, jullie zouden bereid hebben, zij zouden bereid hebben
Gebiedende wijs bereid

Toebereiden

Tijd Vervoeging
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik bereid toe, jij bereidt toe, hij bereidt toe, wij bereiden toe, jullie bereiden toe, zij bereiden toe
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) ik heb toebereid, jij hebt toebereid, hij heeft toebereid, wij hebben toebereid, jullie hebben toebereid, zij hebben toebereid
Onvoltooid verleden tijd (ovt) ik bereidde toe, jij bereidde toe, hij bereidde toe, wij bereidden toe, jullie bereidden toe, zij bereidden toe
Voltooid verleden tijd (vvt) ik had toebereid, jij had toebereid, hij had toebereid, wij hadden toebereid, jullie hadden toebereid, zij hadden toebereid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) ik zal toebereiden, jij zult toebereiden, hij zal toebereiden, wij zullen toebereiden, jullie zullen toebereiden, zij zullen toebereiden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) ik zal toebereid hebben, jij zult toebereid hebben, hij zal toebereid hebben, wij zullen toebereid hebben, jullie zullen toebereid hebben, zij zullen toebereid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) ik zou toebereiden, jij zou toebereiden, hij zou toebereiden, wij zouden toebereiden, jullie zouden toebereiden, zij zouden toebereiden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) ik zou toebereid hebben, jij zou toebereid hebben, hij zou toebereid hebben, wij zouden toebereid hebben, jullie zouden toebereid hebben, zij zouden toebereid hebben
Gebiedende wijs bereid toe

Voorbereiden

Tijd Vervoeging
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ik bereid voor, jij bereidt voor, hij bereidt voor, wij bereiden voor, jullie bereiden voor, zij bereiden voor
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) ik heb voorbereid, jij hebt voorbereid, hij heeft voorbereid, wij hebben voorbereid, jullie hebben voorbereid, zij hebben voorbereid
Onvoltooid verleden tijd (ovt) ik bereidde voor, jij bereidde voor, hij bereidde voor, wij bereidden voor, jullie bereidden voor, zij bereidden voor
Voltooid verleden tijd (vvt) ik had voorbereid, jij had voorbereid, hij had voorbereid, wij hadden voorbereid, jullie hadden voorbereid, zij hadden voorbereid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) ik zal voorbereiden, jij zult voorbereiden, hij zal voorbereiden, wij zullen voorbereiden, jullie zullen voorbereiden, zij zullen voorbereiden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) ik zal voorbereid hebben, jij zult voorbereid hebben, hij zal voorbereid hebben, wij zullen voorbereid hebben, jullie zullen voorbereid hebben, zij zullen voorbereid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) ik zou voorbereiden, jij zou voorbereiden, hij zou voorbereiden, wij zouden voorbereiden, jullie zouden voorbereiden, zij zouden voorbereiden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) ik zou voorbereid hebben, jij zou voorbereid hebben, hij zou voorbereid hebben, wij zouden voorbereid hebben, jullie zouden voorbereid hebben, zij zouden voorbereiden hebben
Gebiedende wijs bereid voor

labels: #Ei

Zie ook: