Een assessment center is een belangrijk onderdeel van de sollicitatieprocedure voor veel bedrijven. Het is een beoordeling of evaluatie die bestaat uit verschillende testen, die jij als sollicitant doorloopt. Deze testen worden gebruikt om in beeld te krijgen welke vaardigheden en competenties jij bezit. Je wilt natuurlijk goed voorbereid zijn om je kansen te vergroten. Hier lees je hoe je dat doet.

Waarom voorbereiden op je assessment?

Het loont áltijd om je voor te bereiden op het assessment, ook als je in het verleden assessments gemaakt hebt of van jezelf denkt te weten dat het je makkelijk afgaat. Elk assessmentbureau heeft een andere capaciteitentest en sommige bureaus hebben zelfs meerdere capaciteitentesten. Een capaciteitentest toetst bepaalde vaardigheden, meestal abstract, verbaal en numeriek redeneren. De manier waarop een assessmentbureau dit doet, verschilt. Met een goede voorbereiding weet je wat voor soort vragen je kan verwachten, wat stress op het assessment zelf voorkomt. Daarnaast word je sneller en kan je makkelijker bepaalde vragen beantwoorden.

Tot slot is het belangrijk te bedenken dat je vaak beter moet scoren dan andere kandidaten. Dus in plaats van “iedereen met een 9 gaat door” geldt “de beste 10% gaat door”. Dat is een groot verschil. Als jouw medekandidaten zich goed voorbereiden, moet jij dat ook zeker doen.

Identificeer het assessmentbureau en de test

In de uitnodiging die je krijgt staat meestal vermeld welk assessmentbureau het bewuste assessment afneemt. Er staat bijvoorbeeld “PiCompany”. Dan weet je dus al dat je dát assessment moet gaan maken. Het is handig om dan ook nog te controleren of misschien de onderdelen vermeld staan. PiCompany heeft bijvoorbeeld de Connector Ability maar heeft ook nog de Connector Verbal. Lang niet elke kandidaat krijgt het laatste onderdeel. Dus dat scheelt weer in je voorbereiding.

Als er geen assessmentbureau vermeld is, kan je vaak nog vaststellen welk bureau het moet zijn. Vaak staat er namelijk de naam van de test. Bijvoorbeeld “Volledige Intelligentie Test”. Die hoort weer bij het bureau HFM. Of er staat General Ability of Verify G+. Dan moet je bij SHL zijn. Je kan hiernaast zoeken naar alle termen en dan vind je de juiste test.

Ook kan je vaak aan de URL waar ze je heen sturen afleiden welk assessmentbureau de test afneemt. Zo maakt Ixly bijvoorbeeld altijd gebruik van een URL met “ttotp” erin. Maar je kan het natuurlijk ook gewoon herkennen aan de naam van het bureau in de URL.

Mocht het nog steeds niet duidelijk zijn welk bureau het assessment afneemt, kan je een bedrijvenoverzicht raadplegen waarin ruim honderden bedrijven met het assessmentbureau en de test vermeld staan. Omdat bedrijven nog wel eens willen wisselen van test is het belangrijk om van jouw uitnodiging uit te gaan! Stel dat er in de brief “PiCompany” staat en in het overzicht “SHL”. Dan krijg je de test van PiCompany.

Welke test moet je op welk niveau maken?

Als je weet welk bureau het assessment afneemt, is het van belang om uit te zoeken welke test je krijgt. Sommige bureaus hebben namelijk verschillende testen. Zo heeft bijvoorbeeld HFM de Specifieke Intelligentie Test. Die bestaat uit cijferreeksen, figuurreeksen, syllogismen en analogieën. Soms krijg je echter de Volledige Intelligentie Test. Die bestaat dan weer uit cijferreeksen, rekenvaardigheid, syllogismen en analogieën.

Daarnaast is het van belang om het niveau van de test te weten. De testen kunnen aangeboden worden op Midden en Hoog niveau. Waarbij Midden vaak voor vacatures op MBO niveau wordt gebruikt en Hoog voor vacatures op HBO/WO niveau wordt gebruikt. Het verschil tussen een Midden en Hoog test wisselt. Soms is het verschil dat je bij de één meer of minder tijd krijgt. Soms krijg je andere onderdelen. Bijvoorbeeld hoofdrekenen in plaats van redactiesommen. Het is dus belangrijk dit van tevoren goed uit te zoeken.

Adaptieve test

Een adaptieve test past het niveau aan op basis van jouw goede en foute antwoorden. Stel dat je een vraag goed beantwoordt, krijg je daarna een iets moeilijkere vraag. Als je een vraag fout hebt, krijg je een iets makkelijkere vraag. Dit blijft net zolang op en neer gaan tot de test jouw niveau bepaald heeft. Daardoor is de test voor iedereen moeilijk. Je hebt dan misschien het idee dat je de test niet gehaald hebt. Ondertussen heb je misschien wel op heel hoog niveau vragen gemaakt. Dat wordt dan weer bij de score meegenomen en ben je misschien alsnog door.

Als je weet dat een test adaptief is of niet kan je je daar op instellen. Je weet dat het assessment ondanks je voorbereiding moeilijk zal zijn. Hoe moeilijker de vragen, hoe beter. Dan ben je namelijk op hoog niveau aan het presteren.

Wees bewust van de verschillen tussen assessmentbureaus

Het ene bureau is het andere niet. Dat is belangrijk om te beseffen omdat veel aanbieders van oefenmateriaal algemeen materiaal aanbieden. Je kan vaak een oefenpakket voor cijferreeksen vinden. Dat biedt echter geen garantie voor de cijferreeksen van HFM.

Zo zal je bijvoorbeeld bij PiCompany geen breuken of machten tegenkomen. Het is dus zonde om daar tijd aan te verdoen. Daarnaast is dit misschien iets wat je lastig vindt en maak je je onnodig zorgen over jouw assessment. HFM daarentegen heeft vrij ingewikkelde cijferreeksen, met machten, breuken en Fibonacci. Als jouw oefenpakket die oefeningen niet heeft, ga je met een goed gevoel de test in en verpest je het misschien. Daarom moet je dus goed weten welke test je moet maken.

Strategie per assessmentbureau

Elk assessmentbureau heeft bepaalde voorwaarden. Soms mag je bijvoorbeeld geen rekenmachine gebruiken, andere keren weer wel. Dat is van grote invloed op de snelheid van je antwoorden maar ook op de nauwkeurigheid. Als bijvoorbeeld rekenvaardigheden worden getoetst, is het makkelijk om uit je hoofd hele antwoorden te schatten. Het kan echter ook zo zijn dat alle antwoorden in vier decimalen moeten worden gegeven. Dan zal je daar goed op moeten oefenen.

Zo krijg je bij het ene bureau maximaal 30 minuten voor 20 vragen. Bij een ander bureau krijg je 20 minuten en krijg je net zolang vragen tot de tijd op is.

Sommige bureaus rekenen alleen goede antwoorden mee. Dan loont het om altijd te gokken. Sommige bureaus berekenen de score weer compleet anders. Daarnaast mag je bij sommige bureaus vragen overslaan en later beantwoorden. Dan kan je moeilijke vragen bewaren zodat je daar niet onnodig tijd aan verspilt. Met de overgebleven tijd kan je dan die moeilijkste vragen maken.

Over het algemeen wordt deze informatie voor het assessment in de instructie gedeeld. Uiteraard staat daar niet bij hoe de score precies berekend wordt. Bij een assessmentbureau overzicht kan je informatie lezen die bij ons bekend is. Ook hiervoor geldt natuurlijk dat de instructie van het bureau leidend is!

Hertest

Afhankelijk van de wensen van de werkgever en de werkwijze van het bureau krijg je soms een hertest op locatie. Bij een hertest moet je het assessment, vaak verkort, nog eens maken bij de werkgever. Als de score enorm afwijkt, kan besloten worden de sollicitatieprocedure alsnog stop te zetten. Het is dus belangrijk om zélf het assessment te maken. Laat je ook niet door je huisgenoten, vriend of vriendin helpen tijdens het assessment. Ga altijd van je eigen kracht uit. Mocht je een assessment niet halen, weet je dat je de volgende keer beter moet oefenen.

Als je een hertest hebt, zorg dan ook dat je eventueel nog even de moeilijke vragen oefent. Dan weet je zeker dat je de hertest ook zal halen. Per onderdeel kan je dan vijf tot tien vragen maken. Vervolgens krijg je een mededeling als “je bent er klaar voor” of “blijf nog even oefenen”.

Het nadeel is dat in sommige gevallen de voorbeeldonderdelen niet eens op het assessment voorkomen. Daarnaast is het niveau van de oefenvragen meestal veel lager dan op het assessment zelf. Laat je dus niet verleiden of verwarren door die oefenvragen.

Locatie

Er zijn twee versies van de capaciteitentest op het assessment, namelijk het e-assessment en de capaciteitentest op locatie. Het e-assessment maak je thuis. De test op locatie maak je vaak bij het bedrijf waar je gaat solliciteren of bij een locatie van het assessmentbureau.

Tegenwoordig krijgen de meeste kandidaten een e-assessment en kan je die op je gemak thuis maken. Zorg er dan voor dat je een rustige omgeving hebt. Ga dus niet op Koningsdag in Amsterdam het assessment proberen te maken. Dat brengt ons bij het volgende punt.

Plan je assessment goed in

Als je de uitnodiging voor het assessment krijgt, heb je vaak maar enkele dagen om het assessment te maken. Meestal krijg je drie tot vijf dagen om het assessment te maken. Het voordeel is dat je het dus ’s avonds, ’s ochtends en in het weekend kan maken. Kies een moment waarop je op jouw best bent. Ga dus niet om negen uur ’s ochtends het assessment maken als je geen ochtendmens bent.

Als je ergens solliciteert, krijg je vaak al na de sollicitatiebrief of anders na het eerste gesprek het assessment. Het is dus verstandig om je vooraf alvast te oriënteren op jouw assessment. Als je bij Stibbe gaat solliciteren, krijg je bijvoorbeeld het assessment van Pearson. Je kan nu al opzoeken dat dat assessment bestaat uit: figuurreeksen, rekenvaardigheden en analogieën. Veel rechtenstudenten zullen met analogieën geen moeite hebben. Rekenvaardigheden zijn vaak sinds de middelbare school niet meer bijgehouden. Zoek dus vast je (grafische) rekenmachine op en ga eventueel alvast wat oefenen.

Hou er ook rekening mee dat je het beste leert door meerdere momenten in te plannen. Een vaak gehoorde regel is “plan drie leermomenten in”. Nou zal het niet altijd mogelijk zijn om drie dagen te oefenen. Maar probeer dan de drie momenten op twee of misschien zelfs één dag te plannen. Oefen ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds en neem tussendoor voldoende rust. Ga iets compleet anders doen.

Bepaal je sterktes en zwaktes

Voordat je gaat beginnen is het goed om stil te staan bij je sterke en zwakke punten. Meestal weet je van jezelf wel dat Wiskunde niet zo lekker gaat, of misschien heb je juist moeite met taal. Helaas zijn sommige onderdelen makkelijker te oefenen dan anderen. Het is bijvoorbeeld best lastig om in drie dagen goed te worden in hoofdrekenen of om in een paar dagen je woordenschat uit te breiden.

Wel kan je in enkele dagen specifiek voor het onderdeel oefenen waar je moeite mee hebt. Je wordt geen ster in hoofdrekenen maar je weet welk ongeveer welke sommen je moet kunnen. Dat maakt al snel het verschil tussen niet halen en (net) wel.

Als je goed hebt gepland, kan je ook al eerder beginnen met je zwakke punten. Mocht je toch minder tijd hebben dan gedacht, zorg dan dat je je zwakke punten als eerste oefent. Vergeet natuurlijk niet de rest te oefenen.

Onderschat het assessment niet

Ondanks dat er veel over assessments geschreven wordt en ervoor wordt gewaarschuwd, onderschatten veel kandidaten de tests. Veel kandidaten denken bijvoorbeeld goed te zijn in “figuren”, “rekenen” en “taal”. Dat is objectief gezien waarschijnlijk ook zo. Het probleem is alleen dat een assessment vaak anders is dan je gewend bent.

Hoewel je misschien een keer een testje met figuren goed hebt gemaakt, zegt dat niets over het assessment. Vaak zijn die gratis online testen veel te makkelijk. Daarnaast heeft elk bureau andere eigenaardigheden. Door te oefenen kom je niet voor verrassingen te staan. Berekeningen met wisselkoersen en indexcijfers zijn niet moeilijk maar als je deze op de test voor het eerst na vijf jaar ziet, valt het toch tegen. Je verliest dan onnodig tijd op een makkelijke vraag.

Probeer stress te voorkomen en verminderen

Makkelijker gezegd dan gedaan. Het assessment blijft een spannend moment, je potentiële baan hangt er immers vanaf. Toch kan je er veel aan doen om stress te verminderen. Let in ieder geval op de volgende zaken:

  • Zorg dat je goed uitgerust bent.
  • Maak het assessment op een rustige plek waar je je op je gemak voelt.
  • Bereid het assessment goed voor.
  • Zorg dat je alles bij de hand hebt wat je nodig kan hebben.
  • Wees ruim op tijd als het assessment op locatie is.

Vraag het de recruiter

Als je vragen hebt over het assessment stel die dan aan de recruiter. Als er bijvoorbeeld niet duidelijk staat vermeld welk bureau het assessment afneemt, vraag het ze. Ook kan je vragen stellen over de soorten vragen, tijdsduur en andere zaken. Het toont een recruiter ook dat je een stap extra wilt zetten om die baan te bemachtigen. Bedenk ook dat het soms mogelijk is om het assessment te verzetten. Als je meerdere sollicitaties verstuurt, kan het zomaar zijn dat je er drie in één week moet maken. Neem dan contact op met de recruiter en vraag of één of twee assessments verplaatst kunnen worden.

Vraag het vrienden

Het heeft altijd zin om in jouw omgeving na te vragen of iemand dezelfde test heeft gemaakt. Zeker bij grote werkgevers als EY, PwC of ABN Amro zal je vaak bekenden in jouw omgeving kunnen vinden. Stel vragen over het assessment waar je mee zit, bijvoorbeeld:

  • Wat waren lastige vragen?
  • Waar heb jij geoefend?
  • Kreeg je een hertest?
  • Welk bureau nam de test af?

Oefen het assessment

Het is belangrijk om ook echt het “assessment” te oefenen. Een assessment bestaat uit een aantal onderdelen, meestal drie of vier, die achter elkaar wordt getoetst. Je hebt per onderdeel een vaste tijd, bijvoorbeeld 40 seconden per vraag of 20 minuten voor het onderdeel. Daarnaast heb je tussen elk onderdeel een korte pauze. In sommige gevallen, zoals bij HFM VIT, krijg je één test met alle vragen door elkaar. Daar krijg je dan een vaste tijd voor. Bij Hellotest krijg bij een trainingspakket voor HFM VIT bijvoorbeeld oefenassessments erbij zoals je die op de capaciteitentest kan verwachten. Dus, alle onderdelen door elkaar op tijd. Zo kan je optimaal oefenen.

Wees jezelf

Het grootste cliché dat we kandidaten aanraden: “wees jezelf”. Toch is dit het beste advies dat we willen én kunnen geven. Kandidaten hebben een bepaalde visie van hoe een job het best uitgevoerd wordt, waarna ze zich in bochten wringen om dit beeld waar te maken. Ten eerste geeft dit een verkeerd beeld over jou, dat vervolgens wordt doorgespeeld naar de opdrachtgever. De verwachtingen zijn gelegd en de toekomstige werkgever gaat er dus ook vanuit dat je vanuit nature zo reageert. In het ergste geval word je aangeworven en gaan ze er altijd vanuit dat je deze houding aanneemt. Ten tweede bestaat de kans dat jij een ander beeld hebt van leiderschap dan dat het bedrijf vandaag nodig heeft. Het mag dus cliché zijn, maar wees toch maar gewoon jezelf.

Het Assessment Interview

Het assessmentgesprek vindt meestal plaats ná de capaciteitentest, persoonlijkheidstest en motivatievragenlijst. De uitslagen van deze drie testen worden namelijk gebruikt tijdens het interview. Tegenwoordig heb je meestal een Online Assessment dat je zelf voor een bepaalde tijd en datum moet maken. In dat geval wordt het gesprek daarna gepland. Als je een Assessmentdag hebt, dan vindt het interview ook na de testen plaats. Maar dan dus wel op dezelfde dag. Soms duurt het assessment twee dagen en dan kan het op de tweede dag zijn.

Het is volledig afhankelijk van het bedrijf wie het diepte interview afneemt. Maar ook de beschikbaarheid van medewerkers speelt een rol. Oorspronkelijk werd het Assessment Interview altijd door een psycholoog afgenomen. Meestal een onafhankelijke psycholoog van buitenaf. Tegenwoordig kan je ook interne psychologen, hr-medewerkers, teamleads, managers of directeuren en partners verwachten.

Als het gesprek gepland wordt, is het altijd goed om te vragen met wie je het gesprek hebt. Dan kun je een inschatting maken van de personen die je tegenover je krijgt. Ons advies is om een vriend(in) dat te laten doen.

Wat moet je klaarzetten voor het Assessment Interview?

Over het algemeen heb je niet veel nodig voor het Assessment Interview. Als je een gesprek op locatie hebt, is het verstandig om de volgende zaken mee te nemen:

  • Sollicitatiebrief
  • Motivatiebrief
  • CV
  • Notebook en pen
  • Eventueel flesje water

Als je binnenkomt zie je snel genoeg of er pen, papier en water klaar staat. Kijk ook goed naar wat jouw gesprekspartners drinken. Als iedereen een glas water heeft, kan je het beste daarin meegaan. Dan hoef je niet iemand op weg te (laten) sturen voor een kop koffie.

Als je een online gesprek voert, is het goed om dezelfde zaken klaar te hebben staan. Let er dan ook op dat je een neutrale omgeving hebt gekozen. Je kunt uiteraard wel voor een paar foto’s of een schilderij gaan zitten. Maar let erop dat het dan wel past bij de functie. Als je bij een museum solliciteert, is een provocerende foto misschien juist goed. Bij een bank misschien weer niet.

Introductie, voorstelronde, opleiding en carrière

Tijdens de introductie kan je nog even ontspannen. De psycholoog die het assessment gesprek leidt, wil ook dat jij je op je gemak voelt. In deze fase wordt er wat over koetjes en kalfjes gepraat. Daarnaast krijg je te horen hoe lang het gesprek duurt en wat je kunt verwachten.

In de voorstelronde vertel je wat over jezelf. In sommige gevallen vertelt de gesprekspartner ook nog wat over zichzelf. Het gaat er in deze ronde om dat je in een paar minuten wat over jezelf kunt vertellen. Een zogeheten elevator pitch is daarom ideaal. Hieronder een template om jouw elevator pitch op te stellen:

Ik ben ………………… en heb ………………… gestudeerd.
Ik werk nu bij ………………… als …………………
Ik heb ervaring met ………………… en ben goed in …………………
Een voorbeeld hiervan is …………………
Ik zoek werk als/bij …………………
Daarbij vind ik het belangrijk dat …………………

Je gaat samen met de gesprekspartner(s) door jouw opleiding heen. Soms gaat dit heel snel maar het kan ook vrij lang duren. Meestal krijg je de vraag om de gesprekspartners mee te nemen in jouw cv en jouw opleiding door te nemen. Dit is een redelijk open vraag en soms kan je je afvragen wat je moet doen. Het beste is om in anti chronologische volgorde door jouw opleiding te gaan. Je begint dus bij jouw nieuwste opleiding en werkt door naar jouw oudste opleiding. Sta kort stil bij elke fase in jouw studie: propedeuse, bachelor en master. Als je in het buitenland hebt gestudeerd, kan je daar over uitweiden.

Net als bij jouw opleiding neem je nu jouw carrière door. Eigenlijk verloopt dit exact hetzelfde als hierboven. Je neemt zelf in anti chronologische volgorde jouw carrière door. Je begint dus weer bij jouw meest recente baan en werkt naar jouw oudste functie toe. Sta kort stil bij elke baan en benoem bijvoorbeeld wat je daar geleerd hebt.

Ambitie, motivatie, competenties, hobby's en interesses

De assessment psycholoog of medewerkers willen echt weten waarom jij nu hier wilt werken. Wat is jouw motivatie voor deze functie, afdeling en dit bedrijf? Wat motiveert jou in je leven? Is dat geld, ontwikkeling, een sociaal aspect of dat je iets goeds voor de wereld kunt doen?

Voor elke functie is een competentieprofiel opgesteld. De assessment gesprek psycholoog zal dus willen weten of jouw competenties passen bij de functie. Deze competenties staan meestal in de vacature tekst. Daarnaast zal uit jouw psychometrische testen gebleken zijn dat je over de juiste competenties beschikt. Als je competenties moet beschrijven, kan je daarvoor de STARR-methode gebruiken. Met dit antwoordmodel leg je duidelijk uit wat een competentie is en wat je ermee kunt. STARR staat voor:

  • S van situatie: beschrijf de situatie waarin jouw competentie nodig was.
  • T van taak: welke taak of rol had jij in deze situatie?
  • A van actie: wat heb je gedaan om de situatie op te lossen?
  • R van resultaat: wat was het resultaat van jouw actie?
  • R van reflectie: als je erop terug kijkt, wat had je dan beter of anders kunnen doen?

Het is altijd goed om in ieder geval een hobby en interesse paraat te hebben. Zorg dat je er ook wat leuks over te vertellen hebt. Sommige mensen zijn erg voorzichtig met hun hobby’s vermelden. Maar het staat je natuurlijk vrij om jouw (vreemde) hobby’s gewoon te vermelden. Het gaat erom dat het wel echt hobby’s en interesses zijn.

Tips voor het assessmentgesprek

Hieronder vind je de belangrijkste tips voor het assessment interview:

  • Wees altijd eerlijk tijdens het gesprek. Als je iets liever niet bespreekt, geef dat dan aan in plaats van erover te liegen.
  • Een assessment interview is geen eenrichtingsverkeer. Stel vragen, luister naar de antwoorden en ga daar op door. Als je iets niet begrijpt, vraag dan wat er precies bedoeld wordt. Dat kan voor een onduidelijke vraag zijn maar ook voor een term die je niet kent.
  • Als je op locatie bent, zorg dat je dan jouw gesprekspartners alle twee aankijkt. Degene die dus een vraag stelt.
  • Als je een online assessment interview hebt, zorg dat je dan naar het scherm kijkt. Test vooraf wat ongeveer de juiste plek is waar je naar moet kijken. Plak daar eventueel een post-it op. Zorg dat je tijdens een online gesprek niet gaat typen of andere storende geluiden maakt.
  • Maak jouw vorige werkgevers en collega’s niet zwart.
  • Als het over je zwakke punten gaat, weet er dan een aantal te noemen. Geef aan dat je je ervan bewust bent en hoe je dit eventueel kunt ontwikkelen.
  • Blijf jezelf. Ga geen grapjes maken als je dat normaal gesproken nooit doet.
  • Word niet boos. Soms worden botte vragen gesteld om te kijken hoe je daarop reageert. Als je iets goed hebt gedaan, mag je daar trots op zijn. Zwak het dan niet af.
  • Als je geen antwoord hebt, geef dat dan aan. Stel voor om er later op terug te komen.
  • Lees en bekijk alles wat je kunt over het bedrijf waar je solliciteert.
  • Probeer uit te zoeken welke normen en waarden belangrijk zijn voor het bedrijf waar je wilt werken.
  • Ken je al mensen bij het bedrijf waar je wilt werken? Vraag ze dan om tips voor het interview.
  • Gebruik concrete voorbeelden uit het recente verleden. Begin niet over jouw bijbaantje toen je 14 was.
  • Laat mensen uitpraten en onderbreek ze niet.
  • Maak eventueel notities. Vraag van tevoren of het gepast is.

labels: #Ei

Zie ook: