Aardappelen smaken nóg lekkerder als je ze zelf geoogst hebt. Het leuke is: je hebt voor het telen van aardappelen geen grote tuin nodig. Een hoekje in de tuin of een vierkante meter moestuin zijn al voldoende. Kies een zonnige, beschutte plek.

Aardappelen houden van een lichtzure bodem, dus vermijd plekken die onlangs gevoed zijn met kalk. Is je grond erg alkalisch? Teel je aardappelen dan in verhoogde bedden of bakken. En, heel belangrijk, verbouw aardappelen niet elk jaar op dezelfde plek.

Stappenplan voor de lekkerste aardappeloogst

Met dit eenvoudige stappenplan krijg je dit jaar je lekkerste aardappeloogst ooit:

  1. Stap 1. Bereid de grond ruim op tijd voor, liefst al in de herfst, zodat de aarde kan rusten. Spit diep, verwijder onkruid en grote stenen, en voeg veel organisch materiaal (zoals compost) toe.
  2. Stap 2. Als je je aardappelen voorkiemt, krijg je een vroegere oogst.
  3. Stap 3. Aardappelen mag je poten met een afstand van 30 cm. We raden een diepte van 12 cm aan. Vroege soorten zet je 30 cm uit elkaar, met 45 cm tussen de rijen.
  4. Stap 4. Aard regelmatig aan wanneer de planten groeien. Dat doe je door de grond rondom de stengels omhoog te harken. Zo krijg je een groter gewas en bescherm je de planten tegen vorst.
  5. Stap 5. Geef tijdens droge perioden grondig water, liefst met regenwater uit de regenton. Bewater de aarde en houd het blad droog om het risico op ziektes te verminderen.
  6. Stap 6. Oogst vroege soorten aardappelen wanneer de bloemen openen en latere soorten wanneer ze groot genoeg zijn. Dit is ongeveer 2 of 3 maanden na het poten. Haal de aardappels op een droge dag omhoog en verspreid ze een paar uur over de grond om de schil af te harden.

Wanneer pootaardappelen poten?

Het poten van pootaardappelen is een cruciale stap voor een succesvolle aardappeloogst. De juiste timing hangt af van het type pootaardappel en de weersomstandigheden.

De grond moet niet te koud of nat zijn voor het poten van aardappelen. Halverwege april is de grond voldoende opgewarmd en kun je verschillende soorten aardappelen poten. Wil je in februari of maart al beginnen met vroege soorten?

  • Vroege aardappelen poten van begin maart tot half april. Oogsten na ca. 90 dagen
  • Middenvroege aardappelen poten van half maart tot eind april. Oogsten na ca. 100 dagen
  • Late aardappelen poten van begin april tot eind mei. Oogsten na ca.

Vroege aardappelen kunnen vanaf half ongeveer maart worden gepoot; dat is een gokje, want het loof is niet goed bestand tegen vorst. Door het gebruik van vliesdoek of het poten onder glas kun je de teelt nog iets vervroegen.

Als je late aardappelen wilt telen poot je deze tussen half april en half mei. Poot bij voorkeur zo vroeg mogelijk binnen de periode, in verband met de eerder genoemde aardappelziekte Phytophthora.

Voorbereiding van het pootgoed

Wanneer je overweegt om zelf aardappelen te kweken, wacht dan niet te lang om het pootgoed uit te kiezen. Zeker wanneer je op zoek bent naar een specifieke variëteit. Door je pootaardappelen al vroeg in het jaar te kopen, profiteer je niet alleen van een ruim aanbod, maar heb je bovendien nog voldoende tijd om de knollen te laten kiemen.

Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden. Om de pootaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze het best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen. In de tussentijd kan je het perceel voor de aardappelen alvast plantklaar maken.

Na ontvangst van de pootaardappelen is het het beste om ze in kistjes op een koele, niet te donkere vorstvrije plaats te bewaren. Om de oogst te vervroegen en zo de gevreesde aardappelziekte phythophtora een stap voor te blijven kunt u de aardappels voorkiemen. Breng de aardappels vier weken voor het poten op kamertemperatuur. De witte spruiten kun je het best in het licht afharden, zodat ze er met poten niet afbreken.

Door het pootgoed uit te spreiden in bakjes en die een paar weken lang op een koele en zo licht mogelijke (maar niet zonnige) plaats te zetten kunnen de aardappelen al wat uitlopen op de ogen. Zelf leggen we (voor vroege en middelvroege aardappelen) zo rond half tot eind februari de aardappelen in de doosjes waarin je eieren koopt; zo ligt elke pootaardappel goed gescheiden van de rest, kan er voldoende licht bij, is er weinig kans op zweten of schimmel door vocht. De ideale temperatuur daarbij is 10°C.

Als je lange witte scheuten op je aardappelen krijgt, dan hebben de bakjes met pootaardappelen te warm en/of te donker gestaan. Het nadeel van die lange waterige scheuten is dat ze de pootaardappel veel energie kosten en ze breken heel gemakkelijk bij het poten. Als je geen goede plaats hebt om de aardappelen te laten spruiten (dus volop licht zonder zon bij 10 graden) kun je overwegen om het voorkiemen over te slaan: een goed voorgekiemde pootaardappel heeft 2 weken voorsprong op het bovenkomen van de plant en de uiteindelijke oogst maar het heeft geen invloed op de uiteindelijke grootte van de oogst. Liever geen scheuten dan te lange, dunne en waterige scheuten.

De ideale grond voor aardappelen

De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.

Aardappelen houden van een losse, humusrijke en luchtige grond. Kort voor de teelt maak je de grond daarom goed los, dat maakt het poten ook gelijk makkelijker.

Aardappelen poten

Zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in. Om het planten te vergemakkelijken, maak je de grond net voor het planten het beste nog even goed los. Bij het aanplanten doe je er goed aan voldoende kalium in het plantgat mee te geven, bijvoorbeeld in de vorm van DCM Tuinkali / Tuinpotas. Kalium bevordert immers de vruchtvorming en zorgt voor dikke, stevige en smakelijke aardappelen.

Plant de aardappelen in rijen. Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen.

Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.

Aardappelen aanaarden en bemesten

Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen. Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming. Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.

Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. DCM Meststof Aardappelen is een puur organische voeding met een hoog kaliumgehalte.

Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:

  • Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
  • Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
  • De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.

Soorten aardappelen

Er zijn verschillende soorten aardappelen, die worden ingedeeld op basis van de periode waarin ze geoogst worden: primeuraardappelen, vroege, halfvroege of laat oogstbare aardappelen. Als je primeuraardappelen in februari al onder glas of in zakken in de garage hebt geplant, kun je ze al vanaf midden mei tot begin juni oogsten. Bij de late variëteiten zitten de beste bewaaraardappelen. Echter zijn deze variëteiten vaak moeilijker te telen, omdat de meeste aardappelziekten later in het jaar opduiken.

Aardappelplanten kunnen ook bloeien (al doet niet elk ras dat ook echt elk jaar). Mocht je aardappelen in een siertuin willen poten, is het misschien leuk om bij je keuze op de bloemkleur te letten (geelschillige aardappelen geven vaak witte bloemen, roodschillige aardappelen geven vaak lilapaarse bloemen - uitzonderingen daargelaten).

Voor elke gelegenheid is er dus wel een aardappel; Annabel en Roseval zijn erg geschikt voor bakken en salades, wat gladder, Escort en Frieslander zijn wat kruimiger en daardoor lekkerder voor stamppot maar ook als gewoon gekookte aardappel bij vlees en groenten. Bleue d’Artois is ook iets kruimig en omdat ze zo mooi paars blijft erg leuk in paarse aardappelsalade, gebakken maar ook een lilapaarse aardappelpuree.

Ziekten en plagen

Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte (Phytophthora) of van de coloradokever. Over het algemeen hebben de vroege rassen minder last van ziekten en plagen, toch raden we aan om bij aankoop te kiezen voor rassen die resistenter zijn.

Phytophthora is trouwens een pseudo-schimmel die niet alleen bij aardappelen maar ook bij tomaten voorkomt (zoals eerder gezegd zijn ze nauw verwant). Ze verspreidt zich via vocht. Zorg daarom dus altijd dat je ernstig aangetaste planten van aardappelen en tomaten verwijdert zodat ze niet de andere planten aan kunnen steken.

Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten, plagen, aaltjes, Phytophthora en schimmels zoveel mogelijk te voorkomen.

Bemesting

Aardappelen zijn redelijk gulzige planten maar de behoefte aan kalium (voor de ontwikkeling van de knollen) is relatief hoog ten opzichte van de behoefte aan stikstof (voor bladgroei).

Teveel stikstof, door een verkeerde bemesting met een meststof met een hoog stikstofgehalte - zoals bloedmeel of kunstmest kalkamonsalpeter, chilisalpeter, etc.) kan veel loof maar weinig en kleine aardappelen geven. Daarnaast is de kans op phytophthora en aantasting door de coloradokever groter.

Op een zure zandgrond is het raadzaam om wat kalk te gebruiken want bij een te lage pH kan er magnesiumgebrek optreden; bladeren worden dan geel, terwijl de nerven groen blijven. Daardoor kan de plant te vroeg afsterven waardoor er minder aardappelen geoogst kunnen worden.

Wanneer aardappelen oogsten?

Een paar maanden na het poten, kun je je aardappelen oogsten. Vroege aardappelen kunnen al geoogst worden in juni - juli, wanneer ze nog in volle bloei staan. Oogst ze pas als je ze nodig hebt of enkele dagen ervoor, zodat je altijd over verse aardappelen beschikt.

Gebruik een oogstriek om de knollen voorzichtig omhoog te tillen en te voorkomen dat de knollen beschadigd raken. De halfvroege en late variëteiten worden pas geoogst als het loof is afgestorven, zodat de knollen meer tijd hebben om te rijpen en beter geschikt zijn om langer te bewaren.

labels: #Aardappel

Zie ook: