Na een duik in zee loop je terug over het strand. Door de warme zon is al het water op je lichaam al verdampt voor je bij je handdoek bent. Er blijft een witte waas achter op je huid. Wanneer je aan je vinger likt, trek je een lelijk gezicht: 'Iaks! Zout!'
Tussen de 300 en 200 miljoen jaar geleden gebeurde in Nederland iets vergelijkbaars: het klimaat was warm en droog en in de ondiepe zee die Nederland bedekte verdampten miljarden liters water. Het daarin opgeloste zout bleef achter als steenzout. Dikke pakketten hiervan liggen nu kilometers diep onder Nederland.
Door de unieke eigenschappen is het oorspronkelijk in lagen afgezette zout vervormd tot ware zoutbergen in de Nederlandse ondergrond. Steenzout is een indampingsgesteente, ook wel evaporiet genoemd (evaporatie = verdamping). Het wordt door de geoloog haliet genoemd, door de scheikundige natriumchloride (NaCl).
Hoe ontstaan indampingsgesteenten?
Nadat water verdampt is, blijven de daarin opgeloste stoffen zoals zout achter. Ter hoogte van Nederland lag tijdens het Perm en tijdens een gedeelte van het Trias een binnenzee en er heerste een warm en erg droog klimaat. Hierdoor verdampte er veel water.
Het in het water opgeloste zout bleef achter en door herhaaldelijk instromen van nieuw zeewater dat verdampte, ontstonden dikke zoutpakketten. Behalve uit zeewater kunnen indampingsgesteenten ook ontstaan door verdamping van (zoet) rivierwater, zoals ook nu nog te zien is in zoutmeren in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Amerika.
De samenstelling van de afgezette zouten verschilt echter sterk door de variatie in de opgeloste stoffen. In Nederland bevonden zich zoutmeren tijdens het Laat-Perm en Laat-Trias.
Zouten kunnen maar in beperkte mate in water oplossen. Vergelijk het met oplossen van suiker in je thee: als je er te veel suiker in doet dan blijft er suiker in je kopje achter. Bij het verdampen van water gebeurt in principe hetzelfde. Er wordt dan alleen geen zout toegevoegd, maar water weggehaald (verdampt), waardoor de concentratie zout hoger wordt.
Wanneer deze een bepaalde waarde overschrijdt, kunnen de zouten niet meer in oplossing blijven en vormen zich zoutkristallen, die naar de bodem zakken en daar opstapelen. Dit proces noemen we neerslaan.
Verschillende soorten zout en hun neerslag
Er zijn verschillende soorten zout. Steenzout (haliet) is er daar één van, gips is een ander voorbeeld. Gips is slechter oplosbaar dan haliet. Hierdoor zal het bij een lagere zoutconcentratie al kristallen vormen en neerslaan: dit gebeurt wanneer ongeveer 70% van al het zeewater is verdampt.
Steenzout is beter oplosbaar en zal dus langer in oplossing blijven: pas als 90 % van het zeewater verdampt is zal het neerslaan. Wanneer de zoutconcentratie door verdamping van water toeneemt, zullen dus eerst de moeilijk oplosbare zouten neerslaan en daarna pas de beter oplosbare.
Wanneer de zoutconcentratie in het water weer afneemt, door bijvoorbeeld toevoer van zoet water, wordt de indampingsreeks onderbroken. De reeks kan dan in omgekeerde volgorde verlopen en eerder afgezette zouten kunnen weer oplossen.
Bij een grote toevoer van zeewater kan de indampingscyclus zelfs weer helemaal opnieuw beginnen. Hierdoor ontstaan er verschillende cycli die in de afzettingen te herkennen zijn. In Nederland zijn er in de Zechstein (Laat-Perm) vier of vijf van deze cycli aangetoond.
Voorwaarden voor het neerslaan van steenzout
- Voor het neerslaan van steenzout is een zoutconcentratie van 90 % nodig.
- Er moet een woestijnklimaat heersen. Het moet warm en droog genoeg zijn om voldoende water te kunnen verdampen.
- De zee moet enigszins afgesloten zijn van open zee.
- Er moet daarentegen wel een kleine verbinding zijn met open zee. Dit zorgt ervoor dat er toch zoutwater aangevoerd wordt. Door het neerslaan van zout in de binnenzee wordt de concentratie zout in het water weer lager. De vorming van steenzout zou ophouden wanneer er geen nieuwe aanvoer is.
- Er moet weinig aanvoer van zoetwater zijn. Hoe meer zoetwater aangevoerd wordt, hoe lager de concentratie zout.
Bij een combinatie van een woestijnklimaat (verdamping) en een ondiepe zee, waar weinig rivieren in uitmonden en die in beperkt contact staat met een oceaan, kan de zoutconcentratie toenemen en kan steenzout gevormd worden. Stel de hoeveelheid zout water, zoet water en de verdamping in, zodat de ideale omstandigheden voor de vorming van steenzout ontstaan!
De eigenschappen en beweging van steenzout
Steenzout heeft een aantal opmerkelijke eigenschappen waarmee het zich onderscheidt van andere gesteenten in de Nederlandse ondergrond. Zo gedraagt het zich op dieptes beneden een kilometer als een dikke stroop. Opmerkelijk is verder dat, in tegenstelling tot andere afzettingen (zand, klei, kalk), de dichtheid van steenzout constant is en niet met de diepte toeneemt.
Bij andere gesteenten is dit wel het geval. Beneden 500 meter is steenzout daardoor lichter dan andere gesteenten. De combinatie van beide eigenschappen leidt ertoe dat steenzout de neiging heeft zich naar boven te bewegen.
Dit gebeurt meestal bij breuken in de ondergrond. Het steenzout vloeit dan traag (halokinese) naar plaatsen waar de druk van het bovenliggende gesteentepakket het geringst is. Een verdikking van zout waarbij de bovenliggende lagen niet worden doorbroken wordt zoutkussen genoemd. Is het zout wel door die lagen heengebroken en ver omhoog gekomen, dan spreekt men van een zoutpijler.
Door dit proces kunnen gedurende vele miljoenen jaren ondergrondse zoutbergen ontstaan. Op sommige plaatsen ligt het zout in ons land hierdoor enkele tientallen meters onder het aardoppervlak, terwijl de basis van de zoutlaag op drie tot vier kilometer diepte ligt.
Het Zechsteinbekken
De dikste zoutpakketten in Nederland dateren uit het Laat-Perm (Zechstein). Tijdens deze periode lag er in West-Europa een grote binnenzee, het Zechsteinbekken, dat van tijd tot tijd nog net in contact stond met de oceaan. Hier werd vanaf zo'n 260 miljoen jaar geleden in totaal een kilometer steenzout gevormd in een aantal verschillende indampingsfasen.
De omstandigheden in dit toenmalige Zechsteinbekken zijn vergelijkbaar met de huidige omstandigheden in het verdampingsbekken in de Kaspische zee, de Kara Bogaz Gol, een vrijwel geheel van open zee afgesloten lagune waar nu jaarlijks zo'n tien centimeter haliet wordt gevormd.
Het warme droge woestijnklimaat, dat tijdens het Zechstein heerste, zorgde voor veel verdamping. Er waren weinig rivieren die zoetwater aanvoerde. Kortom, de ideale omstandigheden om indampingsgesteente te vormen.
De ontdekking en winning van zout in Nederland
In Nederland is steenzout voor het eerst aangeboord in 1887 in Twickel, nabij Hengelo. Men was eigenlijk op zoek naar zoet grondwater toen men onverwachts op 470 meter diepte steenzout uit het Trias tegenkwam. Nederland importeerde toentertijd nog zout uit het buitenland. Pas toen tijdens de Eerste Wereldoorlog de zoutaanvoer vanuit het buitenland stagneerde, begon Nederland zelf met het winnen van zout.
Het was ten slotte, bij gebrek aan koel- en vrieskasten, nagenoeg de enige manier om voedsel te conserveren. Zout was vroeger zelfs zo'n belangrijk en waardevol product dat Romeinse soldaten gedeeltelijk in zout uitbetaald kregen. Ons woord salaris is dan ook afgeleid van het Latijnse woord salarium, dat zoutrantsoen betekent!
Om een idee te geven van de vroegere waarde van zout: met vijf kilo zout kon je een huis kopen in Amsterdam. Tegenwoordig heb je voor zo'n huis minstens een half miljoen kilo zout nodig!
Vanaf de Romeinse tijd werd zout gewonnen door veen dat verzadigd was met zeewater te drogen, te verbranden en vervolgens de zoute as te raffineren tot zuiver zout. Toen deze manier niet meer toegepast werd, ging Nederland zout importeren. Pas toen het steenzout in eigen bodem werd ontdekt is men in Nederland weer zout gaan winnen.
Methoden van zoutwinning
In het buitenland wordt veel zout gewonnen door ondergrondse mijnbouw. Dit heeft men in Nederland ook overwogen, maar nooit toegepast. In Nederland wordt steenzout gewonnen door oplossingsmijnbouw. Hierbij wordt zoetwater in de grond gespoten waardoor steenzout oplost.
De oplossing (pekel) wordt vervolgens naar boven gepompt. In een zoutraffinaderij wordt de pekel vervolgens gereinigd en tot schoon zout ingedampt, of via chemische processen omgezet in chloor en natriumhydroxide. Bij het oplossen van het steenzout ontstaan ondergrondse holtes, ook wel cavernes genoemd.
Deze moeten tijdens de winning goed in de gaten gehouden worden: als ze te groot worden is er kans op bodemdaling of, in uitzonderlijke gevallen, zelfs instorting. In Barradeel, waar op zeer grote diepte (2500-3000 m) zout uit de Zechstein gewonnen wordt, is de bodem inmiddels meer dan 32 centimeter gedaald!
Naast de zoutwinning in Barradeel wordt er ook bij Zuidwending en Winschoten zout uit de Zechstein gewonnen. Bij Hengelo wordt zout uit het Perm gewonnen. Op deze locaties wordt het zout op iets minder grote dieptes gewonnen: tussen 600 en 1600 meter.
De totale Nederlandse zoutproductie bedraagt nu zo'n vier tot vijf miljoen ton per jaar. Nederland is daarmee de grootste zoutproducent van Europa en een van de grootste van de wereld.
Zoutwinning in Twente
In 1887 werd op landgoed Twickel in Delden een drinkwaterput geslagen, bij toeval ontdekte men op 520 meter diepte steenzout. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd besloten dit zout op grote schaal te gaan winnen. Op veel plekken in Twente verschenen boortorens. En in Boekelo bouwde men een zoutfabriek (KNZ). Zout hoefde niet meer geïmporteerd, de mensen waren er blij mee!
Na 1963 zorgde dieper boren en het inpompen van water in de zoutlagen voor een grotere productie. De industriële revolutie in de 19e eeuw had grote gevolgen voor het landschap en de samenleving. Het zorgde voor een enorme stijging van de welvaart.
In Twente liggen nog vele opvallende monumenten van dit industriële verleden. De vondst en winning van zout in Twente vormde ook de basis voor het ontstaan van een chemische industrie, na de textiel- en de metaalindustrie de derde industriële activiteit in Twente.
In Twente (in de omgeving van Hengelo) bevindt het winbare zout zich als steenzout in ondergrondse lagen op circa 300 tot 1200 meter diepte. Deze zoutlagen zijn honderden miljoenen jaren geleden ontstaan door verdamping van een binnenzee, die toen West Europa bedekte.
Toen in opdracht van De baron Van Heeckeren in 1887 in Delden een drinkwaterput werd geslagen, kwam dit steenzout op een diepte van 520 meter naar boven. Het zout wordt gewonnen door middel van oplosmijnbouw. Dit houdt in dat er eerst water in de ondergrondse zoutlaag wordt geïnjecteerd, waardoor het zout oplost.
Er ontstaan dan ondergrondse holtes (cavernes) op de plaats waar oorspronkelijk het zout zat. Deze holtes zijn gevuld met verzadigde pekel die door de druk van het geïnjecteerde water omhoog wordt gestuwd. De gewonnen pekel wordt vervolgens van de winningslocatie via pijpleidingen naar de fabriek in Hengelo getransporteerd.
Toen in de Eerste Wereldoorlog de import van zout uit Duitsland bijna geheel stil kwam te liggen, ontstond het initiatief om het zout uit de eigen (Twentse) bodem te gaan halen. Zo werd in 1918 een wet aangenomen over de ontginning van steenzout bij Buurse. Het recht van zoutwinning werd in die wet toegekend aan de Nederlandse Staat.
De initiatiefnemers richtten daarvoor een bedrijf op, de Koninklijke Nederlandsche Zoutindustrie (KNZ). Die vestigde zich in Boekelo, omdat daar een fabriek kon worden gebouwd langs de spoorlijn, wat op zijn beurt weer goed was voor het zouttransport. Toen in de jaren â20 en 30 het Twentekanaal werd gegraven verhuisde de zoutfabriek van Boekelo naar Hengelo, omdat via dat nieuwe kanaal de afzet van het zout eenvoudiger werd.
Hier wordt nog steeds elk jaar tweeëneenhalf ton zout geproduceerd. Wie tegenwoordig door het Twentse landschap rijdt, ziet op veel plekken kleine groene huisjes. Deze zijn de opvolgers van de vroegere hoge boortorens. Binnenin de huisjes zijn een aantal pijpen en kranen, waarmee de toevoer wordt geregeld.
Toepassingen van zout
Tegenwoordig is zout uit ons dagelijks leven bijna niet meer weg te denken. Zout, de alledaagse benaming voor natriumchloride, is immers goedkoop, overal verkrijgbaar en speelt ongetwijfeld nog steeds een belangrijke rol als smaakversterker bij de bereiding van onze gerechten. Zout was echter door de eeuwen heen veel meer dan dat.
Zout is een wit, kristallijn mineraal dat veel wordt gebruikt in onze voeding en in tal van andere toepassingen. Wist je trouwens dat het woord âsalarisâ afstamt van het Latijnse woord âsalâ (zout).
Zout komt in de natuur voor in zoutmijnen, zeeën en oceanen, en zelfs in sommige landplanten. Het wordt gewonnen door zeewater te verdampen of door zoutlagen uit de grond te halen.
Zout wordt gebruikt als smaakversterker in voedsel, maar ook als conserveermiddel om voedsel langer houdbaar te maken.
Soorten zout
- Tafelzout: Dit is het meest voorkomende type zout en wordt meestal gebruikt om voedsel op smaak te brengen tijdens het koken of aan tafel.
- Zeezout: Dit wordt gewonnen door het verdampen van zeewater en bevat vaak nog wat mineralen en sporenelementen.
- Himalayazout: Dit zout komt uit de Khewra-zoutmijn in Pakistan en heeft een roze kleur vanwege het hoge ijzergehalte.
- Keltisch zeezout: Dit zout wordt gewonnen in Bretagne, Frankrijk, en heeft een grijsachtige kleur vanwege het hoge gehalte aan mineralen.
- Fleur de sel: Dit is een handmatig geoogst zout dat wordt gewonnen door het afschrapen van de dunne laag kristallen die zich vormen aan de oppervlakte van zoutpannen.
Hoewel zout essentieel is voor ons lichaam, moeten we er wel op letten dat we niet te veel zout consumeren. Te veel zout kan leiden tot hoge bloeddruk en andere gezondheidsproblemen.
Het proces van zoutwinning in Nederland
In Nederland wordt steenzout gewonnen uit de diepe ondergrond. Hierbij wordt gebruik gemaakt van oplossingsmijnbouw waarbij zout ondergronds wordt opgelost met water dat via een injectieput in het steenzout wordt gepompt. Het zoute water (pekel) wordt weer opgepompt en verwerkt tot zoutproducten.
Op deze manier worden holtes (cavernes) gevormd. Afhankelijk van de diepte en de wijze van afwerking worden deze holten door natuurlijke krachten en de relatieve vloeibaarheid van zout in de loop der tijd weer dichtgedrukt.
Waar komt het steenzout in Nederland voor?
De belangrijkste steenzoutvoorkomens in onze ondergrond bevinden zich in gesteentelagen van de Zechstein Groep (afgezet tussen ca. 251 en 260 miljoen jaar geleden) en de Röt Formatie (afgezet tussen ca. 238 en 244 miljoen jaar geleden). Dit zout is destijds ontstaan in ondiepe, deels afgesloten zoutmeren.
Door het verdampen van het zeewater, heeft het zout zich afgezet op de bodem van het meer. De afzettingen van een evaporiet-cyclus gaat van onder naar boven van kalksteen, dat bij normale saliniteit van het zeewater wordt afgezet, over in anhydriet en uiteindelijk bij verder toenemen van de saliniteit in steenzout en kalium-magnesium zouten.
Bij influx van een grote hoeveelheid vers zeewater start een volgende cyclus. Zodoende zijn in Nederland in een vier tot vijftal Zechstein evaporiet-cycli tientallen tot enkele honderden meters dikke steenzoutpakketten gevormd.
Steenzout komt vandaag de dag zowel voor als gelaagde pakketten, als zoutkussens of als zoutpijlers. Zoutkussens en -pijlers ontstaan pas na afzetting van het steenzout. Door toenemende begraving onder jongere gesteentelagen, gedraagt zout zich relatief plastisch, onder invloed van hogere temperaturen.
Bij langzame bewegingen (breuken) in de ondergrond en variërend gewicht van het afdekkende gesteentepakket, kan het zout zich kunnen concentreren in een kussenvormig lichaam waarna het uiteindelijk kan ontwikkelen tot een zoutpijler.
Zoutkussens zijn meer geleidelijke welvingen in het zoutpakket terwijl zoutpijlers smalle, steile structuren betreffen die door de bovenliggende gesteentelagen heen zijn gebroken en een hoogte van meer dan 2,5 km kunnen bereiken.
Het bepalen van potentiele winbaarheid
Voor het bepalen van het regionale potentieel voor zoutwinning worden de volgende geologische en technische afwegingen gemaakt:
Diepte van het zoutvoorkomen (top zout)
Diepte is niet in directe zin beperkend voor exploitatie, maar het bepaalt wel de wijze van winning en de mogelijkheden voor latere benutting van de cavernes voor bijvoorbeeld opslag van stoffen. Er is onderscheid tussen:
- Diepere winning (>1500 m) in gelaagde of kussenvormige zoutafzettingen. De ontstane oplossingsholtes zijn niet geschikt zijn voor opslag. Zij zijn te instabiel doordat het zout op die diepte zodanig plastisch is dat zij snel worden dichtgedrukt.
- Ondiepere winning (<1500 m) in zoutpijlers, gelaagde of kussenvormige zoutafzettingen waarbij ontstane oplossingsholtes zodanig stabiel zijn dat zij open kunnen worden gehouden
Gesommeerde dikte van steenzoutlagen binnen de hoofdlaag
De diepte, dikte en zuiverheid van de steenzoutlaag bepaalt de economische winbaarheid. Het volume is tevens een belangrijke factor bij de veiligheid en stabiliteit van een caverne. Het totale zoutvolume moet voldoende zijn dat er na uitlogen van een caverne voldoende zout resteert om zowel een sterk genoeg dak als wanden te vormen.
Voor diepe zoutvoorkomens zijn diktes geringer dan 200m aangemerkt als âbeperkt interessantâ voor economische winning. Mede omdat het zoutpakket mogelijk niet geheel zuiver is en worden afgewisseld met andere gesteentesoorten. Voor ondiepe zoutvoorkomens is het belangrijk dat er een voldoende grote holte met een stabiel dak kan worden aangelegd.
Daarom wordt binnen het interval 0 â 1500m diepte uitgegaan van 300m als gunstige zoutdikte voor grote/hoge cavernes en 50m dikte voor kleine/lage cavernes.
Kwaliteit van het zout
Winning richt zich op zoutlagen waarvan de samenstelling zo zuiver mogelijk is en waarbij zo min mogelijk sprake is van niet-/slecht-oplosbare delen. Op basis van boorgatmetingen wordt de samenstelling/homogeniteit van het zout bepaald. Met seismische data worden de zoutpijlers geclassificeerd naar gunstig en ongunstig (zo laat de seismische data zien waar zich grote anhydrietbanken binnen de zoutlagen bevinden).
Omvang zoutstructuur
Bij de aanleg van cavernes moet worden uitgegaan van een veilige afstand tussen de begrenzing van het zoutlichaam en de caverne, alsmede tussen cavernes onderling. Ook moet er voldoende gesteente overblijven om een stabiel dak te vormen.
Als algemene rekenregel wordt bij cavernes met een diameter van 90m een afstand van 300m tussen de centrale as van de cavernes aangehouden. De afstand tussen de caverne en de zijkant van de zoutpijler moet dan minimaal 150m bedragen. Sommige zoutstructuren zijn vanwege hun vorm en (geringe) omvang ongunstig zijn voor aanleg van cavernes.
Mogelijke interferenties en hergebruik van zoutholtes
Zoutwinning vindt plaats in een geïsoleerde holte, die door dikke zoutpakketten van de omgeving worden gescheiden. Hierdoor is de kans op directe interferentie (druk, gas- of vloeistofcommunicatie) met omliggende functies zeer gering tot nihil. De volgende aandachtspunten gelden bij de aanleg van een winning:
- Indien de zoutlaag een afsluitend pakket vormt voor een onderliggende activiteit, dan dient er voldoende afstand te worden gehouden.
- De bodemdaling door zoutwinning telt op bij daling veroorzaakt door andere activiteiten in de directe omgeving. Bodemdaling moet dus in samenhang worden beoordeeld.
- Zoutwinning kan ruimte bieden voor toekomstige opslagfuncties, mits de dimensionering voldoet aan de eisen van de opslagfunctie. Dit geldt met name voor diepteligging ( i.v.m. de druk) en het volume.
Zoutholtes zijn met name interessant voor de opslag van aardgas, stikstof, perslucht, waterstof of gasolie. Opslag van CO2 is technisch mogelijk, maar minder interessant dan lege gasvelden, die veel grotere volumes CO2 kunnen herbergen.
Risico's en toezicht op zoutwinning
In Nederland zijn drie bedrijven die op drie plaatsen steenzout (natriumchloride: keukenzout) winnen: in Twente bij Hengelo (Nobian), in Groningen bij Heiligerlee en Zuidwending (Nobian) en onder de Waddenzee bij Harlingen (Frisia). Bij Veendam (Nedmag) wordt magnesiumzout gewonnen. De meeste winningen vinden plaats op een diepte van 200 meter tot 1600 meter.
Zoutwinning zorgt voor bodemdaling. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op de veiligheid voor mens en milieu bij zoutwinning, nu en in de toekomst. Want aan zoutwinning zijn ook risicoâs verbonden.
Om zout te mogen winnen, moet het zoutbedrijf vergunningen aanvragen bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). SodM adviseert het ministerie over het verlenen van vergunningen. Daarbij kijkt SodM naar de gehele levenscyclus. Het begint bij een goed ontwerp en het in een vroeg stadium beschrijven van de effecten door middel van een goed uitgevoerde milieueffectrapportage.
Vervolgens houdt SodM toezicht op de zoutwinning, de veiligheid van werknemers en de bescherming van het milieu tijdens de winning en erna. SodM ziet erop toe dat de zoutwinning veilig gebeurt. Lange termijn: Zoutwinningsbedrijven zijn in eerste instantie gericht op het beheersen van de risicoâs tijdens de winning en het reageren op incidenten.
Daarnaast moeten zij ook aandacht hebben voor de lange termijn. Cavernes: Een caverne die in de ondergrond ontstaat, kan voor altijd blijven bestaan, (zeer) langzaam verdwijnen, of in uitzonderlijke situaties op een gegeven moment instorten. Hier hoef je boven de grond niets van te merken. Milieuverontreiniging: Bij een lekkage van bijvoorbeeld transportleidingen of putten kunnen pekel of andere gebruikte producten de bodem verontreinigen.
In 2016 heeft SodM Nobian Salt (toen nog AkzoNobel Salt, daarna Nouryon Salt) onder verscherpt toezicht gesteld in verband met een groot aantal lekkages bij de zoutwinning. Ook gaf Nobian het opruimen van oude zoutcavernes te weinig urgentie.
Per februari 2021 had SodM het verscherpt toezicht op Nouryon (het voormalige Nobian) toegespitst op twee dossiers. Half 2025 heeft SodM vastgesteld dat er voldoende verbeteringen zijn doorgevoerd door Nobian wat betreft het stabiliseren van mogelijk onveilige cavernes in Twente.
Daarom richt het verscherpt toezicht van SodM op Nobian zich per juni 2025 alleen nog op het afsluiten van de grote zoutcavernes bij Heligerlee en Zuidwending. Bij Veendam (Nedmag) is in 2018 een grote hoeveelheid pekelwater en mogelijk ook diesel door het cavernedak weggestroomd naar de bovenliggende zandsteenlaag.
Nedmag heeft onderzoek gedaan naar dit incident. SodM deelt de conclusies over de waarschijnlijke oorzaak. SodM is voorzichtiger in de conclusie dat er geen gevaar is voor mens en milieu. SodM acht de kans klein dat het grond- en oppervlaktewater door pekel of diesel wordt vervuild.
labels:




