Vogels zijn fascinerende dieren, en hun voortplanting verschilt aanzienlijk van die van zoogdieren. Hoewel vogels technisch gezien niet zwanger worden, kunnen we kijken naar de broedduur: de periode waarin een vogel een ei uitbroedt voordat het kuiken uitkomt. Dit verschilt per vogelsoort en varieert tussen de 10 en 40 dagen.

Het Voortplantingsproces bij Vogels

Bij vogels vindt voortplanting plaats via de cloaca, een opening aan de onderkant van het lichaam. Tijdens de paring drukken het mannetje en het vrouwtje hun cloaca’s tegen elkaar aan, waarbij het sperma van het mannetje in het vrouwtje terechtkomt. De tijd tussen de bevruchting en het leggen van het ei is meestal vrij kort.

In Nederland begint het broedseizoen meestal rond maart of april en loopt door tot de zomer.

Gezondheid en Broedcomplicaties

Vogels, en vooral papegaaien, kunnen gezondheidsproblemen ontwikkelen die een gespecialiseerde dierenarts vereisen. Dit geldt niet alleen voor ziekte, maar ook voor broedgerelateerde complicaties, zoals legnood (waarbij een ei vast blijft zitten). Met een papegaaienverzekering kun je onverwachte dierenartskosten dekken en ervoor zorgen dat je gevederde vriend de beste zorg krijgt wanneer dat nodig is.

Ja, alle vogels leggen eieren, maar niet alle eieren zijn bevrucht. Dit verschilt per soort. Sommige eieren zijn niet levensvatbaar en zullen niet uitkomen.

Het Broeden van Kippeneieren

Kippeneieren uitbroeden is één van de leukste dingen van de kippen hobby. Als alles goed gaat heb je in 21 dagen lieve en schattige kuikentjes rondlopen. Het is geweldig om te zien hoe je vanuit niks een ei, een kuiken, ziet opgroeien.

Het uitbroeden van kippeneieren duurt 21 dagen. Na uitkomst zullen de eerste kuikens zich binnen 24 uur laten zien. Plaats de kloek (kip met kuikens) in een eigen hok zonder zitstok en legnest, maar met voldoende water en kuikenvoer.

Factoren Die de Broedduur Beïnvloeden

  1. Elke broedmachine heeft een thermostaat die de temperatuur regelt. Samen met een thermometer kun je de temperatuur in de gaten houden en op de juiste hoogte afstellen welke nodig is voor het type eieren dat je wilt uitbroeden.
  2. Door de juiste luchtvochtigheid kan de luchtkamer in het ei groeien. Dit hebben de kuikens nodig om de eierschaal te kunnen aanpikken. Is de luchtkamer niet groot genoeg, dan zullen de kuikens sterven in het ei. Voor de eerste 18 dagen adviseren wij een luchtvochtigheid van 40-50% en voor de laatste 3 dagen een luchtvochtigheid van 70%.
  3. In de eerste 18 dagen van het broeden moeten de eieren minimaal twee keer per dag gedraaid worden. Sommige machines hebben een keerautomaat, dan wordt dit voor je gedaan. Doe je het met de hand, zorg dan dat je op het ei met potlood een kruisje zet en op de andere kant een nulletje.

De Broedmachine

Broedmachines zijn ontwikkeld om het broedproces van de kippen na te bootsen. Met de broedmachine kan je de juiste luchtvochtigheid en temperatuur instellen om kippeneieren en van ander pluimvee uit te broeden. Er zijn broedmachines die de eieren automatisch voor je keren en broedmachines waar dit handmatig dient te gebeuren. De eieren moet namelijk minimaal twee keer per dag gedraaid worden.

Voordat je gaat broeden met een broedmachine, wil je zeker weten dat de broedmachine goed werkt en stabiel is. Zet minimaal 48 uur voor het inleggen van de eieren de broedmachine aan. De juiste waarde hangt af van het type machine, het ras en persoonlijke ervaring. Om te beginnen stel je de machine met een ventilator af op 37,5 graden Celsius of een broedmachines met stilstaande lucht op 37,7 graden Celsius. De luchtvochtigheid stel je af op 40-55%.

Eieren Inleggen en Schouwen

Als de broedmachine goed is afgesteld en stabiel is, kun je de eieren inleggen. Als je geen eigen kippen hebt, kun je broedeieren van hobbyfokkers kopen of op Marktplaats.

Op dag 5-7 controleren we of de eieren bevrucht zijn. Door met een schouwlamp in de eieren te schijnen kun je zien of er zich wat in het ei ontwikkelt. De ontwikkeling van het kuiken begint met een puntje die zichtbaar wordt, later komen hier bloedvaten bij. Eieren die niet bevrucht zijn haal je uit de broedmachine. Ook gebruik je de schouwlamp later in het proces om de groei van de luchtkamer te volgen.

Op dag 19 moet de luchtvochtigheid omhoog. Ook keren we de eieren niet meer zodat de kuikens in alle rust kunnen uitkomen. Op dag 20/21 worden de eieren aangepikt door de kuikens en komen ze uit. Help de kuikens niet als het niet lukt, dit worden zwakke dieren.

Eieren schouwen kan lastig zijn voor de beginner en het is daarom ook belangrijk dat de juiste schouwlamp hiervoor wordt aangeschaft. Kies een lekker in de handliggend lamp met het lieft een rubberring. Hiermee sluit die goed op het ei waardoor er geen licht in je oog schijnt.

Het Uitbroeden van Struisvogeleieren

Struisvogeleieren zijn de grootste eieren ter wereld. Deze eieren bereiken gemiddeld een gewicht van 1,5 kg per stuk en kunnen 15 tot 20 cm breed worden. De eieren zijn mooi, roomkleurig met een mooie natuurlijke glans, ovaal van vorm.

Een Struisvogelei heeft een inhoud die vergelijkbaar is met de inhoud van ongeveer 30 kippeneieren.

Het legseizoen begint bij ons eind februari, begin maart. Als een vogel 2 jaar is begint ze sporadisch een ei te leggen. Het 2e legseizoen leggen ze al behoorlijk wat eieren en als ze 5 jaar zijn, zijn ze eigenlijk pas volwassen en kan een hen per seizoen tussen de 40 en 50 eieren leggen.

We halen het ei er met zorg uit en spoelen het met heet water af om het te ontsmetten en om poep en vuiligheid te verwijderen. Daarna gaan de eieren in de broedmachine, waar ze 42 dagen in moeten blijven.

De Broedmachine voor Struisvogeleieren

In de broedmachine gaat het kantelen van de eieren automatisch. Wat elke dag gecontroleerd en nagekeken moet worden is de temperatuur en de luchtvochtigheid binnen in de machine. De temperatuur dient constant te zijn, zo'n 36,2 graden. De luchtvochtigheid is ook van groot belang, bij een te lage vochtigheid droogt het kuiken uit, bij een te hoge vochtigheid krijg je kuikens met heel veel vocht in het lichaam.

Daar de schaal zo dik is laten we de eieren tot 39 dagen in de broedmachine liggen en de laatste 3 dagen leggen we ze in een uitkomstkast of couveuse, waar de eieren tot rust komen omdat ze hier niet meer kantelen. De temperatuur laten we reeds iets zakken, zodat het kuiken wat actiever wordt om uit het ei te komen.

Als een kuiken begint uit het ei te komen dan moet dit zeker binnen 24 uur gelukt zijn. Zoniet, dan is het kuiken te zwak en zal het de eerste levensmaanden niet doorkomen.

Als er een Struisvogelkuiken geboren wordt, kan het meestal na een paar uur al lekker rondhuppelen. De eerste levensdagen is het niet noodzakelijk dat het diertje al veel eten krijgt daar het nog een deel van de dooierzak bij zich draagt dat als voedsel dient.

Het Unieke Proces van Ei-Vorming

De wijze van voortplanting van mensen en dieren is een natuurlijk proces dat bijzonder en complex is. Bij vogels is dat zeer bijzonder. Je kan daarbij denken aan de korte tijd dat een vogel een ei kan produceren of dat er na twee weken broeden een jong is, zo klein, maar wel met alles erop en eraan en dan krijgt dat jong ook heel snel weer een totaal verenpakket. Dit alles kunnen wij waarnemen.

Voordat vogels zich kunnen voortplanten moeten ze eerst broedrijp worden. Hoe een vogel broedrijp wordt is afhankelijk van het gebied waar ze leven. Op en rond de evenaar, waar de zonuren per dag nagenoeg gelijk blijven, 12 uur licht 12 uur donker, worden de vogels broedrijp als er genoeg voedsel voor de jongen aanwezig is, dat is meestal na de regenperiode.

Vogels reduceren hun geslachtsdelen buiten de broedtijd. Dit doen ze om zo licht mogelijk te zijn om optimaal te kunnen vliegen om voedsel te kunnen bemachtigen. Als de lichturen toenemen of als er genoeg voedsel is, worden de vogels stapsgewijs broedrijp.

In het begin van het broedrijp worden van het vrouwtje lijkt haar eierstok nog op een tros druiven. De eierstok bestaat dan uit een groot aantal kleine eicellen. Door het broedrijp worden groeien een aantal van de eicellen. Nu ontstaat in de eicellen die gegroeid zijn de gele eidooier en komen deze eicellen los van de eierstok.

In de kiemschijf, die zich in de dooier bevindt, is het genetisch materiaal van het vrouwtje opgeslagen. De dooier bezit de voedingsstoffen die het embryo nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. Deze voedingsstoffen zijn proteïnen, vitaminen, mineralen en pigmenten die afkomstig zijn uit de voeding die het vrouwtje heeft opgenomen.

De tijdsduur dat zich de dooier ontwikkelt is afhankelijk van de soort vogel. De calcium die nodig is om het skelet van de te vormen embryo wordt geleverd door de eischaal.

Als de eicel groot genoeg is geworden, met alle toevoegen van het vrouwtje, wordt de eicel los gelaten door de eierstok om in de eileider bevrucht te kunnen worden.

De balts van het mannetje begint een dag of 7 voordat het eerste ei gelegd wordt. Het vrouwtje laat blijken door haar houding dat ze vruchtbaar is. De eicel komt vrij in de eileider. In de mond van de eileider liggen, na de paring met het mannetje, duizenden zaadcellen te wachten om hun kans te grijpen en binnen te dringen in de eicel / ei blaasje, de bevruchting.

Voordat de eicel bevrucht wordt heeft het vrouwtje het sperma van het mannetje opgeslagen. Dit doet het vrouwtje om er zeker van te zijn dat op het moment dat de eicel zo ver is om bevrucht te worden er genoeg goede zaadcellen aanwezig zijn om een goede bevruchting te laten plaats vinden. Het sperma, de zaadcellen, worden in de eileider dicht bij de cloaca opgeslagen in een klein doodlopend buisje.

Na een kwartier wordt de vrouwelijke geslachtscel, of ze nu bevrucht is of niet, afgesloten door een beschermende laag om andere zaadcellen geen kans te geven in de eicel te dringen.

Het embryo gaat zich nu ontwikkelen, maar eerst vormt zich nog een omhulsel rond het embryo. Dit omhulsel heeft de beschermende functie om bacteriën buiten te houden, maar zodanig dat het embryo zich wel kan blijven voorzien van zuurstof.

Nu is het embryo zover dat de eischaal gevormd kan gaan worden. De kalkachtige eischaal moet poreus zijn, maar wel zo sterk dat het de broedende vogel kan dragen zonder stuk te gaan. Ook zal de eischaal weer zacht genoeg moeten zijn zodat de jonge vogel bij het uitkomen door de schaal heen moet kunnen breken.

6 uur na het loslaten van de eicel en bevruchting, komt de bevruchte eicel in de baarmoeder terecht waar het wordt opgenomen in de schaalklier. In die fase wordt de eicel bij elkaar gehouden door een dubbel gelaagd membraam dat bestaat grotendeels uit proteïne, eiwit, en is gevormd in de eileider.

De ruimte waarin dit gebeurt heet de schaalklier. Binnen een paar uur is het gehele oppervlakte van de eicel met schuimklopjes bespoten. Inmiddels is de eicel een ei geworden.

Het ei schuift nu verder in de eileider tot aan de plek waar weer spuitjes zijn die water spuiten in de poreuze eischaal. Door dit water zwelt het membraam op tot maximale grote. Hierna komen de volgende spuitjes in werking die calciumcarbonaat over het ei heen spuiten, waar het ook weer moeten drogen. Dit is het afmaken van de eischaal. Door de wijze van het spuiten, in klompjes, ontstaan er in de schaal luchtkanaaltjes.

Deze kanaaltjes zorgen er voor dat het embryo in het ei kan ademen en gassen en waterdamp kan afvoeren. Het proces duurt nu 20 uur en is nog niet compleet.

Dit pigment zal zich vermengen met de bovenste laag calciumcarbonaat en zo de grondkleur van de eischaal bepalen. Hierna worden door de volgende set spuitjes een waslaag op de eischaal aangebracht die bestaat uit kleverige proteïnen en die bij sommige vogelsoorten vermengd wordt met het pigment van de eischaal. Dit is de laag die het embryo tegen indringende bacteriën beschermd.

Het calcium dat de vogel nodig heeft voor de aanmaak van de eischaal moet de vogel uit de voeding tot zich nemen omdat de vogel geen voorraad in zijn lichaam heeft van calcium.

De Broedperiode

De broedperiode breekt aan. de broedtijd is voor de meeste vogels verschillend. Hoe groter de vogelsoort hoe langer de broedtijd.

Zoals we al eerder gezien hebben zijn de poriën van belang voor de ademhaling van het embryo maar ook om gassen en waterdamp af te kunnen voeren. De grootste concentratie poriën bevinden zich aan de stompe kant van het ei waar de luchtkamer is. De luchtkamer is ongeveer 15 % van het totale volumen van het ei. De luchtkamer ontstaat door de waterdamp die het ei uitademt door het broeden van de ouder vogel.

Aan het eind van broedproces, net voor dat het jong uit het ei komt, ontwikkelt de luchtkamer zich. De lucht in de luchtkamer is voldoende voor het jong om uit het ei te geraken. Deze luchtkamer bevindt zich tussen het binnenste en buitenste schaalmembraam. Het vrouwtje verlaat het legsel op het moment dat het jong of de jongen uit het ei komen, het ei koelt hierdoor wat af, de inhoud van het ei krimpt en de lucht kan door de poriën binnen stromen en de luchtkamer ontstaat.

Het jong breekt met zijn eitand, die op het puntje van de snavel zit, door de eischaal heen en komt op de wereld. Na een paar dagen verdwijnt de eitand weer.

labels: #Ei

Zie ook: