Er zijn duivenhaters en duivenliefhebbers en niets ertussen. Zo lijkt het soms. De liefhebbers genieten nu volop van het kroelen en de baltsvluchten.
In veel gevallen is een tuinduif een houtduif. Eigenlijk een bosvogel, maar een groene tuin is goed genoeg. Het zijn forse duiven, met een brede, witte band om de nek als ze volwassen zijn. Een opvliegende houtduif herken je trouwens ook met je ogen dicht. Geen andere vogel kiest zo luidruchtig het luchtruim, met vleugels die wild tegen elkaar, takken en bladeren slaan.
Zacht, laag koerend, bijna brommend, zit het overwinnende houtduifmannetje daarna verstopt in een conifeer, om zo het vrouwtje naar zijn nest te lokken. Nu overal te horen. Daarna wordt er samen verder gekoerd en gekroeld.
In 1950 kwam het eerst paartje Turkse tortels naar Nederland. Een kleine, beige duifje, met een dunne, zwarte ring om de nek. Voor de meesten onder ons een vertrouwd beeld, maar ze leven nog niet zo lang in Nederland. Vanuit, jawel, Turkije, konden de tortels zich snel over Europa verspreiden omdat ze leven in dorpen en steden, precies tussen het domein van de stadsduiven (stenen stad) en de houtduiven (groene wijken en grote tuinen).
Duiven broeden het hele jaar door, omdat ze hun jongen voeden met kropmelk. Een soort prutje uit de keel met huidcellen en eiwit. Ze zijn dus niet afhankelijk van insecten die er alleen zijn als het warm genoeg is. Na een weekje wordt ook ander zacht voedsel gevoerd. Omdat duiven het hele jaar broeden, baltsen ze ook het hele jaar. Hun baltsvluchten zijn makkelijk te herkennen als je het eenmaal weet.
Duiven zijn de enige vogels die kunnen drinken zonder hun kop op te tillen. Duiven zijn romantische zielen die hun hele leven samen blijven.
Wil je juist graag zoân mooi stelletje hout- of tortelduiven in de tuin, strooi dan dagelijks in de ochtend een zadenmix of wat graan op de grond. Zorg wel dat het voer op is voor de nacht, anders breng je vele muizenfamilies groot. Zorg daarbij voor een groene tuin, want Turkse tortels houden ook wel van de rupsen en andere insecten die daar leven. Houtduiven eten verder groen blad, zaden, (bloem)knoppen en bessen.
De duif heeft inderdaad een reputatie van ziekte verwekker, maar dat hebben veel dieren. Maar door het vlees goed te bereiden zou het veilig zijn.
Duivennesten bestaan uit een platform van takken, stro of vergelijkbare bouwmaterialen, aangedragen door de doffer en geordend door de duif. Het legsel omvat twee, soms drie eieren, die door beide ouders worden bebroed. De doffer broedt overdag, de duif âs nachts. De broedtijd is ongeveer 2,5 weken.
Door dat ze vaak broeden en vaak broeden op de plaats waar ze geboren zijn, zorgt de duif voor een regelmatige voedselbron. Zelf zou ik ze met een lucht buks schieten, stads duiven zijn niet mensenschuw. Je zou ze zelfs hondsbrutaal kunnen noemen. dus ik denk dat je ze ook wel zou kunnen vangen met een visnet of iets dergelijks.
Met de lange afstandsvluchten voor jonge duiven voor de deur vragen liefhebbers zich soms af of ze nog iets kunnen doen. Of er mogelijkheden zijn de duiven net dat kleine beetje meer te geven om van zo'n vlucht een succes te maken. Ik heb daarop een simpel antwoord: Dat gaat niet. Duiven die geen vorm hebben zijn op enkele dagen tijd niet terug op de rails te krijgen.
Je volledig richten op een enkele vlucht wil ik trouwens toch afraden. Je hoeft de wind maar tegen te hebben en je kunt het zelfs met de beste duiven in de grootste vorm schudden. Om plaatselijk uit te blinken volstaan goede duiven en vorm, om op nationaal niveau te presteren is dat niet genoeg.
Zo dus: duiven zonder conditie zijn duiven zonder perspectief. En zelfs de beste dierenarts is niet in staat duiven zonder vorm op enkele dagen in superconditie te brengen.
Zo kansloos als je bent met duiven die geen vorm hebben, zo veel kun je riskeren als de gezondheid er wel is. Of je dan niet zuinig moet zijn met 'de toekomst?' Dat ligt er aan. Heb je een hok goede oude duiven en volop jongen in vorm dan zie ik er weinig bezwaar in ook toekomstige weduwnaars een vlucht van pakweg 500 kilometer voor te schotelen.
Is er vorm dan heb je in feite maar een zorg: Geen fouten maken. Met voeren bijvoorbeeld. Hongerige duiven inmanden is al even fout als duiven inmanden met barstensvolle krop. Op de dag van inkorven geef ik 's morgens volle bak. Zo vol dat er voer overblijft. Dat geeft ze de hele dag de kans te eten en aldus korf je geen hongerige duiven in en ook geen duiven met volle krop.
Soms hoor je liefhebbers op maandag al vertellen hoeveel duiven ze vrijdag in gaan manden. Ik begrijp dat niet. Duiven waarmee je speelt kunnen amper genoeg vorm hebben en dat is zo lang op voorhand niet te beoordelen.
Liever een sprong van 200 kilometer met gezonde duiven dan een trutvluchtje van 100 kilometer met duiven zonder vorm. Bij mij vallen op de dag van inkorven nog duiven af. Bijvoorbeeld duiven met volle krop en zeker duiven die overdadig veel dronken. De laatste hebben niet alleen geen vorm, daar mankeert wat aan! Duiven met blauw vlees horen ook niet in de mand.
Bij een duif in vorm schuiven die vanzelf opzij als je die in handen neemt. Duiven moeten ook 'zuiver van kop zijn'. Sommige gebruiken ter controle oogdruppels. Ze worden aangeprezen als prestatieverhogend waaraan getwijfeld mag worden, ze zijn wel een uitstekend hulpmiddel om te beoordelen of de kopjes 'zuiver' zijn.
Hoewel je zelden een foto van een winnende duif ziet die geen volle vleugel heeft mag best een pen ontbreken. En duiven die 'dekveren' lossen winnen geen prijs.
Hoewel het wedstrijdseizoen voor postduiven al bijna ten einde is, krijgt onze meldkamer nog met regelmaat meldingen binnen over verzwakte of gewonde postduiven. De dieren raken soms uitgeput tijdens hun lange vluchten en stranden dan ergens onderweg. Bijvoorbeeld in jouw achtertuin.
Als je een postduif vindt die verzwakt of misschien wel gewond is, kijk dan eerst of je de eigenaar van het dier kunt achterhalen. Grote kans dat de eigenaar van de duif hem op komt halen. De eigenaar van de duif kan op grote afstand wonen en vragen of het dier een paar dagen aan mag sterken waarna hij zijn weg kan vervolgen. Bij een uitgeputte duif kan dat soms wel 3 dagen duren.
Je kunt de duif wel helpen met aansterken. Geef de vogel een paar dagen wat water en extra voer. Geadviseerd wordt in eerste instantie een universele vogelmix. Als je die niet in huis hebt kun je ook granen- (vogelmix) of peulvruchten, vetbollen zonder netje, rozijnen en ongekruide pindaâs of pindakaas geven.
Gewonde postduiven die de eigenaar niet komt halen, halen we natuurlijk zo snel mogelijk op! Je helpt ons enorm door de postduif alvast te vangen.
Tijdens de steeds kouder en korter wordende herfstdagen kunnen vogels zich over het algemeen prima redden en is het niet nodig om hen te helpen of bij te voeren. Je kunt de dieren dan ook het beste met rust laten; de natuur regelt het zelf.
Toch kun je de vogels in jouw tuin of op jouw balkon wel een handje helpen door bijvoorbeeld een nestkastje te plaatsen of door struiken in je tuin te planten die bessen of vruchten in de winter dragen.
Voor het houden van sierduiven heeft u in ieder geval een hok nodig waarin u de duiven kunt huisvesten. Waar dit hok aan moet voldoen, leest u verder op de site bij huisvesting.
Voordat u tot aanschaf overgaat, zult u zich eerst moeten afvragen welk ras u graag in uw hok wilt hebben. Er zijn in Nederland ongeveer 250 rassen erkend door de Nederlandse Bond van Sierduivenliefhebbers-verenigingen (NBS). Er zijn grote en kleine rassen, elk met hun eigen kleurslagen. Keuze genoeg als u mee wilt doen met de tentoonstellingen.
Als u net begint, is het beter om niet meer dan 1 ras te nemen. Dit om teleurstellingen te voorkomen. Neem nooit te veel duiven en begin dan ook met één koppel om te wennen.
Voor een beginneling is het verstandig om bij verschillende duivenliefhebbers informatie in te winnen of zich bij een club aan te sluiten. Als u geïnteresseerd bent in een bepaald ras, adviseren wij u om eerst contact op te nemen met de bijbehorende speciaalclub. Daar kunnen ze u doorverwijzen naar de fokkers.
Als u serieus verder wilt met het ras van uw keuze is het verstandig lid te worden van een speciaalclub. Hier is veel ervaring en kennis aanwezig omtrent de rassen.
Als u mee wilt doen aan tentoonstellingen moet u lid zijn van een kleindierenvereniging of sierduiven liefhebbers vereniging die bij de NBS is aangesloten.
Duiven zijn zeker niet veeleisend, maar dagelijks voer en vers drinkwater stellen zij zeer op prijs. Een bad nemen, doen ze ook heel graag. Dit is goed voor hun conditie en verenpak.
De duiven krijgen meestal twee maal per dag een mengeling van granen en peulvruchten. In elke dierenspeciaalzaak is prima voer te koop. Vaak voor de rasgroepen speciaal geselecteerd. Dan ook nog in kweek-, rui- en wintermengeling. Een duif heeft in verhouding veel vocht nodig, om het voer goed te kunnen verteren.
Naast het duivenvoer, hebben duiven mineralen nodig en potjes met grit en roodsteen mogen dan ook niet ontbreken voor een goede spijsvertering. Omdat ziekteverwekkende kiemen zich kunnen handhaven en vermeerderen in vuil en zo de duiven kunnen besmetten, moet het duivenhok regelmatig worden schoongemaakt.
Duiven baden graag en het behoort tot de persoonlijke hygiëne van de duiven. Het baden heeft een stimulerende invloed op de veerverzorging en het moet daarom af en toe voor de duif mogelijk zijn een bad te nemen. Zet hiervoor een bak gevuld met ongeveer 10 cm water, in de tuin of in het hok. Laat het bad na het baden niet te lang staan, want soms drinken de duiven eruit, wat niet bevorderlijk is voor hun gezondheid. Om dit te voorkomen, kan aan het water een scheutje azijn of badzout worden toegevoegd.
Bij de duif komen een aantal parasieten voor die zich op de huid en tussen de veren van de duif op hun gemak voelen. Het schadelijke effect van dit ongedierte wisselt per soort en is ook niet altijd even duidelijk. Wat ze in ieder geval onder de duiven teweeg brengen is onrust. Enkele veel voorkomende parasieten zijn de lange veerluis, de kleine veerluis en de schachtmijt.
De duif (Columba livia) behoort met een groot aantal vogels tot de planteneters (herbivoren). Deze, ook wel zaadeters genoemd, moeten hun noodzakelijke voedingsstoffen uit allerlei rijpe en onrijpe zaden, granen en peulvruchten halen, welke de grondstoffen moeten zijn voor het leveren van arbeid en warmte, het onderhoud van de lichaamsfuncties en het leveren van produktie, zoals het leggen van eieren en het vernieuwen van het verenpak.
Duiven hebben, in verhouding tot hun lichaamsinhoud, een groot lichaamsoppervlak. Samen met de hoge lichaamstemperatuur van 41,8 C vraagt dit enorm veel energie. Twee voedingsstoffen die de noodzakelijke arbeid en warmte leveren zijn respectievelijk koolhydraten en vetten.
Het duivelichaam bestaat uit miljarden cellen, die voor een belangrijk gedeelte uit eiwitten bestaan. Van deze cellen sterver er geregeld enkele miljoenen af, die weer vernieuwd moeten worden. Hiervoor zijn eiwitten nodig, die opgebouwd zijn uit aminozuren, ook wel de bouwstenen van het eiwit genoemd.
Een andere belangrijke functie die de eiwitten hebben is het produceren van enzymen voor de spijsverteringssappen. Een groot aantal van de eiwitten wordt in de verschilende granen en peulvruchten aangetroffen. Het meest komen ze voor in peulvruchten (van 16-23%), maar ook in granen.
Ook de veren zijn opgebouwd uit eiwitten, wat een extra eiwitbehoefte met zich meebrengt tijdens de jaarlijkse rui in het najaar.
Een volgend voedingsmiddel van groot belang voor duiven zijn de mineralen. Het zijn eigenlijk geen echte voedingsmiddelen,maar dienen meer ter aanvulling en ondersteuning van de voeding.
Mineralen worden onderverdeeld in macro- en micro-elementen, d.w.z. macro (= veel) mineralen waar naar verhouding veel van nodig is, zoals kalk en fosfor, en micro (= weinig) waar erg weinig van nodig is, de zogenaamde sporenelementen.
In het normale voedsel van de duiven komen vitaminen voor, maar niet alle vitaminen en meestal in onvoldoende mate, zodat we naast de gewone voeding duiven middelen moeten geven die de noodzakelijke vitaminen bevatten. En ten slotte water, bron van al het leven.
Een duif heeft water nodig voor de geleiding en vertering van het voedsel. Per dag drinkt een duif ongeveer 50 ml water. Als er jongen te voeren zijn, is dit het dubbele.
De granen, peulvruchten en zaden die wij onze duiven dagelijks verstrekken moeten van een goede kwaliteit zijn. Ze mogen niet muf ruiken of enig spoor van schimmel vertonen, wat meestal het gevolg is van een te vochtige opslag.
De voeding van de duiven is één van de belangrijkste facetten van een goede fokkerij. In de eerste plaats moet de voeding gevarieerd zijn, met een grote verscheidenheid aan granen, peulvruchten en zaden.
Mengvoeder voor duiven is in het algemeen niet compleet. Meestal bevat het te weinig vitamine B en ook te weinig kalk. Vitamine B tekort leidt tot verstoorde functie van de spieren en onvoldoende beheersing daarvan.
Kalkgebrek of fouten in de vitamine D voorziening (die de kalkopname uit voedsel regelt) leidt o.a. tot moeilijkheden bij de eiproduktie. Verkromming van het borstbeen kan ook een gevolg zijn van vitamine D gebrek.
De duif is een geharde vogel, die goed tegen de warmte en de kou kan. Echter een duif kan slecht tegen tocht en vocht!
Droog, tochtvrij en voorzien van veel frisse lucht, al naar gelang de ruimte die beschikbaar is. Of het nu een tuinhok met of zonder ren, een zolderhok, een muurhok of til is, de dieren moeten zich er thuis voelen. Te weinig ruimte en huisvesting in bedompte of tochtige schuren geeft aanleiding tot stoornissen van de luchtwegen.
Plaats de til zodanig dat de invliegopeningen naar het zuidoosten geplaatst worden, vanwege regen en de windrichting. De duiven moeten in de til dus danig beschutting kunnen vinden tegen de regen en de wind.
Wil men sierduiven niet vrij laten vliegen, dan dient de huisvesting zodanig te zijn dat de duiven wat meer ruimte nodig hebben. Daar kan men bijvoorbeeld een tuinhuisje voor gebruiken. We gaan ervan uit dat elk koppel 1 m3 ruimte nodig heeft. Bedenk wel dat we het hier over minimale maten hebben. Duiven hebben het recht om te vliegen!
Wat de duiven wel zeer op prijs stellen is dat aan het duivenhok een volière wordt gemaakt zodat zij kunnen genieten van de zon en de regen. Het liefst zetten we het hok op het zuidoosten, zodat het daglicht het meest tot zijn recht komt.
In het hok zullen we broedhokken moeten plaatsen waarin een broedschotel of -kistje geplaatst kan worden. Zitplankjes waarop of loketkasten waarin ze kunnen zitten. Een waterbak waarin vers water en wat bakjes voor grit roodsteen en mineralen mogen nooit ontbreken. Ook een goede voerbak is noodzakelijk, want duiven zijn zaadeters.
Een gezonde duif wordt ziek indien hij ziekteverwekkers binnenkrijgt en daartegen niet voldoende weerstand heeft. Is het aantal ziekteverwekkers gering, dan zal de weerstand van de duif vaak voldoende zijn.
Eenmaal ziek geworden gaat de duif ziekteverwekkers uitscheiden via ontlasting, uitgeademde lucht of slijm uit de keel. In da natuur is de ruimte waarin de uitgescheiden verwekkers terecht komen zo groot, dat door het optredende verdunningseffect slechts een zeer klein percentage van de uitgescheiden ziekteverwekkers door een andere duif zal worden opgenomen.
Hoe meer duiven echter in een hok per m2 verblijven, des te meer uitgescheiden verwekkers krijgen de andere duiven binnen. Het aantal ziektekiemen dat een duif per tijdseenheid binnenkrijgt noemen de infectiedruk. In een overbevolkt hok is dus sprake van een verhoogde infectiedruk.
In de natuur of in een stedelijke omgeving leeft de duif gemiddeld 3 tot 6 jaar. Met de mens, en altijd toegang hebbend tot water, voedsel en een onderkomen (een volière), kan de levensverwachting van de huiskat oplopen tot 15 jaar.
Reisduiven worden in de negentiende eeuw veel gebruikt om zeer discreet te communiceren met medewerkers zonder door de vijand te worden betrapt. Ze worden ingezet in oorlogstijd, maar ook om liefdesbrieven te versturen of hun liefde te verklaren.
Geslachtsdimorfisme is bijna onbestaande, waarbij het vrouwtje doorgaans iets kleiner en dunner is dan het mannetje. De gemakkelijkste manier om het geslacht te bepalen is door hun gedrag te observeren.
Tijdens de balts en zelfs na het vormen van het paar, neemt het mannetje een typische houding aan: hij zwelt zijn nek op, heft de iriserende veren een beetje op, beweegt ritmisch op en neer, draait om zichzelf en maakt een speciaal geluid.
Zodra het paar is gevormd, wrijven ze hun wangen tegen elkaar en tonen ze echt tedere gebaren. Ze zijn monogaam, hun verbintenis duurt hun hele leven en eindigt slechts met de dood van één van beiden. Alleen in dit geval besluit de overlevende al dan niet een nieuwe partner te zoeken.
Tijdens de paring houden de duiven elkaar bij de snavel en buigen de nek meerdere malen van de ene naar de andere kant, tot het vrouwtje zich hurkt om door het mannetje bevrucht te worden.
In staat om zich te reproduceren op de leeftijd van vijf tot zes maanden, hebben de vrouwtjes een continue ovulatie (ongeveer eens per maand); ze hebben dus de neiging om bijna onophoudelijk te broeden.
De duiven bouwen een nest van takjes, waarin het vrouwtje twee witte eieren legt. Gedurende 17-18 dagen wisselen de ouders elkaar regelmatig af voor het broeden, totdat de kuikens uitkomen.
Als de ouders merken dat één van hun jongen niet leeft of als de bevruchting niet heeft plaatsgevonden, zullen ze de nutteloze eieren verwijderen en zonder te wachten opnieuw paren.
De eieren worden met twee tot drie dagen verschil gelegd, maar worden samen uitgebroed, om geboortes met tussenpozen te voorkomen, wat problematisch zou zijn voor de duiven bij het opvoeden van hun jongen.
In geval van de dood van het mannetje, zal het vrouwtje doorgaan met broeden en het opvoeden van de jongen, maar als het omgekeerde zou gebeuren, zal het mannetje maar een paar dagen broeden voordat hij het nest definitief verlaat.
De jongen worden geboren met roze huid bedekt met een lichte dons van gele kleur, hebben gesloten ogen, en een lange en dikke zachte snavel. Het gewicht van een pasgeborene is ongeveer 20 g en zal na een maand 500 g bereiken.
Gedurende de eerste dagen worden de jonge duiven alleen gevoerd met een witachtige en vloeibare substantie die geleidelijk aan steeds roomachtiger wordt, gemaakt door de slijmvlies van de krop, bekend als "kropmelk" of "duivenmelk". Zeer rijk aan eiwitten en vetten, is het daarom zeer voedzaam, waardoor de jongen hun geboortegewicht kunnen verdubbelen in slechts 48 uur.
Na 7-10 dagen neemt de productie van kropmelk af en wordt de voeding van de jongen gecompleteerd door deels verteerd graan en peulvruchten, vermengd met water.
Rond de 25 dagen zijn de veren bijna definitief en de jongen zijn bijna klaar om uit te vliegen (rond de 30 dagen).
Eten en drinken hoort tot de basisbehoeftes die onze duiven minimaal nodig hebben om ongekende prestatieâs te laten zien.
Wat we wel weten is dat te vet en teveel eten niet automatisch leidt tot een sneller resultaat. Is het dan niet verbazend dat er zoveel verschillende zware en vetrijke voedermengsels op de markt zijn.
Je ziet steeds meer de tendens dat duivenmelkers lichter gaan voeren. Zuivering of met een mooi woord dieetvoer. Om de doffers op Woensdag of de duivinnen op Donderdag wat zwaarder voer te geven voor de wedstrijden die op zaterdag gevlogen worden.
Wel kan ik je verraden dat je niet te zwaar of te veel moet voeren. Duiven mogen best vol zijn maar niet te zwaar of te vet. Het beste leer je dat door eens bij een goede duivenmelker het verschil te voelen.
Duiven reageren heel snel op verschillende soorten voer. Je kunt dan ook heel snel verschil merken wanneer je verschillend voert.
Een duif kan geen twee dagen zonder water maar wel zeven dagen zonder eten. Drinken is voor postduiven dan ook heel belangrijk en moet altijd aanwezig zijn op het hok.
Om te voorkomen dat je duiven ziek worden van onderweg water drinken. Moet je je duiven geen vers water meer te drinken geven. Maar zet een emmer water op je hok waaruit je de drinkpannen bijvult. De truc is ook dat duiven liever drinken van water op temperatuur met de omgeving dan te heet of te koud.
We willen dat onze duiven lang trainen. Maar ondertussen wennen we onze duiven er wel aan dat er wat lekkers op de spoetnik ligt zodat ze terug komen. En we voeren onze duiven gelijk zodra ze binnen zijn.
We leren onze slimme duiven vaker verkeerde gewoontes aan dan we denken. Zelfs zonder dat we het in de gaten hebben.
labels:
Zie ook:
- Hoe lang ongepaneerde schnitzel bakken: Perfecte baktijd & tips
- Recepten voor een Fit Leven: Gezond & Lekker Eten!
- Boontjes Koken: De Perfecte Kooktijd & Tips
- Nieuwe Aardappelen Koken: Hoe Lang voor de Perfecte Garing?
- Ontdek de Verrukkelijke Wereld van Volle Yoghurt met Vanille: Smaak, Gezondheid en Recepten!
- Ontdek Welk Vlees Perfect Combineert met Spruitjes voor een Heerlijke Maaltijd!




