Slangen hebben twee verschillende manieren van geboorte: eierleggend en eierlevendbarend. Toch zijn er daarnaast veel slangensoorten die wel eieren leggen. Waarom eigenlijk?

Eierlevendbarendheid bij Slangen

Bij eierlevendbarende dieren ontwikkelen de dieren wel in eieren, maar komen ze levend uit het lichaam van hun moeder. Bij eierlevendbarende dieren worden eieren in het lichaam van de moeder bevrucht.

In plaats van deze eieren te leggen, blijven deze eieren in het lichaam. De eieren bevatten alle voedingsstoffen die de jonge dieren nodig hebben. Zodra de jonge dieren klaar zijn voor geboorte, komen ze in het lichaam van de moeder uit het ei en worden ze levend geboren. Dat is nog eens een bijzondere manier om geboren te worden!

Ook bij sommige reptielen, zoals slangen, komt eierlevendbarendheid voor. Van de in Nederland en België levende slangen zijn dan ook twee van de drie soorten levendbarend, de adder en de gladde slang.

De Rol van Temperatuur

Een mogelijke verklaring vinden we in de eigenschappen van slangen. Slangen zijn koudbloedig, wat betekent dat ze dezelfde lichaamstemperatuur hebben als hun omgeving. Slangen hebben wel warmte nodig om te kunnen bewegen en om voedsel te verteren. Als de temperatuur laag is zijn slangen daarom inactief.

Ook een slangenei heeft warmte nodig. Hoge temperaturen zijn erg belangrijk voor de juiste ontwikkeling van de babyslangen en voor het uitkomen van de eieren. In landen waar het koud is kan dit problemen opleveren waardoor het nageslacht niet zal overleven.

Eieren die ontwikkelen in het lichaam van hun moeder krijgen warmte van hun moeder. Hoewel ook de moeder de temperatuur van haar omgeving overneemt, kan ze ervoor zorgen dat haar lichaam warmer wordt.

Dit heet actieve thermoregulatie. Dit wil zeggen dat de moederslang haar temperatuur verhoogt, door bijvoorbeeld warme plekken op te zoeken. Onderzoekers denken daarom dat temperatuur van de omgeving een grote invloed heeft gehad op het ontstaan van eierlevendbarende soorten.

Eierleggende Slangen: De Ringslang

De ringslang is goed te onderscheiden van andere slangensoorten door de gele vlekken achter de kop. Ringslangen zijn reptielen. Ze leggen eieren.

De jonge slangetjes zien er precies zo uit als hun ouders maar dan zo groot als een potloodje. Ringslangen zijn de enige slangen in Nederland die hun eieren niet zelf uitbroeden.

Andere slangen broeden de eieren in hun lichaam uit door op te warmen in de zon. De ringslang kan dit niet; zij moet haar eieren op een andere manier warm zien te krijgen.

Broeihopen: Essentieel voor Ringslangen

Om haar eieren toch uit te kunnen broeden maakt de ringslang dankbaar gebruik van zogeheten “broeihopen”, plekken waar door compostering van organisch materiaal ‘broei’ ontstaat: spontane warmte. Vaak zijn dat mesthopen of composthopen met tuinafval.

De broeihopen worden daarmee zó warm dat de ringslang haar eieren alleen maar hoeft af te zetten, de broeihoop doet de rest! Door het relatief koude klimaat in Nederland is de ringslang bijna volledig afhankelijk van de door mensen gemaakte broeihopen om zich voort te kunnen planten. De aanwezigheid van voldoende broeihopen is daarom van zeer groot belang!

Het is steeds minder vanzelfsprekend dat mensen een composthoop in hun eigen tuin hebben. En ook mesthopen houden we het liefst zoveel mogelijk uit de stad. Dankzij de hulp van vele vrijwilligers vinden ringslangen een plek in een steeds drukker wordende stad.

Het Project Ringslang030

Binnen het project Ringslang030 werken we samen met Utrechters aan een ringslang-vriendelijke stad. Dit doen we vooral door het aanleggen en beheren van broeihopen waarin de ringslangen hun eieren kunnen leggen. De vrijwilligers van Ringslang030 leggen deze broeihopen aan en houden ze goed in de gaten om te kunnen kijken hoe het gaat met deze soort.

De broeihopen in de gemeente worden in de maanden maart en april gemaakt. Dit is belangrijk omdat de ringslang in juli en augustus haar eieren afzet maar daarvoor dus wel warme broeihopen nodig heeft. De broeihopen worden gemaakt met mest, takken en bladeren om een warme en toegankelijke plek te bieden voor de ringslang.

Voorafgaand aan het maken van de broeihoop wordt de broeihoop van het jaar daarvoor afgegraven om te kijken of er uitgekomen eieren te vinden zijn. Deze gegevens verzamelen we om van jaar tot jaar te zien hoe succesvol een broeihoop is geweest. De broeihoop kan daarna op dezelfde plek weer opgebouwd worden, de ringslang zal de broeihoop uit zichzelf vinden.

De Rattenslang: Een Voorbeeld van Eierleggen

Na de winterrust , zo rond februari-mei, vindt de paring plaatst. Na het paren duurt het circa 55 dagen voordat ze eieren legt. Ongeveer 5-10 dagen voor het leggen van de eieren vervelt het vrouwtje.

Ze legt 5 tot 30 eieren. Uitkomen. Dit gebeurt bij een temperatuur van 28-30 °C. Als u een mannetje en een vrouwtje samen houdt, moet u zorgen voor een legbox gevuld met nat mos of zaagsel, zo kunnen er meerdere legsels per jaar plaats vinden.

Een bekend probleem is legnood bij het vrouwtje. In zo’n geval kan een keizersnede nodig zijn.

Broedstoof voor Reptieleneieren

Het kweekseizoen voor reptielen staat voor de deur. U heeft een koppeltje van één van de vele soorten reptielen die er zijn en deze leggen eitjes. U zou graag willen dat deze eieren uit komen, maar waar te beginnen?

Om uw reptieleneieren goed uit te laten komen heeft u een broedstoof nodig. De broedstoof zorgt ervoor dat de eieren op een constante temperatuur blijven. Voor de meeste soorten reptieleneieren ligt de juiste temperatuur tussen de 28 en 30 graden Celsius. Daarnaast is luchtvochtigheid ook erg belangrijk.

Het is ook belangrijk om het juiste broedsubstraat te gebruiken. Een veel gebruikt broedsubstraat is vermiculiet: deze houdt goed vocht vast. U kunt een krekelbakje of bamibakje voor de helft vullen met vermiculiet. Hier doet u lauw/warm water bij. Laat de vermiculiet het vocht goed opnemen en giet na een minuut of twee het overtollig water voorzichtig weg.

De vermiculiet even stevig aandrukken om extra vocht eruit te krijgen en dat ook weggieten. Daarna de vermiculiet weer even losmaken zodat het luchtig word. Leg de eieren in het broedsubstraat en laat ongeveer 1 centimeter ruimte tussen de eitjes. Deze groeien namelijk de komende tijd iets. Tussendoor af en toe het vermiculiet controleren of het nog vochtig is.

Afhankelijk van wat voor soort reptiel duurt het gemiddeld 2 maanden voordat de eieren uitkomen.

labels: #Ei

Zie ook: