Voor sommigen is een zee in de buurt een vereiste voor de vakantie. Hier kun je heerlijk genieten en tot rust komen. Maar waarom is de zee zo zout? Al dobberend op een luchtbed kan dan zomaar de vraag opborrelen: hoe ontstaat zout zeewater? We weten het allemaal: zeewater smaakt zout. Dat komt doordat in elke liter zout zeewater ongeveer 35 gram zout zit. Maar hoe komt dit in zee terecht?
Het zout in de zee komt uit de grond. Zout zit overal in gesteente en als hier regenwater langs stroomt, neemt het hele kleine hoeveelheden zout op. Een deel van het zout in de zee is 'afslijtsel' van bergen. Water dat uit de hemel valt, stroomt via beken en rivieren weer naar zee. Onderweg lossen er allerlei mineralen op in het water. Die ionen (geladen deeltjes) worden meegesleept in rivieren en komen uiteindelijk in de oceanen terecht.
Govers laat het zien op een tekening die ze ter plekke maakt op het asfalt van de dijk. Ze schetst bergen, rivieren en regenwolken. ‘Kijk’, zegt Govers, ‘het zoutgehalte van de zee heeft ook te maken met regen op het land. Regen is een beetje zuur en als die regen op stenen valt, zoals in de bergen, dan verweert dat gesteente een beetje. Dat lost op en dan komt het zout in het water terecht. Via beekjes en rivieren stroomt het naar de zee.' Een deel van het zout in de zee is 'afslijtsel' van bergen.
Ook de oceaanbodem bevat elementen voor zout die in het water oplossen. Sodium (een belangrijk bestanddeel van zout) komt uit de oceaanbodem. Chloride (een ander bestanddeel van zout) komt uit het binnenste van de aarde door middel van vulkanen. Samen vormen sodium en chloride zout. Overigens zorgen niet alleen rotsen voor het hoge zoutgehalte van de zee, ook onderzeese vulkanen kunnen zoutvorming veroorzaken.
Als zeewater vervolgens verdampt en wolken vormt, blijft het zout achter. Het verdampt namelijk niet mee. Neerslag is daarom altijd zoet. Uit wolken valt boven land regen en het proces begint weer opnieuw.
In al het water dat via de rivieren in zee terechtkomt, zit een beetje opgelost zout; meegekomen met het regenwater dat gesteenten verweert. Dat de zoutconcentratie van de zee groter is dan van de rivieren komt door indamping: het water verdampt, het zout blijft achter. Wanneer zeewater verdampt, blijft het zout achter. Daardoor blijven de zeeën al vele miljoenen jaren even zout.
Er zit een slordige 35 gram zout in een liter zeewater. Het gemiddelde gehalte natriumchloride in zeewater is zo’n 35 gram per liter. Zeewater heeft een gemiddelde zoutheid van 3,5%. Dat betekent dat er 35 gram zout zit in elke liter zeewater. Maar sommige zeeën zijn nog véél zouter. Dit zijn vaak wateren die dichtbij de evenaar liggen. Dit zijn de heetste plekken op aarde. Er zijn ook zeeën waar het water relatief zoeter is dan andere wateren. Dit zijn vaak degene waar veel water van gletsjers en uit rivieren naartoe stroomt. Zo ook de Noordzee, die dus relatief zoet is. Je hebt vast wel eens (per ongeluk) een slok van de zee genomen. En die proeft alsnog behoorlijk zout. Zeewater is echter niet overal even zout.
Toch lijkt de zee niet steeds zouter te worden. Er spoelt ook niet zo heel veel zout de zee in. En de oceanen zijn natuurlijk enorm groot. Maar er verdwijnt ook weer zout uit de zee. Het slaat neer op de kust of het wordt opgenomen in mineralen die op de zeebodem gevormd worden.
De Dode Zee als extreem voorbeeld
Het zoutgehalte van de Dode Zee is zo hoog dat een mens als een rubberbootje op het water blijft drijven. De Dode Zee, op de grens van Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en Israël, is hiervan een voorbeeld bij uitstek. Dit water langs de grens van Jordanië, Israël en de Westelijke Jordaanoever bestaat voor 33 procent uit zout, dat is zo’n 332 gram zout per liter. Ter vergelijking: de Noordzee bestaat voor 3,5 procent uit zout. Deze ligt ruim 400 meter onder zeeniveau en is daarmee het laagst gelegen punt op aarde. Water verdwijnt er dus alleen uit door middel van verdamping, waarbij het zout achterblijft. Bovendien is het er heet, stroomt er niet veel water in en valt er hooguit 10 centimeter regen per jaar. De reden hiervoor is dat het water hier niet kan wegstromen. Daarnaast is het in dit gebied heel warm en regent het amper. Allemaal factoren waardoor de zee zo zout blijft.
Het zal niet als een verrassing komen: de Dode Zee is de zoutste zee op aarde. Maar de Dode Zee is niet de zoutste plek op aarde. Dat is namelijk het Don Juanmeer op Antarctica. Het bestaat voor 40 procent uit zout. Dat is zoveel, dat het meer ook niet kan bevriezen.
Ook de Middellandse Zee heeft heel erg zoute perioden gekend, omdat deze zee door tektonische processen afgesloten raakte van de Atlantische Oceaan en het water dus niet weg kon.
De Waddenzee
Hoe zout is de Waddenzee precies? Govers meet het met een zoutmeter die ze in het water gooit. De Waddenzee blijkt 28 gram zout per liter te bevatten. Dat is een normale waarde volgens Govers.
De Baltische Zee
'Er bestaan ook heel zoete en heel zoute zeeën. De Baltische Zee heeft bijvoorbeeld maar zes gram zout per liter water. Dat komt doordat de Baltische Zee nogal afgesloten is van de oceanen. Daardoor komt er weinig zout in, terwijl er wel veel zoet water in komt uit rivieren en regen. De Waddenzee blijkt 28 gram zout per liter te bevatten.
De invloed van zout op flora en fauna
Aan de kust mengt het zoete rivierwater zich met het zoute water van de Noordzee. Eerst wordt het water brak, maar naarmate de rivieren dichter bij de zee komen, wordt het almaar zouter. Zoetwaterorganismen, van eencellige algen tot grote vissen, kunnen hier niet tegen en sterven. Het lijkt een ramp, maar deze overdaad vormt de basis onder het rijke dierenleven in het estuarium van onze grote rivieren. Wormen en schelpdieren filteren dit voedsel uit het water en vormen op hun beurt weer een aantrekkelijke prooi voor talloze steltlopers en vissen.
Niet alle vissen sterven op de overgang van zout naar zoet. Jonge zalmen en rivierprikken worden geboren in de rivier en trekken naar verloop van tijd naar zee om daar verder op te groeien. Jonge paling wordt geboren in de Sargassozee en bereikt met hulp van de golfstroom onze kust en trekt via de rivieren landinwaarts om daar op te groeien. De volwassen paling trekt weer via het estuarium naar de Sargassozee om zich voort te planten.
Trekvissen als paling, zalm en steur hebben een natuurlijke overgang van zoet naar zout water nodig om te acclimatiseren. Als de volwassen dieren vanuit de Noordzee naar hun paaigronden in de grote rivieren trekken, dan zwemmen ze niet in een keer door, maar houden een tijdje pauze in de brakke zone tussen Noordzee en Rijn of Maas.
Het vele zout in zee zorgt er niet alleen voor dat je zo goed kan drijven. Ook is het een goede smaakmaker voor gerechten. Bovendien kun je er ook goed mee schoonmaken.
labels:




