Kippen hebben een unieke manier van urineren die verschilt van zoogdieren. Ze hebben geen nierbekken, urineblaas en urinebuis, maar wel nieren en een urineleider. De urine bestaat voornamelijk uit urinezuur en is door ontrekking van water ingedikt. De urine zou eigenlijk het witte laagje op de mest moeten zijn, terwijl normale kippenmest droog is.
De Cloaca: Alles-in-één Orgaan
De cloaca komt voor bij verschillende dieren: vogels, reptielen en amfibieën. De cloaca zit aan de buikzijde van vogels, achter de poten. Achter die opening zit een holte waar poep en plas, maar soms ook eieren en zaadcellen langs gaan. Alles in één orgaan.
Net als mensen eten en drinken vogels. Het voedsel maakt een lange reis door het lichaam langs maag en darmen. Door kneden, duwen en menging met verteringssappen valt het voedsel uiteen in opneembare stoffen. Bloed neemt de stoffen door de darmwand op. Vocht uit het voedsel van mensen komt eerst in het bloed en daarna in de blaas terecht.
Wij plassen als onze blaas vol zit. Plas stroomt door de plasbuis weg. Bij vogels komt het laatste stukje darm en de plasbuis in de cloaca uit. Vogels lozen poep en plas tegelijk via één uitgang: de cloaca.
Voortplanting
In de lente schijnt de zon langer en is er meer voedsel. Vogels gaan dan op zoek naar een partner. Mannetjes zingen, dansen, tonen vliegkunsten en pronken met felle kleuren: de balts. De vrouwtjes kiezen een mannetje uit en samen bouwen ze een nest. Ondertussen verandert er in het lichaam van alles: bij de vrouwtjes rijpen in de eierstok een aantal kleine eitjes tot grote die veel voedingsstoffen bevatten. Door de eileider is er een verbinding tussen de eierstok en de cloaca.
De mannetjes maken heel veel zaadjes in de zaadballen. Deze zijn rechtstreeks verbonden door de zaadstreng met de cloaca. Bij enkele vogels, zoals de eend, is het deel waar alléén de zaadjes uitkomen in de cloaca sterk vergroot; de penis. Het mannetje staat tijdens de paring wiebelend en met klapperende vleugels op de rug van het vrouwtje. Beide vogels draaien hun staart zodat de openingen van de cloaca’s op elkaar drukken. Dit gebeurt op gevoel. Razendsnel stromen zaadcellen door de zaadstreng door de cloaca’s naar de eitjes van het vrouwtje. Een zaadje dringt in een rijp eitje, het eitje is bevrucht.
Hierna groeit het ei met dooier en eiwit om het vruchtje. Als laatste vormt zich een schaal van kalk rondom het ei. Het ei is klaar en komt in de rekbare cloaca.
Het Maagdarmkanaal van een Kip
Het maagdarmkanaal van de kip is anders dan die van mensen. Allereerst hebben kippen geen tanden: grote stukken voedsel worden in de spiermaag fijngemalen. Wanneer een kip eet en scharrelt, komt al het voedsel eerst in de krop terecht: dit is een soort zak die links voor de borst van de kip hangt.
Vooral ex-legkippen die heel veel eieren leggen (en dus veel energie nodig hebben) kunnen aan het einde van de dag met een enorme krop rondlopen: soms heeft deze wel de grootte van een tennisbal! Na de krop komt het voedsel in de kliermaag, waar spijsverteringssappen worden toegevoegd. Vervolgens komt het voedsel in de spiermaag, waar het wordt fijngemalen. Het is van belang dat kippen altijd beschikking hebben over maagkiezel: dit is nodig voor een goede werking van de spiermaag.
Kippenmest: Wat is Normaal?
Het uiterlijk van de ontlasting kan veel vertellen over hoe het met de kip gaat. Als de ontlasting er anders uit ziet dan normaal kan het zijn dat je kip ziek is.
- Goede ontlasting is stevig en donkerbruin van kleur.
- De uraten horen wit te zijn.
- Ongeveer 1x per dag komt er ook ontlasting uit de blinde darm: deze heeft de kleur van hopjesvla, is dunner en stinkt!
Vaak is het eerste teken van een gezondheidsprobleem dat de mest van je kip er anders uitziet. Het is belangrijk om te kunnen herkennen welke kippenmest normaal is, en welke niet normaal is. Normale kippenmest is stevig en vast, zwartgrijs van kleur met een witte of geelachtige punt.
De mest bestaat uit een poep en een plasgedeelte. Het witte/beige stukje is de plas. Gezonde mest wordt in een compacte, dikke hoop geproduceerd met een kleur van bruin tot bruingroen. De kleur kan verschillen door wat de kip gegeten heeft. Naast normale kippenmest produceren kippen ook mest uit de blindedarm.
Misschien denk je in eerste instantie dat dit diarree is, maar dat is het niet. Blindedarmmest lijkt op gesmolten chocola en kan karamel en bruine chocola kleurig zijn. Blindedarmmest en normale kippenmest kan door elkaar worden uitgepoept. Dan zie je een combinatie van de gesmolten chocola met de vastere substantie van de normale kippenmest.
Ziet de mest van jouw kip er anders uit dan normaal? In de ochtend produceren kippen blindedarm mest. Dit is dunner en lichter van kleur. Blindedarm mest stinkt vaak behoorlijk en is heel plakkerig.
Af en toe kunnen er kleine stukjes roze darmslijmvlies in de mest verschijnen. Het darmslijmvlies van een kip wordt voortdurend vernieuwd, waardoor er stukjes in de poep terecht kunnen komen. Dat is helemaal normaal, zolang het niet meer is dan de hoeveelheid op de foto.
De kleur van de poep zegt veel over wat een kip gegeten heeft. Als de kleur anders uitvalt, dan is het een goed idee om na te gaan wat de kip heeft gegeten. De kip die deze mest uitpoepte, heeft blauwe bessen gegeten waardoor de kleur wat blauw uit is gevallen.
De mest op de foto is oranje gekleurd door het eten van roodsteen. Roodsteen zit soms in een pikmix. Als de kip deze steentjes opeet dan kan de mest oranje kleuren.
Op deze mest zie je eitjes van vliegen. Dit komt vooral voor tijdens warmere zomerdagen. Geen reden tot zorg, wel een goed idee om het nachthok een keer vaker schoon te maken.
Op deze mest zie je eitjes van slakken. Dit komt vooral voor tijdens natte zomerdagen. Geen reden tot zorg, wel een goed idee om in de gaten te houden.
Afwijkende Mest
Verschillende soorten afwijkende mest kunnen wijzen op verschillende problemen:
- Wormen: In de mest zie je de grote spoelworm zitten. Tussen de wormen zie je darmslijmvlies liggen, dit hebben de wormen aangetast.
- Niet goed verteerd voedsel: Dit kan veroorzaakt worden door een wormen besmetting. De wormen tasten de darmen aan waardoor de darmen het niet optimaal kunnen opnemen.
- Coccidiose: Kippen met een coccidiose besmetting kunnen een vettig laagje over de mest krijgen. Dit komt doordat de darmen niet goed functioneren. De vetten worden dan niet volledig afgebroken en opgenomen, waardoor ze met de mest weer mee naar buiten komen. Dit maakt dat de mest er vettig of glanzend uit kan gaan zien. Kippen met coccidiose kunnen gele mest krijgen door beschadigingen aan de darmwand. Dit verstoort het verteringsproces, waardoor gal niet goed wordt opgenomen en samen met de mest naar buiten komt, waardoor de mest een gele kleur kan krijgen.
- Bacteriële infectie: Deze kip heeft zowel coccidiose als een bacteriële infectie.
- Voeding: Deze kip heeft kersen gegeten. De pitten komen er onverteerd uit, waardoor je deze in de mest terugvindt.
Luchtweginfecties bij Kippen
Valt het je op dat je kip niest, snottert, rochelt of kleine belletjes in haar ogen heeft? Dan kan het goed zijn dat ze een luchtweginfectie heeft. In de volksmond wordt dat ook wel ‘snot’ genoemd. Kippen hebben een gevoelig ademhalingsstelsel, waardoor luchtweginfecties regelmatig voorkomen.
Soms begint het heel mild met een kuchje of een klein belletje in het oog, maar het kan snel verergeren. Je kip kan benauwd raken, zich terugtrekken van de groep of stoppen met eten. Als de ogen vol zitten met belletjes of als ze keelpijn hebben dan kan eten en drinken heel lastig worden. En een kip die niet eet of drinkt, verzwakt al snel.
Als bacteriën, schimmels of stof In de luchtzakken komen dan kan het gaan irriteren, alsof het vanbinnen wat begint te schuren. En vanuit daar kan er een ontsteking ontstaan. En dat is meteen het lastige aan luchtwegproblemen bij kippen. Als er slijm of snot vastzit, krijgt een kip dat niet zomaar weg. Ze kunnen niet hoesten of hun neus snuiten, dus wat erin zit, blijft zitten. Ze proberen het er wel uit te krijgen door te niezen, rochelen, of te schudden met de kop, maar vaak helpt dat niet genoeg.
Na een tijdje wordt ademhalen steeds moeilijker. De staart gaat meebewegen bij elke ademhaling, er is een piepje, een rochel of een knorrend geluidje te horen.
Het Ademhalingssysteem van een Kip
Het ademhalingssysteem van een kip bestaat uit twee delen: de voorste luchtwegen en de achterste luchtwegen. De voorste luchtwegen zijn de delen waar de lucht als eerste doorheen stroomt: de neusopeningen, de keel en de luchtpijp. De achterste luchtwegen zitten dieper in het lichaam en bestaan uit de longen en de luchtzakken. Daar vindt de zuurstofopname plaats.
Een luchtweginfectie kan in de voorste luchtwegen zitten, in de achterste, of in allebei. Soms blijft een luchtweginfectie beperkt tot de voorste luchtwegen, maar dat is helaas niet altijd het geval. Als de kip er al even mee rondloopt, of als de weerstand laag is, kan de luchtweginfectie zich uitbreiden naar de achterste luchtwegen. Dat zie je ook terug in de symptomen. Eerst begint het met niezen, wat snot of belletjes in de ooghoeken. Maar daarna wordt de ademhaling zwaarder, zie je de staart meebewegen en begint de kip met open snavel te ademen. Als dat het geval is dan zit de infectie zowel op de voorste als op de achterste luchtwegen.
Als een kip niest door een bacteriële infectie, dan is dat ook terug te zien aan de typische ´bacteriële infectie’ mest. In dat geval gaat het meestal om een infectie op de achterste luchtwegen, dieper in het ademhalingssysteem, richting de longen of luchtzakken. Het lichaam van de kip probeert het ontstekingsmateriaal en de bacteriën kwijt te raken door te niezen. Soms zie je daarbij ook dat de ademhaling wat zwaarder gaat.
Heeft je kip naast het niezen en de typische bacteriële infectie mest ook belletjes op de ogen en een rochelende ademhaling?
Sinus Ontsteking
Bij een sinusontsteking raakt de ruimte rondom de ogen of boven de snavel ontstoken. In die holtes, ook wel sinussen genoemd, hoopt zich infectiemateriaal op. Bij kippen is dat vaak geen dun slijm zoals bij mensen, maar een dikke, kaasachtige substantie. Daardoor kan het lichaam het niet makkelijk zelf afvoeren.
Als daar ontsteking ontstaat, verzamelt zich slijm, pus en vocht in de holte. Dat zorgt voor zwelling, en die kan duidelijk zichtbaar worden aan één of beide kanten van het gezicht. Afhankelijk van de plek en de ernst van de ontsteking, kan de zwelling er heel verschillend uitzien: van een lichte bobbel onder het oog tot een stevige verdikking rond de hele oogkas.
Let op: als je kip benauwd is dan kost ademhalen veel moeite. Een product in de snavel geven kan dan extra belastend zijn. Ze kunnen zich ook sneller verslikken. Wees daarom extra voorzichtig. Geef kleine beetjes tegelijk en geef haar tussendoor de tijd om te slikken en op adem te komen.
Gebruik je Luchtwegmix? Dan kun je soms meteen merken dat het slijm loskomt. Je kip kan tijdelijk wat vaker niezen, rochelen of met de kop schudden.
Zorgen dat ze blijft eten en drinken
Als een kip ziek is dan heeft ze vaak minder eetlust, maar zonder voldoende voedingsstoffen verzwakt ze nog sneller. Daarom zorg ik ervoor dat ze blijft eten, ook al zijn het maar kleine beetjes. Als ze nog zelf eet, dan geef ik naast het gewone voer een beetje gekookt ei. Dit is makkelijker op te nemen en geeft sneller energie. Als ze helemaal niet eet, dan help ik haar met eten.
Belangrijke Verzorgingspunten
De drinkbak schoonmaken
Bij luchtweginfecties kunnen bacteriën zich makkelijk verspreiden via het drinkwater. Als een zieke kip drinkt, laat ze onzichtbare druppeltjes achter in de bak. Als andere kippen daarna uit diezelfde bak drinken, dan kunnen zij de bacteriën ook binnenkrijgen.
Ogen in de gaten houden
Ik let altijd goed op of mijn kip haar ogen openhoudt. Bij een luchtweginfectie kan er namelijk slijm of snot in de ogen komen, wat zorgt voor irritatie. De ogen kunnen dan gaan tranen of zelfs aan elkaar plakken. Als een kip niets meer ziet, stopt ze vaak ook met eten en drinken en dat wil je natuurlijk voorkomen. Een oogzalf lijkt dan misschien een logische oplossing, maar ik heb gemerkt dat dit bij mijn kippen niet altijd goed werkt. Soms lijkt het oogje er zelfs wat onrustiger van te worden. Wat ik dan liever doe: ik maak het oogje voorzichtig schoon met afgekoeld lauw water of kamillethee.
Verstopte neus
Ik controleer of de neus van mijn kip verstopt is. Dat zou de ademhaling namelijk behoorlijk kunnen belemmeren. Als ik zie dat de neus inderdaad verstopt is dan smeer ik een klein beetje kokosolie op het neusgat. Kokosolie is zacht en verzorgend, en helpt bij mijn kippen om het opgehoopte snot los te weken. Daarna houd ik er een lauwwarm washandje tegenaan, een paar minuutjes, zodat alles wat zachter wordt. Vervolgens peuter ik het voorzichtig los met een tandenstoker. Dat doe ik altijd met beleid, want het gebied rond de neus is gevoelig. Is de inhoud nog te hard om los te krijgen? Dan smeer ik het neusgat een paar avonden achter elkaar in met kokosolie, zonder te peuteren.
Wat mij opvalt bij luchtweginfecties, is dat de klachten ’s ochtends vaak het hevigst zijn. Denk aan dichtzittende ogen, meer gerochel en meer niezen. ’S nachts bewegen kippen nauwelijks waardoor slijm zich gemakkelijker ophoopt en blijft vastzitten in de luchtwegen. Als ze ’s ochtends opstaan, dan moet dat eerst loskomen.
Luchtweginfecties zijn helaas niet altijd te voorkomen. Vooral in periodes van wisselvallig weer merk ik dat mijn kippen er gevoeliger voor zijn. Op het weer zelf heb ik natuurlijk geen invloed, maar wat ik wél kan doen, is mijn kippen in die periodes extra ondersteunen. Bij temperatuurwisselingen, of zodra ik de eerste lichte symptomen zie opkomen, geef ik ze direct 4 dagen Luchtwegmix door het drinkwater. Zo kan ik de luchtwegen van mijn kippen meteen een steuntje in de rug geven.
Preventieve Maatregelen
Naast ondersteuning van binnenuit heb ik in de praktijk ook ontdekt wat nóg meer verschil maakt om luchtwegproblemen bij mijn kippen te voorkomen:
Gezonde Infectiedruk
Hoe kleiner de leefruimte, des te groter de kans dat je kippen luchtwegklachten krijgen. Bij een luchtweginfectie speelt de omgeving namelijk een grote rol. In een krappe ruimte hangt sneller stof, blijft de lucht langer stil staan en is er minder frisse ventilatie. En juist daardoor kunnen bacteriën zich makkelijk verspreiden via de lucht en de luchtwegen sneller geïrriteerd raken.
- Voor het nachthok houd ik 0,3 m² per kip aan.
- Voor de buitenruimte houd ik minimaal 5 m² per kip aan, zolang ze daarnaast ook nog door de tuin mogen scharrelen.
Is je hok of ren eigenlijk wat aan de kleine kant? Geen stress, maar dan is het wél extra belangrijk om de boel schoon te houden.
Het drinkwater iedere dag verversen
Als een kip met luchtwegklachten uit de drinkbak drinkt, dan kan er via speeksel of snot ziektekiemen in het drinkwater terechtkomen. En als de rest daarna gewoon uit diezelfde bak drinkt dan kunnen zij ook de ziektekiemen binnenkrijgen. Zo kan een luchtweginfectie zich heel snel door de hele groep verspreiden, zeer als meerdere kippen uit één bak drinken.
Daarom ververs ik het drinkwater elke dag, en op warme dagen soms zelfs twee keer per dag. Niet alleen blijft het water zo fris, het verkleint ook de kans op besmetting. De drinkbakken zelf maak ik daarbij ook regelmatig schoon met warm water en een sponsje, zodat er geen slijmerige aanslag of vuil achterblijft waarin bacteriën zich kunnen ophopen.
Zorgen voor een overdekte ruimte
Kippen hebben een plek nodig waar ze kunnen schuilen als het regent. Rassen zoals zijdehoenders en krulveerkippen kunnen zelfs niet zonder overdekte ren. Hun veren zijn niet waterdicht, waardoor ze sneller nat worden en afkoelen.
Een droge, beschutte plek hoeft geen luxe plek te zijn van duizenden euro's. Een afdakje in de ren, een zeil over een deel van het hok of een vaste overkapping, het maakt niet uit hóé je het oplost. Als ze maar de mogelijkheid hebben om droog te staan als het regent.
Chronische Luchtweginfecties
Niet alle luchtweginfecties verdwijnen helemaal uit het lichaam. Sommige ziekteverwekkers kunnen zich in de luchtwegen ‘nestelen’ en daar langdurig, soms zelfs blijvend, aanwezig blijven. Zolang de weerstand van de kip sterk is, blijft zo’n infectie vaak op de achtergrond. Je ziet dan niets aan de buitenkant, en de kip gedraagt zich gewoon zoals altijd.
Maar zodra er iets gebeurt dat extra energie kost, zoals kou, rui, stress, een verandering in de groep of een andere ziekte, kan de infectie opnieuw actief worden. De klachten komen dan plotseling terug, soms in lichte vorm, maar soms ook vrij heftig.
Chronische luchtweginfecties bevinden zich vaak in de voorste luchtwegen. Daar kunnen bacteriën of virussen langdurig aanwezig blijven, zonder dat ze volledig opgeruimd kunnen worden. Dan kun je denken aan milde maar aanhoudende symptomen zoals rochelen en niezen. In tegenstelling tot een acute infectie, die hevig maar kortdurend is, kunnen chronische infecties steeds weer de kop opsteken.
Het is goed om te beseffen dat een kip met een chronische luchtweginfectie er op het oog gezond uit kan zien. Maar als er iets verandert in haar omgeving dan kan dat net genoeg stress geven om een sluimerende infectie weer actief te maken.
Wetenschappelijke Bronnen
- Sivaseelan, Soundarapandian, Shanmugasamy Malmarugan, and Perumal Balachand Balachandran A. Balasubramaniam: Synergistic pathological effect of Mycoplasma gallisepticum with other infectious organisms in layer chickens. Brazilian Journal of Veterinary Pathology, 2017
- Umar, S: Mycoplasmosis in poultry: update on diagnosis and preventive measures. World's Poultry Science Journal, 2017
- El-Fetouh, Moustafa S. Abou: Pathological Studies on Infectious Bronchitis Disease in Chickens. Zagazig Veterinary Journal, 2017
- Adebiyi, A. I., and A. F. Fagbohun: Infectious Bronchitis Virus in Captured Free-Living, Free-Range and Intensively Reared Birds in Southwest Nigeria. Folia Veterinaria, 2017
- Zaki, Mona S., Suzan O. Mostafa, and Nagwa S. Rabie.: Aspergillosis in chickens and human contacts.
labels: #Kip




