De merel (Turdus merula) is de meest algemene en een van de bekendste vogels van ons land. Het is zelfs de talrijkste broedvogel van Nederland. Met hun melodieuze zang en kenmerkende uiterlijk zijn merels een geliefde verschijning in tuinen en parken. Merels zijn standvogels en trekken daarmee tijdens de wintermaanden niet naar het buitenland. Hierdoor houden zij meer energie over om meerdere legsels per seizoen te leggen in vergelijking met zomergasten.
Uiterlijk en herkenning
- Mannetje: Geheel zwart met een gele of oranjeachtige snavel.
- Vrouwtje: Donkerbruin van kleur met een iets lichtere, bruin gestreepte borst en een snavel die varieert van geel tot bruin.
- Jonge merels: Lijken veel op vrouwtjes, maar zijn vaak donziger en iets lichter van kleur.
De kleur van de snavel is bij het mannetje geel of oranjeachtig en bij het vrouwtje variërend van geel tot bruin. Jonge merels lijken veel op vrouwtjes maar zijn vaak donziger en lijken daardoor groter dan volwassen vrouwtjes, ook is het verenkleed iets lichter.
Gedrag en leefgebied
Merels zijn luidruchtig. Als er een kat in de buurt is, waarschuwen ze langdurig met hun luide alarmroep andere dieren. Waar grasvelden zijn (hoe klein ook) en bomen en struiken, daar zijn merels. En in bijna geheel Nederland is zo'n biotoop voorhanden. Van weilanden tot wegbermen, merels weten er hun voedsel te vinden.
Merels komen in geheel Europa voor, behalve in het uiterste noorden. Lapland en het overig arctisch Europa is te koud en boomloos voor merels. Merels zijn met hun zang vaak 's morgens de eerste en 's avonds de laatste, een echte schemering zanger.
Merels zoeken hun voedsel voornamelijk op de grond, tussen bladeren of op het gras. Met veel energie worden bladeren aan de kant gegooid in de hoop insecten en bodemdiertjes hier tussen te vinden.
Het liefst maken ze hun nest in dichte struiken of lage bomen, in klimop en andere lage beplantingen. Ook veelvuldig in steden, in tuinen en groenstroken. Het nest is een relatief grote kom, gemaakt van droog gras en kleine takjes. De binnenkant is bekleed met modder, fijner gras en plantstengels.
Broedseizoen en legsels
Merels broeden van eind maart tot in juli. Mannetje geheel zwart en vrouwtje donkerbruin van kleur met iets lichtere borst, die bruin gestreept is. Heeft twee legsels (soms drie) per broedseizoen, met elk 4-5 eieren. Broedduur: 11-15 dagen.
Per legsel legt de merel gemiddeld 4 tot 5 eieren. Gemiddeld zijn de eieren 3 cm en kleuren de eieren blauwgroen met bruinrode vlekjes. Dit heeft als functie om ze zo goedmogelijk te camoufleren en daarbij het nestsucces ook weer te vergroten. Nu is het spannend en afwachten wat er met dit nest zal gebeuren.
Gemiddeld duurt het 14 dagen voordat de jongen uitkomen en het voeren kan beginnen. Wanneer de eiëren uitgekomen zijn, begint het voeren. haar partner. Onder meer fruit, regenwormen en kleine insecten. voeren van de jongen.
De nesten zijn vaak makkelijk te vinden waardoor veel eieren en jongen aan katten en kraaien ten prooi vallen. Ze compenseren dit natuurlijke verlies door veel jongen groot te brengen. De eieren zijn groen van kleur met kleine bruinrode vlekjes.
Na het uitkomen zijn de jongen nog volledig naakt en hulpeloos. Hun ontwikkeling verloopt echter snel:
- Na 2-3 dagen beginnen de eerste veren door te komen.
- Na ongeveer een week openen de jongen hun ogen.
- Rond dag 10-12 hebben ze al een volwaardig verenkleed.
- Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest, vaak nog voordat ze goed kunnen vliegen.
Jongen zitten 12-15 dagen op het nest. Jongen zitten 12-15 dagen op het nest. Nest verborgen in haag,struik, klimop, onder afdaken en in houtstapels. Er wordt soms ook gebruik gemaakt van half open nestkasten.
Bedreigingen en bescherming
Recentelijk heeft de soort echter te lijden gehad onder het usutuvirus. Ondanks die verliezen zijn de merels nog steeds zeer talrijk: ze compenseren dit natuurlijke verlies door veel jongen groot te brengen.
Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn merels beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. Nesten van merels zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd.
Wat te doen bij het vinden van een jonge merel
Het is niet ongewoon om in het late voorjaar of de vroege zomer jonge merels op de grond aan te treffen. Hier volgen enkele tips over hoe te handelen in zo’n situatie:
- Observeer eerst: Als je een jonge merel op de grond ziet, observeer de situatie eerst van een afstand. Vaak zijn de ouders in de buurt en zullen ze het jong blijven voeden en beschermen.
- Laat het jong met rust: In de meeste gevallen is het beste wat je kunt doen niets doen. Jonge merels op de grond zijn meestal geen weesvogels, maar doorlopen een normale fase in hun ontwikkeling.
- Alleen ingrijpen bij direct gevaar: Als het jong zich in een gevaarlijke situatie bevindt (bijvoorbeeld op een weg of in het bereik van huisdieren), kun je het voorzichtig verplaatsen naar een veiligere plek in de directe omgeving.
- Controleer op verwondingen: Als het jong er ziek of gewond uitziet (bijvoorbeeld als het niet alert is, een hangende vleugel heeft, of zichtbare verwondingen), neem dan contact op met een lokale dierenambulance of vogelopvang voor advies.
- Terugplaatsen in het nest: Als je zeker weet dat een zeer jong merelkuiken (nog zonder veren) uit het nest is gevallen, en je kunt het nest lokaliseren, mag je het voorzichtig terugplaatsen. Merels zullen hun jong niet afwijzen vanwege menselijke geur.
- Wees voorzichtig met ‘redden’: Goedbedoelde ‘reddingsacties’ kunnen vaak meer kwaad dan goed doen. Jonge merels hebben de beste overlevingskansen als ze door hun natuurlijke ouders worden grootgebracht.
Hoe kun je merels helpen?
Door inheemse struiken en bomen te planten, zoals meidoorn, vlier en bessenstruiken, geef je merels beschutting, nestgelegenheid en voedsel. Laat ook een deel van je gazon langer groeien, dit trekt insecten aan, wat een belangrijke voedselbron voor merels is. Door verschillende lagen in je tuin te creëren met hoge bomen, middelhoge struiken en bodembedekkers, bied je merels diverse niveaus voor foerageren en nestelen.
Door het aanbieden van het juiste vogelvoer in je tuin kan een groot verschil maken voor jonge merels die nog niet goed in staat zijn om zelf hun voedsel te vinden. Je kunt ze ook helpen door aanvullend voer aan te bieden, zoals gedroogde meelwormen, zonnebloempitten en vetbollen. Zorg ook voor water in je tuin door een ondiepe waterschaal of vijver te plaatsen. Dit biedt merels de mogelijkheid om te drinken en te badderen, wat belangrijk is voor hun gezondheid.
Het gebruik van pesticiden kan schadelijk zijn voor merels en hun voedselbronnen, dus kies waar mogelijk voor natuurlijke alternatieven of biologische bestrijdingsmethoden. Om merels te beschermen, is het belangrijk om katten binnen te houden, vooral tijdens het broedseizoen, aangezien zij een van de grootste bedreigingen voor jonge merels zijn.
Gemiddelde levensduur van een merel
Gemiddeld wordt een merel ongeveer 2 tot 4 jaar oud, maar sommige exemplaren kunnen in de juiste omstandigheden wel 10 jaar of ouder worden. Net als bij veel vogels hangt de leeftijd van een merel sterk af van de omgeving en eventuele gevaren, zoals roofdieren en voedselbeschikbaarheid.
labels: #Ei




