Eén van de meest bekende en geliefde vogels in Nederland is de wilde eend, ook wel Mallard of Anas Platyrhunchos (Latijn) genoemd. Ze komen veel in het wild voor en je hoort ze van grote afstand druk met elkaar communiceren. Met name het vrouwtje zet graag een luid gekwaak op.
Kenmerken van de wilde eend
De wilde eend, zoals deze in Nederland veel voorkomt, heeft kenmerken die erg opvallend zijn. Het mannetje, dat Woerd wordt genoemd, heeft een kleurrijk verendek op de kop en is te herkennen aan de glanzend groene kleur op de kop. Verder heeft de Woerd een witte halsband en een kastanjebruine borst. Het vrouwtje is minder kleurrijk en is vaak bruin als schutkleur. Dit komt goed van pas tijdens het broeden. De woerd en de eend hebben als overeenkomst de blauw-paarse vleugelspiegel of tekening, die je over het verendek heen ziet. Ze hebben oranje poten en een gelige of bruine, brede, platte snavel. Een volwassen wilde eend is ongeveer tussen de 51 en 62 cm groot, met een spanwijdte van 91 tot 98 cm. Ze wegen tussen de 700 en 1500 gram. Jonge eendjes hebben eveneens schutkleuren en zijn vaak onderop geel en van boven bruin.
In Nederland is de wilde eend de meest voorkomende soort eend. Ze komen echter ook voor in Noord- en Centraal-Amerika, Azië en in het Caribisch gebied. De wilde eend vind je eigenlijk overal waar voedselrijke wateren zijn. Hierbij kun je denken aan rivieren, kanalen, maar ook boerensloten. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit waterplanten, grassen en kleine waterdiertjes waaronder visjes. Daarnaast eten ze graag wormen en slakken die ze vinden op het land. Ook kroos eten ze graag, vandaar de naam Eendenkroos.
Voeding van de wilde eend
Het ideale dieet voor de gehouden wilde eend bestaat uit een onderhoudskorrel en een aanvulling zoals groente en fruit of gedroogde insecten. De onderhoudskorrel dient als het hoofdvoer voor de eend. De korrels bevatten alle belangrijke voedingsstoffen die volwassen eenden nodig hebben. Om er zeker van te zijn dat de eenden genoeg eiwitten binnenkrijgen kun je ze gedroogde insecten geven. De gedroogde insecten zitten bomvol dierlijke eiwitten en zijn daarom een goede aanvulling op het voer.
Broedseizoen en eieren leggen
Jaarlijks begint voor veel vogels de vogeltrek. Zo ook de wilde eend. Ze trekken bij slecht weer slechts over kleine afstanden en blijven in Europa of gaan naar Groot-Brittannië en Ierland. Wilde eenden vallen namelijk onder de strandvogels en blijven dicht bij hun broedgebied. Ze worden om die reden ook wel ‘blijver’ genoemd. Ze kunnen onder slechte omstandigheden en voedselgebrek overleven maar als de omstandigheden echt te slecht worden, willen ze nog weleens naar het Zuiden trekken. Wanneer ze weer terugvliegen, weet je dat het voorjaar in aantocht is.
Eenden broeden van februari tot augustus. In februari richten de eenden zich op het paren, waarna het broeden in het voorjaar begint. De wilde eend legt per jaar ongeveer één en soms twee nesten eieren. Een nest kan wel tot 15 eieren hebben. Het vrouwtje legt maar 1 ei per dag en voor een nest van 15 eieren is ze dan ook meer dan twee weken bezig. Op het moment van uitkomen zullen de jonge pulletjes met elkaar communiceren (piepen) zodat dit allemaal tegelijk gebeurd.
Eieren die nog in het nest blijven liggen, komen in de meeste gevallen niet meer uit, omdat moeder eend zich bezighoudt met de jongen en geheel stopt met broeden. Door zoveel mogelijk eieren te leggen, is er een grotere overlevingskans. De eieren zijn namelijk een gemakkelijk prooi voor roofdieren. Net zoals de jongen als deze eenmaal op het water dobberen. Het uitbroeden wordt door het vrouwtje gedaan en zij blijft eigenlijk bij de gehele broed, 24 tot 28 dagen, op het nest zitten. Vaak eten ze niet of nauwelijks in deze periode. Het mannetje bemoeit zich niet met het broeden en ook niet met de kuikens. De Woerd gaat in deze periode vaak in een dubbele rui. Hierbij verliest hij zijn verendek voor nieuwe veren en is de Woerd kwetsbaar omdat hij niet kan vliegen.
Artikel 12 van de flora- en faunawet geeft aan dat het niet toegestaan is om eendeneieren uit de natuur te halen of eenden te vangen en te houden. De eieren mogen ook niet vernield of beschadigd worden. Jonge eendjes die je in het wild vindt en waarvan je zeker weet dat het niet toebehoort tot een tam ras, kun je altijd het beste naar een erkend opvangcentrum voor vogels brengen.
Uiterlijk en verspreiding
Deze eend onderscheidt zich door zijn krullende staartveren. Geen enkele andere eend heeft krullen in zijn veren. De wilde eend is een algemeen voorkomende eend, die vooral in het westen van het land te vinden is bij vijvers. De mannelijke wilde eend is te herkennen aan zijn groene kop en donkerbruine borst. In zijn nek heeft hij een witte band. Zijn gekrulde veren zijn zwart.
Zo ziet het mannetje er echter alleen uit in prachtkleed, tijdens het broedseizoen. Na het broedseizoen lijkt hij meer op het vrouwtje. De vrouwelijke wilde eend is bruin en valt een stuk minder op. Beide eenden hebben een donkerblauwe streep op de vleugels. Deze streep heeft aan beide zijden een witte rand. Vooral in de vlucht is dit goed te zien.
Na het broedseizoen zijn het mannetje en het vrouwtje alleen te onderscheiden door de kleur van de snavel. De snavel van het mannetje is dan geel, terwijl de snavel van het vrouwtje zandkleurig is. Een volwassen wilde eend is 50 tot 65 centimeter groot, met een spanwijdte van bijna een meter. De wilde eend is te vinden in de grote gematigde en boreale gebieden van Europa en Noord-Amerika. Veel wilde eenden zijn tegenwoordig gekruist met gedomesticeerde eenden, waardoor er veel mengvormen zijn ontstaan.
Daardoor kent de wilde eend een brede verspreiding. In Nederland is hij het meest in het westen te vinden, omdat hier natuurlijk de waterrijke gebieden te vinden zijn. De wateren moeten wel genoeg voedsel voor de wilde eend bevatten. Ze kiezen het liefst voor zoet water, maar u vindt de wilde eend soms ook bij zout water. Naast vijvers kunt u de wilde eend ook zien bij sloten, kanalen en vennen. Zolang het water maar ondiep is kan de wilde eend hier genoeg voedsel vinden. Zijn nest maakt hij vaak in de buurt van het water. Er wordt dan een beschut plekje uitgezocht, zoals tussen de planten of in de struiken langs een vijver.
De wilde eenden die in gematigde regio’s wonen zijn standvogels. Dit houdt in dat ze ook in de winter op hun plek blijven. De wilde eend is dus het hele jaar door in Nederland te vinden. Bij slecht weer willen ze nog wel eens een kleine afstand afleggen. Vanaf februari start de broedperiode. Deze duurt in verhouding met die van andere broedvogels erg lang, hij kan namelijk tot augustus duren. Voordat deze periode aanbreekt vormen de wilde eenden koppeltjes. De mannetjes zijn dan zeer agressief tegen hun rivalen.
Dit leidt tot veel gevechten, sommige mannelijke wilde eenden proberen elkaar zelfs te verdrinken. Als de koppeltjes gevormd zijn wordt het nest gemaakt. Ze zoeken dan eerst een beschutte locatie op. Wanneer deze gevonden is, maken de eenden een kuiltje. Dit kuiltje vullen ze mos, veertjes en kleine takjes. Je kunt vaak meerdere nesten bij elkaar in de buurt vinden, omdat wilde eenden vaak in kleine groepjes broeden. Tijdens de broedperiode kan een wilde eend 2 of 3 legsels hebben. In één legsel kunnen 6 tot 10 eieren zitten. Na het leggen duurt het 24 tot 32 dagen voordat de eieren uitkomen. Het duurt nog vrij lang voordat de jonge eenden kunnen vliegen: gemiddeld 55 dagen.
Eendenmand
Woont u in waterrijk gebied en wilt u de wilde eenden een handje helpen? Het plaatsen van een Eendenmand kan helpen om het broedsucces van de eenden te verhogen. Door de vorm van de korf kunnen er geen roofdieren in, waardoor de eieren niet verloren gaan. Eendenkorven worden vaak op een kleine verhoging boven het water geplaatst.
Voedsel
Wilde eenden zijn omnivoren. Ze eten dus wat aanwezig is. Ze eten vaak waterplanten en grassen, maar eten soms ook kleine dieren die in het water leven. De eend neemt dan een kleine duik onder water en verzamelt daar eten. Ze kunnen dus goed voor hun eigen eten zorgen. Het is af te raden om wilde eenden bij te voeren. Vooral brood is slecht voor de eend.
Waarom zien we minder wilde eenden?
Veel mensen merken op dat ze steeds minder Wilde Eenden zien. Ook Sovon, de organisatie die de ontwikkeling van vogels in Nederland bijhoudt, constateert dat de Wilde Eend de laatste decennia gestaag afneemt in Nederland. Sinds de jaren '90 is meer dan 30% van de broedpopulatie verdwenen. Wat daar precies de oorzaak van is, is niet duidelijk. Onderzoek heeft aangetoond dat het onwaarschijnlijk is dat het met de jachtdruk te maken heeft (Van den Bremer et al. 2015).
Ook lijken Wilde Eenden niet minder eieren te leggen dan normaal. Een plausibele theorie is dat de kuikenoverleving zo laag is, dat er niet voldoende eendenkuikens groot worden om de natuurlijke sterfte te compenseren (Schekkerman et al. 2016). Destijds wisten we echter vrijwel niets over de overleving van eendenkuikens in Nederland.
Het idee voor dit zogenaamde 'citizen science' project is simpel: we willen graag het aantal en de leeftijd van de eendenkuikens per eendengezin weten. Door per leeftijdsklasse te weten uit hoeveel kuikens een gezin bestaat, kunnen we uitrekenen in welke fase de grootste sterfte plaatsvindt en hoeveel eendenkuikens uiteindelijk vliegvlug worden. Als we bovendien deze informatie krijgen uit verschillende landschappen, zoals laagveenpolder, zandgronden of stedelijk gebied, kunnen we ook vergelijken of de kuikenoverleving en de broedselgrootte tussen die landschapstypen verschilt.
Het schatten van de leeftijd van eendenkuikens kan lastig zijn, maar is wel cruciaal voor onze analyse. Het zou ons daarom erg helpen als u een foto van de eendenkuikens meestuurt met uw melding. De kuikenoverleving wordt berekend op basis van eendengezinnen die minstens twee keer gemeld zijn.
In totaal kwamen bijna 2000 waarnemingen van eendenkuikens binnen van maar liefst 456 verschillende waarnemers, verspreid over heel Nederland. Een gemiddeld eendengezin startte met tussen de 7 en 8 eendenkuikens (met één uitschieter tot 21 kuikens!). In de eerste weken trad de meeste sterfte op. Eenden met jongen van meer dan 3 weken hadden gemiddeld nog 5 jongen, maar het aantal waarnemingen was veel lager, wat suggereert dat heel veel eenden hun hele nestje al kwijt waren.
Resultaten van het proefjaar 2016
- Later in het seizoen minder kuikens - Berekeningen uit het broedseizoen van 2016 laten zien dat het gemiddelde aantal kuikens per gezin afneemt naarmate het seizoen vordert. In de leeftijdsklasse van 0-1 week oud zijn er per gezin in april bijna twee keer zoveel kuikens als in augustus.
- Eendenkuikens hebben het moeilijk bij koud weer - In 2016 bleek ook dat het weer invloed heeft op de kuikenoverleving. Eendenkuikens kunnen zichzelf nog niet goed warm houden en mogelijk zorgt regen en kou voor verhoogde sterfte. Uit de analyse bleek inderdaad dat er een verband is tussen de temperatuur en het aantal eendenkuikens per gezin. Een gemiddeld temperatuurverschil van 7C over vijf dagen zorgde voor één kuiken meer of minder per gezin. Mogelijk heeft regen (en hagel) een groter effect op de overleving, maar dat moet nog worden onderzocht.
- In de stad één kuiken minder dan daarbuiten - De gevaren die wilde eenden tegenkomen, hangen voor een deel af van de omgeving waarin ze leven. In de stad hebben ze bijvoorbeeld te maken met verkeer en beschoeide waterkanten, terwijl ze op het platteland te maken krijgen met het maaien van weilanden en misschien andere roofdieren. De waarnemingen uit 2016 laten inderdaad zien dat het aantal eendenkuikens per gezin verschilt tussen de stad en het platteland. Gemiddeld heeft een eendengezin in de stad één kuiken minder. Wat opvalt, is dat dat verschil voor elke leeftijdsklasse hetzelfde is. Het lijkt er dus niet op dat de kuikensterfte hoger is in de stad, maar dat de nesten mogelijk kleiner zijn.
Wat kunt u doen?
U kunt ook zelf de Wilde Eend een handje helpen. Vooral in stedelijk gebied is het vinden van broedgelegenheid soms een probleem voor Wilde Eenden. Als u een tuin heeft langs het water, kunt u een hoekje of strookje langs het water laten 'verruigen' in het voorjaar, zodat eenden een rustige schuilplaats hebben om te broeden. U kunt ook een eendenkorf plaatsen waar eenden veilig in kunnen broeden.
Gedrag en leefomgeving
Wilde eenden komen in en buiten het broedseizoen in uiteenlopende biotopen waar water is, tot diep in de stad. Het gedrag tussen stadseenden en ‘buiteneenden’ verschilt sterk. In de stad zijn ze erg tam en aangepast aan de stedelijke omgeving. Daardoor zijn ze relatief vaak het slachtoffer van verkeer en predatie. Door de hoge dichtheden hebben een negatief effect op de waterkwaliteit in parken en sloten. In het buitengebied komen wilde eenden in veel lagere dichtheden voor. Het gedrag is ook minder tam.
Wilde eenden vormen in de winter en het voorjaar paartjes. Daarbuiten is de binding afwezig. Wilde eenden eten en rusten overdag en foerageren ’s nachts onder andere op landbouwgronden. In de ochtend vliegen ze weer terug naar hun dagverblijven op en bij meren, plassen, poelen en sloten. Tijdens de ruiperiode vanaf eind juni kunnen zij enige tijd niet vliegen en zijn dan bijzonder kwetsbaar.
Bescherming van de wilde eend
De wilde eend is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn wilde eenden beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen.
De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van wilde eenden zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd.
De wilde eend is aangewezen als soort die onder strikte voorwaarden mag worden bejaagd door jachtgerechtigden gedurende bepaalde periodes van het jaar (15 augustus tot en met 31 januari). De wilde eend is door een aantal provincies aangewezen als soort die belangrijke schade veroorzaakt. In de relevante omgevingsverordening is vastgelegd welke maatregelen onder voorwaarden door grondgebruikers mogen worden gebruikt ter voorkoming of bestrijding van belangrijke schade door deze soort.
Verschillende natuurgebieden die door wilde eenden worden gebruikt als broedgebied, foerageergebied of slaapplaats, zijn aangewezen en beschermd als Natura 2000-gebied. Het gaat onder andere om de Biesbosch, het Lauwersmeer en Sneekermeergebied.
labels: #Ei




