Wanneer iemand een levensbeperkende ziekte of kwetsbaarheid heeft, wordt er palliatieve zorg geboden. Deze zorg start vanaf het moment dat bekend is dat genezing niet meer mogelijk is. De periode waarin palliatieve zorg wordt gegeven kan lang maar ook kort zijn. Dat hangt af van de onderliggende ziekte of kwetsbaarheid en de fase waarin de persoon zich bevindt. Kwaliteit van leven en de wensen en behoeften van de patiënt staan in deze fasen altijd voorop.
De Palliatieve Fases
Palliatieve zorg kent verschillende fases. Deze zijn niet afgebakend. Vaak lopen deze fasen tegelijkertijd naast elkaar en door elkaar heen. Toch zijn er grofweg fases te onderscheiden:
- Ziektegerichte palliatieve fase: De ziekte wordt behandeld zonder dat genezing mogelijk is. Het doel is om de ziekte zo lang mogelijk te remmen, of stil te laten staan, en de gevolgen van de ziekte beperkt te houden.
- Symptoomgerichte palliatieve fase: De ziekte gaat verder en er ontstaan mogelijk meer klachten. Er wordt geen behandeling meer gegeven om de ziekte te remmen maar wel om de gevolgen (de symptomen) van de ziekte zo veel mogelijk te beperken of te verlichten. Ook voeding en vocht krijgt dan een andere rol.
- Terminale symptoomgerichte palliatieve fase: In deze fase, ongeveer de laatste 3 maanden voor het overlijden, wordt symptoomverlichting steeds belangrijker en verandert de focus van de zorg verder richting het naderende sterven. Soms moeten er belangrijke beslissingen genomen worden ten aanzien van voeding en vocht.
- Stervensfase: Deze fase sluit de terminale fase af. Dan verschuift de aandacht van kwaliteit van leven naar kwaliteit van sterven. Deze fase duurt meestal slechts enkele uren tot dagen, tot het overlijden.
In de stervensfase is inname van voeding en vocht geen prioriteit en zal dit geheel vanzelf stoppen of gestopt worden. In de stervensfase kondigt het overlijden zich onherroepelijk aan en sterft iemand binnen enkele uren tot dagen. In de stervensfase moet eten, drinken en toedienen van vocht afgestemd worden op de afnemende lichaamsfuncties. Wanneer het lichaam aan het sterven is, gaan de organen steeds minder goed werken. De spijsvertering schakelt langzaam uit en het lichaam kan steeds minder goed voedsel verteren.
Het is belangrijk om te weten dat iemand in de stervensfase niet doodgaat omdat er niet gegeten of gedronken wordt. Diegene verliest geleidelijk aan zijn interesse in eten en drinken en houdt er op enig moment ook spontaan mee op. Dit is een natuurlijk proces.
Indien er nog gebruikt gemaakt wordt van kunstmatig toegediende voeding, zal dit gestopt worden. Het stoppen van deze kunstmatig toegediende voeding kan al in de terminale symptoomgerichte fase plaatsvinden. Dit zijn ongeveer de laatste 3 maanden voordat iemand komt te overlijden. Het kan zijn dat deze voeding gestopt wordt, maar dat iemand wel in staat is om te drinken. Daardoor kan het zijn dat iemand nog een periode in leven blijft door alleen elke dag wat vocht binnen te krijgen.
Algemene Symptomen en Veranderingen
Veel voorkomende symptomen en veranderingen in de (terminale) symptoomgerichte palliatieve fase, die voor een deel te maken hebben met voeding en vocht, zijn; gewichtsverlies, spierzwakte, gewichtstoename, pijn, benauwdheid, vermoeidheid, gebruik van voedingssupplementen, omgang met voeding en vocht, verandering in de sociale beleving en de betekenis van eten en drinken.
Afhankelijk van de palliatieve fase waarin iemand zich bevindt kunnen symptomen en veranderingen beïnvloed of geaccepteerd worden. De arts/VS/PA of diëtist zal dit bespreekbaar maken. Het kan ook zelf bespreekbaar gemaakt worden. Blijf niet met vragen zitten, uitleg en/of behandeling kan de kwaliteit van leven verbeteren.
Gewichtsverlies en Spierzwakte
Gewichtsverlies komt vaker voor dan gewichtstoename. Gewichtsverlies kan door verschillende oorzaken komen, zoals door gebrek aan eetlust, problemen van de mond, keel, slokdarm of maag en darmen. Het komt ook door de ziekte zelf omdat er veranderingen in de stofwisseling optreden. Uiteraard kan het ook een gevolg zijn van de behandeling (zoals een operatie of chemotherapie) of door het gebruik van medicijnen.
In combinatie met gewichtsverlies ontstaat er vaak ook spierzwakte. De spieren nemen in omvang en kracht af. Hiermee wordt ook verlies van conditie ervaren. De combinatie van gewichtsverlies en spierzwakte kan dagelijkse bezigheden moeilijker maken.
Wanneer er een fors gewichtsverlies met spierzwakte is wordt dat het ‘cachexie syndroom’ genoemd en dit is onomkeerbaar. Dan is er meestal ook een tekort aan vitamines en mineralen. Dit syndroom wordt regelmatig gezien in de terminale- en stervensfase.
Gewichtstoename
Gewichtstoename in de palliatieve fasen komt niet vaak voor. Wanneer het ontstaat kan dat komen door behandelingen van een ziekte (chemotherapie, hormoontherapie, operaties), door ziekte zelf (vochtophoping onder de huid of in de buik) en door minder lichaamsbeweging. Natuurlijk kan het ook ontstaan door teveel en te calorierijk eten, zeker wanneer er meer trek is of juist een verminderde verzadigingsprikkel, bijvoorbeeld bij het gebruik van bepaalde medicijnen.
Pijn, Benauwdheid en Vermoeidheid
Door pijn, benauwdheid en vermoeidheid kan eten en drinken een opgave zijn. Bij deze klachten is er vaak minder zin in eten. In het geval van pijn en benauwdheid kan behandeling van die klacht helpen om daarna weer beter te kunnen eten en drinken. Vermoeidheid kan zorgen voor verminderde eetlust maar ook voor beperkingen in het voorbereiden van maaltijden en het halen van boodschappen. Bespreek de klachten die eten en drinken in de weg staan met de arts/VS/PA.
Omgaan met Voeding en Vocht
De last die zieke en kwetsbare mensen kunnen ervaren op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en levensbeschouwelijk gebied, wordt samengevat in de term distress. Voeding kan ook bijdragen aan distress. Dat komt vooral doordat over het algemeen voldoende, smakelijk en goed kunnen eten wordt gezien als een voorwaarde voor leven, gezondheid en beter worden en een eigen verantwoordelijkheid daarvoor.
Voeding is daarnaast niet alleen een bron van voedingsstoffen, maar heeft ook een belangrijke sociale functie: men eet en drinkt graag samen met anderen. Samen eten is voor veel mensen een van de hoogtepunten van de dag. Als niet meer op de gebruikelijke manier gezamenlijk kan worden gegeten, omdat iemand bijvoorbeeld aangewezen is op sondevoeding, heeft dat gevolgen voor de gezinssituatie en sociale contacten.
Opknappen door voeding is alleen mogelijk als de ziekte en de levensfase dat toelaat. Wanneer de ziekte heel actief is, kan het lichaam niet opknappen door goede voeding. De ziekte is, of wordt, de baas en gaat overheersen, daar kan goede voeding niets aan veranderen.
Vooral in de laatste levensfase is het goed om van elkaar te weten welke opvattingen en gedachten er zijn over voeding en vocht. Uit onderzoek blijkt dat diegene die ziek zijn zich geen tot weinig zorgen maken over minder eten en drinken. Zij hebben vrede met hun eigen verklaringen voor de verminderde inname, zoals gebrek aan eetlust, geen zin in eten, eten niet kunnen verdragen, geen energie hebben om te eten, geen of juist een vieze smaak, of misselijkheid/slikproblemen.
Naasten laten weten eten en drinken juist wel belangrijk te vinden voor de zieke, omdat het routine geeft aan het leven, een sociaal samenzijn is en vanwege de voedingswaarde. Minder of niet meer eten en drinken is een grote verandering voor de naasten.
Wat belangrijk lijkt te zijn, is dat de zieke en de naasten hun gedachten, wensen en angsten met elkaar bespreken. Dit kan rust geven en een dagelijkse strijd voorkomen. Het kan zelfs het gesprek over het naderende einde van het leven verbeteren.
Specifieke Symptomen en Veranderingen
In de palliatieve fasen kunnen veranderingen en symptomen optreden. Soms is het mogelijk specifieke veranderingen en symptomen te beïnvloeden met aanpassingen in het eten en drinken. Anders omgaan met het dagelijkse ritme, of andere voedingsmiddelen proberen, kan een positief effect hebben. Dit vraagt ook om anders denken over voeding en de doelen van eten en drinken. Niet alleen van diegene die ziek of kwetsbaar is maar ook van de naasten.
Eetlust
Een gebrek aan eetlust kan komen door behandelingen of het gebruik van medicijnen. Dit komt nogal eens voor in de ziektegerichte palliatieve fase. Het kan ook een gevolg zijn van mondproblemen, verandering van smaak en reuk, vermoeidheid, pijn of mentale spanning.
Het maagdarmkanaal kan het eten minder goed verwerken en opnemen. Eten en drinken vraagt dan meer energie om te verwerken dan dat het energie oplevert. Het lichaam geeft dan zelf aan dat het geen behoefte heeft aan eten en drinken.
Hoelang Kun Je Zonder Eten?
Vraag je je weleens af hoe lang een mens zonder eten en drinken kan? Als we afgaan op de gegevens die bekend zijn over hongerstakers, dan kun je 46 tot 73 dagen zonder voedsel voor je overlijdt. Dan moet je wel nog drinken, want zonder water houd je het veel minder lang vol. Hoe lang je zonder eten kan, is deels ook afhankelijk van hoeveel lichaamsvet je hebt.
Gemiddeld kun je dus maar een paar maanden zonder eten, maar het kan nog veel langer. De Schot Angus Barbieri woog 207 kilo tot hij in juni 1965 besloot om een tijdje niets te eten. Dat beviel zo goed, dat hij dat meer dan een jaar volhield. Hij stopte na 382 dagen toen hij zijn ideale lichaamsgewicht van 82 kilo had bereikt.
De Schot had een flinke vetvoorraad waardoor hij wat energie betreft wel even vooruit kon. Maar je hebt niet alleen energie nodig om te overleven. Onmisbaar zijn ook vitamines en mineralen, die niet in je lichaamsvet zijn opgeslagen. Vooral een tekort aan zout word je vrij snel fataal (schattingen lopen uiteen van één tot 3 weken).
Zout bestaat voornamelijk uit natrium en chloride, twee mineralen die een belangrijke rol spelen bij diverse processen in je lichaam. Natrium helpt bij het reguleren van je vochtbalans en de bloeddruk. Het zorgt er ook voor dat zenuwprikkels goed doorgegeven worden en dat de spieren kunnen samentrekken.
Water bevat wel een klein beetje zout, maar niet genoeg om te overleven. Vandaar dat hongerstakers vaak als enige concessie wel wat zout tot zich nemen. Ook andere vitamines en mineralen zijn belangrijk voor een goede gezondheid. Barbieri nam daarom wel voedingssupplementen. Anders had hij het nooit 382 dagen volgehouden.
Hoelang Kun Je Zonder Water?
Hoewel je het best een paar weken of maanden zonder eten kunt volhouden, is zo lang zonder drinken leven onmogelijk. Je lichaam heeft vocht nodig om stoffen te vervoeren, maar ook om afvalstoffen uit te scheiden. Zonder vocht kun je als mens echt maar een paar dagen overleven. Vooral je hersenen zijn erg gevoelig voor uitdroging. Na een paar dagen word je minder scherp of verward en kun je in ernstige gevallen zelfs in coma raken.
Om daadwerkelijk exact te kunnen zeggen hoelang het precies duurt voordat een mens overlijdt na het stoppen met eten is onmogelijk. Het hangt namelijk van een aantal factoren af die per persoon verschillen. Deze factoren zijn vooral: gewicht, leeftijd, geslacht en vooral ook hoeveel water de persoon nog inneemt. Waterinname is in deze situaties heel erg belangrijk. Dit is namelijk cruciaal voor de werking van het lichaam.
Om antwoord te kunnen geven op de vraag “Hoelang kan je zonder eten?” hangt dus erg af van hoeveel water je drinkt en hoe zwaar je bent. Wanneer er geen eten in je omgeving is en je dus helemaal niets kan eten, begint het hongergevoel na een aantal dagen af te nemen. Naarmate van tijd wordt je steeds vermoeider en zwakker. Je zal steeds slaperiger worden en op den duur je bewustzijn verliezen. Je lichaam vecht tegen het uithongeren en zal op dat moment glucose aanmaken en vetweefsel afbreken, later begint ook het afbreken van de spieren.
Om het moment van sterven te bespoedigen, kan een ernstig zieke er bewust voor kiezen met eten en drinken te stoppen. Door het lichaam vocht en voedsel te onthouden, gaat het lichaam de eigen reserves aanspreken. Als hij af en toe nog wat water drinkt, kan het iets langer duren (meerdere weken). Door te vasten maakt het endorfine aan. Dit zorgt voor een prettig gevoel.
Het besluit om het levenseinde te bespoedigen door te stoppen met eten en drinken, kan niet zomaar worden genomen. Het vraagt om een goede voorbereiding en ondersteuning van zorgverleners. Anders is de kans dat de zieke het doel - rustig sterven - haalt, niet zo groot. De voorbereiding kan bestaan uit een gesprek met de naasten en de huisarts of het invullen van een wilsverklaring.
Als het sterven nabij is, kan de zieke onrustig of verward gedrag gaan vertonen. De situatie wordt, met name voor een naaste, erg moeilijk als de zieke juist in die periode om drinken vraagt. Geef je hem te drinken, dan slaagt zijn voornemen niet. Geef je hem geen drinken, dan is het risico op een schuldgevoel bij de naaste nogal groot. Begeleiding bij dit proces is daarom van belang. Het is ook om die reden dat een patiënt die voor deze weg kiest, wordt gevraagd vooraf een behandelverbod te ondertekenen, met daarin het verbod om eten of drinken te geven.
Als u niet eet, verdwijnt uw hongergevoel na enkele dagen. Meestal heeft u geen dorst. Het is wel belangrijk om uw mond goed te verzorgen. U wordt vermoeider en zwakker, en u gaat steeds meer tijd in bed doorbrengen. Omdat u steeds in bed ligt, kunt u soms pijnklachten krijgen. Ook kunt u verward raken (delier). Door uw verwardheid kunt u toch om eten en drinken vragen.
Voor het stoppen met drinken bestaat geen algemeen advies. Sommige mensen willen van de ene op de andere dag direct stoppen met drinken. Hoe lang het duurt voordat u overlijdt, hangt af van uw lichamelijke toestand en van de hoeveelheid die u mogelijk nog drinkt. U heeft zelf ook enige invloed op de tijdsduur. Als u besluit om toch iets te drinken (meer dan een half kopje per dag), dan kunt u hiermee het proces vertragen. In overleg met uw arts stopt u met het innemen van uw medicijnen. U blijft wel de medicijnen gebruiken die bedoeld zijn om uw klachten te verlichten.
U bent de enige die dit besluit kan nemen. Als uw besluit genomen is, mag u hier altijd op terugkomen. Dit gebeurt in de praktijk bij 1 op de 6 mensen. Het is belangrijk dat u uw wensen bespreekt met uw naasten, de arts en de verpleegkundige, mocht u zelf niet meer in staat zijn om uw wensen te verwoorden. Ook kunt u deze wensen op papier zetten in een wilsverklaring.
Als u aangeeft geen hulp te willen in de vorm van het toedienen van vocht of voeding, dan mag de verpleegkundige dit ook niet geven. Bewust afzien van eten en drinken geeft een natuurlijke dood. Verder kan het voor uw familie een tijd zijn om met elkaar afscheid van u te nemen.
Steeds minder kunnen of willen eten is normaal in de laatste weken van het leven. Dit hoort bij het stervensproces. Vooral voor naasten kan het moeilijk zijn.
In de allerlaatste levensfase werken de organen steeds minder goed. Ze houden er langzaam mee op. Ook de maag en de darmen werken steeds minder, waardoor voedsel niet goed verteerd wordt. Dit hoort bij het stervensproces. De patiënt hoeft minder vaak naar de wc. Medische drinkvoeding, vitamine- of eiwitpreparaten en voedingssupplementen zijn niet geschikt in de allerlaatste levensfase. Als de patiënt deze toch krijgt, dan doen ze meer kwaad dan goed.
Je vindt het misschien moeilijk dat je dierbare weinig eet en drinkt, of helemaal niet meer eet of drinkt. Dat is begrijpelijk. Goed eten wordt gezien als normaal en gezond. Meestal is het nodig om beter te worden of op te knappen. Dat idee laat je niet zomaar los. Maar er is meer. Toch is het belangrijk om te beseffen dat het normaal is dat iemand niet meer eet en drinkt in de laatste weken van het leven. En dat er andere manieren zijn om je naaste nog liefdevol te verzorgen.
Als je dierbare steeds minder gaat eten, terwijl jij of je familieleden vinden dat dat wel zou moeten, kan dat spanning geven. Je ziet dat alles achteruitgaat, zonder dat je daar iets aan kunt doen. Dat kan zorgen voor gevoelens of gedachten die lastig zijn. Bespreek je zorgen en gevoelens over eten en drinken met de (huis)arts, palliatieve verpleegkundige of met een diëtist.
Wil je dierbare niet meer eten en drinken? Dring je dierbare dan geen eten of drinken op. Je kunt ervoor kiezen om helemaal niet meer met eten en drinken bezig te zijn. Soms kan of wil iemand niet meer eten, maar bijvoorbeeld wel samen aan tafel zitten. Als eten niet meer kan, kun je ook op andere manieren zorgen voor je dierbare. Samen zijn is belangrijk. Je kunt samen foto’s bekijken, herinneringen ophalen of naar een tv-programma kijken. Zorg voor ontspanning.
In de laatste weken van het leven voelt de patiënt meestal geen honger meer. Bij een dorstgevoel helpt het om de mond vochtig te houden. Swabs gebruiken. Dit zijn kleine sponsjes op een stokje, vochtig gemaakt met water. Ze zijn te koop bij de apotheek. Met een verstuiver (gevuld met water) de mond vochtig sprayen.
De eerste uitdrogingverschijnselen beginnen al na een dag. Eerst krijg je last van een droge huid, vermoeidheid, hoofdpijn en duizeligheid, gevolgd door verwarring, droge mond en versnelde hartslag en ademhaling. Daarna volgen shock, bewusteloosheid en uiteindelijk de dood.
Een gemiddeld mens heeft zo’n 15 kilogram vet, maar een doorsnee, goed doorvoede man van 70 kilo heeft technisch gezien genoeg calorieën opgeslagen om tussen 1 en 3 maanden te overleven.
Je lichaam kan zich een week of twee handhaven zonder toegang tot voedsel en water en mogelijk nog langer als je water verbruikt.
labels:
Zie ook:
- Hertenbiefstuk Bakken: Perfecte Gaarheid & Heerlijke Smaak!
- Hoe lang witlof koken voor in de oven? De ideale tijd!
- Boomstammetjes bakken: De perfecte baktijd voor knapperige koekjes
- Zelfgemaakte Soep Bewaren: Hoe Lang & Tips
- Ontdek de Verrassende Wereld van Visseneitjes in Sushi: Soorten, Smaken en Tips!
- Volkoren Pizza Bodem: Gezond en Lekker Zelf Maken!




