Vraag je je weleens af hoe lang een mens zonder eten en drinken kan? Als we afgaan op de gegevens die bekend zijn over hongerstakers, dan kun je 46 tot 73 dagen zonder voedsel voor je overlijdt. Dan moet je wel nog drinken, want zonder water houd je het veel minder lang vol. Hoe lang je zonder eten kan, is deels ook afhankelijk van hoeveel lichaamsvet je hebt.

Factoren die de overlevingstijd beïnvloeden

Om daadwerkelijk exact te kunnen zeggen hoelang het precies duurt voordat een mens overlijdt na het stoppen met eten is onmogelijk. Het hangt namelijk van een aantal factoren af die per persoon verschillen. Deze factoren zijn vooral: gewicht, leeftijd, geslacht en vooral ook hoeveel water de persoon nog inneemt.

Het belang van waterinname

Waterinname is in deze situaties heel erg belangrijk. Dit is namelijk cruciaal voor de werking van het lichaam. Wanneer je ervoor zorgt dat je goed gehydrateerd blijft voorkomt dat hoofdpijn, urineweginfecties en nierstenen. Daarnaast reguleert het ook de lichaamstemperatuur en is het goed voor je huid. Als laatste is het ook zo dat het je energie, mentale alertheid en fysieke prestaties verhoogt. Kortom: blijf gehydrateerd.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag “Hoelang kan je zonder eten?” hangt dus erg af van hoeveel water je drinkt en hoe zwaar je bent.

Wat gebeurt er als je niet eet?

Wanneer er geen eten in je omgeving is en je dus helemaal niets kan eten, begint het hongergevoel na een aantal dagen af te nemen. Naarmate van tijd wordt je steeds vermoeider en zwakker. Je zal steeds slaperiger worden en op den duur je bewustzijn verliezen. Je lichaam vecht tegen het uithongeren en zal op dat moment glucose aanmaken en vetweefsel afbreken, later begint ook het afbreken van de spieren.

Het lichaam in noodsituaties

In een noodsituatie zonder eten komen te zitten is voor Allprepare geen optie. Allprepare heeft een groot assortiment aan noodvoedsel. Op deze manier ben je altijd goed voorbereid op een noodsituatie. De rantsoenen variëren van 1 dag tot en met 1 jaar aan voorraad. Deze noodrantsoenen zijn soms tot wel 25 jaar houdbaar, een perfecte voorbereiding op een noodsituatie dus. Zo zit je nooit zonder eten!

Naast eten verkoopt Allprepare ook water. Dit zijn zakjes met verpakt water die je er super handig bij kan pakken in een noodsituatie!

Bewust stoppen met eten en drinken

Om het moment van sterven te bespoedigen, kan een ernstig zieke er bewust voor kiezen met eten en drinken te stoppen. Door het lichaam vocht en voedsel te onthouden, gaat het lichaam de eigen reserves aanspreken. Als hij af en toe nog wat water drinkt, kan het iets langer duren (meerdere weken). Veel mensen hebben een negatief idee over deze manier van sterven. Als dit proces echter gepaard gaat met goede begeleiding en verzorging, kan het tot een rustige en zachte dood leiden.

Dat heeft het menselijk lichaam grotendeels aan zichzelf te danken: door te vasten maakt het endorfine aan. Dit zorgt voor een prettig gevoel. Op den duur komt daar een zekere sufheid bij.

Het besluit om het levenseinde te bespoedigen door te stoppen met eten en drinken, kan niet zomaar worden genomen. Het vraagt om een goede voorbereiding en ondersteuning van zorgverleners. Anders is de kans dat de zieke het doel - rustig sterven - haalt, niet zo groot. De voorbereiding kan bestaan uit een gesprek met de naasten en de huisarts of het invullen van een wilsverklaring.

Als het sterven nabij is, kan de zieke onrustig of verward gedrag gaan vertonen. De situatie wordt, met name voor een naaste, erg moeilijk als de zieke juist in die periode om drinken vraagt. Geef je hem te drinken, dan slaagt zijn voornemen niet. Geef je hem geen drinken, dan is het risico op een schuldgevoel bij de naaste nogal groot. Begeleiding bij dit proces is daarom van belang.

Het is ook om die reden dat een patiënt die voor deze weg kiest, wordt gevraagd vooraf een behandelverbod te ondertekenen, met daarin het verbod om eten of drinken te geven.

In sommige kringen wordt het stoppen met eten en drinken om de dood te bespoedigen als zelfmoord gezien. Juridisch kijkt men er echter anders naar.

Bewust afzien van eten en drinken geeft een natuurlijke dood. Verder kan het voor uw familie een tijd zijn om met elkaar afscheid van u te nemen.

Het versnellen van het levenseinde door te stoppen met eten en drinken raden we af voor mensen die jonger zijn dan 60 jaar en geen levensbedreigende ziekte hebben. Blijf daar dan niet mee zitten.

Als u niet eet, verdwijnt uw hongergevoel na enkele dagen. Meestal heeft u geen dorst. Het is wel belangrijk om uw mond goed te verzorgen. U wordt vermoeider en zwakker, en u gaat steeds meer tijd in bed doorbrengen. Omdat u steeds in bed ligt, kunt u soms pijnklachten krijgen. Ook kunt u verward raken (delier). Door uw verwardheid kunt u toch om eten en drinken vragen.

Voor het stoppen met drinken bestaat geen algemeen advies. Sommige mensen willen van de ene op de andere dag direct stoppen met drinken. Hoe lang het duurt voordat u overlijdt, hangt af van uw lichamelijke toestand en van de hoeveelheid die u mogelijk nog drinkt. U heeft zelf ook enige invloed op de tijdsduur. Als u besluit om toch iets te drinken (meer dan een half kopje per dag), dan kunt u hiermee het proces vertragen.

In overleg met uw arts stopt u met het innemen van uw medicijnen. U blijft wel de medicijnen gebruiken die bedoeld zijn om uw klachten te verlichten. U bent de enige die dit besluit kan nemen. Als uw besluit genomen is, mag u hier altijd op terugkomen. Dit gebeurt in de praktijk bij 1 op de 6 mensen.

Het is belangrijk dat u uw wensen bespreekt met uw naasten, de arts en de verpleegkundige, mocht u zelf niet meer in staat zijn om uw wensen te verwoorden. Ook kunt u deze wensen op papier zetten in een wilsverklaring.

Als u aangeeft geen hulp te willen in de vorm van het toedienen van vocht of voeding, dan mag de verpleegkundige dit ook niet geven.

Palliatieve zorg en de rol van voeding

Wanneer iemand een levensbeperkende ziekte of kwetsbaarheid heeft wordt er palliatieve zorg geboden. Deze zorg start vanaf het moment dat bekend is dat genezing niet meer mogelijk is. De periode waarin palliatieve zorg wordt gegeven kan lang maar ook kort zijn. Dat hangt af van de onderliggende ziekte of kwetsbaarheid en de fase waarin de persoon zich bevindt. Kwaliteit van leven en de wensen en behoeften van de patiënt staan in deze fasen altijd voorop.

Palliatieve zorg kent verschillende fases. Deze zijn niet afgebakend. Vaak lopen deze fasen tegelijkertijd naast elkaar en door elkaar heen. Toch zijn er grofweg fases te onderscheiden:

  • Ziektegerichte palliatieve fase
  • Symptoomgerichte palliatieve fase
  • Terminale symptoomgerichte palliatieve fase
  • Stervensfase

In de stervensfase kondigt het overlijden zich onherroepelijk aan en sterft iemand binnen enkele uren tot dagen. In de stervensfase is inname van voeding en vocht geen prioriteit en zal dit geheel vanzelf stoppen of gestopt worden.

Indien er nog gebruikt gemaakt wordt van kunstmatig toegediende voeding, zal dit gestopt worden. Het stoppen van deze kunstmatig toegediende voeding kan al in de terminale symptoomgerichte fase plaatsvinden. Dit zijn ongeveer de laatste 3 maanden voordat iemand komt te overlijden. Het kan zijn dat deze voeding gestopt wordt, maar dat iemand wel in staat is om te drinken. Daardoor kan het zijn dat iemand nog een periode in leven blijft door alleen elke dag wat vocht binnen te krijgen.

Algemene symptomen en veranderingen in de palliatieve fase

Veel voorkomende symptomen en veranderingen in de (terminale) symptoomgerichte palliatieve fase, die voor een deel te maken hebben met voeding en vocht, zijn; gewichtsverlies, spierzwakte, gewichtstoename, pijn, benauwdheid, vermoeidheid, gebruik van voedingssupplementen, omgang met voeding en vocht, verandering in de sociale beleving en de betekenis van eten en drinken.

Afhankelijk van de palliatieve fase waarin iemand zich bevindt kunnen symptomen en veranderingen beïnvloed of geaccepteerd worden. De arts/VS/PA of diëtist zal dit bespreekbaar maken. Het kan ook zelf bespreekbaar gemaakt worden. Blijf niet met vragen zitten, uitleg en/of behandeling kan de kwaliteit van leven verbeteren.

De invloed van voeding op distress

De last die zieke en kwetsbare mensen kunnen ervaren op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en levensbeschouwelijk gebied, wordt samengevat in de term distress. Voeding kan ook bijdragen aan distress. Dat komt vooral doordat over het algemeen voldoende, smakelijk en goed kunnen eten wordt gezien als een voorwaarde voor leven, gezondheid en beter worden en een eigen verantwoordelijkheid daarvoor.

Opknappen door voeding is alleen mogelijk als de ziekte en de levensfase dat toelaat. Wanneer de ziekte heel actief is, kan het lichaam niet opknappen door goede voeding. De ziekte is, of wordt, de baas en gaat overheersen, daar kan goede voeding niets aan veranderen. Dat klachten toenemen ligt niet aan de persoon die ziek is, ook niet aan de manier waarop anderen voor de zieke zorgen en ook niet aan de naasten.

labels:

Zie ook: