Aardappelen zijn een veelzijdige en geliefde groente die je gemakkelijk zelf kunt kweken, of je nu een grote tuin hebt of een klein balkon. Het telen van aardappelen is niet eens zo moeilijk! Zelfs met beperkte ruimte kun je al genieten van een kleine maar smaakvolle oogst. In tegenstelling tot de meeste planten, zaai je de aardappel niet, maar gebruik je pootaardappelen die verkrijgbaar zijn in verschillende variëteiten, maten en gewichten en speciaal zijn gekweekt voor dit doel.
Verschillende Soorten Aardappelen
Er zijn meerdere manieren om aardappelen te poten: sommige mensen laten ze eerst spruiten, andere niet. Sommige mensen telen ze in pot, andere in de volle grond. Je kunt ze aanaarden maar het hoeft niet. En er zijn vroege, middelvroege en late aardappelen en die hebben allemaal hun eigen plantafstand, plantperiode, oogsttijd etc.
We onderscheiden verschillende soorten aardappelen: pootaardappelen, consumptieaardappelen en zetmeelaardappelen. Er zijn verschillende soorten aardappelen, die worden ingedeeld op basis van de periode waarin ze geoogst worden: primeuraardappelen, vroege, halfvroege of laat oogstbare aardappelen.
- Vroege aardappelen: Deze kunnen al geoogst worden in juni-juli, wanneer ze nog in volle bloei staan.
- Halfvroege en late variëteiten: Deze worden pas geoogst als het loof is afgestorven, zodat de knollen meer tijd hebben om te rijpen en beter geschikt zijn om langer te bewaren.
- Late variëteiten: Bij de late variëteiten zitten de beste bewaaraardappelen. Echter zijn deze variëteiten vaak moeilijker te telen, omdat de meeste aardappelziekten later in het jaar opduiken.
Voorbereiding en Poten
Alle aardappelen worden gepoot in het voorjaar. Aardappels worden gepoot in maart/april/mei, afhankelijk van het weer en het ras. De pootmachine maakt meteen ‘ruggen’, de heuvels waarin de aardappels groeien. Dit wordt gedaan om de aardappels later zo goed mogelijk te kunnen oogsten. Soms worden de ruggen in dezelfde werkgang aangefreesd, dat wil zeggen dat de rug wordt verstevigd, soms gebeurt het aanfrezen een aantal dagen na het poten.
Om aardappelen sneller oogstklaar te maken, is het belangrijk om tijdig pootaardappelen aan te schaffen en ze gedurende enkele weken te laten voorkiemen. Aardappelknollen hebben namelijk slapende ogen waaruit scheuten (spruiten) groeien wanneer ze op een koele en lichte plek worden geplaatst. Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken. Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal. De kiemen zullen wit of paars kleuren, afhankelijk van de cultivar. De knollen kunnen worden gepoot (geplant) wanneer de kiemen 1 à 2 cm groot zijn. Als er exemplaren zijn die geen scheuten vormen, gooi je deze enkelingen best weg.
Voor het poten gebruiken we een echte aardappelpoter, ondertussen al ruim 30 jaar oud. Maar je kunt ook prima een bollenpoter gebruiken, of anders gewoon gaatjes graven met een schepje. We poten deze vroege en middelvroege aardappelen op 40 x 40 centimeter. We maken eerst gaten in de grond en leggen vervolgens in elk gat (dat is wel zo’n 15 centimeter diep) een pootaardappel. En we leggen die zo dat de meeste/grootste uitloper(s) naar boven wijzen. Zo leggen we alle aardappelen in de gaten en bedekken we die met de grond die we er eerst uithaalden om de aardappel te poten. Als alle aardappelen zijn gepoot en afgedekt zie je er dus niets meer van. Het duurt ongeveer 4 weken voor de aardappelen boven de grond komen (afhankelijk van het weer).
Als het goed is heb je de grond in de herfst reeds voorbereid: voldoende diep gespit, onkruid verwijderd en organisch materiaal aan de grond toegevoegd. Wanneer de grond warmer wordt (doorgaans vanaf half april), kunnen aardappelen in de volle grond worden geplant. Voordat je begint, maak je de grond nogmaals goed los. Span een koord en maak om de 40 cm een plantgat van 5 cm op zware kleigrond en tot 10 cm diep op lichte zandgrond. Leg in elk plantgat een knol met de mooiste scheutjes naar boven, vul het plantgat met aarde, maar druk niet te hard aan. Geef voldoende water na het planten. Zorg dat er een plantafstand van 60 tot 70 cm tussen de rijen is, zodat je voldoende ruimte hebt om de aardappelen straks aan te aarden. Een ruime plantafstand heeft ook als voordeel dat de planten sneller opdrogen door de wind en minder vatbaar zijn voor schimmelziektes zoals de aardappelplaag. Als er nachtvorst voorspeld wordt, span dan een vliesdoek over het aardappelveld. Wanneer je ervoor kiest om aardappelen in zakken of bakken te planten, kan je vroeger beginnen met poten. Het is echter belangrijk ervoor te zorgen dat de knollen niet te nat komen te staan, aangezien dit kan leiden tot rotten. Daarnaast dien je de aardappelen te beschermen tegen eventuele vorst, door ze bijvoorbeeld 's nachts binnen te zetten of ze af te dekken met een vliesdoek.
Verzorging Tijdens de Groei
En dan is het wachten. En verzorgen: wieden wanneer nodig (heel voorzichtig, om geen ondergrondse wortels en groeiende aardappelknollen te beschadigen). En water geven in droge perioden. Eind mei geven we nog een keer wat voeding, en nu in de vorm van wat kali (dat zorgt na de eerste groei van de plant en het blad nu vooral voor een goede ontwikkeling van de aardappelknollen).
Ongeveer vier weken na het planten, wanneer het loof goed gegroeid is, is het tijd om de aardappelen aan te aarden. Dit houdt in dat de stengels bedekt worden met aarde om de vorming van ondergrondse stengels te stimuleren. Hierdoor worden de knollen onder de grond gevormd waar ze niet blootgesteld worden aan licht. Zonlicht maakt de knollen echter groen en doet het giftige solaninegehalte toenemen. Het aanaarden kan beginnen wanneer de stengels 10 à 15 cm boven de grond uitsteken. Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien.
Wanneer Aardappelen Oogsten?
Ongeveer 90 tot 100 dagen na het poten van de aardappelen kunnen we eens proberen een aardappel te rooien. Om te kijken of we ze groot genoeg vinden om allemaal te rooien en op te slaan. En zijn ze nog te klein, dan hebben we in ieder geval wel een heerlijk maaltje aardappelen om te eten en bedenken we hoe lang we de rest van de aardappelen nog willen laten groeien. Elke pootaardappel kan (afhankelijk van ras en omstandigheden) zo’n 500 tot 1000 gram aardappelen opleveren. We weten dus nu al dat we ongeveer begin tot half juli de aardappelen kunnen rooien. Dat zet ik alvast in de agenda, want dan kan ik tijdig bedenken wat ik dan nog op die plaats kan telen en dat vlak voor het oogsten alvast zaaien.
Vroege aardappelen kunnen geoogst worden van zodra je de knollen groot genoeg vindt. Afhankelijk van het ras en wanneer je ze geplant hebt, kan de eerste oogst al eind mei/begin juni plaatsvinden. De laatkomers in september en oktober, altijd voor de eerste vorst. Bij de middelvroege en late soorten wacht je tot het loof afgestorven is. Opgelet: verwijder alle aardappelen uit de grond, ook de kleine knolletjes.
Na al dat wachten, mag je jouw piepers eindelijk oogsten! Maar wanneer & hoe oogst je de aardappelen? Het juiste moment hangt af van het type aardappelras, de omstandigheden tijdens het groeiseizoen én van hoe je de aardappels wilt gebruiken. Sommige rassen kun je al 50 dagen na het poten oogsten, andere hebben meer dan 120 dagen nodig.
Indicaties voor de oogst:
- De plant begint te bloeien: Dit wijst erop dat de knollen bijna volledig gevormd zijn en dat ze beginnen aan de rijpingsfase.
- Het loof vergeelt en verwelkt geleidelijk: De plant stopt met groeien en stopt zijn energie volledig in het afrijpen van de knollen.
- De bovengrondse plant is afgestorven: De knollen worden niet meer groter en zijn volledig rijp.
Hoe Aardappelen Correct Oogsten?
Kies een droge, zonnige dag en oogst bij voorkeur in de ochtend, zodat je de knollen na het rooien een paar uur goed kunt laten drogen op de grond. Let op: verwacht je veel regen of vorst? Gebruik een spitvork en werk van buiten naar binnen, zodat je de knollen niet beschadigt. Til de plant voorzichtig bij de basis op en haal de aardappels uit de grond. Laat de aardappels na het oogsten op een droge, luchtige plek drogen.
Bewaren en Verwerken
Wil je de aardappelen zo lang mogelijk bewaren? Zorg er dan voor dat alle beschadigde aardappelen, hoe klein ook, uit de stapel gehaald worden. Leg de goede aardappelen voorzichtig op een donkere, koele en vorstvrije plaats. Zorg er ook voor dat ze zeker niet nat kunnen worden! Kies ook aardappelen uit met een goede houdbaarheid. Bewaar ze daarna donker, koel (rond 8-10 °C) en droog, bijvoorbeeld in een houten kist of juten zak. De late rassen blijven zo maanden goed.
De allereerste aardappelen uit eigen tuin zijn altijd het allerlekkerst. We laten ze eerst een paar dagen op een donkere plaats liggen om af te sterven. Daarna wassen we ze (en hoeven ze niet te schillen, de velletjes wassen we gemakkelijk van de verse aardappelen af). Heerlijk, met verse groenten uit eigen tuin die we dan ook volop oogsten!
Aardappelrassen en Hun Eigenschappen
Er zijn heel wat smaak- en structuurverschillen tussen aardappelrassen. Vroege rassen vormen over het algemeen minder blad dan late rassen en kunnen dan ook iets dichter bij elkaar worden geplant. De lijst is op volgorde van vroege naar late rassen. Kijk hieronder bijvoorbeeld even naar het oude en geliefde ras Roseval. Ze krijgt voor vroegheid een 8 (dus een vroeg ras). En voor resistentie tegen Phytophthora een 3 voor in het loof en een 4 voor in de knol. Gelukkig is het zo’n vroeg ras dat ze vaak al geoogst kan worden als de eerste Phytophthora-aantastingen in de zomer beginnen.
Vergelijk de cijfers van de oude rassen even met nieuwere rassen waarbij in de veredeling de resistentie tegen Phytophthora heel belangrijk was/is. Zie bijvoorbeeld Vitabella, Camillo en Carolus, met een hoge resistentiecijfers in zowel loof als knol. De volledige lijst, met dus meer middellate en late rassen kun je hier vinden: Zaadhandel van der Wal. Ook andere webwinkels waar je pootaardappelen kunt kopen zullen bij een ras aangeven wat de eigenschappen zijn m.b.t. Zo bestel ik de laatste jaren alleen nog rassen die een hoog cijfer voor resistentie tegen phytophthora/aardappelziekte hebben, terwijl ik op ons volkstuincomplex nog vaak van mensen hoor dat ze bijvoorbeeld Doré’s of Eigenheimers telen, omdat ze dat nu eenmaal altijd doen en het een lekkere aardappel vinden.
En zo puzzelen wij elke winter dus weer welke aardappelrassen we willen; zoekend naar een goede opbrengst op onze kleigrond, goede resistentie tegen phytophthora, etc. Elk jaar komen er weer nieuwe rassen op de markt, en daarom kiezen we bijna elk jaar wel weer andere rassen die we eens willen proberen. En als we er plaats voor hebben kies ik ook graag nog wat aardappelen met een ‘leuk kleurtje’ voor een kleurrijke aardappelsalade, gekleurde soep of paarse puree.
Tabel: Oogsttijden en Rassen
| Type Aardappel | Oogsttijd | Voorbeelden van Rassen |
|---|---|---|
| Vroege Aardappelen | Juni - Juli | Frieslander, Eersteling, Annabel, Tiamo |
| Middelvroege Aardappelen | Half Juli - Eind Augustus | Carolus, Vitabella, Bildtstar |
| Late Aardappelen | Begin September - Oktober | Sevilla, Nicola |
Tips voor een Succesvolle Aardappelteelt
- Kies een geschikte plaats: Aardappelen groeien het best op een zonnige plaats in de tuin en gedijen goed op de meeste grondtypes, maar hebben een voorkeur voor lichtzure grond met een pH-waarde tussen 5 en 6, die goed gedraineerd is.
- Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte (Phytophthora) of van de coloradokever. Over het algemeen hebben de vroege rassen minder last van ziekten en plagen, toch raden we aan om bij aankoop te kiezen voor rassen die resistenter zijn.
- Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten, plagen, aaltjes, Phytophthora en schimmels zoveel mogelijk te voorkomen.
- Zorg voor voldoende water tijdens droge periodes.
- Vermijd overmatige stikstofbemesting.
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Hertenbiefstuk Bakken: Perfecte Gaarheid & Heerlijke Smaak!
- Hoe lang witlof koken voor in de oven? De ideale tijd!
- Boomstammetjes bakken: De perfecte baktijd voor knapperige koekjes
- Ontdek Hoeveel Eiwitten Er Echt in een Hamburger Zitten – Verrassende Feiten!
- Ontdek Hoe Je Een Betoverende Tinkerbell Taart Topper Maakt Die Iedereen Verbluft!




