We weten allemaal dat alcohol en verkeer niet samengaan. Toch is alcohol drinken en daarna deelnemen aan het verkeer in Nederland niet verboden. Er gelden wel wettelijke alcoholpromillage limieten.

Wettelijke alcohollimieten in Nederland

In Nederland mag een bestuurder dus maximaal 0,5‰ alcohol in zijn bloed hebben wanneer aan het verkeer wordt deelgenomen (brom- en snorfietsers en beginnende bestuurders 0,2‰!). Voor voetgangers geldt geen wettelijke alcohollimiet. Toch kan de politie voor openbare dronkenschap van een voetganger wel een proces-verbaal maken.

De politie neemt dan geen blaas- of bloedtest af, maar gaat af op de uiterlijke kenmerken van dronkenschap en het gedrag van de voetganger. De politie let er vooral op of de dronken voetganger een gevaar vormt voor zichzelf of voor zijn omgeving.

Met onze maximale 0,5‰ zit Nederland tussen bijvoorbeeld Hongarije, Slowakije, Roemenië en Tsjechië (0,0‰) en Verenigd Koninkrijk en Malta (0.8‰).

Als bestuurder mag het alcoholgehalte in uw adem niet hoger zijn dan 220Ugl (= microgram per liter), omgerekend 0,5 promille. Dat zijn ongeveer twee glazen.

Voor beginnende bestuurders geldt een alcohollimiet van 88 Ugl, omgerekend 0,2 promille. De eerste vijf jaar na ontvangst van uw rijbewijs bent u een ‘beginnende bestuurder’. Voor beginnende bestuurders geldt een alcohollimiet van 88 Ugl. Deze alcohollimiet geldt ook voor bromfietsers en snorfietsers.

Hebt u uw AM-rijbewijs gehaald op 16- of 17-jarige leeftijd, dan bent u een ‘beginnende bestuurder’ de eerstvolgende zeven jaar nadat u uw rijbewijs hebt ontvangen.

Overzicht wettelijke alcohollimieten

Vervoerswijze Wettelijke alcohollimieten in Nederland
Automobilist 0,5‰
Fietser 0,5‰
Vrachtwagenchauffeur 0,5‰
Brom- en snorfietser 0,2‰
Beginnende bestuurder 0,2‰

Aantal glazen

Maar hoeveel glazen alcohol is dan 0,5‰? Dat ligt tussen de 2 en 3, uitgaande van de standaard glazen voor het betreffende drankje. En het soort drank is natuurlijk ook van invloed: 2 tot 3 fluitjes bier zullen de toegestane limiet naderen, en 2 tot 3 borrelglazen jenever ook.

Maar als het fluitje wordt volgeschonken met jenever gaat het verhaal van 2 tot 3 standaardglazen niet meer op. Een biertje met 5% alcohol is 1 standaardglas. Een glas speciaalbier (waarbij het glas vaak een andere maat heeft dan standaard) met 8% alcohol is geen standaardglas meer.

Drinkt u bijvoorbeeld 3 glazen trappistbier van 8%, dan heeft u eigenlijk 6 standaardglazen gedronken!

Ondanks de grote verschillen in alcoholpercentage bevat een normaal standaardglas van alle dranken dus in principe evenveel alcohol. Zo wordt bier doorgaans geschonken in een glas van 200 of 250 ml, wijn in een glas van 100 ml en sterke drank in een glaasje van 35 ml. Zolang aan deze standaard glazen wordt gehouden, zal er dus nauwelijks verschil zijn in de totale hoeveelheid alcohol die iemand binnenkrijgt bij het drinken van 2 bier of 2 glaasjes sterke drank.

Factoren die het alcoholpromillage beïnvloeden

Je alcoholpromillage is de hoeveelheid alcohol in je bloed. Hoeveel alcohol er precies in je bloed zit na 1 of meer glazen alcohol is lastig te zeggen.

De schatting zal nooit 100% juist zijn, omdat je promillage wordt bepaald door veel verschillende dingen. Bijvoorbeeld: leeftijd, medicijnengebruik, hoeveel je hebt gegeten en hoe gespierd je bent. Per persoon en per keer.

Gewicht

Het gewicht van een persoon speelt ook een belangrijke rol. Hoe lichter de persoon is, hoe hoger het promillage alcohol bij hetzelfde aantal glazen.

Ter (grove) indicatie een verschil tussen een persoon van 60 kilogram en een persoon van 80 kilogram:

Alcoholpromillage in het bloed bij een man van 60 kilogram:

Glazen na 2 uur na 3 uur Na 4 uur
2 0,28 0,16 0,04
4 0,75 0,63 0,51
6 1,21 1,09 0,97

Alcoholpromillage in het bloed bij een man van 80 kilogram:

Glazen na 2 uur na 3 uur Na 4 uur
2 0,11 0,0 0,0
4 0,45 0,29 0,13
6 0,8 0,64 0,48

Alcohol drinken tijdens het rijden

Het vasthouden c.q. drinken van (fris)drank tijdens het besturen van een voertuig is in de Nederlandse wetgeving niet geregeld. Dus tijdens het rijden een colaatje drinken is toegestaan.

Wanneer bijvoorbeeld de bestuurder tijdens het drinken gaat slingeren met het voertuig, dan bestaat de mogelijkheid dat de poltie bekeurt voor artikel 5 Wegenverkeerswet ’94 (gevaar/hinder (kunnen) veroorzaken).

Met betrekking tot alcoholhoudende drank is het net even anders: In artikel 8 WVW’94 staat dat het een ieder verboden is om een voertuig te besturen terwijl hij/zij onder invloed is. Mocht de politie zien dat een bestuurder uit een blikje bier (of iets dergelijks) zit te drinken, dan zal depolitie de bestuurder controleren op het gebruik van alcoholhoudende drank.

Op straat gebeurt dit met een selectieapparaat (alcoholtester). Hieruit kan naar voor komen dat de bestuurder vermoedelijk onder invloed is en vervolgens op het politiebureau nogmaals moet blazen, maar dan op een ademanalyse apparaat.

Daarbij is het ook mogelijk dat er in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de plaats waar de bestuurder is aangehouden staat dat het verboden is op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Mocht dat van toepassing zijn, wordt met het drinken van alcohol achter het stuur dus een overtreding begaan.

Uit bovenstaande kunnen we concluderen dat het consumeren van (alcoholhoudende) drank in de auto op zich niet altijd strafbaar is, maar ten zeerste af te raden is.

Het effect van alcohol op ons rijgedrag

Bestuurders onder invloed van alcohol rijden impulsiever en roekelozer dan nuchtere bestuurders. Ook schatten bestuurders onder invloed verkeerssituaties minder goed in, herkennen gevaren minder tijdig, reageren minder snel, besturen het voertuig minder goed en deze bestuurders zijn minder waakzaam.

Bij jongeren en onervaren bestuurders is deze verslechtering in rijgedrag sterker merkbaar. En, hoe meer alcohol in het bloed aanwezig, hoe meer alles hierboven vermeld ‘minder’ wordt.

Concentratie en geheugen verminderen. Waarneming vermindert waardoor de bestuurder kan gaan slingeren. De vaardigheid om koers te houden gaat onder normale omstandigheden vanaf 0,5 promille achteruit [2]. Reactiesnelheid neemt af waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. De reactiesnelheid neemt af vanaf 0,3 promille. Zelfoverschatting én onderschatting van de risico’s nemen toe [4].

De kans op een verkeersongeval stijgt dus naarmate een bestuurder meer alcohol heeft gedronken. Het ongevalsrisico is bij een alcoholpromillage van 0,5 ongeveer 1,4 keer hoger dan bij nuchter rijden.

Risicogroepen in Nederland

Naast de risicogroep jongeren (van 18 tot en met 24 jaar oud), die vanwege hun leeftijd minder ervaren zijn en waarbij het gebruik van alcohol een groter effect heeft op het rijgedrag dan bij oudere bestuurders, zijn er naar schatting in ons land tussen de 90.000 en 125.000 automobilisten die gekenmerkt kunnen worden als zware alcoholovertreders.

Dat zijn overtreders die minstens één keer zijn betrapt met een promillage van 1,3 of hoger. Deze groep is verantwoordelijk voor tweederde van alle ernstige alcoholongevallen.

In 2015 waren er naar schatting tussen de 90.000 tot 125.000 automobilisten die gekenmerkt kunnen worden als zware alcoholovertreders in Nederland. Dit zijn personen die ten minste een keer zijn gepakt met een alcohol promillage hoger dan 1,3 g/l [6]. Deze groep was verantwoordelijk voor twee derde van alle ernstige alcoholgerelateerde verkeersongevallen.

Een ‘combinatiegebruiker’ is een persoon die alcohol in combinatie met drugs en/of geneesmiddelen gebruikt. Het risico om ernstig gewond te raken of te overlijden door een verkeersongeval wordt bij bestuurders onder invloed van alcohol in combinatie met drugs 20 tot 200 keer hoger ingeschat in vergelijking met nuchtere bestuurders.

Fietsers hebben een groter risico op een verkeersongeval onder invloed van alcohol en/of drugs. Zo heeft het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL heeft gekeken naar verkeersslachtoffers die in de afgelopen tien jaar op een spoedeisende hulp (SEH) afdeling van een LIS-ziekenhuis zijn geweest.

Straffen en maatregelen

De politie controleert met een ademtest of u onder invloed bent van alcohol. Hieraan moet u meewerken. Deze test geeft aan of u meer hebt gedronken dan wettelijk is toegestaan. De uitslag van deze test bepaalt of u mee moet naar het politiebureau voor nader onderzoek.

Rijdt u onder invloed van alcohol? Dan krijgt u een geldboete, een (tijdelijke) ontzegging van uw rijbevoegdheid, een gevangenisstraf of een combinatie van deze straffen. De strafmaat hangt af van de ernst van de situatie. Bent u betrokken bij een ongeluk? Dan wordt u sneller getest op alcoholgebruik dan bij een gewone controle. Dit is ook om de eventuele schuldvraag vast te stellen. Blijkt u dan onder invloed te zijn? Dan kan uw verzekeringsmaatschappij de kosten van het ongeluk bij u terugvorderen.

Strafrechtelijke maatregelen

Rijden onder invloed van alcohol (en/of drugs) is een verkeersmisdrijf. Een bestuurder die gepakt wordt voor rijden onder invloed kan door het Openbaar Ministerie als straf een geldboete en/of een ontzegging van de rijbevoegdheid krijgen.

Bestuursrechtelijke maatregelen

Ook kan de bestuurder worden aangemeld bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) voor een zogenaamde vorderingsprocedure. Hierbij moet de bestuurder een cursus en/of onderzoek volgen om het rijbewijs te kunnen behouden.

Deze bestuursrechtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een (Licht) Educatieve Maatregel Alcohol En Verkeer of uit een onderzoek naar de rijgeschiktheid. Bij de laatste kan de uitkomst zijn dat de bestuurder niet voldoet aan de eisen van rijvaardigheid of rijgeschiktheid.

In dat geval wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. Het verschil met een ontzegging van de rijbevoegdheid is dat de bestuurder na ongeldigverklaring van het rijbewijs opnieuw zijn rijvaardigheid en/of geschiktheid bij het CBR moet aantonen.

Vanaf 1,3 promille vindt wel strafvervolging plaats en kan de officier van justitie naast een boete nog andere straffen opleggen zoals een rijontzegging of zelfs gevangenisstraf. Een en ander is afhankelijk van de hoogte van het promillage.

Het CBR kan twee maatregelen opleggen. Onttrek je je aan een maatregel, dan verlies je je rijbewijs. De cursussen van het CBR, zoals EMA en LEMA, worden officieel niet bedoeld als een straf. Het is een maatregel ter bevordering van de verkeersveiligheid. De deelnemers ervaren het echter wel als een straf. Vandaar dat de cursussen hier wel worden genoemd.

LEMA en EMA cursussen

De LEMA (Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) en de EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) zijn cursussen die de deelnemer bewust maken van de werking van alcohol in het verkeer en de risico's daarvan. Instellingen binnen de verslavingszorg voeren de cursus uit. De cursus moet je zelf betalen.

Doorloop je de cursus met goed resultaat, dan blijft je rijbewijs geldig. Doorloop je de cursus met onvoldoende resultaat, dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard.

De LEMA duurt twee ochtenden of twee middagen. Bij een promillage tussen 0,8 en 1,0 (alcoholgehalte vanaf 350 tot 435 ug/l) verlangt het CBR dat je de LEMA volgt. Voor beginnende bestuurders (korter dan 5 jaar je rijbewijs) is dit bij een promillage tussen de 0,5 en 0,8 (alcoholgehalte vanaf 220 tot 350 ug/l).

De EMA duurt duurt één hele dag en twee dagdelen. Bij een promillage tussen 1,0 en 1,8 (alcoholgehalte vanaf 435 tot 785 ug/l) moet je de EMA volgen, beginnende bestuurders bij een promillage tussen 0,8 en 1,3 (alcoholgehalte vanaf 350 tot 570 ug/l).

Daarnaast moet je de EMA ook volgen als je in de laatste vijf jaar minstens twee keer bent aangehouden met alcohol op waarvan minstens één met een alcoholpromillage van 0,5 (alcoholgehalte van 220 µg/l), voor beginnende bestuurders is dit een promillage van 0,2 (alcoholgehalte van 88 ug/l).

Vanaf 1,8 promille zal het CBR een onderzoek doen naar je alcoholgebruik. Dat zal het CBR ook doen wanneer in je 5 jaar tijd 3 keer gepakt wordt met een promillage van 0,8.

Alcoholslot

Sinds maart 2015 heeft de Raad van State besloten dat het alcoholslot niet meer opgelegd kan worden. Voor mensen die het alcoholslot programma (ASP) al vóór het najaar van 2014 opgelegd kregen en die geen bezwaar of (hoger) beroep hebben lopen of voor wie dat niet meer mogelijk is, verandert er niets. Zij moeten het programma volgen om een geldig rijbewijs met code 103 te krijgen of houden. Doen zij dit niet, dan blijft hun rijbewijs gedurende vijf jaar ongeldig.

Het alcoholslot is een startonderbreker. Mensen die een alcoholslot in hun auto ingebouwd hebben, moeten blazen voordat ze starten. Heb je meer dan 0,2 promille dan zal de auto niet starten. Ook tijdens de rit moet je blazen.

Mensen die een alcoholslotprogramma opgelegd hebben gekregen, moeten ook nog een motivatieprogramma (van drie dagdelen) volgen en moeten bij de gemeente een nieuw rijbewijs vragen dat voorzien is van een speciale code. Je oude rijbewijs is dus niet meer geldig. Het alcoholslot zal tenminste twee jaar in je auto zitten. Dat kan langer duren als uit de gegevens van het alcoholslot blijkt dat je toch vaak met alcohol op probeert te rijden. De kosten van het aanbrengen van het alcoholslot, het huren ervan en het regelmatig (om de 46 dagen) laten uitlezen van het slot bij een uitleesstation lopen op tot wel €4000.

De maatregel is ingevoerd in december 2011 en is dus niet meer geldig sinds maart 2015.

Schade veroorzaakt door rijden onder invloed

De meeste verzekeraars hebben een bepaling in de polisvoorwaarden opgenomen waarin staat vermeld dat schade veroorzaakt terwijl de bestuurder onder invloed van alcohol verkeerde niet is verzekerd. Deze niet-toegestane WAM-uitsluiting heeft tot gevolg dat de verzekeraar de benadeelde wel zal moeten schadeloosstellen, maar de schadeuitkering daarna kan verhalen op de onder invloed verkerende schadeveroorzaker.

Schade veroorzaakt met alcohol op achter het stuur kan dus, naast het leed dat een aanrijding kan veroorzaken, ook financiële consequenties voor de veroorzaker hebben.

De Vereende heeft in haar polisvoorwaarden ook een bepaling opgenomen over het nuttigen van alcohol en deelname aan het verkeer. Deze luidt:

U bent niet verzekerd en krijgt geen hulp in deze situatie:

  • De bestuurder is onder invloed
  • Hiermee bedoelen wij de volgende situaties:
  • De bestuurder heeft meer alcohol, drugs of medicijnen in het bloed of in de adem dan mag volgens de wet.
  • De bestuurder was onder invloed van een bedwelmend of opwekkend middel. Onder deze middelen verstaan wij soft- en harddrugs, maar bijvoorbeeld ook lachgas (N2O).
  • De bestuurder weigert mee te werken aan een blaastest, urinetest en/of bloedproef om de hoeveelheid alcohol, drugs of medicijnen te meten. Of de test of proef kan niet meteen worden gedaan omdat diegene is doorgereden na de aanrijding.

Adviezen en waarschuwingen

“Twee biertjes moeten kunnen” mag wettelijk bij een man van gemiddelde grootte. Een kleinere man of gemiddelde vrouw heeft na het nuttigen van twee glazen alcohol al een te hoog alcoholpromillage in het bloed om wettelijk gezien te mogen autorijden. Maar gezien het feit dat twee biertjes al invloed hebben op de rijvaardigheid, raden wij het iedereen sterk af om dan nog aan het verkeer deel te nemen.

Rijd je onder invloed en veroorzaak je schade? Dan is de kans groot dat je verzekeraar een alcoholuitsluiting hanteert. In dat geval wordt de schade van de tegenpartij wel vergoed, maar verhaalt de verzekeraar de kosten daarna op jou. En dat kan oplopen tot een groot geldbedrag. Niet alleen de materiële schade moet worden vergoed, maar mogelijk ook letselschade.

Als je aangehouden wordt voor rijden onder invloed zonder dat er schade is ontstaan, blijft je autoverzekering in principe gewoon doorlopen. Na een veroordeling voor rijden onder invloed, wordt het afsluiten van een nieuwe autoverzekering lastig. Veel verzekeraars stellen vragen over je schade- en strafverleden en kunnen je weigeren op basis van dit soort overtredingen.

“Een ongeluk onder invloed heeft niet alleen financiële gevolgen op korte termijn, ook later betaal je de prijs.

Rijden onder invloed is een misdrijf. De boete hangt af van het gemeten alcoholpromillage. Bij hogere promillages of herhaalde overtredingen kunnen de boetes oplopen tot € 21.750. Daarnaast kan het CBR een alcoholcursus (EMA of LEMA) opleggen of zelfs je rijbewijs ongeldig verklaren. Een LEMA cursus kost je € 750, en een EMA cursus zelfs € 1.196. Strafblad: rijden onder invloed komt op je strafblad.

Alcohol en verkeer gaan niet samen. Daarom zijn er regels voor het alcoholpromillage dat je mag hebben in het verkeer. Als je nog maar kort je rijbewijs hebt, is dat alcoholpromillage lager. Maar als je nog moet rijden of fietsen is het veiligste: helemaal niet drinken.

Beginnende bestuurders zijn mensen die korter dan 5 jaar hun rijbewijs hebben. Meestal zijn mensen de eerste 5 jaar na het halen van hun rijbewijs beginnend bestuurder. Zij mogen niet meer dan 0,2 promille alcohol in hun bloed hebben. Ook kan je al een te hoog alcoholpromillage krijgen na 1 glas speciaalbier.

Ervaren bestuurders zijn mensen die 5 jaar of langer hun rijbewijs hebben. Zij mogen niet meer dan 0,5 promille alcohol in hun bloed hebben. De regels hierboven gelden ook voor de scooter, brommer, snorfiets en brommobiel. Als beginnend bestuurder mag er niet meer dan 0,2 promille alcohol in je bloed zitten. Heb je meer dan 5 jaar je bromfietsrijbewijs, dan is de grens 0,5 promille.

Het is verboden om te fietsen als je onder invloed bent. Je mag je niet meer dan 0,5 promille alcohol in je bloed hebben als je fietst.

Als je nog moet rijden of fietsen is het veiligste: helemaal niet drinken.

Daarom voert de overheid samen met andere partijen de BOB-campagne. Heeft u plannen buiten de deur? Maak dan vooraf de afspraak wie rijdt en dus geen alcohol drinkt. Die persoon is de Bob.

labels:

Zie ook: