De komkommer behoort tot de meest gegeten groente in Nederland. Met zijn frisse smaak is komkommer de perfecte zomergroente. Of je komkommer inmaakt, aan een salade toevoegt of in een zomerdrankje verwerkt, de mogelijkheden zijn eindeloos! De komkommer is een van de meest gegeten groenten in Nederland. Het is lekker in salades en als snack en zelfs kinderen eten het graag.

Komkommer kweken uit zaad is ook nog eens makkelijk. Komkommer zaaien en komkommers uit eigen tuin kweken is dus zeker een goed idee. Als u komkommer zaden bestelt bij 123zaden.nl krijgt u altijd een zaaihandleiding erbij. Met het volgen van deze handleiding gaat komkommer zaaien altijd goed.

Komkommerfamilie en Oorsprong

Cucumis is een van de grotere genera uit de Komkommerfamilie. De komkommerfamilie omvat in totaal zo’n 700 soorten. De circa 30 Cucumis soorten vinden bijna allemaal hun oorsprong in Azië en Afrika. Voor onze jaartelling was b.v. de meloen (C. melo) al bekend als cultuurgewas bij Grieken en Romeinen.

Op zijn tweede reis heeft Columbus C. melo in de nieuwe wereld geïntroduceerd. Veel van de nu in het wild voorkomende Cucumis soorten in de Nieuwe wereld zijn met name in de tijd van de slavenhandel, ruim 300 jaar geleden, ingevoerd vanuit Afrika. Enige tijd werd zelfs aangenomen dat de oorsprong van de huidige augurken, komkommers en meloenen in de nieuwe wereld moest worden gezocht.

De bij ons meest bekende vertegenwoordiger (C. sativus) is zeer waarschijnlijk afkomstig uit India. Deze soort wordt overigens niet in het wild aangetroffen. Waarschijnlijk betreft het hier een cultigen. Een cultigen is een gekweekte vorm van een in het wild voorkomende soort. Door menselijke selectie kunnen er na verloop van tijd sterk afwijkende vormen ontstaanM.a.w. in en door cultuur ontstaan. C. hardwickii is in de lagere delen van het Himalaya gebergte inheems en wordt algemeen gezien als de voorouder van de huidige komkommers. In India is de komkommer al zeker 3000 jaar in cultuur.

Kenmerken van de Komkommerfamilie

De komkommerfamilie (Cucurbitaceae) levert een flink aantal eetbare vruchten, die voor een deel tot de groenten gerekend mogen worden. Deze familie heeft een aantal bijzondere kenmerken. Het zijn bijna altijd eenjarige, rankende, kruidachtige klimplanten. De grote bladeren zijn handvormig en meestal ook min of meer handvormig ingesneden.

Met behulp van de kurkentrekkervormig groeiende ranken slingert de plant zich langs een steun omhoog. De bloemen zijn eenslachtig en de planten een of tweehuizig. De bloemen hebben vijf kelkbladen en vijf klokvormig met elkaar vergroeide, meestal gele kroonbladen. Soms overblijvend door middel van een wortelstok of knol. Zoals b.v. Thladiantha dubia afkomstig uit Korea en Noordoost China. Een ander voorbeeld is Bryonia dioica. Deze komt in het wild in Nederland voor en is bekend als heggenrank. De vruchten van de heggenrank zijn bijzonder giftig. Vijftien bessen kunnen voor een kind al dodelijk zijn.

Komkommer en Augurk: Verschillen en Overeenkomsten

Tot C. sativus behoren zowel de komkommer als de augurk. De plant heeft een hoekig ruw behaarde stengel. De vrouwelijke bloemen staan alleen in de bladoksels en de mannelijke vaak met drie bij elkaar. De vruchten zijn langwerpige, enigszins bolvormige soms wat hoekige en gestekelde bessen. De variatie in kleur en vorm is enorm.

Oorspronkelijk smaken de vruchten bitter door de aanwezigheid van bitter smakende terpenen. (cucurbitacinen) Moderne cultivars hebben deze bitterheid niet meer. De vorming van vruchten zonder bestuiving en zaadvorming (parthenocarpie) komt voor bij komkommers. Daarom was er vroeger wel een verbod op bijen in verschillende kweekcentra. Tegenwoordig kweekt men vrijwel uitsluitend rassen die alleen vrouwelijke bloemen hebben.

Augurken behoren ook tot C. sativus maar hebben meestal kleinere en meer gestekelde vruchten. Augurkenrassen zijn meestal niet parthenocarp en moeten voor de vruchtvorming juist wel door bijen bestoven worden. C. melo is de wetenschappelijke naam voor de meloen. De wilde vormen komen voor van zuidelijk Afrika tot in Zuidoost-Azië. Deze soort heeft een zacht behaarde tot vrijwel onbehaarde stengel die enigszins hoekig of geribbeld is.

De bladeren zijn min of meer vijfhoekig gelobd met drie tot zeven lobben. De bloemen zijn meestal eenslachtig. De mannelijke bloemen staan in trosjes bijeen, de vrouwelijke alleen. De vruchten vertonen een enorme verscheidenheid in kleur, vorm, grootte en smaak. Vaak wordt de meloen gebruikt als tafelvrucht, maar er bestaan ook groentevormen. Deze laatste vorm worden ook wel meloenkomkommers (Cucumis melo flexuosus) genoemd. De Armeense komkommer is een goed voorbeeld en met name in China zijn een aantal variëteiten ontstaan die meer en meer gewaardeerd gaan worden. Meloenen met het karakter van een komkommer.

Onder de handelsnaam kiwano heeft men in Nieuw-Zeeland C. metuliformis in productie genomen. Deze als tafelvrucht gebruikte oranje stekelige vruchten vinden hun oorsprong in de drogere delen van zuidelijk Afrika. Andere soorten die als vrucht of sierfruit worden gebruikt zijn C. myriocarpus, de eetbare olijfkomkommer. C. dipsaceus en C. anguria worden beide als siervrucht gebruikt. C. anguria (West Indian gherkin)wordt in een jong stadium ook rauw of ingemaakt gegeten.

Voor de echte liefhebber zijn er overigens nog wel meer soorten te vinden. Als sierfruit zijn er leuke soortjes te vinden. Er is een groot aantal selecties van C. sativus dat in onze omgeving goed kan worden gekweekt, ook buiten de kas. Het zijn eenjarige planten die vroeg in het voorjaar, bij 20 graden, onder glas of in de vensterbank worden gezaaid. Uitgeplant in de kas worden ze verticaal klimmend aan spandraden opgekweekt, buiten meestal liggend.

Verschillende Soorten Komkommers

Er zijn verschillende soorten komkommers die je kunt kweken, elk met hun eigen kenmerken en voordelen. Over het algemeen zijn er twee hoofdtypen: kaskomkommers en buitenkomkommers.

Kaskomkommers

Kaskomkommers hebben veel warmte nodig, vandaar dat ze in een kas of polytunnel (plastic tunnel) worden gekweekt. Van deze planten komen de langwerpige komkommers met gladde schil die je vaak ziet in de supermarkt. Kaskomkommers hebben veel warmte nodig, vandaar dat ze in een kas of polytunnel (plastic tunnel) worden gekweekt.

De bloemen van kaskomkommers hoeven niet bestoven te worden. Als de bloemen namelijk wel worden bestoven, worden de vruchten bitter en zitten ze vol met zaadjes.

Buitenkomkommers

Buitenkomkommers zijn beter bestand tegen lage temperaturen. Daardoor kun je ze buiten kweken op een zonnige plek. De vruchten zijn korter en dikker dan die van de kaskommer. Wat misschien nog meer opvalt, is hun ruwe, geribbelde schil. Zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen zijn nodig voor deze soort, omdat de bloemen van buitenkomkommers worden bestoven door insecten.

Speciale Komkommersoorten

Naast de traditionele komkommers zijn er ook speciale soorten die je kunt kweken:

  • Snackkomkommers: Dit zijn kleine, knapperige komkommers, perfect voor tussendoor of in de lunchbox. Snack-komkommer 'Kaikura F1' levert smakelijke, knapperige...
  • Citroenkomkommers: Kende u de Lemon komkommer bijvoorbeeld al? Deze aparte komkommer lijkt heel veel op een citroen, vandaar de naam. De smaak is mild zoet, dus die lijkt niet op de citroen.
  • Muismeloentje: Het Muismeloentje is een andere aparte komkommer met zijn kleine, ovale vruchten.
  • Witte en gele komkommers: zijn uniek van kleur en mild van smaak, een opvallende keuze voor je gerechten.
  • Ronde gele komkommer: is bijzonder van vorm en heerlijk fris, een echte blikvanger in de tuin en op tafel

Teelt tips

De meeste komkommer rassen groeien het beste in een kas of tunnel, maar er zijn ook rassen voor de vollegrond. Bij een teelt in een kas is het verstandig om de planten te begeleiden langs een draad. Bij een buitenteelt laat je de plant over de grond ranken, zoals een pompoen. In dat geval zijn de vruchten vaak meer gekruld, en zitten er lichtere plekken op de vrucht waar die op de grond ligt.

Komkommers zaai je vrijwel altijd voor in een pot, om na een aantal weken te planten. Zaai voor in de maand april en zet de potten op een warme, het liefst lichte plek neer. Komkommerzaden kiemen het beste bij een temperatuur van 20 tot 22 graden. Buiten planten doe je halverwege mei, wanneer de kans op nachtvorst zeer klein is. In een kas kun je al eerder beginnen met planten, omdat de kans op nachtvorst dan wat kleiner is.

Komkommers houden van veel licht en warmte, dus zet ze op een beschutte, zonnige plek in je moestuin. Houd je daarnaast aan de principes van vruchtwisseling. Komkommers hebben een rijk bemeste grond nodig, met een hoog organisch stof gehalte. Komkommers hebben veel water nodig, dus geef ze voldoende gedurende de hele teelt. Een tip om het water geven wat makkelijker te maken: graaf een planten pot met gaten in naast de plant, en giet deze pot vol.

In een kas teel je komkommers het liefst langs een draad. Dit is meestal een touw dat je aan de bovenzijde van de kas vastmaakt. Het touw draai je vervolgens één of twee keer per week om de plant. Zorg ervoor dat het touw bij elke twee bladoksels één keer om de plant heen gaat, anders kan de plant alsnog langs het touw naar beneden zakken.

Komkommers moet je net als tomaten en paprika’s snoeien. Vanuit de hoofdstengel ontstaan bij elke bladoksel zijscheuten. Deze zijscheuten verwijder je in het begin allemaal, tot de plant circa 50 cm groot is. Hierna verwijder je een deel van de zijscheuten, na het eerste blad van de zijscheut. Hier kunnen nog vruchten aan ontstaan, en het geeft de plant extra bladoppervlak (fotosynthese) om voldoende vruchten aan te maken. Indien mogelijk verwijder je de mannelijke bloemen. Aan vrouwelijke bloemen zit namelijk het vruchtbeginsel, waar je een minikomkommertje in kunt herkennen. Het vruchtbeginsel kan vervolgens zonder bestuiving uitgroeien tot een komkommer.

Bestoven vruchten herken je aan harde zaden in de vrucht. Buiten zijn de planten gevoeliger voor ziekten en plagen dan in een kas of tunnel. De meest voorkomende ziekten en plagen zijn meeldauw en spint. Zorg ervoor dat de planten voldoende voeding en water hebben en giet geen water direct op de stengel. Het is belangrijk om komkommers regelmatig te oogsten. Bij warm weer het liefst dagelijks, net als bij courgettes. Je oogst komkommers door het steeltje door te snijden of te knippen met een mesje of een snoeischaar. De ideale bewaartemperatuur van komkommers is 13 graden. Bewaar ze dus liever niet in de koelkast!

Tabel: Bekende Komkommersoorten

Soort Komkommer Kenmerken Teelt
Kaskomkommer Lang, gladde schil Kas of polytunnel
Buitenkomkommer Kort, dik, ruwe schil Buiten op zonnige plek
Snackkomkommer 'Kaikura F1' Smakelijk, knapperig N.v.t.
Komkommer 'Telegraph improved' Oud Engels ras N.v.t.
Komkommer ‘Marketmore’ Stekelig ras N.v.t.

Variëteiten om te overwegen

Ben je enthousiast geworden over komkommerplanten en wil je er één (of meer) voor je eigen tuin?

  • ‘F1 Bella’ is een soort met uitsluitend vrouwelijke bloemen, die lange vruchten van zo’n 35 cm aanmaakt.
  • ‘F1 Delistar’ is een ongewone variëteit met een dunne, bleekgroene, doorzichtige schil.
  • ‘F1 Burpless Tasty Green’ is een populaire, makkelijk te kweken buitenkomkommer die je zowel buiten als in een kas kan kweken.
  • F1 ‘Swing’ is een variant met uitsluitend vrouwelijke bloemen die je zowel in een kas als buiten kunt kweken.
  • ‘La Diva’ is ook een soort met alleen vrouwelijke bloemen die je zowel in een kas als buiten kunt planten.
  • ‘Wautoma’ zorgt voor een uitbundige oogst.

labels:

Zie ook: