Van 7 t/m 13 maart is de Nationale Week Zonder Vlees & Zuivel. Het doel van deze week is om consumenten te motiveren één of meer dagen per week geen vlees of zuivel te consumeren. Voor Schuttelaar & Partners aanleiding om dieper in te gaan op een meer plantaardig dieet zowel voor veganisten, vegetariërs, flexitariers als vleeseters. Want hoe staan we er nu precies voor in Nederland?
De Wil om Minder Vlees te Eten
Volgens de Vegamonitor is bijna de helft van de Nederlanders het ermee eens: elke dag vlees eten is niet meer van deze tijd. En uit ander onderzoek blijkt dat 75% van de Nederlanders minder vlees wil eten en meer plantaardige eiwitten wil consumeren. Vandaag de dag wordt dat ook steeds makkelijker. Tegelijkertijd biedt de opkomst van kweekvlees een mooi alternatief voor alle mensen die niet toe willen geven aan vleesvervangers. Want als we het onderzoek van Proveg moeten geloven droomt 28% van de Nederlanders enigszins van een toekomst waarin er geen dieren meer voor voedsel worden gebruikt. Nogal een extreem beeld als je het mij vraagt.
Stabiele Vleesconsumptie in Nederland
Een artikel in de Trouw van afgelopen februari vatte het goed samen: Nederlanders willen minder vlees, maar de consumptie blijft stabiel. Momenteel eten Nederlanders per persoon gemiddeld tussen de 76,7 en 79,1 kilo per jaar. Dit is veel meer dan de gemiddelde EU-burger die 66,4 kilo vlees per jaar eet. Wel was er in 2020 sprake van een flinke daling naar 75,9 kilo. Volgens onderzoek van Wageningen Economic Research was dit voornamelijk te danken aan de sluiting van de restaurants tijdens de vele lockdowns in Nederland.
Nederlanders eten voor het derde jaar op rij minder vlees, zo blijkt uit cijfers van Wageningen Economic Research (WEcR). Volgens dit onderzoek was het vleesverbruik van Nederlanders 75 kg (karkasgewicht) per hoofd van de bevolking in 2022. Dit is het laagste verbruik sinds 2005 en ruim een kilogram minder dan in 2021. De grootste dalers zijn kip en rundvlees.
In 2021 was de vleesconsumptie met 38,1 kg per persoon onverminderd hoog. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research, in opdracht van Wakker Dier. Een daling is noodzakelijk voor het halen van klimaatdoelen, de volksgezondheid en de dieren. “Zonder hulp van supermarkten en de overheid komen we er niet,” zegt Anne Hilhorst van Wakker Dier.
In 2021 at de gemiddelde Nederlander 38,1 kg vlees; vrijwel evenveel als de 38,0 kg in 2020. Hilhorst: “Jaarlijks schommelt het hier en daar een ons of kilo, maar de daling die zo hard nodig is blijft uit.” Vergeleken met de eerste meting in 2005 is de vleesconsumptie slechts gedaald met 300 gram per persoon.
Invloed van Inflatie op Vleesconsumptie
Volgens de onderzoekers kan de hoge inflatie uit 2022 de lagere vleesconsumptie verklaren. De prijzen voor vlees konden wel 18 procent hoger liggen dan een jaar eerder. De prijzen voor rund- en kippenvlees stegen harder dan de prijs van varkensvlees. Dat kan een uitleg zijn waarom Nederlanders minder rund en kip aten. Er werd zo’n 300 gram minder kip en zo’n 150 gram minder rundvlees gegeten. Wakker Dier berekent dat door deze daling in 2022 zes miljoen dieren minder zijn opgegeten dan in 2021. Varkensvlees bleek minder last te hebben van prijsstijgingen en was daarmee een goedkoop alternatief. De hoeveelheid geconsumeerd varkensvlees was met 36,3 kg in 2021 en 2022 gelijk.
Vegetariërs, Veganisten en Flexitariërs
Als je daarnaast kijkt naar het daadwerkelijk aantal vegetariërs en veganisten in Nederland, blijkt dat dit pas 3% van de bevolking is. Hoewel de groep die zichzelf ziet als ‘flexitarier’ wel enorm toe nam de afgelopen 10 jaar (stijging van zo’n 30%), blijkt dat het aantal dagen dat flexitariers vlees eten is gestegen. Dus aan de ene kant zien we een maatschappelijke wil om minder vlees te eten, voornamelijk gebaseerd op dierenwelzijn, klimaat en/of gezondheid. Aan de andere kant blijft vleesconsumptie stabiel en eten flexitariers zelfs vaker vlees.
In 2020 geeft 5 procent van de 18-plussers (630 duizend personen) in het onderzoek Belevingen aan nooit vlees te eten; 3 procent eet geen vlees maar wel vis (de pescotariërs), 2 procent eet ook geen vis (de vegetariërs). Een volledig plantaardig dieet komt met 0,4 procent (53 duizend personen) nog zeer weinig voor. Het overgrote deel van de bevolking (95 procent) eet dus nog wel vlees maar het is lang niet altijd dagelijkse kost: 45 procent van de 18-plussers eet maximaal 4 dagen in de week vlees, bij de warme maaltijd, als broodbeleg of als snack. Zij worden hier als ‘flexitariër’ beschouwd.
Consumptiepatronen en Redenen voor Minder Vlees
Er zijn consumentengroepen die gevoeliger zijn voor de boodschap om minder vlees te eten. Zo blijkt dat de groep flexitarier/vegetariër/veganist vaker hoog opgeleid is, wonend in kleine huishoudens en steden. De Vegetariërsbond laat zien dat mannen gemiddeld meer dagen en grotere hoeveelheden vlees in de week eten dan vrouwen. Waar vrouwen vaker kiezen voor een vegetarische optie, blijven mannen trouw aan hun stukje vlees. Bij mannen zit vlees eten dus echt diep in hun identiteit.
Niet alleen het aantal dagen dat vlees wordt gegeten maar ook de hoeveelheid vlees die per dag wordt gegeten is van belang voor inzicht in de bewuste omgang met voeding. 35 procent van de 18-plussers zegt in het afgelopen jaar minder vlees te zijn gaan eten dan daarvoor, hetzij door vleesloze dagen in te lassen, hetzij door kleinere porties vlees te eten. 37 procent van de vleeseters vindt dat hij/zij eigenlijk (nog) minder vlees zou moeten eten.
Bijna de helft van de 18-plussers eet helemaal geen vlees of maximaal 4 dagen per week; 16 procent doet dit om onder andere het klimaat minder te belasten. Zorg voor klimaat is niet de meest genoemde, en ook niet de meest doorslaggevende reden om geen vlees of beperkt vlees te eten. Zo is bij personen die helemaal geen vlees eten (de pesco- en vegetariërs) het dierenwelzijn het belangrijkste motief; 71 procent geeft aan dat dit een van de redenen is om geen vlees te eten; bij 48 procent is dat ook het enige of belangrijkste motief. Het milieu of klimaat wordt weliswaar ook door veel niet-vleeseters genoemd (59 procent), maar dit is voor slechts 20 procent de belangrijkste reden.
Flexitariërs geven juist relatief vaak aan dat gezondheidsvoordelen (37 procent) en een verminderde behoefte of het niet zo lekker vinden (34 procent) meespelen bij hun keuze om beperkt vlees te eten. Het klimaat of milieu en het dierenwelzijn worden beide door 30 procent van de flexitariërs als reden genoemd. Bij degenen die pas in het afgelopen jaar flexitariër zijn geworden komt de reden ‘een verminderde behoefte of het niet zo lekker vinden’ overigens minder vaak voor (26 procent).
Het totaalbeeld is dat personen die helemaal geen vlees eten vaker meerdere redenen hiervoor hebben, met de nadruk op dierenwelzijn en klimaat of milieu. Stedelingen eten vaker pesco- of vegetarisch en flexitarisch dan plattelandsbewoners. Hoogopgeleiden doen dit vaker dan laagopgeleiden, en vrouwen vaker dan mannen. Jongeren (tot ongeveer 35 jaar) eten iets vaker pesco- of vegetarisch, terwijl ouderen (vanaf ongeveer 55 jaar) juist vaker flexitarisch eten.
De Rol van Mannen in Vleesconsumptie
Voor de transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem kan dit een obstakel vormen, omdat (overmatige) vleesconsumptie een negatieve impact heeft op gezondheid en milieu. Tegelijkertijd is er ook iets voor de mannen te zeggen. Zo blijkt dat veel jonge vrouwen te korten hebben aan belangrijke voedingsstoffen door een gebrek aan (rood) vlees en zuivel. Te korten als magnesium, ijzer, zink, calcium en jodium zie je veel bij jonge vrouwen omdat die groep gevoeliger is voor de boodschap dat de consumptie van dierlijke eiwitten slecht is voor de planeet.
Duurzaamheid en Impact op het Milieu
Het eten van vlees heeft een grote impact op het klimaat en het milieu. De productie van plantaardige eiwitrijke voedingsmiddelen veroorzaakt veel minder milieuschade dan die van vlees. Voor 1 kilo vlees is bijvoorbeeld gemiddeld 5 kilo plantaardig materiaal (veevoer) nodig (Milieu Centraal, 2021b). Vleesproductie zorgt verder voor veel meer uitstoot van broeikasgassen en voor verzuring van de bodem en de lucht. Dat geldt ook voor de productie van zuivel. Ook het eten van vis is milieubelastend, mede door de uitstoot van broeikasgassen, maar meer nog door de overbevissing bij wilde vis en door het antibioticagebruik bij kweekvis (Milieu Centraal, 2021b).
In het Klimaatakkoord zijn met betrekking tot de vleesconsumptie twee doelen voor 2050 gesteld. Ten eerste minder consumptie van dierlijke eiwitten en meer consumptie van plantaardige eiwitten, zodat een gezonde verhouding wordt bereikt conform de adviezen van het Voedingscentrum. Ten tweede zouden naast deze toename van het aandeel plantaardige eiwitten in ons dieet in totaal 10 tot 15 procent minder eiwitten ingenomen moeten worden (Rijksoverheid, 2019).
Schijf van Vijf versus Vleesnota
Het totale verbruik van vlees(waren) is uitgedrukt in karkasgewicht, dit is het gewicht van vlees inclusief been, vet en zwoerd. Ongeveer de helft van dit karkasgewicht bestaat uit vlees voor consumptie. Een karkasgewicht van 75 kg komt daarbij neer op 37,5 kg aan geconsumeerd vlees. Deze hoeveelheid geconsumeerd vlees ligt daarmee ongeveer 10 kg hoger dan de aanbevolen hoeveelheid vlees van de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf adviseert namelijk om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, wat neerkomt op 26 kg per jaar.
De Voedselconsumptiepeiling (VCP), uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), meet ook de vleesconsumptie onder Nederlanders. Deze peiling geeft aan dat Nederlanders gemiddeld 32 kg vlees eten. Dit is een aanmerkelijk verschil met de Vleesnota 2023, aldus de auteurs van de Vleesnota. Dit verschil verklaren zij door andere meetmethoden. Zo bekijkt de VCP naar wat consumenten daadwerkelijk eten en de Vleesnota kijkt naar het vlees wat op de markt wordt gebracht, dus vlees waarvoor dieren zijn gehouden en geslacht. De Vleesnota houdt daarmee geen rekening met onverkocht vlees, vlees wat in de vuilnisbak belandt of verlies aan gewicht van vlees na bereiding.
Gemiddelde Consumptie per Dag
Nederlanders eten gemiddeld 92 gram vlees en vleesvervangers per dag. Hiervan is 87 gram vlees en vleeswaren (95%) en 5 gram vleesvervangers (5%). Volwassenen eten gemiddeld meer vlees en vleesvervangers (97 g/dag) dan kinderen (71 g/dag). Bij jongens/mannen neemt de consumptie van vlees en vleesproducten toe tot de leeftijd 18-50 jaar. Daarna blijft de consumptie vrijwel gelijk. Bij meisjes/vrouwen neemt de consumptie van vlees en vleesproducten toe tot de leeftijd 12-17 jaar.
Laagopgeleide volwassenen eten gemiddeld meer vlees en vleesvervangers (111 g/dag) dan hoogopgeleide volwassenen (85 g/dag).
Stabiel Aantal Vleeseters
Ondanks de aandacht die er is voor negatieve gevolgen van vleesconsumptie, is het aantal Nederlanders dat vlees eet de afgelopen jaren niet afgenomen. Dat staat in een onderzoek van brancheorganisatie Nederland Vleesland. Dit jaar eet 95 procent van de Nederlanders vlees. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de 94 procent in 2022. De cijfers komen overeen met een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek eerder dit jaar. Daaruit bleek dat 5 procent van de Nederlanders helemaal geen vlees eet. “De overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking eet nog altijd vlees, wat laat zien dat vlees een centrale rol blijft spelen in de voeding van veel mensen”, stelt de belangenorganisatie.
Tussen 2022 en 2024 is ook een lichte toename in het aantal dagen per week waarop respondenten vlees eten. In 2022 aten zij gemiddeld 4,8 dagen per week vlees, terwijl dit aantal in 2024 is gestegen naar 4,9 dagen.
Consumptiesocioloog Hans Dagevos van Wageningen University & Research, niet betrokken bij de enquête, onderschrijft dat het aandeel vleeseters de afgelopen jaren redelijk stabiel is gebleven. “Dit is wat anders dan dat er niet veel semi-vegetariërs oftewel flexitariërs zijn”, zegt hij.
Redenen voor Vleesconsumptie
Het lekker vinden van vlees is voor de meerderheid van de respondenten (68 procent) de belangrijkste reden om het te eten. Onderzoeker Dagevos merkt op dat vlees een belangrijk onderdeel van het huidige Nederlandse dieet is. “Het is iets anders om dit te presenteren als iets wat we moeten behouden of juist moeten veranderen. De wetenschap is het wel goeddeels eens dat het laatste aan de orde is”, reageert hij.
Stijging Vleesconsumptie in 2019
De hoeveelheid vlees en vleeswaren die we in Nederland consumeren is in 2019 opnieuw gestegen. In 2018 werd ook al een stijging in de vleesconsumptie geconstateerd. Het is voor het eerst sinds de jaren 2005-2009 dat er sprake is van een meerjarige stijging. Het totale verbruik van vlees en vleeswaren (op basis van karkasgewicht) per hoofd van de bevolking in Nederland is in 2019 77,8 kg. We zitten daarmee ruim een halve kilo boven het verbruik in 2018. Deze stijging tussen 2018 en 2019 is gelijk aan de toename tussen de voorgaande jaren 2017-2018.
Populaire Vleessoorten
De geconsumeerde hoeveelheid vlees per persoon per jaar ligt rond de 39 kilo. De helft van het karkasgewicht wordt als vuistregel gehanteerd voor het consumptieniveau. We eten het meest varkensvlees met zo'n 18,5 kilo per jaar. Kippenvlees is een goede tweede met 11,5 kilo. Rund was goed voor 8 kilo per jaar. Andere vleessoorten zoals kalfs-, geiten-, schapen- en paardenvlees zijn minder populair: samen zijn ze goed voor ruim 1 kilo per persoon per jaar.
Aanbevolen Vleesconsumptie
Voedingsaanbevelingen vertellen een heel ander verhaal. Die lopen niet gelijk met onze werkelijke consumptie. De Schijf van Vijf adviseert iedereen die vlees wil eten niet meer dan een pond vlees en vleeswaren per week op tafel te zetten. De hoeveelheid rood vlees (dit komt van het rund, het varken, de geit en het schaap) heeft hierin een aandeel van niet meer dan 300 gram. Ligt deze hoeveelheid al aanzienlijk onder het huidige niveau van vleesconsumptie in Nederland, de gezaghebbende EAT Lancet Commissie komt met een nog veel strengere aanbeveling. In deze aanbeveling gaat het om nog eens 10 kilo minder consumptie dan in de Schijf van Vijf. Zo'n 43 gram vlees per dag is het devies. De hoeveelheid rood vlees krijgt hier nog striktere grenzen opgelegd dan bij de Schijf van Vijf. Rond de 5 kilo van de jaarlijkse aanbevolen 15,5 kilo's aanbevolen kilo's blijft over voor rund-, varkens- of lamsvlees.
Invloed Horeca en Toerisme
Uit eten gaan en de consumptie van vlees door buitenlandse toeristen in Nederland tellen mee in de cijfers. Juist in de horeca wordt vaak voor vlees gekozen. Recent wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit. Flexitariërs bijvoorbeeld, die thuis regelmatig kiezen voor een groentenburger, kiezen wél vaak voor vlees wanneer ze uit eten gaan. Dit blijkt uit onderzoek onder 420 Duitse respondenten.
Om een idee te krijgen van de bijdrage aan de vleesconsumptie in Nederland door buitenlandse toeristen, kan een rekenvoorbeeld helpen. In Nederland overnachtten in 2019 ruim 51 miljoen buitenlandse gasten. Stel dat deze toeristen per dag zo'n 150 gram vlees en vleeswaren eten, dan dragen ze samen met zo'n 15,5 miljoen kilo bij aan de totale vleesconsumptie. Spreid je dit getal over ruim 17 miljoen Nederlanders dan levert dat bijna een kilo vlees per persoon op.
Gezondheid en Klimaatimpact
Het eten van veel rood en met name bewerkt vlees zoals vleeswaren wordt in verband gebracht met beroerte, diabetes type 2 en kanker. Vlees heeft veel invloed op het klimaat vergeleken met andere producten: kippenvlees het minste en rundvlees het meest. De wereldwijde toenemende vraag naar vlees leidt tot ontbossing, meer land- en watergebruik en het verdwijnen van regenwoud.
Advies voor Consumptie
Voor een duurzaam en gezond eetpatroon adviseren we om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 300 gram rood vlees. Vlees is rijk aan de vitamines B1, B6 en B12 en het mineraal zink. Daarnaast levert het vitamine B2 en de mineralen ijzer, fosfor en seleen. Lever is bovendien rijk aan vitamine A.
Vleesconsumptie in Hoofdmaaltijden
Volwassenen eten bij 63 procent van alle hoofdmaaltijden vlees. In een week eten Nederlanders dus gemiddeld 4,4 maaltijden met vlees. De hoofdmaaltijd is de belangrijkste maaltijd van de dag. Meestal is dat het avondeten. Van 18 tot 25 jaar eten 51 procent van de hoofdmaaltijden vlees en bij 19 procent vegetarisch. 55‑plussers eten bij 69 procent van de hoofdmaaltijden vlees en bij 31 procent vegetarisch.
Eiwittransitie
Een vleesrijk dieet heeft een grote impact op het milieu. In het Klimaatakkoord staat daarom dat we minder dierlijke eiwitten moeten eten. Waar we nu 60 procent van onze eiwitten uit dierlijke producten halen, moet dit 40 procent worden. Hilhorst: “Er gebeurt nog vrijwel niets om deze doelstelling dichterbij te brengen. De overheid moet de regie pakken, maar doet nu of haar neus bloedt.”
Verleiden met Vega
Supermarkten beloven bij te dragen aan de overheidsdoelstellingen richting plantaardig. Zij spelen een sleutelrol, omdat zij hun klanten kunnen verleiden met alternatieven. Hilhorst: “Consumenten willen wel wat anders eten, maar kunnen daarbij wat hulp gebruiken.”
Ook het Voedingscentrum beveelt een lagere vleesconsumptie aan. “Voor zowel de gezondheid van Nederlanders als het milieu,” laat Marije Seves, Expert Duurzaam eten van het Voedingscentrum desgevraagd weten. “Supermarkten en voedselaanbieders kunnen helpen om de vleesporties te verkleinen en de meer plantaardige keuze de gemakkelijke keuze te maken.”
Rotleven Besparen
Wakker Dier wil dat dit er minder vlees wordt gegeten, omdat er dan minder dieren worden gehouden. Dit bespaart heel veel dieren een rotleven in de vee-industrie.
Tabel: Gemiddelde Vleesconsumptie in Nederland
| Jaar | Vleesconsumptie (kg per persoon) |
|---|---|
| 2020 | 75,9 |
| 2021 | 38,1 |
| 2022 | 75 |
labels: #Vlees
Zie ook:
- Passata op Pizza: Hoeveel Gebruik Je Voor de Beste Smaak?
- Linzen koken: Hoeveel water heb je nodig voor de perfecte textuur?
- Spliterwten per Liter Soep: De Perfecte Verhouding
- Hoeveel Stuks Vlees per Persoon BBQ? Handige Richtlijnen!
- Ontdek Het Ultieme Stap-voor-Stap Recept Voor Het Maken Van Een Perfecte Cars Taart!
- Rode Kool Salade met Appel: Fris & Lekker Recept




