“In mei leggen alle vogels een ei” is een bekend Nederlands gezegde. Het wordt vooral in de drukke zomermaanden nog volop gebruikt. Maar klopt dit gezegde eigenlijk wel? In dit artikel gaan we in op de oorsprong, de betekenis van dit gezegde, en of het eigenlijk wel klopt.

Oorsprong van het gezegde

De oorsprong van het gezegde “in mei leggen alle vogels een ei” is niet precies bekend, maar het is wel een oude uitspraak die al eeuwenlang in Nederland en andere Europese landen wordt gebruikt. Het gezegde is waarschijnlijk ontstaan omdat mei een belangrijke maand is voor het broedseizoen van veel vogelsoorten. In de lente worden de dagen langer en warmer, waardoor er meer voedsel beschikbaar komt en er gunstigere omstandigheden ontstaan voor vogels om te broeden.

In mei komen veel insecten tevoorschijn, die als voedsel dienen voor insectenetende vogels. Daarnaast zijn er in mei ook veel zaden en bessen beschikbaar, waardoor ook zaadetende vogels goed kunnen gedijen. Het is dan ook begrijpelijk dat mei een belangrijke maand is voor vogels om eieren te leggen en jongen groot te brengen. Het gezegde “in mei leggen alle vogels een ei” is dan ook ontstaan omdat mei zo’n drukke periode is voor het broedseizoen van vogels.

Vergelijkbare gezegden in andere Europese landen

Het gezegde wordt niet alleen in Nederland gebruikt, maar ook in andere Europese landen, zoals:

  • Duitsland: “Im Mai legen alle Vögel ein Ei”
  • Frankrijk: “En mai, chaque oiseau pond son œuf”
  • Engeland: “April showers bring May flowers” - hoewel dit gezegde zich meer richt op de bloei van planten in plaats van het broedseizoen van vogels

Leggen alle vogels daadwerkelijk een ei in mei?

Het gezegde “in mei leggen alle vogels een ei” bestaat al lange tijd en is waarschijnlijk ontstaan omdat mei inderdaad een drukke periode is voor vogels wat betreft het leggen van eieren. Het is echter niet zo dat alle vogels in deze maand eieren leggen. Sommige vogels beginnen al eerder in het voorjaar met het leggen van eieren, terwijl anderen pas later in het seizoen beginnen. Bovendien zijn er ook vogels die in de zomer eieren leggen, of zelfs in de winter.

Het legseizoen van vogels wordt bepaald door een combinatie van factoren, waaronder de beschikbaarheid van voedsel, de lengte van de dag en de temperatuur. In de lente en zomer is er meer voedsel beschikbaar voor vogels, waardoor ze in staat zijn om eieren te leggen en jongen groot te brengen. In de winter zijn er minder voedselbronnen beschikbaar en is het moeilijker voor vogels om te overleven, waardoor de meeste soorten niet in deze periode eieren leggen. Je kunt de vogels in de winter uiteraard een handje helpen door de tuinvogeltjes bijvoorbeeld bij te voeren met een mezenbol, of gedroogde meelwormen of een pindaslinger. Je kunt deze ook in bulk bestellen bij onze vogelvoer groothandel.

De betekenis van het gezegde

Het gezegde “In mei leggen alle vogels een ei” is dus niet helemaal waar, maar het is wel begrijpelijk waarom het zo’n populaire uitspraak is geworden. Mei is een belangrijke maand voor het legseizoen van vogels en er zijn veel soorten die in deze periode eieren leggen. Het gezegde is dan ook vooral bedoeld als een algemene uitspraak over de lente en het begin van het broedseizoen.

Het gezegde kan ook figuurlijk worden gebruikt om aan te geven dat er in een bepaalde periode van het jaar veel activiteit of productiviteit te verwachten is. Bijvoorbeeld: “In de zomer is het altijd druk in de horeca, want dan komen alle toeristen. In die maanden leggen alle vogels een ei.” Daarnaast kan het gezegde ook worden gebruikt om aan te geven dat bepaalde gebeurtenissen of ontwikkelingen periodiek terugkeren, zoals het broedseizoen van vogels elk jaar in mei.

Bijvoorbeeld: “Elk jaar in november komen alle politieke partijen bijeen voor de begrotingsbesprekingen. Het is net als in mei, wanneer alle vogels een ei leggen.” In essentie staat het gezegde dus voor de start van een vruchtbare en productieve periode, waarbij de natuur ontwaakt en er veel nieuwe kansen en mogelijkheden ontstaan.

De Houtduif: een voorbeeld

De houtduif is de grootste en ook de meest voorkomende duif van Nederland. Hij komt in steden voor in tuinen en parken maar ook in het buitengebied op akkers. Meestal zijn ze op de grond naar voedsel aan het zoeken of zitten ze in een boom luid te koeren. De adulte houtduif heeft een witte vlek in de nek, een brede roze borst en een zeer kenmerkende witte streep op de vleugels, die goed zichtbaar zijn tijdens de vlucht. Door die witte vleugelstreep is de houtduif op grotere afstand gemakkelijk te onderscheiden van de stadsduif en holenduif.

De houtduif kan eigenlijk het hele jaar tot broeden komen, voornamelijk in het voorjaar en de zomer. Kan drie legsels per jaar hebben met meestal 2 eieren. De late legsels zijn in de regel succesvoller doordat de nestpredatiedruk dan minder is. Houtduiven maken rommelige nesten van wat takken, die nog wel eens uit een boom komen vallen. Daarna maken zij weer een nieuw nest. Broedduur 16-17 dagen.

Houtduiven komen voor in vrijwel het hele land, zij ontbreken alleen in de meest boomloze landschappen. Zij broeden in uiteenlopende biotopen, van tuinen en parken tot bossen. Voor hun voedsel bezoeken ze daarnaast ook vaak akkers waar graanresten te vinden zijn. Hoewel zij in het broedseizoen vaak solitair zijn, kunnen ze buiten het broedseizoen in grote groepen worden aangetroffen.

Op het menu staat voornamelijk plantaardig materiaal, zoals zaden, knoppen en bladeren. Net als oogstresten (granen) zijn deze te vinden op akkers, maar ook in de bebouwde omgeving is voldoende voedsel te vinden. Zoals in tuinen, maar ook rondslingerende etensresten zijn in trek. De meeste broedvogels in ons land zijn standvogels, maar een klein deel trekt weg richting Frankrijk en Spanje.

Sinds de jaren '70 van de vorige eeuw is het aantal houtduiven met zeker een derde gedaald, voornamelijk door een veranderende landbouw. De houtduif is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn houtduiven beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn.

Wat houtduiven nodig hebben in een tuin is een hoge boom om een nest in te kunnen maken. Houtduiven eten onder meer zaad op de grond. Als je houtduiven in de winter een handje wilt helpen, moet je het dus ook daar strooien willen de vogels ervan kunnen profiteren. Het beste werkt om niet te voorzichtig het wintervoer op de voedertafel te strooien, zodat je flink morst. Andere vogelsoorten die daar ook van profiteren, zijn roodborst, heggenmus en verschillende lijstersoorten.

Spreekwoorden en gezegden met "kip" en "ei"

Er zijn heel veel spreekwoorden en gezegden waarin het woord ‘kip’ of ‘ei’ wordt gebruikt. Een paar voorbeelden:

  • De kip met de gouden eieren slachten
  • Als een vogel te weinig calcium binnenkrijgt, legt ze eieren zonder kalkschaal. Zo’n ei wordt een windei genoemd
  • Eieren voor je geld kiezen
  • Kip zonder kop
  • Koek en ei
  • Het ei van Columbus

Tips om vogels te helpen bij het broeden

Veel vogels zijn nu op zoek naar een plek om eieren te kunnen leggen. Hoe ze dat doen, dat verschilt per vogelsoort. Zo heb je de holenbroeders; dat zijn onder anderen kool- en pimpelmeesjes, huis- en ringmussen en spreeuwen. Deze vogels zoeken graag een holletje om hun eitjes in te leggen. Andere vogels - zoals bijvoorbeeld merels - maken liever hun eigen nest van takken in een dichtbegroeide struik of boom.

Passende nestkasten

Voor de holenbroeders is een nestkastje de ideale plek om eieren in te leggen. Het is er knus, afgesloten en heeft een kleine ingang. Maar als je zo’n nestkastje zelf maakt of gaat kopen, let er dan wel op dat niet elke vogel overal doorheen past. Sommige vogels houden ook van een wat grotere doorgang. Hieronder vind je een kleine opsomming van welke vogel van welke soort ingang houdt.

Vogelsoort Diameter opening
Pimpelmees circa 28 mm
Koolmees en boomklever circa 32 mm
Huismus circa 35 mm
Ringmus circa 40 mm
Grote bonte specht circa 50 mm

Onderhoud

Wanneer het broedseizoen voorbij is, zullen de vogels weer wegtrekken uit de nestkasten. Dat betekent dat ze voor het volgende seizoen weer vrij zijn voor andere, of misschien wel dezelfde vogels. Maar wanneer zo’n kastje gebruikt is, zal hij niet netjes en schoon achtergelaten worden. Het is dus belangrijk dat je elk jaar rond oktober de vogelhuisjes weer schoonmaakt. Trek handschoenen aan, pak kokend water en een sponsje en schrobben maar.

Beplanting

Naast de nestkastjes die dus geschikt zijn voor holenbroeders kun je met de juiste beplanting ook wat betekenen voor vogels die hun eigen nestje bouwen. Het beste is om grote, dichtbegroeide struiken en bomen in de tuin te hebben staan. Op die manier kunnen de vogels een veilige en beschutte plek uitzoeken om hun nest te bouwen. Probeer daarnaast ook om die planten zoveel mogelijk op een rustige plek neer te zetten zodat de broedende vogels niet verstoord zullen worden wanneer jij lekker op je terras gaat borrelen.

Het najaar

Ondanks dat er helemaal niks mis is met een broedkast ophangen in de lente, heb je de beste kans op een succesvol vogelhuisje door hem op te hangen in het najaar. Zo bied je de vogels ook in de winter een veilig plekje om te schuilen voor de kou. Daarnaast moeten vogels eerst even wennen aan een nieuw plekje voor ze ervoor kiezen er te gaan broeden. Het kan dan dus zijn dat je dit jaar nog geen broedende vogels in de tuin krijgt. Maar dat zal volgend jaar wel veranderen.

Bonustip

Een laatste tip om vogels te helpen is door je tuin in het najaar te laten voor wat het is. Ga geen onkruid wieden of bladeren harken, laat al die gevallen takken liggen en laat het gras maar wat langer. Dit zorgt er allemaal voor dat er verschillende dieren kunnen overwinteren in je tuin. En dat is inclusief insecten die in de bodem leven. Deze insecten zijn weer een goede bron van voedsel voor de vogels in de tuin.

labels: #Ei

Zie ook: