´Het leven is een combinatie tussen magie en pasta´, zei Federico Fellini ooit. En die magie vind je nog steeds terug op je bord! In deze blog neem ik je mee in de wereld van de pasta. We gaan pasta maken volgens een ècht Italiaans pasta recept. Aan de slag voor de perfecte pasta.

De Basis van Perfecte Pasta

Voor pasta heb je bloem nodig en er zijn verschillende soorten die je kunt gebruiken. Ik gebruik het liefst twee soorten, namelijk Farina tip 00 di grano tenero en Semola di grano duro. Farino tipt 00 di grano tenero is en fijnst soort gemalen bloem. Er zijn vele die alleen dit soort bloem gebruiken voor de pasta, maar ik vind dat je pasta daar te elastisch van wordt. Daarom gebruik ik ook Semola di grano duro. Dit is bloem van gemalen griesmeel en is wat grover van structuur. Daarnaast is deze ook een beetje gelig en geeft hem de gele kleur! Verder heb je enkel nog eieren nodig en uiteraard een pastamachine! Deze is voor pasta maken wel essentieel.

Verse pasta wordt gemaakt van ei en bloem, maar dat meng je niet zo maar. Dit gaat op een best speciale manier. Je maakt van het bloem namelijk een ‘vulkaantje’. Hier breek je de eieren in en vervolgens kluts je de eieren. Op gegeven moment wordt het deeg te dik voor je vork en met je verder met de hand. In het begin als het deeg er kruimelig en plakkerig zijn, maar het is belangrijk dat je door blijft kneden tot dat er mooie gladde bal ontstaat. Als je het deeg vervolgens indrukt met je vinger, veert het langzaam terug.

Pasta maken: het recept

Hier vind je het complete recept met alle ingrediënten die je nodig hebt. Lekker makkelijk: klik op het logo van je favoriete supermarkt om de ingrediënten toe te voegen.

  1. Weeg van beide soorten bloem 200gr af en doe dit een een kom. Meng dit goed door elkaar. Dit wordt je pasta-bloem.
  2. Leg de pasta-bloem op een schoon aanrecht. Maak een gat in het midden van de bloem zodat er een soort vulkaan ontstaat.
  3. Breek het aantal eieren wat je nodig hebt in het gat van de 'vulkaan'. Neem een vork en kluts de eieren goed. Neem elke keer een beetje van de pasta-bloem mee.
  4. Wordt het deeg te dik voor de vork: ga dan vervolgens verder met je hand. Kneed het deeg zodat er een mooie gladde bal ontstaat. Je weet dat het deeg goed is als je het met je vinger indrukt en het een beetje terug veert.
  5. Mocht het deeg voor je gevoel te droog zijn, voeg dan een heel klein beetje water toe. Dit kneedt wat makkelijker.
  6. Bedek het deeg met folie en laat het 20 minuten rusten in de koelkast
  7. Haal het deeg uit de koelkast en snijd een stuk van het deeg. Maak een recht hoek van het deeg, rol plat met een deegroller en haal dit door de pastamachine. Herhaal dit en pas elke keer de dikte aan, zodat je de gewenste dikte hebt.
  8. Bestrooi de pastavellen vervolgens met een beetje bloem en haal ze daarna door de vorm zodat er tagliatelle ontstaan. Mocht je een pasta droogrek hebben ken je de tagliatelle daar aan ophangen, maar een kleerhanger werkt ook prima!
  9. Het lekkerste is als je de pasta gelijk kunt koken. Verse pasta hoef je maar 2-3 mintuten te koken.
  10. Heerlijk Happen!

De juiste bloem kiezen

Je kunt verschillende soorten merken bloem gebruiken. Zelf gebruik ik het liefst het merk ‘De Cecco’ of ‘Il Molino’. Je kunt het recept heel gemakkelijk aanpassen aan de hoeveelheid pasta die je wilt maken. Maak deze pasta eens met het recept voor een echte Italiaanse ragú.

Nadat het deeg even heeft gerust, kun je beginnen met het draaien van de pasta. Je start met het maken van dunne vellen, die de basis vormen voor de verschillende pastavormen die je wilt creëren. Snijd een stukje van je deeg af en rol dit voorzichtig een beetje uit met een deegroller, zodat het beter door de pastamachine te verwerken is. Haal het uitgerolde deeg vervolgens door de pastamachine; begin op stand 1, de dikste instelling, en ga door met het verstellen van de stand tot stand 6, die de perfecte dikte voor je pasta zal bieden.

Zodra je deze optimale dikte hebt bereikt, ben je klaar om de favoriete vormen van je pasta te draaien, zoals tagliatelle, fettuccine of zelfs ravioli. Het maakproces is niet alleen een culinaire activiteit, maar ook een creatief avontuur dat je in staat stelt om met verschillende ingrediënten en smaken te experimenteren.

Totdat je de pasta gaat koken moet je de hem laten hangen aan een pasta droogrek. Het is belangrijk dat je de pasta niet te veel aanraakt en verschuift want dat kan het breken. Het droogt namelijk best snel. Heb je geen droogrek? Dan kun je ook prima een kleerhanger gebruiken. Verse pasta hoef je maar voor enkele minuten te koken.

Tips voor het koken van pasta:

  • Voeg geen olie toe aan je kookwater. De olie zorgt ervoor dat je saus slecht(er) aan de pasta hecht.
  • Roer direct na het toevoegen van de pasta, de pan goed door met een lepel of vork en je pasta zal niet aan elkaar plakken. Tenminste als je voldoende water gebruikt.
  • Neem de hoeveelheid water echt ruim, anders krijg je een kleverige bende.
  • Gebruik veel zout. Ja, dat moet.
  • Spoel je pasta na het afgieten nooit af onder de koude kraan, tenzij je een koude salade maakt ofzo. Zorg gewoon dat je alles hebt klaar staan en direct aan tafel kunt.
  • Bewaar een beetje kookvocht en roer dat door je saus voor je de pasta toevoegd. Het zorgt voor betere hechting van de saus aan de pasta door het hoge zetmeelgehalte.
  • Gaar als het even kan je pasta ‘af’ in de saus. Dat klinkt ingewikkeld maar is het niet. Haal drie minuten van de kooktijd op de verpakking af. Laat je pasta zo lang koken in water en giet af. Voeg een soeplepel kookvocht toe aan je saus en vervolgens de pasta zelf.

Verse pasta bewaren

Zelfgemaakte pasta kun je het beste meteen opeten. Als je pasta wil bewaren kun je beter droge pasta kopen. Wil je de pasta toch bewaren of invriezen? Lees dan de tips hieronder. Wil je de pasta bewaren, vorm hem dan eerst in de vorm waarin je hem wilt hebben (bijvoorbeeld vellen of linten). In die staat is je pasta in de koelkast maximaal twee of drie dagen te bewaren. Hoe sneller je hem consumeert, hoe meer smaak hij heeft. Zelfgemaakte pasta kun je ook invriezen om het wat langer houdbaar te maken. Dek hem dan goed af en zorg dat er geen vocht bij kan komen.

Pasta en saus: welke combinatie kies je?

Er zijn zo veel soorten pasta, maar niet elke soort is hetzelfde.

  • Platte lange pasta’s voor vleessausen (ragù): Sauzen op basis van vlees kun je het best tagliatelle of pappardelle gebruiken. Dit omdat dit bredere pasta’s zijn en je saus hier beter op blijft liggen.
  • Dunne lange pasta’s voor vis en romigesauzen: Sauzen op basis van vis gaan het beste met spaghetti. Dit heeft niet een bepaalde reden, maar dit is erg gebruikelijk in Italië. Sauzen die dik en romig zijn, zoals carbonara en cacio e pepe kun je ook het beste met spaghetti eten. Dit omdat de saus goed op de spaghetti blijft plakken.
  • Buisjes pasta voor ovenschotels: Als je pasta in de oven maakt (pasta al forno) kun je het best buisjespasta gebruiken zoals penne of rigatoni. Deze soort is makkelijker te mengen met een saus waardoor het beter gaar wordt in de oven. Let wel op als je een ovenpasta maakt dat je de hem niet te lang kookt.

Als je gevulde pasta maakt zoals ravioli, let dan op dat de vulling die je maakt goed matcht met de saus die er bij serveert. Het is sowieso niet slim om een hele machtige saus te serveren bij gevulde pasta’s. Ravioli is bijvoorbeeld het lekkerst met een simpele tomatensaus of enkel wat salie en boter.

Gedroogd vs. Vers

Er zijn eigenlijk twee soorten pasta, namelijk de gedroogde pasta (pastascuitta) of de verse pasta (pasta fresca). Gedroogde pasta kopen we allemaal in de supermarkt en smaakt natuurlijk prima, maar het lekkerste blijft toch de verse huisgemaakte. Verse pasta en gedroogde pasta zijn volgens Italianen echt twee verschillende dingen. Het is dus niet zo dat de een beter is dan de ander. Gedroogde pasta heeft een steviger eindresultaat. Daarnaast is verse pasta natuurlijk veel sneller klaar, het zelf pasta maken even buiten beschouwing gelaten.

Naast dat het ook veel lekkerder smaakt dan de gedroogde, is het ook heel leuk om te maken. Je kunt namelijk ontzettend variëren en je kunt er letterlijk je eigen draai aangeven. Door een extra ingrediënten toe te voegen aan het deeg kun je alle kanten op gaan. Van cacao tot saffraan en van rode biet tot spinazie. De basis is voor de meeste pasta’s hetzelfde, daarna kun je zelf kiezen hoe je verder wilt gaan. Uiteraard zijn er wel wat stappen die je moet volgen en regels die je moet onthouden!

labels: #Pasta

Zie ook: