Kippen hebben, net als mensen, verschillende zintuigen waarmee ze hun omgeving verkennen. Deze zintuigen omvatten zien, horen, ruiken en voelen. Hoewel ze minder goed kunnen ruiken en proeven dan mensen, zijn hun ogen en gevoel zeer belangrijk voor hen.
De zintuigen van een kip
Zicht
De kip heeft haar ogen aan de zijkant van de kop zitten. Hierdoor kan ze bijna alles om haar heen zien met één van haar ogen. Kippen kunnen met ieder oog een andere richting uitkijken. Als kippen iets interessants zien, pikken ze er graag naar. Kippen worden vooral aangetrokken door de kleur rood. Van dichtbij zien ze ontiegelijk goed, let maar eens op wanneer ze de beste graantjes er tussenuit pikken. Hun zicht in de verte is juist heel goed! Dat is omdat ze prooidier zijn en ze de lucht in de gaten moeten kunnen houden zodat ze op tijd weg zijn als er een roofvogel aankomt bijvoorbeeld. Het is heel apart maar kippen zien door de plaatsing van de ogen in hun kop de hele luchtkoepel boven, naast en achter zich en ze zien ook wat er rondom ze gebeurt. Recht vooruit zien ze minder omdat hun ogen aan de zijkant van de kop zitten. DAar is een stukje in het dichtbij gebied wat ze niet waarnemen, veraf weer wel. Omdat hun ogen zo veel informatie geven en dat door de hersenen verwerkt moet worden heeft de natuur een oplossing daarvoor gevonden en dat is dat ze de kop tijdens het lopen op dezelfde plaats houden zodat de hersenen niet overprikkeld raken door de vele signalen die ze krijgen. Daarom zie je ze altijd die karakteristieke bewegingen met de kop maken.
Gehoor
Kippen gebruiken veel geluiden om onderling met elkaar te praten. Kippen kunnen ongeveer dertig verschillende geluiden maken. Zo maken ze speciale geluiden wanneer er gevaar is. Een oorschelp neemt geluiden op, waardoor de geluiden beter te horen zijn. Kippen hebben geen oorschelp, zoals mensen. Ze hebben een gaatje in hun kop waardoor het geluid binnenkomt. Omdat ze geen schelp hebben kunnen ze alleen geluiden van dichtbij horen.
Reuk en smaak
Een kip heeft ook een neus en kan dus ruiken. Ze gebruikt haar neus om eten te zoeken en om soortgenoten te herkennen. Kippen ruiken behoorlijk goed maar proeven nog beter. Kippen kunnen niet zo goed proeven als mensen. Ze hebben 350 smaakpapillen, terwijl wij er 9.000 hebben! Smaakpapillen zijn een soort knopjes op je tong. Met deze knopjes kunnen we eten en drinken proeven.
Tast
De snavel is voor de kip heel belangrijk om de omgeving mee te verkennen. Vooral met de punt van de snavel kan de kip goed voelen. Hun snavel bevat vooral aan het uiteinde heel veel zenuwcellen. Met hun snavel kunnen ze haartjes op bladeren voelen.
Overlast door kippen
Kippen lijken onschuldig, maar ze kunnen in woonwijken voor behoorlijke overlast zorgen. Denk aan geluid van hanen die al vroeg in de ochtend beginnen te kraaien, of de geur van mest die door de buurt verspreidt. Hoewel het houden van kippen voor sommigen een leuke hobby is, kunnen deze dieren in woonwijken voor geluidsoverlast zorgen. Hanen kraaien vaak al vroeg in de ochtend, wat voor buurtbewoners erg storend kan zijn. Gelukkig zijn er regels opgesteld om dit soort overlast te beperken. Een pluimveehouder kan bijvoorbeeld verplicht worden om de haan ’s nachts in een afgesloten hok te houden, waardoor het geluid gedempt wordt en de rust in de buurt bewaard blijft. Kippenmest kan flink ruiken, en die geur kan zich snel door de buurt verspreiden, vooral in warmere maanden. Langdurige blootstelling aan sterke geuren kan de leefkwaliteit verminderen.
Geurstudie naar veehouderij
Een jarenlange universiteitsstudie hoeft men niet gevolgd te hebben om te weten dat kippen anders ruiken dan varkens. Uit een geurstudie naar veehouderij was dit wel een van de conclusies. Gelukkig voor de wetenschappers was er ook duidelijk een geurverschil te ruiken tussen de varkenshouderijen of pluimveehouderij onderling. Zelfs de gezondheidsstatus van dieren is op afstand te ruiken. De wetenschappers meldden dat deze kennis nieuwe kansen biedt om geurindicatoren te meten en nieuw handelingsperspectief te realiseren ofwel: de veehouder kan het gebruiken voor verbetering van management of de overheid heeft een nieuw controlemiddel gevonden. Het onderzoek werd uitgevoerd door Connecting Agri & Food samen met de vakgroep Molecuul en Laserfysica van de Radboud Universiteit Nijmegen. Er werden luchtmonsters verzameld bij drie veehouderijbedrijven. Deze monsters zijn onderzocht op samenstelling van twaalf relevante geurstoffen.
De grote verschillen tussen veehouderijbedrijven zijn door de meeste mensen te ruiken, zo ruikt een varkensbedrijf anders dan een vleeskuikenstal. Dat is natuurlijk een open deur, maar ook binnen een diersoort blijken er verschillen te zijn. Zo maakt het uit wat voor voer de dieren krijgen; welke samenstelling dit heeft; hoe de stal is ingericht; wat de hygiënestatus van een bedrijf is en de status van de gezondheid van de dieren. Voor de eerste pilotstudie in april 2019 zijn bij twee varkensstallen en bij één vleeskuikenbedrijf in Limburg, luchtmonsters genomen. Per bedrijf zijn twee luchtmonsters in de stal en twee luchtmonsters net buiten de stal verzameld en geanalyseerd middels massaspectrometrie. De vergelijking tussen deze twee plekken geeft volgens de onderzoekers een eerste indruk welke stoffen binnen al vervluchtigen, zijn omgezet in andere stoffen, of zijn weggewassen door een emissiereducerende techniek.
De metingen hadden tot doel om inzicht te krijgen in de variatie in geurprofiel tussen de bedrijven en het gaat om indicatieve resultaten. De onderzoekers gaan in augustus aanvullende luchtmonsters nemen. Hierbij wordt mogelijk ook een hedonische waarde, ofwel de maat voor de aangenaamheid van een geur, bepaald op de verschillende locaties waar een geurmonstername plaatsvindt. Gekeken wordt of er indicatorstoffen zijn per diersoort en of een geurprofiel per bedrijf meer inzicht biedt in de mogelijkheden om geur aan te pakken passend bij het individuele bedrijf.
labels: #Kip




