Na Urk en Emmeloord is Vershuys Heerde de derde slagerij met een oersterk concept. Chris Kamer van Vershuys Urk is trots: toen zijn jongere zwager Jacob en diens vriend Hessel bij hem kwamen omdat ze de formule van zijn Vershuys als zelfstandige ondernemers in Emmeloord wilden doorvoeren, zei hij gelijk ja.

De moderne consument en kwaliteit

“Onze cultuur verandert. Consumenten vinden het niet meer erg om goed te betalen voor lekker eten en gaan graag naar de kwaliteitsslager, ook jongeren.” Dat stelt Johannes Hoekstra, al dertig jaar eigenaar van kwaliteitsslagerij de Schrans.

Slagerijen en poeliers met een uniek aanbod

Slagerij en poelier ’t Landleven verkoopt alleen verse producten.

Wellicht draagt Slagerij Putman uit Arnhem over twee jaar het predicaat Hofleverancier.

Hellevoetsluis is toeristisch, maar zelfs alleen voor traiteurslagerij Roy van Oldebarneveld zou je er heen gaan.

De Tweede Wereldoorlog: een onzekere periode voor dieren

Ook voor poezen was de Tweede Wereldoorlog een hoogst onzekere periode. Ze stonden aan een intensieve vervolging en honger bloot. Misschien wel de helft van de populatie heeft het niet overleefd.

Aanleiding voor de studie, meldt Arnoldussen, was een curieus bericht in een krant uit 1940: dat kattenbrood op de bon ging.

“Voor de distributie worden de katten onderscheiden in raskatten, bedrijfskatten en huiskatten. Tot de raskatten worden gerekend de soorten, die in het algemeen op de kattententoonstellingen verschijnen, dat zijn dus de witte, zwarte, oranje of rode en blauwe en muiskleurige kortharige en langharige katten. Behalve raskatten kwamen ook bedrijfskatten in aanmerking voor een toewijzing. Voor huiskatten kwamen geen bonnen beschikbaar. Zij ‘behoren tot het gezin’, aldus het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening, ‘en moeten met de pot mee-eten’. In de praktijk kwam hooguit één procent van de katten voor de bonnen in aanmerking.

De eerste conclusie van Arnoldussen was dat de Duitse bezetter zijn rassenpolitiek, al zo vroeg in de oorlog, kennelijk zelfs tot de poezenpopulatie had doorgevoerd. De waarheid bleek meer genuanceerd te liggen: “Vermoedelijk wilde men de fokkers van raskatten (en rashonden, -vogeltjes en -konijnen) in bescherming nemen.

Van poezen die, op welke manier dan ook, een rol speelden in het verzet ontbreken echter voorbeelden.

De kat als nuttig huisdier en voedselbron

Katten hadden in 1940-1945 meestal niet het knuffelgehalte van het ogenblik, wordt uit het boek duidelijk. Ze behoorden tot de ‘nuttige huisdieren’: ze moesten vooral muizen vangen. In de oorlog bleken ze nog een eigenschap te hebben: ze smaakten als konijn. Dat werd al gauw duidelijk. Al in september 1940 gingen vlees en vleeswaren ‘op de bon’.

Op 5 oktober 1940 waarschuwde dierenliefhebber H. “Bedenkt, dat ook een kat in volslagen duisternis niets kan zien en dus hulpeloos is. Een kattenvel heeft in de winter waarde, en waar zal uw zwervende kat dezen winter nog afval vinden? Houdt dus uw poes ’s avonds onverbiddelijk thuis.

Er ontstond een nieuw beroep: kattenmepper. “Er verdwijnen katten. Of het om het vlees of om het zachte velletje te doen is, weet men nog niet.

De Amsterdamse politie vatte een jongen in de kraag die acht katten had gevangen en verkocht aan een zwarthandelaar.

In Valkenswaard deed de gemeentepolitie een inval in een woning en trof er elf kattenkadavers aan, netjes gestroopt en vakkundig uitgebeend. Een drukbeklante eetsalon bleek de katten als hazenpeper voor gepeperde prijzen ter tafel te brengen. In juni 1942 kwam er in Amsterdam een regeling: honden- en kattenvlees mocht worden verkocht, maar de dieren moesten dan wel zijn gekeurd en geslacht in het gemeentelijk slachthuis.

Volgens Arnoldussen hadden zwarte katten in de steden de grootste overlevingskans: in de diepe duisternis als gevolg van de strenge verduisteringsvoorschriften, die we ons nu niet meer voor kunnen stellen, vielen die het minste op.

Bombardementen en zwerfkatten

Eén van de eerste slachtoffers van een bombardement was Jan de Eerste, een kat die woonde in het gebouw van De Limburger Koerier in Maastricht. Maar andere bombardementen, zoals dat van Rotterdam op 15 mei dat de capitulatie inleidde, en de vele andere die nog zouden volgen, veroorzaakten niet alleen veel menselijk leed, maar beroofde ook poezen van huis en kattenbak.

Een functionaris van de Dierenbescherming schatte na een bombardement op Den Helder in mei 1940 dat vier- tot vijfhonderd katten ‘in straten en steden hongerig rondzwerven’.

In januari 1941 constateerde de hoofdredacteur van het blad ‘Dierenbescherming’ dat ‘de koude donkere dagen van het donker jaar, dat zijn einde vond, het trieste bestaan van de hunkerende dieren nog triester maken dan het al was. In plaats van bij de haard te spinnen, dolen zij verloren tussen puinhopen en huizen rond, na zovele malen te zijn opgeschrikt, verjaagd, gewond misschien’.

Annie M.G. Schmidt, toen waarnemend secretaresse van de afdeling Zeeland Zuid van de Dierenbescherming, is er in haar jaarverslag over 1942 nuchter over: ‘Veel huisdieren, vooral poezen, moesten worden afgemaakt’.

C.H. de Boer, secretaris van de afdeling Amsterdam van de Dierenbescherming, vroeg in mei 1943 aandacht voor katten die ‘achtergebleven waren’; achtergelaten door ‘gezinnen die plotseling vertrokken zijn’.

“Natuurlijk ging het hier om poezen van weggehaalde joden, maar dat kon De Boer er niet bij zetten.

De kattenpenning

Behalve voor de poezen bevat het katten-oorlogsboek geen inzichten die de geschiedschrijving over de oorlog zou kunnen beïnvloeden.

Als Arnoldussen zijn onderzoek had moeten baseren op de papieren archieven, dan was hij niet veel verder gekomen dan de officiële dierenbeschermingsbladen die, zoals uit het voorbeeld van de weggevoerde Joden bleek, onderhevig waren aan (zelf)censuur.

Arnoldussen constateert desondanks dat het voormalige eiland op het gebied van de poes geen beste naam heeft, maar hij baseert dat op het grote aanbod van zwerfkatten uit Urk (in vergelijking met bijvoorbeeld Elburg) in het asiel van Kampen in 2005, en dat is zestig jaar na de oorlog.

“De ratten en muizen zijn hun gevaarlijkste vijand kwijt.

Zelfs hebben katten in het circus opgetreden, want waar moet je met je tijgers heen in het geval van luchtalarm?

Katten bleken wel degelijk te dresseren; leerden ladders te beklimmen en van glijbanen te glijden.

labels: #Kip

Zie ook: